Vrijdag 21/01/2022

InterviewMoïra Mikolajczak

‘Laat ons stoppen met alleen de mooie momenten te delen’: hoe ontwijkt u de parentale burn-out?

null Beeld Joris Casaer
Beeld Joris Casaer

Toegeven dat het ouderschap, naast mooi, ook ontzettend zwáár kan zijn: het blijft moeilijk. Professor psychologie Moïra Mikolajczak schreef een boek over de fameuze parental burn-out.

Stijn De Wandeleer

Toen Moïra Mikolajczak (UCLouvain) enkele jaren geleden in de media begon te praten over parentale burn-out, kenden de meeste mensen dat begrip nog niet. Ouders die met een burn-out te maken kregen, wisten vaak niet wat hen overkwam en bleven daardoor veel langer met hun klachten zitten. “Ik heb hier ouders zien aankomen in een toestand die je je niet kunt inbeelden”, zucht Mikolajczak. Vandaag belanden ouders met een burn-out gelukkig een pak sneller bij de juiste hulp. “Een goede zaak, want dan verloopt de behandeling ook veel sneller.”

Mikolajczak verdiept zich aan de UCLouvain al ettelijke jaren in de oorzaken en gevolgen van burn-out bij ouders. Uit wetenschappelijke interesse, dat zeker, maar de professor psychologie heeft ook een persoonlijke queeste: ooit worstelde ze immers zélf met een parentale burn-out. Over de precieze oorzaken daarvan wil ze het in de krant liever niet hebben, waardevoller vindt ze het om de schijnwerpers te richten op het wetenschappelijke bewijs dat parentale burn-out niet alleen bestaat, maar dat het ook nog eens een pak vaker voorkomt dan we denken.

Uit een onderzoek naar het aantal burn-outs bij ouders in 42 landen belandde België zelfs op de eerste plaats. Eén ouder op de twaalf zou bij ons aan een parentale burn-out lijden. Dat zijn hoge cijfers.

“Ja, ongeveer 8 procent van de Belgische ouders kampt ermee. De ranking is wel wat veranderd sinds de pandemie: nieuw onderzoek toont aan dat in de Verenigde Staten ondertussen ongeveer één op de tien ouders aan een burn-out lijdt. Maar België staat nog steeds in de top drie, hoor. Burn-out bij ouders is duidelijk een westers fenomeen. In Afrikaanse of Aziatische landen komt het minder vaak voor.”

Hoe komt dat?

“Daar moet nog meer onderzoek naar gevoerd worden. Wat wel zeker is, is dat het individualisme in westerse landen het ouders alleen maar moeilijker heeft gemaakt. Ouders krijgen bij ons minder ondersteuning van hun omgeving bij de opvoeding van hun kinderen, terwijl al meermaals is aangetoond dat je weerbaarder bent voor stress als je een breed sociaal vangnet hebt. ‘It takes a village to raise a child’, zo luidt het Afrikaanse gezegde. Dat dorp hebben we niet in westerse landen.

“Bovendien brengen we, als individualistische mensen, kinderen groot die zelf heel goed op de hoogte zijn van hun eigen noden en wensen. Dat bemoeilijkt de rol als ouder, want je moet altijd discussiëren en be­argumenteren waaróm je bepaalde keuzes maakt. In westerse landen hangen we ook nog eens het milde ouderschap aan: we moeten positieve emoties tonen aan onze kinderen, terwijl we ons verdriet of onze twijfels voor hen proberen te verbergen. In bedrijven waar werknemers hun negatieve gevoelens moeten verstoppen, ligt de kans op een burn-out veel hoger. We zien een gelijkaardige tendens bij ouders die hetzelfde doen.”

Hebben niet alle ouders het gevoel dat de opvoeding van hun kinderen bij momenten ontzettend veel van hen vraagt?

