Woensdag 10/08/2022

InterviewDokter Servaas Bingé

‘Ik had zeven jaar geneeskunde gestudeerd en twee jaar huisartsgeneeskunde, maar iemand gezond houden kon ik niet’

null Beeld Geert Van de Velde
Beeld Geert Van de Velde

Nooit meer naar de dokter, zo doopte Servaas Bingé (42), zelf een arts, een paar jaar geleden zijn eerste boek. Het typeert zijn visie op geneeskunde: hij wil mensen niet genezen, hij wil voorkomen dat ze ziek worden. Net zoals hij momenteel doet in Da’s dikke liefde, het programma waarin hij samen met seksuologe Lotte Vanwezemael vier ‘gezette’ koppels begeleidt naar een gezonder leven. ‘De kritiek op dat programma was geen verrassing, maar we hebben echt iets moois gedaan met die deelnemers.’

Evelien Roels

Mogelijk kende u dokter Servaas Bingé al van De Cooke & Verhulst Show, waarin hij elke week een ander gezondheidsthema besprak, of van Schijtluizen, het Ketnet-programma waarin acteurs zich lieten bijten, steken of prikken door insecten of planten om te kijken wat er gebeurde. Maar mocht dat niet zo zijn, dan zult u hem intussen vast wel hebben opgemerkt, want Da’s dikke liefde veroorzaakte een mediastorm nog voor de eerste aflevering was uitgezonden. “Dat was geen totale verrassing, maar ik blijf tweehonderd procent achter het programma staan”, zegt hij.

Servaas Bingé: “De tv-ploeg belde me een hele tijd geleden. Ze hadden een Deens format gekocht – Big Love heet het programma daar – waarin mensen worden begeleid naar een gezonder leven en daardoor ook naar een betere relatie. Ze vroegen of ik interesse had om daaraan mee te werken. Ik was meteen enthousiast. Mensen gezond houden is mijn levensmissie, en bovendien leef ik graag volgens de ‘ja-tactiek’: ik zeg zelden nee op dingen.”

Jullie hebben vier koppels zes maanden lang gevolgd en begeleid.

Bingé: “We hebben echt iets moois met hen gedaan. Ik heb hen onlangs allemaal teruggezien – we hebben samen naar de eerste aflevering gekeken – en het zijn stuk voor stuk andere mensen. Ze staan veel dichter bij zichzelf en zijn gezonder. Zonder al iets te verklappen: er gaan nog heel mooie dingen gebeuren, dingen waarvan ik soms zelf stond te kijken.

“Het goede aan Da’s dikke liefde is dat de kandidaten zo herkenbaar zijn, van de jonge ouders tot de hardwerkende zelfstandigen die door hun ambitie zichzelf uit het oog verloren zijn. Voor hen is gezondheid geen prioriteit, zoals dat zelden het geval is bij mensen tot pakweg 50 jaar. In die leeftijdscategorie word je nog niet onmiddellijk afgerekend op een ongezonde levensstijl, je moet hoogstens eens wat langer recupereren na een avondje stappen. Maar wat die mensen nu doen, heeft wel degelijk gevolgen op lange termijn.”

De trailer van het programma was nog niet goed en wel uitgezonden of er kwam al kritiek. Bodypositivityactiviste Marijne Van Boeckel fulmineerde op Instagram: ‘Als dikke vrouw in een relatie stel ik mezelf de vraag: waar is dergelijk programma over slanke personen? Teren we op het leed, het zwoegen en zweten van personen in een voller lichaam?’

Bingé: “Dat komt door dat woordje ‘dik’ in de titel, denk ik. Ergens begrijp ik het wel. Toen ik die titel hoorde, dacht ik ook even: oei. Maar een titel moet je relativeren. Het programma had net zo goed ‘Door dik en dun’ kunnen heten – ik zeg maar wat. En wie het intussen gezien heeft, weet wel dat het over veel meer dan enkel gewicht gaat. Het gaat om de zoektocht van mensen, naar zichzelf en een gezondere levensstijl. Het is ook niet zo dat alle kandidaten veel overgewicht hebben.

