Woensdag 06/07/2022
null

De coachKinderpsychiater Ilse Van Loy

‘Plan die weekends niet vol. Laat kinderen gewoon eens spelen, ook als ze zich dan vervelen’

Beeld Joris Casaer

Hoe moeten kinderen nog spelen als ze voortdurend van school naar hobby’s racen? En is er nog ruimte voor speelsheid in de klas? Kinder- en jeugdpsychiater Ilse Van Loy geeft ouders advies: ‘Plan die weekends niet vol.’

Lotte Beckers

Moeder, waarom spelen wij (zo weinig)? Dat vraagt Ilse Van Loy (36) zich af in haar nieuwe, gelijknamige boek. Daarin houdt ze een warm pleidooi voor de allerbelangrijkste bezigheid voor kinderen: spelen. Want daar hebben ze ongelooflijk veel nood aan, zegt Van Loy, kinder- en jeugdpsychiater met een eigen praktijk (Huis 8), moeder van Lex (2,5), plusmoeder en getrouwd met Peter Van de Veire.

Met permissie, maar dat kinderen moeten spelen, daarmee trapt u toch een open deur in?

“Wat ik vertel, lijkt inderdaad vanzelfsprekend: er zijn massa’s kinderwinkels, op televisie ontkom je niet aan speelgoedreclame. En toch merk ik dat kinderen nog bitter weinig tijd hebben om vrij te spelen: we verwachten dat ze elke dag acht uur naar school gaan, waar ze het merendeel van de tijd kennis vergaren. Zelfs in de kleuterklas moeten kinderen al strijden voor de titel van ‘puzzelkampioen’. Op een bepaalde leeftijd – en dat is steeds jonger – komen daar ook hobby’s bij, geleide activiteiten waarbij de klemtoon meestal ook ligt op het aanleren van vaardigheden. Waar blijft de tijd voor vrij spel? Ook verjaardagsfeestjes zijn tegenwoordig strak georganiseerde activiteiten: kinderen spelen niet zoals vroeger van twee tot vijf, maar gaan naar de bioscoop of naar de binnenspeeltuin.”

Dat vinden ze toch net leuk?

“Natuurlijk vinden kinderen het leuk om eens naar een pretpark te gaan. Maar wat ze meer zouden moeten doen, is gewoon samen spelen, omdat ze daarmee verwerken wat ze dagelijks meemaken. Als wij hun tijd volproppen met steeds weer nieuwe, uitdagende activiteiten, waar blijft dan de tijd en ruimte om hun realiteit rustig te verteren? Je hoeft als ouder de weekenden echt niet vol te plannen. Laat je kinderen thuis spelen. En als ze zich eens vervelen, dan is dat helemaal niet erg, dat doet hen net deugd. Uit verveling ontstaan dikwijls de meest creatieve dingen.”

Een extra week kerstvakantie is dus zo slecht nog niet?

“Daarop heb ik geen eenduidig antwoord: voor kinderen met een fijne thuis en beschikbare ouders, is zo’n extra week vrij niet zo’n probleem. Maar in veel gezinnen is dat echt niet evident: ouders hebben werkverplichtingen, in sommige gezinnen loopt de stress sowieso al hoog op.”

Kan u eens uitleggen wat u precies bedoelt met spelen?

“Het is heel moeilijk om dat af te bakenen, maar wat jij en ik nu doen, is ook een vorm van spelen. Ik vertel, en ondertussen denk jij na over wat ik zeg. Je bent in je gedachten aan het bladeren en neemt verschillende perspectieven in. Dat is spelen in je hoofd, en als kinderen een rollenspel spelen, doen ze net hetzelfde: de een is een piraat, de ander monster, en in die ontmoeting vinden ze hun positie en oefenen ze hun sociale contacten. Spel staat altijd in relatie tot de ander, dat is een ongelooflijke gave die wij als mens hebben.”

Dieren spelen toch ook? Denk maar aan ravottende puppy’s.

“Ja, ook zij bereiden zich al spelend voor op de dingen die hen later kunnen overkomen. Heel interessant: ratten spelen wel, muizen niet. Muizen zijn sneller geslachtsrijp en leven minder lang, dus vanuit evolutionair oogpunt is spelen voor die dieren tijdverlies. Maar ratten leven langer en in meer complexe sociale systemen. In hun spel hebben ze ook een voorkeur voor de onderdanige positie, want zo leren ze ontsnappen uit gevaarlijke situaties. Dat spelen is heel belangrijk voor hun overleving.”

Hoe werkt dat bij kinderen?

“Als kinderen spelen, krijgen ze grip op hun emoties, leren ze hun binnenwereld te uiten en iets te dóén met de realiteit.

