Vrijdag 01/07/2022

AchtergrondRelatietherapie

‘Als je je problemen jarenlang laat aanslepen, is het dan niet te laat?’: jonge koppels bij de relatietherapeut

‘Ik stel vast dat jongeren opener zijn en gemakkelijker de woorden vinden om hun problemen te benoemen.’ Beeld cottonbro
‘Ik stel vast dat jongeren opener zijn en gemakkelijker de woorden vinden om hun problemen te benoemen.’Beeld cottonbro

Relatietherapeuten merken op dat hun cliënten almaar jonger worden: twintigers en dertigers die na een paar jaar ontdekken dat het samenleven als koppel niet altijd makkelijk is, zijn geen uitzonderingen meer. ‘Als je problemen jarenlang laat aanslepen, is het dan niet te laat?’

Lotte Beckers

Alix (28) en Levi (29) zijn al ruim drie jaar een koppel. “Na amper een week woonden we al zo goed als samen en ik werk ook in Levi’s zaak”, vertelt Alix. “We zijn eigenlijk constant bij elkaar. Maar het is niet gemakkelijk om een goed evenwicht te vinden tussen werk en privé, en dat zorgt voor irritaties. En als je zoveel samen bent als wij, dan moet je opletten dat je niet gaat samenleven als broer en zus. De spanning van vroeger is wat weg. Alleen: we zijn verloofd en willen later kinderen. Maar voor we daaraan beginnen, moet onze relatie wel echt goed zitten.”

Om uit te zoeken hoe het anders kan, gaan Alix en Levi sinds vorige maand naar een relatietherapeut. Ze zijn daarin niet alleen: een rondvraag leert dat therapeuten steeds vaker jonge koppels, grofweg tussen twintig en veertig, over de vloer krijgen. “Ik merk dat oudere generaties pas een afspraak maken als de problemen al jarenlang aanslepen”, vertelt Rika Ponnet. “Jonge koppels zijn veel proactiever.”

Dat herkent ook relatietherapeut en klinisch seksuoloog Chloé De Bie, zelf een dertiger. “Je zou kunnen stellen dat mijn leeftijdsgenoten relatietherapie vergelijken met het jaarlijks onderhoud van hun auto: als je lang wil genieten van je relatie, dan is het belangrijk om er actief mee bezig te zijn, al dan niet met een expert erbij. De helft van de koppels gaat uit elkaar, dat is veel. Maar hoe sneller je ingrijpt bij moeilijkheden, hoe groter de kans dat je er goed doorkomt.”

Alix en Levi zetten de stap na de zoveelste ruzie over het werk. “We werken allebei heel veel, maar ik heb soms echt behoefte aan een avondje samen genieten. Die dag kwam Levi alweer pas thuis om negen uur ’s avonds, terwijl ik al twee uur zat te wachten met het avondeten. Het liep uit op een heftige discussie en daarna stel je je wel vragen: waarom hebben we altijd dezelfde conflicten? Heeft dit nog zin? Toch weten we zeker dat we met elkaar verder willen. Als ik fantaseer over mijn toekomst, dan zie ik Levi. Maar we beseffen ook dat je aan een relatie moet werken.”

Twijfel en keuzestress

Jonge koppels willen weten waarom ze op steeds dezelfde conflicten botsen, zegt relatietherapeut Sarah Hertens. “Het is een soort preventieve therapie, nog voor de problemen onoverkomelijk zijn: we willen graag samen blijven, maar we merken dat we niet goed praten, of dat we het moeilijk vinden om rekening te houden met elkaar. Hoe kunnen we het beter doen?”

Alix: “Natuurlijk doe ik ook wel eens mijn beklag bij mijn vriendinnen of mijn moeder, maar die hebben hun eigen ideeën en bevestigen je vooral in je eigen mening, dat is ook normaal. Onze therapeut kent ons niet, is onbevooroordeeld en stelt vooral goede vragen. Ze helpt ons om beter naar elkaar te luisteren.”

Ponnet merkt dat haar jonge cliënten vaak op zoek zijn naar iemand om een en ander bij af te toetsen. “Of je al dan niet samen kinderen wil, dat was vroeger geen vraag. Laat staan of je eerst graag een jaartje naar het buitenland wilde of niet. Vandaag denken mensen veel meer na over wat ze willen en met wie. Er zijn ook koppels die al getrouwd zijn of kinderen hebben en zich afvragen of dit leven nu eigenlijk wel is wat ze wilden? Waar de oudere generaties worstelen met een gebrek aan vrijheid en een soms verstikkende moraliteit, zie ik jongere mensen die moeite hebben met te veel vrijheid. Ze ervaren twijfel en keuzestress.”