“Ik vind die kritiek niet erg, maar het toont wel weer hoe gepolariseerd de wereld is. We moeten tegenwoordig over alles een mening hebben, en zijn we ergens niet voor, dan zijn we tegen. Ik vind dat geen positieve evolutie. Wat ontstaat uit een antigevoel, is niet constructief. Enkele diëtisten hebben kritiek geuit op het programma, ze vinden me hard. Af en toe grijp ik inderdaad kordaat in en schrap ik bijvoorbeeld alle snelle koolhydraten op iemands menu. Maar dat doe ik omdat het lichaam van die mensen in de verkeerde cyclus aan het draaien is. Die moeten we doorbreken, anders blijven ze sukkelen. Ik doe dat ook niet bij de eerste ontmoeting, maar bouw stap voor stap op, en pas wanneer ik voel dat hun intrinsieke motivatie groot genoeg is, ga ik een stap verder.

“Uiteindelijk heb ik hetzelfde doel als elke voedingsdeskundige en diëtist in België: mensen helpen die sukkelen met hun gewicht of met hun relatie met voeding. We hebben allemaal de mond vol van multidisciplinair samenwerken, laten we dat dan maar eens doen. We kunnen beter de koppen bij elkaar steken en van elkaar leren in plaats van de boel te polariseren.”

Diëtiste Celien Rombouts, auteur van het antidieetboek F*ck it, maandag start ik écht haalde uit naar het feit dat u de bodymassindex (BMI) gebruikt in het programma. Ook voedingsdeskundige Joshua Wolrich stelt in zijn boek Voeding is geen medicijn dat de BMI eigenlijk bij het vuilnis mag. ‘Uit studies blijkt dat een derde van de mensen met een gezonde BMI eigenlijk ongezond is en dat een derde van de mensen met het etiket ‘obees’ metabool gezond is’, zei hij.

Bingé: “Ze hebben gelijk: de BMI is maar één parameter. Ontwikkeld door een Belg, overigens, Adolphe Quetelet. Het is een handige manier om lengte en gewicht in een getal te vatten, en zeer geschikt voor grote groepen. Op individueel niveau zegt het inderdaad niet zoveel. Een basketter van 1 meter 95 die 120 kilo weegt, zal een te hoge BMI hebben en toch gezond zijn: dat zijn allemaal spieren. Precies daarom maken we in het programma gebruik van veel meer data dan enkel de BMI. We maken een volledige lichaamsscan die iets vertelt over spiermassa, botmassa, op welke plaatsen het vet zit. We onderzoeken het DNA, het bloed, de lichaamssamenstelling… Ik zal me nooit op één parameter focussen. Dat is net mijn grote overtuiging: meten is weten.”

Eigenlijk is het gek dat we nog een tv-programma over gezondheid nodig hebben. We weten allemaal dat we moeten bewegen en groenten eten, en toch lijken we daar maar niet in te slagen.

Bingé: “Omdat we foute gewoontes hebben. De patronen zitten er ingeslepen. Kijk naar onze kindertijd. Vielen we, dan werden we getroost met snoep en koek. Deden we iets goeds, dan werden we beloond met snoep en koek. Er worden van kleins af zenuwbanen gevormd in onze hersenen die troost en beloning associëren met voeding. Die haal je nadien niet zo snel meer weg.

“Eigenlijk zijn we door de jaren heen vervreemd geraakt van onze natuur. Ik hoorde onlangs een discussie over voeding voor kinderen. Een mama zei dat haar kind de gezonde dingen niet wilde eten, waarop ze het advies kreeg om artificiële voeding bij te geven. Ik ben zelf geen vader, dus mijn verontschuldigingen aan alle ouders, maar waarom luisteren we niet gewoon naar het kind? Als het op dat moment geen honger heeft, heeft het geen voeding nodig. Probeer het binnen een uur of twee nog eens. Als een kind echt honger heeft, zal het zijn groentjes wel eten. Noem het intuïtief eten, maar dat is onze natuur. Maar we zijn dat verleerd, we hebben geleerd om volgens de klok te eten.”

