Donderdag 11/08/2022

InterviewLi An Phoa

Ecoloog Li An Phoa over drinkbare rivieren: ‘Dat het met de waterkwaliteit beter gaat, is schijn’

Li An Phoa bij de Nederlandse IJssel. Ze wil de rivier binnen dertig jaar drinkbaar maken. Ze gaat in gesprek met bewoners, schoolklassen, vissers, boeren en burgemeesters over haar droom.  Beeld Bram Petraeus
Li An Phoa bij de Nederlandse IJssel. Ze wil de rivier binnen dertig jaar drinkbaar maken. Ze gaat in gesprek met bewoners, schoolklassen, vissers, boeren en burgemeesters over haar droom.Beeld Bram Petraeus

17 jaar geleden nam ecoloog Li An Phoa een slok van een van de weinige drinkbare rivieren op aarde. De ervaring veranderde haar leven en sindsdien zet ze zich in voor betere waterkwaliteit. Een nieuw, wereldwijd burgeronderzoek moet daarbij helpen. ‘Je kunt de gezondheid van een maatschappij aflezen aan het water.’

Paul Notelteirs

“Ik had altijd al een ambitie om betekenisvol te zijn.” Als oprichter van de stichting Drinkable Rivers houdt Li An Phoa zich vandaag hoofdzakelijk met water bezig, maar dat stond nooit in de sterren geschreven. Tijdens haar jeugd was ze met intermenselijke vormen van onrecht bezig en ondersteunde ze verschillende initiatieven tegen discriminatie. Aan de universiteit verbreedde ze haar horizon en kwam ook de relatie met inheemse mensen en de natuurlijke gebieden waar zij wonen in het vizier.

Een sleutelmoment was een kanotocht over de Rupert, een Canadese rivier die door het leefgebied van de inheemse Cree-bevolking stroomt. “Ik was gefascineerd door de manier waarop zij met elkaar samenleven. Maar eenmaal ter plaatse gaf de rivier me verrassend genoeg een ervaring van schoonheid die ik nooit eerder meemaakte. Je kon er overal van drinken zonder het te filteren.”

Waarom raakte die ervaring u zo?

“In Canada leerde ik dat het water een spiegel is van hoe we leven. Als de maatschappij gezond is, kun je dat aflezen aan de waterkwaliteit. Bij de Rupert was er in 2005 nog een goede balans tussen mens en natuur, maar dat is snel gekeerd. In 1971 startte de Canadese overheid namelijk met het James Bay Project, een plan om elektriciteit op te wekken via waterkracht. Drie rivieren werden daarbij omgeleid en er werd een grote dam opgetrokken. Daardoor overstroomde 11.500 vierkante kilometer van het leefgebied van de Cree en de Inuit.

“Tijdens de werken werden wegen aangelegd en die trokken later nieuwe industrieën aan. Dat had nefaste gevolgen voor het landschap. Door de zilvermijnbouw belandde kwik in het water, waarna vissen stierven en mensen ziek werden. Toen ik in 2008 terugkeerde, was de Rupert niet langer drinkbaar.”

In welke mate is dat verhaal exemplarisch voor wat er met westerse rivieren gebeurt?

“De Cree maakten in dertig jaar tijd een evolutie door die zich in onze contreien over een periode van 150 à 200 jaar afspeelde. Het gaat daarbij om een industrialisatie waarbij het shifting baseline syndrome optreedt. Ons landschap raakt dan telkens een beetje meer vervuild, maar mensen wennen eraan waardoor de huidige generatie geen idee meer heeft hoe het er ooit uitzag.

“In het Westen was er tussen 1970 en 2000 wel een belangrijke verschuiving. Overheden legden de industrie meer regels op en rivieren werden zichtbaar schoner. Het cliché dat je fotorolletjes zou kunnen ontwikkelen in westerse rivieren raakte toen achterhaald, maar rond de eeuwwisseling kwam er een kentering.

“Toxicologen vertellen me dat er elke twee seconden een nieuwe stof in onze leefomgeving belandt waarvan we niet weten welke gevolgen dat zal hebben. Bekende voorbeelden zijn microplastics en PFAS. Die stoffen vinden we nu al terug in het bloed van mensen. De vraag is wat dat betekent voor onze gezondheid en voor die van vogels, vissen en planten. Bepaalde cijfers geven aan dat het beter gaat met de waterkwaliteit, maar de vervuiling wordt onzichtbaarder en gaat sluipend verder.

Welke Europese maatregelen liggen er op tafel om daar iets aan te doen?

“De Europese Commissie keurde in 2000 de Kaderrichtlijn Water goed. Met het ambitieuze plan engageerden de lidstaten zich om het water tegen 2027 overal schoon en ecologisch gezond te maken. Alleen blijkt dat niet alle landen die plannen ook daadwerkelijk uitvoeren. Nederland miste de tussentijdse doelstellingen bijvoorbeeld al twee keer en slechts een klein deel van de wateren in het land voldoet momenteel aan de Europese normen (in Vlaanderen gaat het om zo’n 8 procent, PN).

