Maandag 24/01/2022

ReisverhaalOp bedevaart in Scandinavië

Het Olafspad door Zweden en Noorwegen, waar moderne pelgrims in de voetsporen treden van een Vikingkoning

Kan journalist Jonathan Vandevoorde in vijf dagen tijd ook iets van de spiritualiteit ervaren van een pelgrim die wekenlang onafgebroken onderweg is? Beeld Jonathan Vandevoorde
Kan journalist Jonathan Vandevoorde in vijf dagen tijd ook iets van de spiritualiteit ervaren van een pelgrim die wekenlang onafgebroken onderweg is?Beeld Jonathan Vandevoorde

Op het Olafspad door Zweden en Noorwegen treden moderne pelgrims in de voetsporen van een Vikingkoning naar Nidaros, geen fictierijk, maar het huidige Trondheim. Fragmenten van de noordelijkste pelgrimsroute ter wereld, waar natuur en bezinning als vanzelf hand in hand gaan.

Jonathan Vandevoorde

Per vliegtuig en trein ben ik tot in de Midden-Zweedse stad Sundsvall aan de Botnische Golf geraakt, de informele startplaats van de St. Olavsleden, het ‘Olafspad’ dat naar de Noorse stad Trondheim loopt, helemaal aan de Atlantische Oceaan.

Ik gooi mijn rugzak over mijn schouder. Het trage avontuur lonkt. De 580 kilometer lange wandel- en fietsroute begint officieel bij de ­vervallen ruïne van Selånger, acht kilometer landinwaarts, een middeleeuwse pelgrimskerk vlak bij de plek waar de Viking-edelman Olav met zijn soldaten in het jaar 1030 na twee jaar ballingschap begon aan een historische veldtocht naar Nidaros (nu de stad Trondheim). In een visioen had God hem opgeroepen om het Noorse volk te verenigen en hun hoofdstad te heroveren op de Zweedse vijand. Kort voordat hij Nidaros bereikte echter, op 29 juli 1030, kwam Olav tijdens een ­veldslag bij het Noorse Stiklestad om het leven. Meteen na zijn dood deden geruchten de ronde over wonderbaarlijke genezingen op en rond het slagveld die aan Olavs ­zuiverende bloed werden ­toegeschreven.

Die Olav was een charismatisch figuur en het kwam de katholieke instanties in Rome maar al te goed uit dat Scandinavië snel zijn eigen heilige kon krijgen, want de heidenen van het ruige Noorden lieten zich niet zo makkelijk bekeren. Het volgende jaar al werd Olav door de paus heilig verklaard. Pelgrims kwamen van overal en kregen, gewapend met een perkament vol stempels die ze onderweg verzamelden, de vrijgeleide om dwars door Zweden en Noorwegen naar Nidaros te trekken, waar een ­imposante basiliek was gebouwd en Olavs resten begraven lagen. Sindsdien is Trondheim het ­belangrijkste bedevaartsoord van Scandinavië.

Spiritueel avontuur

“Een moderne pelgrim is op een spirituele zoektocht door in de voetsporen te treden van een historische gebeurtenis. Dat is de essentie van pelgrimeren: je wilt zelf deel worden van de christelijke geschiedenis”, aldus Putte Eby, die bij de gemeente Östersund de projectleider is voor de ontwikkeling van de moderne Olavsleden. In 2012 heeft hij de route letterlijk op de kaart gezet. Het kostte hem ­aanvankelijk een heel jaar om te achterhalen waar koning Olav ongeveer gereisd zou hebben en om begaanbare paden en wegen in de buurt van die route te vinden. “Daarna ben ik zelf in Spanje delen van de camino naar Compostela gaan lopen om bij wandelaars te peilen naar hun beweegredenen. Een pelgrimage bleek vooral een ‘zoektocht naar jezelf’ te zijn, maar dan in een historische context die groter is dan jezelf.”

Zo kwam Putte erachter dat de meerderheid van de wandelaars vrouwen zijn van boven de vijftig die de hectiek van alledag achter zich willen laten, of mensen die met kanker te maken hebben gehad in hun omgeving of een andere, heftige gebeurtenis achter de rug hebben, zoals een scheiding. “Een pelgrimstocht wandelen zij niet vanwege de natuurbeleving, want je komt op de Olavsleden ook door dorpen en industrieterreinen en je loopt geregeld over asfalt. Als je het voor de outdoor wilt doen, kun je beter de Kungsleden lopen.”