In Da’s dikke liefde raadt u verschillende deelnemers aan om aan intermittent fasting te doen: ze mogen dan enkel binnen bepaalde uren eten. U schreef daar ook een boek over, 16:8. Is dat dan ook niet eten volgens de klok?

Bingé: “Bij sommige deelnemers was dat vasten echt nodig. Zodra je eiwitten, vetten of koolhydraten binnenkrijgt, stijgt de insuline. En zodra er insuline in je lichaam circuleert, verbruik je geen vetten meer. Pas als de insuline weer op een basaal niveau komt, gaat ons lichaam het lichaamsvet aanspreken. Dan zit er dus maar één ding op: vasten. Of milder: snelle suikers weren.”

Gaan mensen zo niet in tegen hun natuurlijke gevoel van honger en verzadiging?

Bingé: “Dat is vrij complex. Er zijn verschillende soorten honger. Echte honger kennen wij niet. Wat wij hebben, is emotionele honger. We eten uit gewoonte. Of we hebben alleen maar trek in koolhydraten, zout of chips. Dat is honger die niet verzadigbaar is: na die eerste zak chips zul je nog een tweede willen. Precies daarom raad ik mensen aan om op hun snoepkast een blad te hangen met daarop in grote letters het woord ‘Waarom?’ Waaróm eet je? Omdat je een telefoontje moet doen, omdat je stress hebt? Laat de kast dan maar dicht.

“Pas op, het kan dat mensen een hongergevoel krijgen, zeker als ze net beginnen met intermittent fasting. Dan kunnen ze gerust iets te eten nemen, er is niets mis met luisteren naar je lichaam. Maar het is wel belangrijk om erbij stil te staan, want het hongergevoel dat je hebt na twaalf, dertien uur vasten, is eigenlijk geen echte honger. Dat is het moment dat het lichaam onze andere energiebronnen aanspreekt. We zijn er dus voor gemaakt.”

'Sommige diëtisten vinden me hard in ‘Da’s dikke liefde’. Af en toe grijp ik inderdaad kordaat in, maar soms moet je een cyclus doorbreken, anders blijven mensen sukkelen.' Beeld Play4
'Sommige diëtisten vinden me hard in ‘Da’s dikke liefde’. Af en toe grijp ik inderdaad kordaat in, maar soms moet je een cyclus doorbreken, anders blijven mensen sukkelen.'Beeld Play4

Hakken over de sloot

Da’s dikke liefde was niet het eerste programma waaraan u meewerkte.

Bingé: “Ik heb een tijd als sportarts gewerkt, en toen gaf ik weleens een interview aan Sporza. Ze vonden het tof dat ik complexe dingen simpel kon uitleggen, en ik vond dat zelf ook ontzettend fijn om te doen. Ik begon er boeken over te schrijven, en op een dag kreeg mijn uitgever telefoon van de redactie van De Cooke & Verhulst Show. Of ze misschien een arts kenden die op een bevattelijke manier over gezondheid kon praten? Ze dachten aan mij, ik ging auditie doen en mocht vervolgens elke week aanschuiven bij Gert, James en hun fantastische ploeg. Nadien kwam Schijtluizen, en nog later dus dat telefoontje van Da’s dikke liefde.”

Zitten er nog programma’s in de pijplijn?

Bingé: “Er staan enkele ideeën op papier, maar ik beslis daar natuurlijk niet alleen over. Ik zou het alleszins graag doen. Ik krijg enorm veel energie van die opdrachten. Voor mij komt daarin alles samen: mijn creatieve kant, mijn expressieve kant en mijn vakkennis.”

Als tiener droomde u ervan om acteur te worden.

Bingé: “Ik wilde dolgraag naar Studio Herman Teirlinck. Maar mijn vader vond dat ik eerst een diploma moest hebben, daarna mocht ik doen wat ik wilde.