“Bovendien is er geen garantie dat die achterstand over vijf jaar weggewerkt zal zijn. Als het niet lukt om het tij te keren, stevenen we af op een soortgelijk probleem zoals we dat nu bij stikstof kennen. De rechter zal landen die niet aan de doelstellingen voldoen, boetes opleggen en dwingen om bij te sturen.”

Het milieubeleid roept nu al veel weerstand op. Hoe kunnen burgers overtuigd worden van het belang ervan?

“Overheden en bedrijven hebben natuurlijk veel meer slagkracht om iets te veranderen, maar toch is het belangrijk dat individuen betrokken worden. Om de problemen van vandaag op te lossen is iedereen nodig. Je hebt namelijk weinig aan een kaderrichtlijn als er ondertussen geen plan op tafel ligt om die doelen te behalen. Het helpt om aan mensen duidelijk te maken wat de verandering voor hen zou betekenen.

“Wie in armoede leeft, kan bijvoorbeeld extra voordelen halen uit een gezonde bodem en schoon water. Als ze makkelijk hun eigen voedsel kunnen verbouwen, hoeven ze minder geld aan dergelijke basisvoorzieningen uit te geven. De situatie in Canada toont dat dat een belangrijke impact kan hebben.

“Critici wezen er lang op dat de werkloosheidsgraad langs de Rupert zo’n 95 procent bedroeg, maar de lokale bevolking had simpelweg geen job nodig om in haar eigen levensonderhoud te voorzien. Pas toen de bomen gekapt werden en de rivier vervuild raakte, ontstond er een nood aan klassieke jobs.”

Impliceert uw voorstel dan ook een economisch model dat radicaal anders is?

“Ja, want als je je alleen laat leiden door economische groei, maak je onvermijdelijk dingen kapot. Initieel vertelde de Canadese overheid dat de geplande waterkrachtcentrale nodig was voor de energievoorziening in grote steden. Maar ik berekende dat het project iedere inwoner van Quebec jaarlijks maar 118 watt zou opleveren. Daartegenover stond een kostenplaatje van vele honderden euro’s per inwoner voor de aanleg ervan. Voor zo’n bedrag moet het toch mogelijk zijn om mensen uit te leggen hoe ze zuiniger met elektriciteit kunnen omgaan?

“Toen grote cement- en aluminiumbedrijven rond de turbine opdoken, werd duidelijk dat het project er kwam voor de industrie. En niet voor de burger. Ondertussen werden de kwaliteiten van het landschap dat al duizenden jaren bestond vernietigd. Dat is een hoge prijs om te betalen voor economische groei.”

De groei waar u het over hebt, creëert wel welvaart. Hoe maakt u de afweging tussen economie en ecologie?

“Ik vind dat de economie in dienst van het leven moet staan en niet andersom. Er is een moreel kompas nodig om te bepalen wat voor groei we precies willen. Een drinkbare Schelde kan economische welvaart creëren. Want in dat scenario zou de bodem ook gezond zijn en dat schept allerlei mogelijkheden om eten met hoogwaardige voedingsstoffen te verbouwen. Op die manier kunnen veel van onze huidige (chronische) ziekten voorkomen worden.

“Ik heb het vaak over synchroon leven. Daarbij stemmen we ons dagelijkse leven af op de dynamiek van de bodem en het klimaatsysteem. We leven ermee in lijn en voorkomen zo scenario’s waarin we telkens meer gebruiken dan de natuur kan bieden. De natuurlijke systemen krijgen dan tijd om te herstellen. Daar is nood aan.”

De afgelopen 10 jaar wandelde u meer dan 18.000 kilometer langs rivieren in binnen- en buitenland. Wat hoopt u daarmee te bereiken?

“Na mijn terugkeer uit Canada wilde ik de natuurlijke systemen en cycli beter begrijpen. Meer tijd buiten doorbrengen heeft me daarbij geholpen. Een wandeling biedt een natuurlijk ritme en ik kon prachtige plekken zien. Zo stapte ik langs rivieren in het noorden van Zweden en liep ik van Mexico naar Canada. Tijdens die tochten sprak ik dan met mensen over het landschap en de waterkwaliteit.

“Ik voelde me zo bevoorrecht dat ik die schoonheid op een bepaald moment ook met anderen wilde delen. Daarom nodigde ik steeds vaker mensen uit om mee te wandelen en richtte ik in 2012 Spring College op, een nomadische school. De lessen vinden plaats in de openlucht en gaan zowel over bomen en bijen als over de waterkwaliteit of hoe we met geld kunnen omgaan.

“Ik probeer deelnemers te leren dat we eigenlijk één grote familie zijn. De rivieren zijn onze levensaders en vormen als het ware onze bloedband. Als anderen zich verwonderen over de rijkheid van het leven, hoop ik dat ze ook hun eigen verantwoordelijkheid nemen en meer afgestemd gaan leven.”

