Vrijdag 22/10/2021
null

AchtergrondVoeding

Mensen voelen zich opgeblazen na het eten van een pasta. En nu evolueert ons eetpatroon sneller dan ooit

Beeld Joren Joshua

Onze voedingsvoorkeuren zijn altijd al onderhevig geweest aan verschuivingen, maar de laatste jaren lijkt wat er op ons bord en in ons winkelmandje ligt sneller te evolueren dan ooit. Hoe komt dat, en wat brengt de toekomst? ‘We bevinden ons op een kantelpunt in de geschiedenis.’

Het is een teken aan de wand. Studentenrestaurant Alma van de KU Leuven maakte bekend dat het de werking grondig zal moeten herzien omdat het in slechte papieren zit. De boosdoener is niet corona, wel het veranderde eetgedrag van studenten, zei Stefaan Saeys, de voorzitter van de raad van bestuur van Alma vzw, aan de Mediahuis-kranten. “De tijd is voorbij dat die op de middag aardappelen met bloemkool en worst aten.” Saeys haalt ook de gestegen concurrentie van supermarkten aan, die een groot gamma aan kant-en-klaarmaaltijden hebben, of ketens zoals Exqi of Foodmaker, die betaalbare gezonde salades aanbieden. Steeds meer studenten hebben bovendien minstens een microgolfoven op kot waarmee ze makkelijk zelf kunnen ‘koken’.

Deze verandering in het voedselpatroon is uiteraard niet eigen aan Vlaamse studenten. Over heel de wereld zien we een verschuiving, zo tonen nationale en internationale studies aan. We snacken veel meer, waardoor de klassieke drie maaltijden per dag in het gedrang komen. We eten veel meer buitenshuis of bestellen vaker en zijn bovendien ook gewend aan meer exotische smaken en gerechten. En dan is er nog de versterkte focus op duurzaamheid en gezondheid.

Wakamecrackers

“Het is logisch dat jonge mensen daar een voortrekkersrol in spelen. Zij passen zich nu eenmaal sneller aan”, zegt professor emeritus geschiedenis Peter Scholliers (VUB), die de rol van voeding bestudeert. “Zo moet ik mijn ouders niet vragen om naar een sushirestaurant te gaan, maar toen er een paar jaar geleden insectenburgers werden geserveerd in onze kantine gruwelde ik dan weer, terwijl mijn studenten geprikkeld waren. Dat is eigen aan jong zijn. We willen dingen uitproberen en ontdekken zo ook nieuwe smaken.”

Wanneer de koopkracht van kookgrage jongeren die vragen om wakamecrackers en sriracha toeneemt, volgt ook de rest van de sector. “Neem nu het gebruik van koriander. Vroeger kwam je het enkel tegen in culinaire bladen en oosterse kookboeken. Wanneer je het in een recept wilde gebruiken, moest je daarvoor naar een gespecialiseerde winkel. Tegenwoordig is koriander haast banaal geworden en kan je het in iedere kleine supermarkt kopen - ook omdat het ondertussen dicht bij huis, in Nederlandse serres, geteeld wordt.”

Bovendien weten we ook steeds meer over wat we door onze keel laten glijden. Eén blik op de evolutie van onze voedingsdriehoek toont aan dat de voedselwetenschap en de bijhorende adviezen constant evolueren. Wat Scholliers wel opvalt is dat die veranderingen in ons voedingspatroon veel sneller ingeburgerd geraken dan vroeger en dat ze op grotere schaal worden doorgevoerd. “Dat heeft slechts deels te maken met een grotere bewustwording wat ons eten betreft”, zegt de historicus die dit jaar het boek Brood uitbracht, over een voedingsmiddel dat deze evolutie perfect illustreert.

“Wit brood heeft heel lang zijn status kunnen vasthouden, zelfs al was het product dankzij broodfabrieken heel goedkoop geworden. Voedingswetenschappers verkondigden al decennia dat bruin brood gezonder was, maar toch heeft het bijna zestig jaar geduurd eer die kanteling er in de jaren negentig kwam. Sterker nog: het zogenaamde ‘expobrood’ van de jaren vijftig is het witste brood dat België ooit gekend heeft.” Wit brood was zodanig in zwang dat bakkers destijds tot het uiterste gingen om toch maar het witste, zachtste brood op de plank te kunnen leggen - vaak ten koste van het brood zelf. Hetzelfde zag Scholliers ook gebeuren met vlees: wat zo lang een luxeproduct was, werd betaalbaarder door het opzetten van megastallen waarin dieren in erbarmelijke omstandigheden hun dagen slijten en boeren het water aan de lippen hebben door de prijzenslag met goedkope, waterige kipfilets in de supermarkten.