Stempels verzamelen: ook een must voor moderne bedevaarders. Beeld Jonathan Vandevoorde
Stempels verzamelen: ook een must voor moderne bedevaarders.Beeld Jonathan Vandevoorde

In de vijf dagen die mij gegund worden de Olavsleden te ervaren, brengt Putte mij in zijn busje telkens naar een verderop gelegen startpunt of haalt hij mij aan het eind van de dag ergens op. Al zou ik dat met het openbaar vervoer ook kunnen doen, zij het minder efficiënt, want bijna nergens loopt de pelgrimsroute ver weg van grote verbindingswegen. Dankzij Puttes hulp ben ik in staat om losse, landschappelijk zeer verschillende etappes van de Olavsleden in alle rust te voet te ontdekken. Ik krijg diverse fragmenten van het Zweedse plattelandsleven te zien als in een caleidoscoop.

Droge vallei

Mijn eerste etappe gaat van Selånger naar het stadje Matfors. Ik doorkruis een pastoraal landschap van rood, wit en geel geschilderde houten huizen en stallen omringd door graanvelden, weiden en bossen, een platteland van bermen vol ­wilgenroosjes, campanula’s, bloeiende klaver en vlammende lelies. De omringende heuvelruggen zijn hier amper honderd meter hoog; ik loop immers nog bijna op zee­niveau.

Tuinhuisje met houtkachel als accommodatie. Water tap je buiten uit een jerrycan en het natuurtoilet staat twintig meter verderop. Beeld Jonathan Vandevoorde
Tuinhuisje met houtkachel als accommodatie. Water tap je buiten uit een jerrycan en het natuurtoilet staat twintig meter verderop.Beeld Jonathan Vandevoorde

Toen Olav uit ballingschap terugkwam ging hij in Selånger aan land; het water van de Botnische Golf klotste er toen nog over het keienstrand. Omdat de bodem in Scandinavië sinds de laatste ijstijd echter met zeven millimeter per jaar omhoog komt na millennia lang te zijn samengedrukt onder het gewicht van kilometers dikke lagen gletsjerijs, heeft de kust zich in de afgelopen duizend jaar al zo’n acht kilometer teruggetrokken en is de baai van Selånger nu een droge vallei.

Door de cadans van mijn stappen word ik al snel op mijn eigen gedachten teruggeworpen. Zal ik in vijf dagen tijd ook iets van de spiritualiteit kunnen ervaren van een pelgrim die wekenlang onafgebroken onderweg is? Ik heb niet die levensveranderende ervaring achter de rug die de kracht vormt waarmee velen het volhouden. Het afgelopen coronajaar is echter geen makkelijke periode geweest thuis en al helemaal niet op beroepsmatig vlak. Hier ben ik toch wel even aan toe, vind ik.

Ex-militair Tommy Nordvall en zijn ‘pelgrimverzameling’. Beeld Jonathan Vandevoorde
Ex-militair Tommy Nordvall en zijn ‘pelgrimverzameling’.Beeld Jonathan Vandevoorde

Mijn zoektocht naar mijzelf moet ik na acht kilometer al op pauze ­zetten als iemand mij vanaf de veranda van een wit houten huis wenkt: “Come! Yes, come!” Tommy Nordvall is een gepensioneerde militair die met iedere pelgrim die passeert een praatje probeert te maken. Weigeren is geen optie en ik word op de veranda uitgenodigd voor koffie en een broodje. Tommy spreekt amper Engels, maar zijn vrouw Sigrid tolkt ons gesprek over ditjes en datjes en over hoeveel mensen er al langs geweest zijn vandaag (ik ben de eerste). Dan haalt de man des huizes zijn ­logboek tevoorschijn waarop hij nauwkeurig statistieken bijhoudt over de wandelaars die sinds het begin van de Olavsleden bij hem zijn geweest. Sigrid kijkt hem aan met een blik die haar opluchting verraadt: manlief heeft eindelijk een bezigheid gevonden waar hij zijn tijd, na zijn leven ten dienste van ’s lands veiligheid, zinvol mee kan vullen.

