Dinsdag 16/08/2022

AchtergrondGroene vingers

Hoe begin je een moestuin? Deze zes stappen helpen je op weg

null Beeld Getty Images
Beeld Getty Images

Aan een moestuin heb je geen dagtaak, maar met zaaien en achteroverleunen red je het ook niet. De volgende zes stappen helpen je met het aanleggen van je eerste moestuin.

Loethe Olthuis

1. Kies de plek

Allereerst: waar komt je moestuin? Je groenten groeien het best op een plek die zo’n vier tot zes uur zon per dag krijgt. Heb je een kleine tuin? Bedenk dan hoeveel ruimte je voor je groenten wilt gebruiken. Eén vierkante meter kan al aardig wat opbrengen, als je het slim aanpakt en groenten teelt die je na elkaar kunt zaaien en oogsten. Of gebruik een of meerdere moestuinbakken: die kun je zelf maken of kant-en-klaar kopen, een uitkomst voor wie weinig ruimte heeft óf geen zin heeft in veel bukken. In een grotere tuin zijn ‘bedden’ met tegelpaadjes eromheen handig. Maak de paadjes niet te smal, je moet er goed overheen kunnen lopen of op je hurken kunnen zitten.

2. Zorg voor je grond

Niet elke tuingrond is direct geschikt voor een moestuin. Goede moestuingrond is luchtig, houdt water goed vast en bevat voldoende organische voedingstoffen. Heb je kleigrond? Die is vruchtbaar, maar zwaar: tere plantenwortels komen er moeilijk doorheen en spitten is een hele klus. Als je er wat zand en/of kokosvezel doorheen werkt, wordt de grond losser. Arme zandgrond profiteert van extra voedingsrijke compost. Vind je het lastig om te zien wat voor grondsoort je hebt? Koop (online) een grondtest of vraag een gratis grondtest met bijbehorend advies aan, bijvoorbeeld bij Welkoop-tuinwinkels. Moestuinbakken kun je het best vullen met een mengsel van biologische moestuingrond (daar zit geen kunstmest in) en potgrond op basis van kokosvezel.

3. Kies plantjes of zaadjes

Zorg dat je toekomstige moestuin(bak) onkruidvrij is, anders zie je straks het verschil met je plantjes niet meer. Je kunt twee dingen doen: jonge plantjes neerzetten, of zaaien. Voor allebei is wat te zeggen. Zaaien is goedkoper, maar bewerkelijker. Je moet vaak eerst ‘voorzaaien’, bijvoorbeeld in je huiskamer, en daarna de plantjes uitplanten. Maar sommige zaden, zoals bonen, courgettes, pompoenen en worteltjes, komen ook buiten gemakkelijk op. Voor een moestuinbeginner zou ik plantjes aanraden: wel biologische, want in een gezonde moestuin is er geen plek voor gif. Keus genoeg bij kwekers (ook op internet) en zelfs in een regulier tuincentrum. Maar of je nu plantjes of zaadjes kiest: zet ze niet te vroeg buiten, één keer nachtvorst of een hagelbui en je toekomstige groenteoogst is foetsie. Wacht ongeveer tot begin mei, door de klimaatopwarming vriest het daarna vrijwel nooit meer.

4. Welke groenten?

Welke groenten wil je kweken? Groenten die je lekker vindt! Radijsjes worden vaak aangeraden voor beginnende moestuiniers, maar niet iedereen lust ze (en in zwaardere grond groeien ze helemaal niet zo gemakkelijk). Kies bij voorkeur groentesoorten waar je gedurende langere tijd van kunt oogsten, zoals bietjes, pluksla, rucola, snijbiet, Nieuw-Zeelandse spinazie, worteltjes en kruiden als bieslook en peterselie. Die zaai of plant je één keer en je haalt er steeds af (of trekt uit) wat je nodig hebt. Ook van courgettes, tomaten en komkommers kun je maandenlang oogsten. Of zaai en oogst na elkaar: bijvoorbeeld eerst raapsteeltjes, dan sla, bonen en boerenkool. Kropsla en eenjarige kruiden als dille kun je prima meerdere keren per jaar zaaien.

Check hoe groot en breed je groenteplantjes worden. Op een vierkante meter kun je twaalf kroppen (pluk)sla kwijt, maar slechts één volwassen courgetteplant. Worteltjes gaan vooral de diepte in. Weinig ruimte, maar wel een muur op het zuiden? Maak een ‘klimrek’ van gaas. Daar kun je bijvoorbeeld peultjes, pronkbonen en doperwten, klimcourgettes of pompoenen over leiden.

5. Maak een mengelmoes

Keurige rijen van dezelfde groenten maken je planten vatbaarder voor insecten en ziekten, omdat die zo gemakkelijk ‘overspringen’. Ga mengen! Dat maakt je moestuin ook leuker om te zien. Zet kruiden als bieslook, munt, peterselie, rozemarijn, tijm en oregano tussen je groenten. Ze houden vraatzuchtige insecten en slakken weg en trekken bijen en vlinders aan, net als (eetbare) bloemen als borage, Oost-Indische kers en goudsbloemen. Ouderwetse afrikaantjes houden bodemaaltjes weg. Sommige planten groeien zelfs beter als ze bij elkaar staan, zoals ui en wortel of sla en bonen.

6. Geniet

Een moestuin is geen jaar hetzelfde. Het ene jaar kom je om in de boontjes, het jaar erna heb je nog geen handvol, maar oogst je twintig kroppen sla (niet alle sla in één keer zaaien helpt). Het weer, slakken, insecten, de aandacht die je geeft, alles heeft invloed. Laat je niet ontmoedigen. Verdiep je eens in sterke ‘ouderwetse’ groentesoorten, zoals snijbiet en brave hendrik. Word lid van een (moes)tuinvereniging. En blijf vooral genieten; van elke hap groente die je zelf hebt opgekweekt!

Kas of volle grond

Mediterrane groenten als courgettes en pompoenen doen het meestal prima in de buitenlucht, maar aubergine, basilicum, komkommer, koriander, paprika, pepertjes en tomaat redden het vaak niet in een Belgische zomer. Probeer het eens op een beschut plekje op het zuiden. Maar overweeg ook eens de aanschaf van een tuinkas(je), die heb je in alle soorten en maten. Met een kas verleng je bovendien de zomer: je kunt vaak nog oogsten tot aan de vorst. Kunststof kassen of ‘folietunnels’ zijn het goedkoopst en werken prima. Glazen kassen zijn mooier en gaan het langst mee. Zogenoemde ‘muurkassen’ nemen heel weinig ruimte in.

Meer over

Nu belangrijker dan ooit: steun kwaliteitsjournalistiek.

Neem een abonnement op De Morgen


Op alle artikelen, foto's en video's op demorgen.be rust auteursrecht. Deeplinken kan, maar dan zonder dat onze content in een nieuw frame op uw website verschijnt. Graag enkel de titel van onze website en de titel van het artikel vermelden in de link. Indien u teksten, foto's of video's op een andere manier wenst over te nemen, mail dan naar info@demorgen.be.
DPG Media nv – Mediaplein 1, 2018 Antwerpen – RPR Antwerpen nr. 0432.306.234