“Aanvankelijk was ik van plan verpleegkunde te studeren. We hadden les gekregen over het DNA en hoe het menselijk lichaam in elkaar zit, en ik vond dat ontzettend boeiend. Maar mijn vader, zelf ook arts, zei: ‘Als dat jou interesseert, waarom dan geen geneeskunde?’”

Was u een goeie student?

Bingé: “In het middelbaar niet (lacht). Ik ben afgestudeerd met 56 procent. Met de vakken die me interesseerden, had ik geen moeite. Ik haalde ooit 40 op 40 op een godsdienstexamen. Dat ging over intuïtie en zo, dat boeide me. Maar al de rest was met de hakken over de sloot. Ik twijfelde of geneeskunde wel iets voor mij zou zijn, maar de cursussen van mijn vader leken me interessant en ik slaagde voor het ingangsexamen. Achteraf gezien is het wel raar: ik mocht naar de toneelschool als ik eerst een ander diploma haalde, en dan koos ik voor de langste studie die er is. Maar ik heb me die keuze nooit beklaagd.

“Het CLB, toen nog het PMS, raadde me trouwens ten stelligste af om geneeskunde te studeren. Zo zie je maar dat je nooit aan jezelf mag twijfelen door toedoen van een buitenstaander. Ik ben zo blij dat ik toen het lef had om fuck you te zeggen, en dat mijn vader me zo gestimuleerd heeft.”

U werd huisarts, net zoals hij.

Bingé: “Ik heb vijftien jaar heel intensief in mijn praktijk gewerkt, en combineerde dat met nachtdiensten op de spoedafdeling van het ziekenhuis. Achteraf bekeken was dat niet mijn beste periode. Ik was een ander mens: ik werkte me kapot, sliep te weinig, at voortdurend fastfood en ging ’s nachts nog pralines snoepen op de materniteit. Ik woog 95 kilo, wat voor mij veel te veel is. Dat kon niet blijven duren.

“De dreun kwam er in mijn privéleven. Ik stond op trouwen, maar dat huwelijk is twee weken voor de geplande datum afgesprongen. Nadien leerde ik opnieuw iemand kennen. We trouwden, maar het huwelijk liep slecht af. Ik ben in die periode heel ongelukkig geweest, maar nu ben ik op een bepaalde manier dankbaar dat het allemaal is gebeurd. Er zijn soms grote levensgebeurtenissen nodig om tot inzicht te komen. Ik besefte dat ik niet goed bezig was, dat ik dat ritme niet kon volhouden. Ik stopte met het nachtwerk, kort nadien kwam het aanbod om bij wielerploeg Vacansoleil en later Lotto Soudal te werken. Toen ben ik ook gezonder beginnen te leven en eten, en ben ik 25 kilo afgevallen. Ik kreeg weer energie om gelukkig en gezond in het leven te staan.”

‘Echte honger  kennen wij niet. Wat wij hebben, is emotionele honger. We eten uit gewoonte. Of we hebben alleen maar trek in koolhydraten,  zout of chips. Die honger is onverzadigbaar: na die eerste zak chips zul je nog een tweede willen.’ Beeld Geert Van de Velde
‘Echte honger kennen wij niet. Wat wij hebben, is emotionele honger. We eten uit gewoonte. Of we hebben alleen maar trek in koolhydraten, zout of chips. Die honger is onverzadigbaar: na die eerste zak chips zul je nog een tweede willen.’Beeld Geert Van de Velde

Allemaal topsporter

Als sportarts ontwikkelde u een heel nieuwe visie rond gezondheidszorg: u vindt dat artsen meer zouden moeten optreden als coaches en dat ze, in plaats van mensen te genezen, vooral zouden moeten proberen om mensen gezond te houden.