“Die vraag krijg ik vaak: is het ouderschap niet altijd stresserend? Hebben niet alle ouders een burn-out? Daarom hebben we de hoeveelheid stress gemeten die ouders met een burn-out ervaren, en die vergeleken met de resultaten van ouders zonder burn-out. Dat deden we door de cortisolwaarden op een haarlok te meten, die een objectieve indicatie geven van hoeveel stress iemand de voorbije drie maanden gehad heeft.

“Wat bleek? De cortisolwaarden van ouders met een burn-out lagen dubbel zo hoog als die van ouders uit een gelijkaardige socio-economische klasse en met eenzelfde gezinssamenstelling die níét in een burn-out zaten. Ouders met een parentale burn-out hadden zelfs hogere cortisolwaarden dan mensen met chronische pijn of slachtoffers van partnergeweld. Het ouderschap is voor iedereen stresserend, maar er zijn toch nog verschillen.”

‘We moeten ophouden met alleen de mooie kanten te tonen Op sociale media. Veel ouders delen wel de verjaardagsfeestjes, maar niet de woede-uitbarstingen.’ Beeld Joris Casaer
‘We moeten ophouden met alleen de mooie kanten te tonen Op sociale media. Veel ouders delen wel de verjaardagsfeestjes, maar niet de woede-uitbarstingen.’Beeld Joris Casaer

Je eigen cortisolwaarden meten zit er voor de meeste ouders niet in. Hoe kun je zelf achterhalen of je met een parentale burn-out te maken hebt?

“Het eerste teken aan de wand is extreme uitputting. Dat is nog iets anders dan vermoeidheid: als je moe bent en je slaapt drie of vier nachten goed, dan herstel je daarvan. Uitputting is anders: je wordt ’s ochtends wakker, en alleen al het idee van iets voor of met je kinderen te moeten doen, is er te veel aan.

“Ouders met een burn-out nemen na een tijd ook meer afstand van hun kinderen. Ze hebben al zo weinig energie, en de energie die hen rest, proberen ze voor zichzelf te houden. Uiteindelijk verliezen ze ook alle voldoening en plezier in het ouderschap. Ze houden wel nog steeds van hun kinderen – een belangrijke nuance – maar als ze tijd met hen door­brengen, domineren toch vooral uitputting en irritatie. En ten slotte is er in een parentale burn-out altijd sprake van een contrast met de ouder die je voordien was. Niet elke ouder die op zijn kind staat te tieren heeft een burn-out, maar als je vroeger voldoening haalde uit het ouderschap en nu niet meer, dan is er misschien wel iets aan de hand.”

Wat moeten we ons voorstellen bij ouders die afstand nemen van hun kinderen?

“Ouders met een burn-out vervullen hun ouderrol na een tijd vaak op automatische piloot. Ze hebben het gevoel dat ze zich gedragen als een robot, en dat ze enkel kunnen ademen als hun kinderen in bed liggen. Ze voelen zich ook niet meer verbonden met hun kinderen. Een voorbeeld: als je kind terugkomt van school, en het is triest of het huilt, dan zou je normaal vragen wat er gebeurd is. Maar als iemand zo uitgeput is, kan die soms de energie niet meer opbrengen om echt te luisteren of om connectie te maken met z’n kind.

“Natuurlijk is het normaal dat elke ouder zich op sommige dagen uitgeput en overweldigd voelt. Het wordt pas een probleem als dat gevoel langer dan twee weken blijft hangen. Bij sommige ouders sleept dat gevoel zelfs maanden of jaren aan.”

Opvallend: ouders met een kroostrijk gezin lopen niet noodzakelijk meer kans om in een parentale burn-out te belanden dan ouders met één kind. Hoe komt dat?

“Dat was ook één van onze grootste verrassingen. We dachten altijd: iemand met vijf kinderen zal wel aanzienlijk meer risico lopen op een parentale burn-out. Zoals we ook veronderstelden dat iemand met een groot huis het minder moeilijk zou hebben dan een gezin dat in een klein appartementje samenleeft. Of dat jonge kinderen meer druk op de ouders zetten dan pubers. Maar al die factoren bepalen slechts in zeer kleine mate het risico op een burn-out.