Toen mijn nichtje voor het eerst naar de kleuterschool ging, heeft ze wekenlang schooltje gespeeld: zij was de juf die een boek voorlas, en haar ouders waren de kindjes die moesten luisteren.

“Dat is toch fantastisch? Die eerste schooldagen, die overkomen je en voelen aan als een totaal verlies van controle. Wat doen kinderen dan? Ze nemen die controle weer in handen door de juf te spelen: hoe voelt dat eigenlijk, om de juf te zijn? En als hun ouders de kindjes spelen, dan zien ze hoe die daarmee omgaan. ‘O, ze vinden dat precies niet zo erg, in de klas zitten. En ik mag best wel streng zijn.’ Je nichtje uitte haar binnenwereld en je ziet dan als ouder heel goed hoe zij die schooldagen beleeft: ze vond de juf blijkbaar best streng. Maar door als het ware gebeurtenissen in de klas thuis te oefenen, werd die situatie voor haar minder beangstigend.

“Kinderen die de tijd krijgen om al spelend hun realiteit te verwerken, zijn minder gespannen, waardoor ze zich intellectueel beter ontwikkelen en ook minder fysieke stress­klachten ervaren. Spelen houdt kinderen gezond.”

null Beeld Joris Casaer
Beeld Joris Casaer

U begint het boek met een citaat van Hillary Clinton, die treurt om het verlies van het vrije buitenspelen met leeftijdgenootjes uit de buurt. Dat vrij buitenspelen lijkt voorgoed voorbij.

“Er is veel meer verkeer dan vroeger, er zijn weinig plekken waar kinderen veilig kunnen samenkomen om te spelen en we kennen allemaal de verschrikkelijke verhalen over kinderen die worden meegenomen: er lijkt alvast veel meer gevaar te bestaan in onze wereld.”

“Maar ik denk dat we als maatschappij toch wat creatiever kunnen zijn in het voorzien van speelplekken voor onze kinderen, in samenwerking met scholen en vrijetijdsorganisaties, zodat de verbondenheid van het samenspelen er kan zijn, want die is wat zoek. Ik las onlangs een artikel over oude mensen die vereenzamen en besefte meteen dat het bij onze kinderen ook zo is. Je ziet toch nog maar zelden grote groepen mensen die bij elkaar komen en waar de kinderen samen vrij ravotten. Tegenwoordig is het ieder gezin apart. We worden steeds individueler en raken steeds geïsoleerder.”

Pubers die op een pleintje rondhangen, ook dat is spelen, zegt u.

“Pubers zoeken hun weg door te praten, terwijl ze elkaar nog onnozel duwtjes geven als kleine kinderen. Mensen hebben soms de neiging om hen dan een boze blik toe te werpen. Dat rondhangen staat vaak synoniem met overlast, maar dat is nu eenmaal het spel van pubers. Jammer genoeg zijn er ook voor hen heel weinig ontmoetingsplekken, zoals een basketbalpleintje om de hoek, met wat volwassenen in de buurt op wie ze kunnen terugvallen als dat nodig is.”

Wat met die andere vorm van spelen: gamen? Ouders weten vaak niet goed wat ze daarmee aan moeten.

“Wat verwacht je vandaag ook van een tiener die amper sociale contacten kan hebben? Sommige jongeren kunnen zich uitleven in die onlinewereld die voor hen geschapen is, maar er is, in vergelijking met echte ontmoetingen, altijd een verschil in afstand, perceptie en authenticiteit.

“Die games zijn ook superintelligent ontworpen. Ik zie regelmatig jongeren met een kwetsbaar gevoel van zelfwaarde die zich daar makkelijk in verliezen. Die games passen zich immers aan aan hun mogelijkheden: ze zijn niet te gemakkelijk, maar na een tijdje komt altijd de succeservaring. Ze hebben het gevoel dat ze steeds beter en sterker worden, en kunnen zich meten met leeftijdgenoten. Dat is heel verslavend, zeker als er niets anders is. Maar is de boosdoener dan de game, of gaat het alweer over wat wij jongeren aanbieden? Ik vraag mij af of die games nog zo interessant zouden zijn als die jongeren ergens terechtkunnen.”

In uw boek beschrijft u hoe u als therapeut veel kan afleiden over een kind aan de manier waarop het speelt.