Is door de jaren heen ook de manier waarop we naar relaties kijken veranderd? Zijn de zogenaamde millennials - de eerste generatie die hun ouders in groten getale zag scheiden - realistischer over het hobbelige parcours dat een langdurige relatie nu eenmaal is? Of geloven ze nog steeds in happy endings?

Ja en nee, antwoorden de therapeuten. “Ik vind jonge mensen even realistisch als de oudere generatie”, zegt Ponnet. Het is immers een populaire misvatting dat de beeldcultuur ons doen en laten overmatig bepaalt. “De belangrijkste invloed blijft wat we thuis gezien hebben. Als je dan kijkt naar het aantal echtscheidingen en nieuw samengestelde gezinnen, dan kan je besluiten dat de jongere generaties een zeer realistisch beeld hebben meegekregen.”

Maar, vult Hertens aan, “relaties zijn ook geen economisch verhaal meer waarin financiële stabiliteit en zorg primeren. Sinds de komst van de romantische liefde wordt er veel meer verwacht van een partner: hij of zij is je beste vriend, je minnaar én een goede ouder. Daarnaast vinden we het ook belangrijk dat we onszelf kunnen ontwikkelen.” Of zoals Alix het stelt: “Als ik oudere mensen in mijn omgeving hoor praten over hun relaties, dan heb ik niet per se de indruk dat ze gelukkig zijn, maar dat ze samen blijven uit een soort gemak. Dat zou ik nooit willen. De koppels die ik ken, maken heel bewust tijd voor elkaar.”

Die twee opvattingen monden uit in een soort pragmatische middenweg: uiteindelijk verlangt bijna iedereen naar dat romantische plaatje, maar met een slag om de arm. We doen ons best, maar als het niet lukt, dan is dat geen schande meer. Ponnet: “Ik merk dat dertigers en veertigers met gescheiden ouders het daar heel moeilijk mee hebben. Ze willen hun kinderen niet aandoen wat zij destijds zelf hebben meegemaakt. De jongere generaties zien dat wat anders: een scheiding is altijd moeilijk, maar eenmaal hun ouders weer in de plooi zijn gevallen en hen wat stabiliteit kunnen bieden, dan is het voor hen ook goed. Het partner- en ouderschap worden steeds meer van elkaar gescheiden.”

null Beeld alex green
Beeld alex green

En hoewel jonge koppels doorgaans dus goed doordrongen zijn van de slagzin ‘liefde is een werkwoord’, schrikt Hertens er soms nog van hoe weinig moeite sommigen doen om het vuur brandende te houden. Wanneer hebben jullie nog eens iets met z’n tweetjes gedaan? Het blijkt voor sommigen een wel heel moeilijke vraag. “Ze hebben geen tijd, of de kinderen zijn er altijd, of ze gaan liever met vrienden op stap. Maar het is zoals met sporten: als je een goede conditie wil, dan kom je er niet met één fitnesssessie per maand. Mensen zijn vaak bezig met de buitenwereld: ze investeren hun tijd en energie in hun carrière, in de kinderen of in de bouw van hun huis. En hun partners moeten het stellen met wat overblijft: iemand die ’s avonds vermoeid in de zetel ploft.”

Prille liefde

Toch blijft de vraag: als prille geliefden toch de gidsende hand van een relatietherapeut behoeven, wat zegt dat dan over de relatie?

“Ja, die reactie kregen we vaak: jullie zijn amper negentien, wat doen jullie bij een relatietherapeut? Ik begreep dat ook wel.” Janne en Frederik, allebei 21, leerden elkaar kennen op school. Zij was al in het eerste middelbaar smoorverliefd op hem, hij had wat meer tijd nodig, en inmiddels zijn ze al ruim vijf jaar samen. Twee jaar geleden besloten ze samen op therapie te gaan.

Frederik: “Het was de eerste coronazomer en ik zat niet goed in mijn vel. Ik speelde al een tijdje met het idee om naar een psycholoog te gaan. Mijn gemoed woog ook op onze relatie.”

Janne: “We studeren allebei in andere steden en hadden in die periode heel weinig tijd om elkaar te zien. De druppel die de emmer deed overlopen, was zijn engagement bij de Chiro, waardoor hij ook in het weekend amper tijd zou hebben. Frederik heeft ook wat moeite met planning en communicatie, waardoor het allemaal moeilijk liep. En na dat eerste jaar aan de universiteit waren we allebei erg veranderd. Ik denk dat dat normaal is, maar het was wel even zoeken naar hoe wij nu verder moesten. Want we wilden wel graag samen blijven, we wisten gewoon niet hoe. Ik was als kind al bij Sarah Hertens op therapie geweest, Frederik speelde ook met het idee om naar een psycholoog te gaan: de stap was voor ons dus niet zo groot.”