“Een belangrijkere indicator is de persoonlijkheid van de ouder. Heel perfectionistische ouders lopen meer risico op een burn-out. Ook ouders die geen praktische of emotionele ondersteuning krijgen van hun partner, maken meer kans om in het rood te gaan. De relatie tussen ouder en kind durft ook weleens voor problemen te zorgen: als je je kind niet kan doen gehoorzamen, of als je enorm van karakter verschilt, ligt de tol op de ouder een pak hoger.”

Wat kun je zelf doen om een burn-out te voorkomen?

“Het helpt om het ouderschap te zien als een weegschaal met aan de ene kant alles wat stress veroorzaakt, en aan de andere kant alle manieren om met die stress om te gaan. ­Ouders met een burn-out gaan te lang gebukt onder de aspecten van het ouderschap die hen uitputten, zonder genoeg ondersteuning of verlichting om het leefbaar te houden. Wanneer ouders bij mij langskomen, maken we daarom eerst samen een lijst waarin we alle activiteiten zetten die hen energie kosten, en een lijst met wat hen energie geeft in hun ouderrol. Veel ouders vinden dat voortdurende van school naar hobby’s hollen heel vermoeiend, voor anderen is koken of huiswerk maken slopend.

“De stressoren die vaak terugkomen, moet je eerst aanpakken. Voor sommige ouders kan dat betekenen dat ze een paar keer per week een kant-en-klaarmaaltijd meenemen uit de winkel, of dat ze een andere ouder inschakelen met wie hun kind kan meerijden naar de voetbaltraining. Als huiswerk veel energie opslokt, is er misschien wel iemand in de buurt die bijlessen geeft en die dat werk van je kan overnemen. Dat kost wat meer, maar de stress die je er van dag tot dag mee verlicht, maakt dat het vaak wel waard.”

‘Had je een stresserende dag op het werk, zeg dat dan gewoon. Kinderen voelen die afgeschermde emotie toch, dan is het beter om er woorden aan te geven.’ 
 Beeld Joris Casaer
‘Had je een stresserende dag op het werk, zeg dat dan gewoon. Kinderen voelen die afgeschermde emotie toch, dan is het beter om er woorden aan te geven.’Beeld Joris Casaer

Stel: het gaat toch mis, en je belandt in een parentale burn-out. Wat kan je doen om uit dat dal te klauteren?

“Hulp zoeken is dan de enige oplossing. Als je zo uitgeput bent, kan je die ouderschapsbalans niet meer zelf in evenwicht brengen. Daarvoor moet er echt eerst een professional helpen, die kan luisteren en al die pijn een plek geven. Veel ouders denken dat hun situatie hopeloos is omdat hun partner niet helpt in het ouderschap of omdat hun kinderen moeilijk zijn. Maar we zien dat behandeling van burn-out heel effectief is. Dat moet ook de centrale boodschap zijn: ouders die het moeilijk hebben, kunnen geholpen worden.”

Je moedigt ouders ook aan om het perfectionisme te laten varen, en om in plaats daarvan een ‘goed genoeg-ouder’ te worden. Hoe doe je dat?

“We moeten ophouden met enkel de mooie kanten van het ouderschap op sociale media en met vrienden te delen. Veel ouders delen wel de mooie verjaardagsfeestjes, maar niet de woede-uitbarstingen van hun kroost. Daarmee zadelen we andere ouders alleen maar op met extra druk om zelf ook een foutloos parcours af te leggen.

“Het helpt ook om je kijk op perfectie, die zoveel ­ouders nastreven, te veranderen. Want als we zélf de hele tijd geen steken willen laten vallen, leggen we die druk ook op onze kinderen. Dat is toxisch: je ontneemt hen daarmee de mogelijkheid om menselijk te zijn; om te falen, en om hun worstelingen te tonen. Als we hen daarentegen laten zien dat we het ook af en toe moeilijk hebben, zullen zij ook veel meer vrijheid ervaren om hun emoties te uiten.”