Bingé (knikt): “In de sportwereld voelde ik vrijwel meteen mijn incompetentie. Als huisarts was het relatief makkelijk: patiënten kwamen naar me toe met een klacht en ik schreef hun iets voor om die te verhelpen. In de sport was het net omgekeerd: mensen kwamen niet meer naar me toe omdat ze ziek waren, maar vroegen me hoe ik hen kon helpen om gezond te blijven. En ik had geen idee. Ik had zeven jaar geneeskunde gestudeerd en twee jaar huisartsgeneeskunde, maar iemand gezond houden kon ik niet. Ik heb me daarin vastgebeten, ben beginnen te lezen en te studeren. Zo is mijn visie gegroeid. Want uiteindelijk zijn we allemaal een beetje topsporters. Jonge ouders die kinderen opvoeden en voltijds werken, de CEO die duizend bordjes omhoog moet houden: we moeten allemaal de beste versie van onszelf zijn om optimaal te presteren, en het is voor iedereen belangrijk om zo gezond mogelijk te blijven.

“Sindsdien is het inderdaad mijn stokpaardje dat we als arts veel meer coach zouden moeten zijn. Dat woord is de laatste tijd misschien wat uitgehold, maar het blijft mooi: ‘coach’ is Engels voor ‘koets’, en een koets brengt mensen van punt A naar punt B. Dat moeten wij als zorgverleners ook doen. Mensen begeleiden naar een gezonder leven op de manier die bij hen past. We kunnen het probleem niet voor hen oplossen: als iemand me vertelt dat hij elke avond chips eet, kan ik niet alle chips in de wereld verstoppen. Maar ik kan die persoon wel helpen achterhalen waaróm hij zich zo gedraagt en hem begeleiden naar betere gewoontes. Precies zoals we doen in ‘Da’s dikke liefde’.”

Tijdens uw werk bij Lotto Soudal begeleidde u ook Stig Broeckx, de renner die na een zware val in 2016 in coma belandde en door zowat alle dokters werd opgegeven.

Bingé: “Ik was erbij op de dag van het ongeluk, ik zat in de volgwagen met sportdirecteur Marc Wauters. We hoorden op de radio dat er een massale valpartij was gebeurd. Het was chaos. Overal waren renners aan het kermen, er waren ambulances te kort. Dat was bijna rampengeneeskunde. Op een bepaald moment hoorde ik Kristof De Kegel, die nu trainer is van Mathieu van der Poel, roepen: Stig! Stig! Het was meteen duidelijk dat het heel ernstig was.”

null Beeld Geert Van de Velde
Beeld Geert Van de Velde

Stig maakte onlangs bekend dat hij papa wordt. Had u dat destijds durven te hopen?

Bingé: “Nee. In de weken na het ongeval had ik veel contact met zijn ouders, en elke keer moest ik een slechte boodschap brengen. Maar die mensen zijn altijd blijven geloven dat hij erdoor zou komen. Ze hebben een enorme vechtlust, en Stig heeft natuurlijk ook die topsportmentaliteit. Het is een prachtig voorbeeld van de kracht van je mindset. We gebruiken die te weinig in het leven.

“Het ongeval van Stig heeft er destijds wel mee toe geleid dat ik, na acht jaar, uit de topsport ben gestapt. Het jaar voordien was ik erbij in de Vuelta toen Kris Boeckmans zo zwaar ten val kwam. En in 2019 maakten we met het team de dodelijke val van Bjorg Lambrecht mee in de Ronde van Polen. Het zijn momenten die je niet wilt beleven. Ik begon steeds meer te denken: is een wedstrijd dit echt allemaal waard?”

Genen uitschakelen

U hebt sindsdien niet stilgezeten: u schrijft boeken, maakt tv-programma’s, geeft presentaties, werkt een dag per week als huisarts én richtte een eigen bedrijf op: Leadlife.