Li An Phoa liep in de zomer van 2018 1061 kilometer van de bron van de Maas naar de Noordzee voor drinkbare rivieren.  Beeld Eva Faché
Li An Phoa liep in de zomer van 2018 1061 kilometer van de bron van de Maas naar de Noordzee voor drinkbare rivieren.Beeld Eva Faché

De wandelingen hebben een symbolische waarde, maar ze richten zich ook sterk op het microniveau. Is de aanpak niet te vrijblijvend?

“We ondernemen wel degelijk concrete acties. Ik maakte bijvoorbeeld een tocht langs de Maas en ontmoette daar heel burgemeesters en schepenen. Dat lokale politieke niveau is belangrijk omdat het de brug vormt tussen inwoners en instituten. Hun engagement maakt duidelijk dat een drinkbare rivier persoonlijke inspanningen vraagt. Het gaat niet noodzakelijk om erg ingewikkelde ingrepen. Bij het groenbeheer geen gif gebruiken, kan zo een eerste belangrijke stap zijn. Maar burgemeesters hakken ook knopen door over woningbouw en ze hebben vaak goede contacten met bedrijven. Daarom is hun verbindende functie zo cruciaal.

“De wandelingen zorgden er trouwens voor dat er verschillende samenwerkingsverbanden ontstonden. Vandaag is er een netwerk van veertig gemeenten, provincies en waterschappen langs de Maas in Frankrijk, Nederland en België. Volgend jaar krijgen zij een gids met tips van onze stichting Drinkable Rivers en denken we samen na over hoe ze een positieve impact op het milieu kunnen hebben. Dat gaat goed omdat ze snel merken dat streven naar een drinkbare rivier voordelen als een gezonde leefomgeving en een betere volksgezondheid biedt.”

In maart lanceerde u met Drinkable Rivers ook een burgeronderzoek. Welke aanvulling kan zoiets bieden bij academische studies?

“Het is de bedoeling om de waterkwaliteit in rivieren op grote schaal in kaart te brengen. Zo’n burgeronderzoek kan het bewustzijn van de problematiek bij het grote publiek vergroten. Daarom stellen we meetkits ter beschikking die geïnteresseerde maatschappelijke organisaties kunnen aanvragen. Het is dan hun taak om vrijwilligers te mobiliseren en om metingen in een lokale rivier uit te voeren. Vandaag zijn er zo’n veertig onderzoeksteams uit vijftien verschillende landen die de waterkwaliteit in vijftig à zestig rivieren in de gaten houden. Ze geven hun onderzoeksresultaten door via een platform dat databedrijf Nucleoo speciaal voor ons ontwikkelde.

“Momenteel is de informatie in de database nog niet zo uitgebreid, maar ik hoop dat er op termijn veel meer meetpunten komen. Op die manier krijgen we beter zicht op de waterkwaliteit en waar de grootste problemen zich voordoen. In een volgende fase betrekken we de academische wereld om een data-analyse van de meetinitiatieven te maken.

Zou u uw doelen niet sneller kunnen bereiken als u kon rekenen op de connecties en de middelen van een universitaire instelling?

“Misschien, maar ik nam zelf initiatief en kreeg hulp van mensen die verbonden zijn aan universiteiten. Binnen een academische instelling had ik dit waarschijnlijk niet zo snel kunnen bewerkstelligen. Als je eerst een voorstel moet schrijven om uit te leggen waarom je iets belangrijk vindt en moet wachten op financiële middelen, duurt het soms jaren voor je daadwerkelijk aan dat onderzoek kunt beginnen.

“De academische wereld is wel betrokken bij mijn werk, onderzoekers van de universiteit van Wageningen, de TU Delft en het University College Roosevelt leverden bijvoorbeeld input bij de ontwikkeling van het burgeronderzoek. Ik vind het vooral fijn dat ik mensen zelf kan engageren. Nucleoo werkte vrijwillig mee aan het platform omdat ze het doel belangrijk vinden. Net zoals de deelnemers aan het onderzoek en ikzelf ook in het belang van gezond, zwembaar en hopelijk ooit drinkbaar water geloven.”

Li An Phoa

Geboren in 1980 in Capelle aan de IJssel

Studeerde bedrijfskunde, filosofie en systeemecologie

Oprichter van Drinkable Rivers

Wandelde 18.000 kilometer langs rivieren om mensen bewust te maken van de waterkwaliteit

Oprichter van een nomadische school

Nu belangrijker dan ooit: steun kwaliteitsjournalistiek.

Neem een abonnement op De Morgen


Op alle artikelen, foto's en video's op demorgen.be rust auteursrecht. Deeplinken kan, maar dan zonder dat onze content in een nieuw frame op uw website verschijnt. Graag enkel de titel van onze website en de titel van het artikel vermelden in de link. Indien u teksten, foto's of video's op een andere manier wenst over te nemen, mail dan naar info@demorgen.be.
DPG Media nv – Mediaplein 1, 2018 Antwerpen – RPR Antwerpen nr. 0432.306.234