Ouders moeten dus opener zijn over hun eigen emoties tegen hun kinderen?

“Dat kan ik niet genoeg benadrukken. Kinderen zullen later sowieso met negatieve emoties geconfronteerd worden, bijvoorbeeld door hun baas of bij vrienden. Als ze die gevoelens thuis nooit hebben gezien, zullen ze ook niet weten hoe ze er bij anderen mee moeten omgaan. Als je een stresserende dag op het werk hebt gehad, kan je dat gerust vertellen tegen je kinderen. Zo leert een kind dat het normaal is dat het werk niet élke dag leuk kan zijn, en kan het zijn of haar gedrag zelfs bijsturen, door zich bijvoorbeeld wat minder moeilijk te gedragen. Kinderen voelen al die afgeschermde emotie toch, dan is het beter om er woorden aan te geven.”

Ondertussen stijgen ook de coronacijfers weer. Zullen er daardoor meer ouders in een burn-out belanden?

“In België zagen we tijdens de eerste lockdown dat het aantal parentale burn-outs in die periode hetzelfde is gebleven. Maar die cijfers vertellen niet het hele verhaal. Voor een derde van de ouders bleef de stress die ze door het ouderschap ervaarden hetzelfde. Weer één derde van de ouders had het tijdens de lockdown opmerkelijk zwaarder met de opvoeding van hun kinderen. Maar voor een laatste groep ging het tijdens de pandemie ook beter, omdat ze hun kinderen bijvoorbeeld niet meer naar sportlessen of hobby’s moesten brengen. De quarantaine had hun voornaamste stressoren weggeveegd. Maar ik ben ervan overtuigd dat, als je je situatie nauwkeurig onder de loep neemt, je dat soort beslissingen vaak zelf kunt maken, zonder dat een pandemie het voor je moet doen.”

null Beeld Joris Casaer
Beeld Joris Casaer

Drie tips om parentale burn-out te voorkomen

1. Wees geen perfecte ouder, maar een ‘goed genoeg-ouder’

“Voor de ene ouder kan dat betekenen dat je twee keer per week een kant-en-klaarmaaltijd koopt, voor de andere het schrappen van een hobby die zijn of haar kind eigenlijk toch niet zo leuk vindt. Sta jezelf toe om je limieten en eigen emoties wat meer gewicht te geven in de opvoeding van je kind.”

2. Wees open over moeilijkheden

“Openheid is belangrijk bij zowel je partner als vrienden en familie. Veel ouders gebruiken humor wanneer ze met vrienden over de moeilijke kanten van het ouderschap praten, maar daardoor kunnen die vrienden de ernst van de situatie niet inschatten, en dus ook geen ondersteuning bieden.”

3. Bewaar een logboek met de positieve momenten

“Op die manier dwingen we onze hersenen om de leuke momenten vast te houden – zelfs de meest onbeduidende, waarop de relatie met onze kinderen rustig was. Daar kun je naar teruggrijpen als je het moeilijker hebt. Het is verboden om negatieve dingen in het logboek te schrijven.”

Ouders zijn ook maar mensen van Moïra Mikolajczak en psychologe Isabelle Roskam verscheen bij uitgeverij Lannoo, 208 p’s, 21,99 euro

Meer over

Nu belangrijker dan ooit: steun kwaliteitsjournalistiek.

Neem een abonnement op De Morgen


Op alle artikelen, foto's en video's op demorgen.be rust auteursrecht. Deeplinken kan, maar dan zonder dat onze content in een nieuw frame op uw website verschijnt. Graag enkel de titel van onze website en de titel van het artikel vermelden in de link. Indien u teksten, foto's of video's op een andere manier wenst over te nemen, mail dan naar info@demorgen.be.
DPG Media nv – Mediaplein 1, 2018 Antwerpen – RPR Antwerpen nr. 0432.306.234