Bingé: “Leadlife is het vervolg van een bedrijf dat ik samen met techondernemer Jelle Van De Velde heb opgericht. Hij kwam bij mij op consultatie voor een sportkeuring, en daar heb je vooral veel data voor nodig. ‘80 procent van wat ik hier doe, kan de computer beter’, zei ik. Hij bleek in die sector te werken, hij maakte onder meer alle digitale toepassingen van Bumba en Piet Piraat voor Studio 100, en hij had net zijn bedrijf verkocht. We zijn beginnen na te denken, wat uiteindelijk de start-up emma.health heeft doen ontstaan – intussen omgedoopt tot Leadlife. Met dat platform brengen we de levensstijl van mensen volledig in beeld, onder meer door hun DNA, bloed, lichaamssamenstelling, fysieke staat en nog vele andere parameters te onderzoeken. Ze komen bijvoorbeeld te weten welke voedingsstoffen ze beter wel of niet kunnen eten om gezond te blijven, hoe ze optimaal kunnen bewegen en waar we ze kunnen verbeteren qua stress en slaap. Leadlife is klaar om de markt op te gaan, maar ik geloof dat we nog heel mooie dingen kunnen doen en dus blijven we nieuwe dingen ontwikkelen.”

Ligt daar de toekomst van de geneeskunde: in DNA-onderzoek?

Bingé: “Het is er zeker een deel van, maar de kennis gaat intussen verder dan dat. Zo weten we nu dat ook epigenetica een grote invloed heeft op onze gezondheid. Dat is de wetenschap die zich afspeelt rondom het DNA, en die stelt dat genen aan- en uitgeschakeld kunnen worden door omgevingsfactoren en levensstijl. Eenvoudig gezegd: we hebben goede genen, die ons gezond houden, en slechte genen, die ons ziek maken. Als we ongezonde keuzes maken, verstoppen we de goede genen en brengen we de slechte naar boven, waardoor we ziek worden. Van die mechanismes krijgen we een steeds beter beeld.”

Het gebruik van DNA en epigenetica lijkt steeds meer gecommercialiseerd te worden. Er zijn al bedrijven die op basis van iemands DNA gepersonaliseerde huidverzorging aanbieden. Is dat een goede evolutie?

Bingé: “Zolang er wetenschappelijk bewijs voor is: absoluut, ja. Innovatie kost een bom geld en moet betaald worden. Wij hebben ook een commercieel model rond onze start-up, anders raken we niet waar we willen raken. Kijk naar de eerste iPhone. Die kon eigenlijk niet veel, maar er was toch een groep die er veel geld voor wilde betalen. Dankzij die early adopters kon Apple doorgaan met de ontwikkeling ervan, en intussen kan een iPhone ongelooflijk veel. Met gezondheidsinnovatie zal het net zo gaan.

“Er wacht ons nog een hele uitdaging. Ik was laatst op de boekvoorstelling van Why Innovation Fails van Joachim De Vos, de man die onder meer TomorrowLab (onderdeel van het innovatieplatform Living Tomorrow, red.) heeft opgericht. Hij legde uit dat innovatie vastloopt omdat we ofwel te braaf zijn, ofwel te snel willen gaan. In de gezondheidszorg speelt vooral het zogenaamde solidariteitsprincipe een rol. Gezonde voeding is duurder dan fastfood. Bepaalde bloedtesten worden niet terugbetaald en zijn dus niet voor iedereen betaalbaar. We creëren een geneeskunde op twee snelheden, terwijl we net een voldoende grote groep nodig hebben zodat die nieuwe innovaties zich kunnen bewijzen, in een regulier systeem kunnen terechtkomen en zo goedkoper worden.”

Zijn er ethische grenzen? Kan iemands DNA bijvoorbeeld voorspellen of hij op een dag kanker zal krijgen? Er zijn ongetwijfeld mensen die dat niet willen weten.

Bingé: “Die ethische grenzen zijn er zeker. Je kunt je afvragen of het goed is om te weten dat je een aanleg hebt voor alzheimer. Daarom moet je alleen meten wat actionable is, waar je nog iets aan kunt veranderen. Een aanleg hebben voor iets geeft geen enkele zekerheid: iemand zonder genetische aanleg voor kanker kan toch kanker krijgen, als hij bijvoorbeeld in een huis vol asbest woont. Iemand met veel aanleg voor kanker kan, met een portie geluk, ervan gespaard blijven. DNA is een scenario, maar het is de acteur die de rol invulling geeft.