Bloemkoolrijst

Volgens Scholliers is het niet alleen belangrijk om te wéten dat iets gezonder is, het is ook noodzakelijk dat gezondheid voor jou een belangrijke waarde is. “Toen de dieetkunde opkwam in de late jaren veertig hadden we net twee wereldoorlogen en bijhorende rantsoeneringen achter de kiezen. Het devies gold dat we vooral veel en goed moesten eten. Daarom dat sommigen nu vasthouden aan bijvoorbeeld vlees, het heeft voor hen nog die luxestatus, ze kunnen het zich veroorloven.”

Jongeren zijn vandaag veel bewuster bezig met gezonde voeding. Niet dat studenten nu geen frietje meer wegsteken na een avondje uit, maar ze kopen ook selder om tijdens het studeren te snacken omdat een TikTokker hen heeft gezegd dat de vezelrijke groente hen zou helpen om minder calorieën te consumeren. Net omdat de voedingswetenschap groeit en ook wijdverspreid wordt, komen we er steeds meer mee in aanraking. Dat er in supermarkten plots veel meer glutenvrije producten beschikbaar zijn, is niet omdat inkopers plots bezorgd zijn om het welzijn van coeliakiepatiënten, wel omdat er een toenemende vraag is van mensen die zich opgeblazen voelen na het eten van een pastaatje en dankzij dokter Google een diagnose krijgen. Van pasta gesproken: dieetgoeroe’s hebben ons doodsbang gemaakt van koolhydraten, waardoor vervangers als bloemkoolrijst ook een plekje krijgen op ons menu.

Die toenemende kennis situeert zich trouwens niet enkel in het domein van de diëtiek. Scholliers herinnert zich dat hij, toen hij vijftien jaar geleden met zijn onderzoek begon, een uitzondering was op zijn faculteit geschiedenis. “Vandaag wordt de rol van voeding onderzocht in verschillende academische disciplines, van de psychologie tot de archeologie.”

Zo eten we gefermenteerde kool om onze darmflora te herstellen omdat we nu weten dat gut health samenhangt met mental health. We doen ofwel aan intermittent fasting of eten net om het halfuur iets kleins ‘om het oventje brandend te houden’. Het is veel, het is vermoeiend, en net die sensatie zet op zijn beurt wéér een nieuwe voedseltrend in gang: het terugkeren naar zogenaamde échte, pure voeding. Wie vandaag niet in de buurt van een artisanale hipsterbakkerij woont kan nooit een goed weekend beleven, boerenkool uit eigen moestuin is een statussymbool en de havermoutpap die uw grootmoeder at noemen we nu overnight oats. We snakken naar duidelijkheid, maar uiteindelijk resulteert ook dat weer in extra keuzestress in het koelvak. ‘Ambachtelijke hoeveyoghurt’ prijkt naast potjes met andere opschriften die ons over de streep willen trekken: ‘bron van proteïnen’. ‘Zonder toegevoegde suikers’. 'Lactosevrij'. 'Griekse stijl’. 'Met actieve bifidus’.

Havermelkelite

Wat je vervolgens uit het rek neemt, weegt veel zwaarder in je tas dan wat de verpakking aangeeft. Voeding is immers altijd al meer geweest dan een zuivere energiebron. Het is een sociale tool, het schept banden en creëert groepen en het helpt onze identiteit af te bakenen – wijsheid die verscholen zit in de dooddoener ‘je bent wat je eet’. Wanneer iemand zegt dat die geen vlees eet, keto of lightproducten verkiest, koppel je daar meteen een heleboel eigenschappen en waarden aan. We kiezen in de winkel niet enkel op basis van wat er voorradig is, wat we lekker vinden en wat we kunnen betalen, maar ook datgene waarmee we een boodschap uitsturen over onszelf. We weten dat onze keuze een verschil kan maken.