Wandelaars uit 49 landen hebben zich al bij de Nordvalls gemeld, met België op plek nummer 4 na Zweden, Nederland en Duitsland. Van elke geregistreerde nationaliteit heeft Tommy trots een vlaggetje op de vensterbank gezet. De meest exotische vlaggen zijn die van Namibië en Nepal. Hij laat mij ook twee dikke fotoboeken zien met foto’s van alleen maar lachende wandelaars met zware rugzakken. Dan pakt hij zijn camera en moet ook ik eraan ­geloven. Ik poseer met plezier, ­rugzak om en vlag in de hand.

Geen levende ziel

Het gaat op de Olavsleden natuurlijk niet alleen om de kilometers en om de zoektocht naar verlichting. Het zijn de ontmoetingen die mij het meeste bijblijven. Belangrijke plekken langs de Olavsleden waar mensen samenkomen zijn de Olavsbronnen. Volgens de overlevering hoefde Olav, toen zijn troepen op weg naar Nidaros water nodig hadden, alleen maar met zijn staf op de bodem te tikken en er borrelde water omhoog. Deze bronnen bleken na zijn dood zelfs genezende eigenschappen te ­hebben. Bij de bekendste, in het plaatsje Pilgrimstad, konden kreupele wandelaars na het drinken uit de bron hun wandelstaf zelfs aan de wilgen hangen. Andere plekken waar je mensen ontmoet zijn de pelgrimscentra naast de belangrijkste kerken op de route, maar waar ik, wanneer ik er langskom, geen levende ziel heb gezien.

Het is puur toeval dat ik een sympathiek paar fietsende pensionado’s uit Sundsvall, Margaretha en Lennart, op drie achtereenvolgende dagen tegenkom. Dat kan natuurlijk alleen maar omdat ik ze stiekem elke keer weer inhaal als ik een stukje met Putte meerijd. Zij leggen de Olavsleden zonder spirituele ambities af tot in het Zweedse skioord Åre waar ze hun dochter willen bezoeken.

Of neem Bea uit het Nederlandse Friesland, relaxed zonnend op een steiger als ik zelf murw van de warmte aankom in Vaplans Gård, een B&B voor wandelaars aan het lange Alsensjö-meer in het diepe binnenland. Ze wandelt de hele Olavsleden tot aan de Noorse grens in haar eentje. Haar tentje heeft ze voor de avond in de tuin mogen opzetten.

Die avond zijn Bea en ik samen gaan kajakken op het meer en dat was een van de bijzonderste dingen die ze tot nu toe heeft gedaan, bekent ze na afloop. Ikzelf logeer er bij Lars en Doris in hun stenen huis. Het dateert uit 1915 en ziet eruit als een spookhuis, met het afbladderende pleisterwerk en de krakende vloeren die daar bijhoren. Tijdens ons diner al fresco, smullend van de groenten uit eigen moestuin, vertelt Lars dat hij hier is geboren en de vierde generatie is die in het huis woont.

Reisgenoot Bea achterna op het Alsensjö-meer. Beeld Jonathan Vandevoorde
Reisgenoot Bea achterna op het Alsensjö-meer.Beeld Jonathan Vandevoorde

Dit soort ontmoetingen zijn schaarse gelukstreffers en maken mijn dag. Drukbelopen kun je de Olavsleden niet noemen. Volgens Tommy’s statistieken gaat het om enkele honderden wandelaars per seizoen. Daarom zijn de accommodaties onderweg ook zo kleinschalig. In Lombäckstugan had ik een volledig ingericht tuinhuisje met houtkachel dat opgesteld stond in een weide aan de rand van een bos. Water tapte ik buiten uit een jerrycan en het natuurtoilet stond twintig meter verderop. Omdat het huisje niet voorzien was van gordijntjes scheen het daglicht al om halfvier ‘s ochtends naar binnen en was ik wakker, waardoor ik een lange ochtend heb kunnen genieten van het gekwetter van de jonge merels ergens in de berk voor mijn deur.

Bloemenweiden

Mijn wandelweek is vol van dat soort momenten. In hun bescheiden queeste naar ‘iets’, worden mijn gedachten met elke stap naar beneden gezogen, terug naar het hier en nu. Langetermijnplannen worden opgedoekt en verdwijnen helemaal onder in mijn rugzak.