“Verschillende factoren bepalen je gezondheidstoestand. DNA is goed voor 30 procent. 20 procent heeft te maken met sociale omstandigheden, het gezin waarin je opgroeit en de omgeving. 10 procent wordt bepaald door onze gezondheidszorg. De overige 40 procent, het grootste deel, gaat over de keuzes die we maken, zoals voeding en beweging. Eigenlijk steken we als overheid en als maatschappij dus véél geld in iets wat maar voor 10 procent bijdraagt aan onze gezondheid. Ook daar zie ik nog een grote uitdaging voor de toekomst.”

Wat moeten we nu precies doen om gezond te blijven?

Bingé: “Ik raad altijd aan om volgens de 80-20-regel te leven. Als je in tachtig procent van de gevallen een gezonde keuze maakt, zit je goed. Ik doe dat zelf ook. Ik koop bijvoorbeeld nooit brood, maar op restaurant ben ik de eerste die in de broodmand graait. Ik eet heel gezond, maar deze zomer kun je me perfect betrappen op een terras met een pizza voor mijn neus. Het hoeft niet allemaal zwart-wit te zijn.”

‘Ik heb vijftien jaar heel intensief in mijn dokterspraktijk gewerkt, en combineerde dat met nachtdiensten op de spoedafdeling. Ik werkte me kapot, sliep te weinig, at voort durend fastfood en woog 95 kilo. Dat kon niet blijven duren.’ Beeld Geert Van de Velde
‘Ik heb vijftien jaar heel intensief in mijn dokterspraktijk gewerkt, en combineerde dat met nachtdiensten op de spoedafdeling. Ik werkte me kapot, sliep te weinig, at voort durend fastfood en woog 95 kilo. Dat kon niet blijven duren.’Beeld Geert Van de Velde

In het spoor van K3

Is die toneelopleiding er ooit nog van gekomen?

Bingé: “Nee. Ik ben nog een keer gaan kijken toen ik een jaar of 30 was, maar mijn pad lag toen al te veel in een andere richting. En ik zou tussen mensen van 18, 19 jaar zijn terechtgekomen, die kloof leek me te groot. Ik wist toen nog niet dat ik televisie zou gaan maken, maar ik had wel het gevoel dat ik mijn creativiteit elders kwijt zou kunnen. En wie weet komt dat acteren er ooit nog van.”

Het podium van het Eurovisiesongfestival hebt u intussen al wél gehaald. Of toch dat van de Belgische voorronde.

Bingé (lacht): “Klopt, lang geleden. In mijn studententijd had ik een bandje, samen met mijn broers en een paar andere muzikanten. We hadden wat nummers geschreven, en eerder als grap diende ik zo’n nummer in voor Eurosong, de Belgische voorronde van het Songfestival. We mochten auditie doen en werden geselecteerd voor de eerste ronde. Waar jurylid Marcel Vanthilt ons vervolgens deskundig met de grond gelijk maakte.”

Dat deed hij met K3 ook, en zie wat daarvan is geworden!

Da’s dikke liefde; VIER, maandag 13 juni, 20.35 uur

© Humo

Meer over

Nu belangrijker dan ooit: steun kwaliteitsjournalistiek.

Neem een abonnement op De Morgen


Op alle artikelen, foto's en video's op demorgen.be rust auteursrecht. Deeplinken kan, maar dan zonder dat onze content in een nieuw frame op uw website verschijnt. Graag enkel de titel van onze website en de titel van het artikel vermelden in de link. Indien u teksten, foto's of video's op een andere manier wenst over te nemen, mail dan naar info@demorgen.be.
DPG Media nv – Mediaplein 1, 2018 Antwerpen – RPR Antwerpen nr. 0432.306.234