“Je ziet heel duidelijk: de verandering in het voedselpatroon komt niet vanuit de bestaande industrie. Ook de overheid is traag, kijk maar naar de bio-industrie”, zegt Julia Rijssenbeek, die aan de universiteit van Wageningen doctoreert rond de ethiek van biotechnologie en de toekomst van voeding. “Die verschuiving komt vanuit een groep consumenten die zegt: dit willen we meer, of niet meer, op ons bord. En vanuit de technologie die dat mogelijk maakt.” Toch krijgt die zogenaamde havermelkelite ook behoorlijk wat kritiek te slikken. “Het klopt dat de avocado die ze op hun toast willen vaak van ver komt en veel water nodig had. Veel vleesalternatieven zijn ook nog niet duurzaam. Maar we zitten in een overgangsperiode. Dat zie je ook aan de benaming van producten. Toen de eerste auto op de markt kwam, werd die ‘horseless carriage’ genoemd, net zoals we nu ook ‘vleesvervangers’ hebben. Voor een kind van de komende generatie dat opgroeit zonder vlees is dat een vreemd concept, dus die benaming gaat er ook wel weer uit, net zoals het idee dat die producten op vlees moeten lijken.”

Vegetarische hamburgers. Beeld ANP
Vegetarische hamburgers.Beeld ANP

Volgens Rijssenbeek zal er de komende jaren veel meer geïnvesteerd worden in zulke transitieproducten en de cijfers geven haar gelijk. Momenteel is de globale markt voor vleesvervangers 20,7 miljard dollar waard. Euromonitor verwacht dat ze tegen 2024 zal groeien tot 23,2 miljard dollar. Natuurlijk is ook deze sector niet vrij van problemen, maar hoe meer erin geïnvesteerd wordt, hoe meer hij op punt kan komen te staan. “Neem nu de aversie tegen kweekvlees of tegen genetische modificatie van gewassen. Die alternatieven zouden niet natuurlijk zijn, maar niets dat vandaag op ons bord ligt is helemaal natuurlijk”, aldus Rijssenbeek. “Al duizenden jaren grijpt de mens in biologische processen in om voedsel te verbouwen. De broccoli en de bloemkool zoals we die vandaag kennen en eten, zijn niet de gewassen die ‘in de natuur’ voorkomen, maar zijn tot stand gekomen door inmenging van de mens. Voedsel is altijd technologisch.” Ook de rol van technologie is veranderd. Waar technologische vooruitgang vroeger gedreven werd door wat mogelijk was en om productie op te schalen, wordt ze nu vooral ingezet voor wat nodig is. Het tegengaan van de verschraling van ecosystemen en biodiversiteit. Het terugdringen van verspilling. Het creëren van alternatieven voor onze consumptie van dierlijke producten.

Je hoeft immers geen geitenwollensok te zijn om je te realiseren dat de toekomst van ons voedingspatroon allicht voor een groot stuk plantaardig zal zijn. Van de aanbevelingen die vervat zitten in de (omgekeerde) voedingsdriehoek van Vlaams Instituut Gezond Leven tot internationaal onderzoek naar ons microbioom: wat goed lijkt te zijn voor de planeet lijkt ook goed te zijn voor ons. In 2017 bracht het wetenschappelijke tijdschrift The Lancet 37 internationale wetenschappers uit verschillende vakgebieden, gaande van landbouw tot klimaat, samen in een groot onderzoeksproject dat twee jaar lang zocht naar wetenschappelijke consensus over wat nu precies een gezond en duurzaam voedingspatroon is. Ook dit ‘EAT Lancet Planetary diet’ promoot meer noten, meer peulvruchten, meer groenten en fruit en minder vlees en vis.

Opvallend: er zijn ook oren naar die aanbevelingen, zegt Rijssenbeek. “Het momentum is er, jongeren en wetenschappers voeren steeds meer druk uit op bedrijven en politici. In september houden de Verenigde Naties (VN) een wereldtop over voedselsystemen, de Food Systems Summit, om te bekijken hoe we die kunnen transformeren. Ik denk echt dat we ons op een kantelpunt in de geschiedenis bevinden wat voeding betreft.”

Meer over

Nu belangrijker dan ooit: steun kwaliteitsjournalistiek.

Neem een abonnement op De Morgen


Op alle artikelen, foto's en video's op demorgen.be rust auteursrecht. Deeplinken kan, maar dan zonder dat onze content in een nieuw frame op uw website verschijnt. Graag enkel de titel van onze website en de titel van het artikel vermelden in de link. Indien u teksten, foto's of video's op een andere manier wenst over te nemen, mail dan naar info@demorgen.be.
DPG Media nv – Mediaplein 1, 2018 Antwerpen – RPR Antwerpen nr. 0432.306.234