De indrukwekkende Ristafall-watervallen. Beeld Jonathan Vandevoorde
De indrukwekkende Ristafall-watervallen.Beeld Jonathan Vandevoorde

Ik heb genoten van het gekwetter in die boom voor mijn deur en van het feit dat het ’s nachts niet donker werd. Van mijn poedelnaakte duik in het meer bij Solgården, van het oorverdovende geraas van de Ristafallen- en Tännforsen-watervallen en van eindelijk een échte cappuccino in dat barretje in Åre, op mijn allerlaatste dag. Ik heb me verbaasd over de prachtige bloemenweiden, over de honderden piepkleine kikkertjes die het pad allemaal tegelijk overstaken en over de eekhoorn die mij onverstoord secondenlang zat aan te staren vanuit de dennenboom. Ik hield ervan om tegen mijzelf te praten zonder dat iemand mij kon horen. Zelfs die eentonige bossen vond ik rustgevend– wat heeft Zweden toch ongelofelijk veel bomen! – en ook de kilometers­lange, rechte, saaie grindwegen die ze doorkruisen. Ik heb gevloekt op het tergende getik van de regen op mijn capuchon, op mijn kletsnatte schoenen en op die muggen, die verdomde muggen, die een gecoördineerde aanval lijken uit te voeren zodra je op een bospad welgeteld drie seconden stil durft te staan (écht: ik heb het met een stopwatch getimed!). En ik heb gemopperd over de zeurende pijn in mijn linkerknie die aan het eind van elke middag weer opkwam, heilig bronwater of geen heilig bronwater.

Ik ben alleen maar met dit soort gedachten bezig geweest. En met alleen maar dit soort gedachten. Telt dat ook niet mee als een klein beetje spiritualiteit?

Praktisch

Het Olafspad (St. Olavsleden) loopt van Sundsvall (Västernorrlands län) aan de Botnische Golf door Midden-Zweden over de Noorse grens naar Stiklestad en van daar zuidwestwaarts naar de basiliek in Trondheim. De route is 580 km lang en volgt tot Åre de brede rivierdalen waar ook de hoofdweg E14 door loopt. Deze route is niet te verwarren met de ­bekende Noorse Olavsleden die vanuit Oslo vertrekt.

Hoe er te komen?

Sneltrein vanaf Stockholm-Arlanda (luchthaven) tot Sundsvall (3,5 uur sporen). Er is ook een luchthaven in Östersund. Treinen tussen Sundsvall en Åre (sj.se). Lokaal rijden er bussen tussen de plaatsjes langs de E14.

Wandelen & slapen

Je passeert geregeld dorpen waar je voorraad kunt inslaan. Drinkwater is nergens een probleem (zelfs het ­water uit de meren kun je drinken). Soms liggen accommodaties (B&B’s) behoorlijk ver uit elkaar. Kamperen is overal toegestaan (‘allemansrecht’). De hele route is goed aangegeven met bordjes, maar de topografische kaarten (1:50.000) die je gratis kunt downloaden van stolavsleden.com blijven waardevol, ook voor het ­plannen van je trip.

Onze tips

• Museum Jämtli in Östersund – geschiedenis en cultuur van Jämtland, openluchtmuseum met acteurs, audiotoers in het Engels beschikbaar.

• Prehistorische rotstekeningen bij Glösa (etappe 13).

• Watervallen Ristafall (etappe 19) en Tännforsen (22), de hoogste van Zweden, in omgeving Åre.

Meer weten?

Op stolavsleden.com is alles te vinden, inclusief logeeradressen, downloadbare etappekaarten en gpx-tracks.

Meer over

Nu belangrijker dan ooit: steun kwaliteitsjournalistiek.

Neem een abonnement op De Morgen


Op alle artikelen, foto's en video's op demorgen.be rust auteursrecht. Deeplinken kan, maar dan zonder dat onze content in een nieuw frame op uw website verschijnt. Graag enkel de titel van onze website en de titel van het artikel vermelden in de link. Indien u teksten, foto's of video's op een andere manier wenst over te nemen, mail dan naar info@demorgen.be.
DPG Media nv – Mediaplein 1, 2018 Antwerpen – RPR Antwerpen nr. 0432.306.234