Hertens: “Natuurlijk heb ik me ook even die bedenking gemaakt: jullie zijn nog zo jong, waar zijn jullie mee bezig? Maar ik heb ze niet naar huis gestuurd. Zelfs als Frederik en Janne niet bij elkaar zouden blijven, dan zou ik hen wel wat kunnen meegeven over hoe ze beter naar elkaar kunnen luisteren, of zichzelf beter kunnen leren kennen. Het is niet dat je ergens anders geholpen wordt met relationele vaardigheden, je moet het al doende leren.”

Het koppel vindt de term relatietherapie trouwens wat zwaar op de hand: ze hadden het allebei wat moeilijk, dus waarom niet samen naar een psycholoog? Janne: “We zijn realistisch, we beseffen dat de kans dat we de rest van ons leven gelukkig samen blijven statistisch klein is. We hebben elkaar al een paar keer gezegd dat we elkaar liever wat later waren tegengekomen. Maar ondanks onze leeftijd en moeilijkheden voelen we aan dat we een ideale match zijn. Onze leeftijd zou ons niet mogen verhinderen om ons best te doen, en om daar af en toe wat hulp bij te vragen.”

Ook Alix ziet geen verband tussen de duur van haar relatie en de levensvatbaarheid ervan. “Als je na amper twee maanden al in de problemen zit, dan moet je daar wellicht je conclusies uit trekken. Maar wat wij hebben meegemaakt in ons eerste jaar samen, daar doen andere koppels tien jaar over. Bovendien: als je vijftien jaar wacht om hulp te zoeken, is het dan niet al te laat?”

We hebben voortdurend de neiging om onszelf en onze relaties te analyseren. Beeld rv
We hebben voortdurend de neiging om onszelf en onze relaties te analyseren.Beeld rv

Op scholen en in de media is er meer dan ooit aandacht voor mentaal welzijn. We leven in een zeer gepsychologiseerde samenleving, omschrijft Ponnet: we hebben voortdurend de neiging om onszelf en onze relaties te analyseren en in onze gesprekken zijn woorden als ‘toxisch’ of ‘narcisme’ bijna even courant geworden als pakweg ‘aardappel’.

Ponnet: “Ik stel vast dat jongeren opener zijn en gemakkelijker de woorden vinden om hun problemen te benoemen. Soms neigt dat wat naar navelstaarderij, waardoor het samenleven moeilijker wordt, maar daarmee zijn ook de schaamte en het taboe wat verdwenen.”

“De coronacrisis heeft die tendens extra zuurstof gegeven”, vertelt De Bie. “Er werd gepraat over psychologische moeilijkheden, over eenzaamheid en huidhonger. En door constant samen thuis te zijn, ervaarden veel koppels ook meer wrijvingen. “Ik heb dit jaar veertig koppels op de wachtlijst staan.”

Frederik vertelt dat zijn omgeving de afgelopen jaren getroffen werd door een aantal zelfdodingen. “Ik heb mensen van wie ik het nooit verwachtte horen zeggen hoe belangrijk het is om hulp te zoeken als het moeilijk gaat. Je ziet het in de media, bekende mensen vertellen over hun moeilijkheden.” Janne: “Alleen mijn papa vindt nog dat psychologen voor zotten zijn.” En hoewel met naam en foto in de krant vertellen over je relatieperikelen nog een stap te ver is, weten hun naaste vrienden en familie wel dat ze hulp zijn gaan zoeken. Alix: “Mijn generatie doet daar niet moeilijk over. Al merk ik ook dat mensen liever zeggen dat ze naar een coach gaan. Dat klinkt toch iets beter dan een psycholoog.”

De koppels kozen ervoor om niet met hun echte namen in de krant te komen

Nu belangrijker dan ooit: steun kwaliteitsjournalistiek.

Neem een abonnement op De Morgen


Op alle artikelen, foto's en video's op demorgen.be rust auteursrecht. Deeplinken kan, maar dan zonder dat onze content in een nieuw frame op uw website verschijnt. Graag enkel de titel van onze website en de titel van het artikel vermelden in de link. Indien u teksten, foto's of video's op een andere manier wenst over te nemen, mail dan naar info@demorgen.be.
DPG Media nv – Mediaplein 1, 2018 Antwerpen – RPR Antwerpen nr. 0432.306.234