“Het blijft natuurlijk een interpretatie, maar als kinderen heel gespannen zijn en volwassenen wantrouwen, omdat ze dingen hebben meegemaakt die niet oké zijn, dan zie je dat terugkomen in hun spel. Ze stellen dan veel in vraag, of ze wijzen op tekorten. In mijn therapieruimte heb ik bijvoorbeeld een bak Lego staan, een samenraapsel van jaren. Sommige kinderen merken meteen op dat er stukken ontbreken. Of ze benoemen het kleurpotlood met de gebroken punt. Dan weet je dat het kind het heel lastig heeft met dat tekort. Als ik voor hem of haar tekortschiet, al is het maar met mijn materiaal, dan is dat een heel gevoelig punt. Er zijn ook kinderen die helemaal blokkeren en niet aan spelen toekomen, of die van het een naar het ander dartelen en zo uiteindelijk ook tot niks komen.

“Als je daar tijd voor maakt – ik geef de kinderen die bij mij therapie volgen zelden opdrachtjes – en gewoon zegt ‘ik ben hier voor jou en ik wil je graag leren kennen’, dan tonen ze jou via hun spel vanzelf wel wat belangrijk is. Even stoppen, tot rust komen, kijken en luisteren: veel meer moet je eigenlijk niet doen.”

Maar dat doen we dus te weinig, zegt u.

“Spelen is iets dat de marge gebeurt, in het klein beetje tijd dat nog overblijft. De klemtoon ligt heel erg op kennen en kunnen, het verwerven van vaardigheden. Ik ben daar niet tegen, maar ik vind dat het evenwicht zoek is.

“In de praktijk zien we vaak ouders die zeggen dat ze dringend hulp nodig hebben van een psychiater. Maar als ik dan voorstel om langs te komen om half drie: ah nee, dan moet het kind naar school, dat kan niet. Ook scholen, die soms heel veel moeite hebben met bepaalde leerlingen, geven moeilijk toestemming voor een therapeutisch traject tijdens de schooluren. Maar de buitenschoolse uren zijn heel beperkt, en ik ga niet om half zeven ‘s avonds nog therapie geven. Dat is niet gezond voor een kind, dat zo’n sessie moet kunnen verwerken. En toch is er heel weinig ruimte om daarover te praten. Ik maak mij zorgen over die splitsing tussen kennis en mentaal welzijn, voor mij gaan die hand in hand.”

Zegt u hierbij ook: ouders, let op met een teveel aan hobby’s?

“Niet per se, maar je moet je af en toe wel afvragen of het nog leuk is. Al denk ik dat de meeste kinderen dat ook wel aangeven, als het te veel wordt. Ze zijn meestal heel nieuwsgierig en willen van alles uitproberen, om daarna tot het besef te komen dat het misschien een beetje veel is. Daar moet je als ouder dan wel aandacht voor hebben.”

Het valt ook op hoe speelgoed altijd wordt aangeprijsd als goed voor de ontwikkeling van de fijne motoriek, of voor de taalontwikkeling. Speelgoed moet functioneel zijn.

“Klopt, dat zegt alweer wat wij belangrijk vinden. We zijn zo gefocust op controle en wetenschap. Maar zonder speelsheid en creativiteit is er geen wetenschap. Albert Einstein is ook vanuit zijn creativiteit tot bepaalde inzichten gekomen. Het is yin en yang. En ik ben bang dat we ons voortbestaan blokkeren omdat we alle creativiteit wegknippen. Corona heeft die speelsheid ook heel erg beknot.”

Maakt u zich zorgen over mondmaskers vanaf zes jaar?

“Het is goed dat we ons afvragen wat het doet met kinderen, een hele schooldag een mondmasker dragen. Het is wel zo dat menselijke communicatie en uitwisseling veel verder gaat dan enkel het verbale. Zeker jonge kinderen, bij wie de taalontwikkeling nog volop bezig is, steunen ook sterk op non-verbale communicatie, en een masker maakt dat niet eenvoudig. Kinderen moeten zich ook veilig voelen op school, anders komen ze niet tot leren. Maar eigenlijk wéten we niet wat de gevolgen zijn voor kinderen. Ik hoop dat dit betekent dat we met veel voorzichtigheid handelen en alle vragen die hier rijzen niet uit de weg gaan.”

Iets anders: ik hoor ouders vaak vertellen dat ze het eigenlijk niet zo leuk vinden om op de vloer mee te spelen met de autootjes. Is dat erg?

“Ik hoor dat ook vaak. Dan zou ik zeggen: zoek iets dat je wel prettig vindt om samen te doen. Je kind pikt dat op, als je tegen je zin meespeelt. Maar vraag je ook eens af waarom je dat zo vervelend vindt. Hoe komt het dat je niet meer op die manier speels kan zijn? En dat heeft echt niets te maken met volwassen worden.

“Samen met je kind spelen gaat vooral over afstemmen op de binnenwereld van je kind. Wat vindt je zoon of dochter zo leuk aan rondrijden met autootjes op de mat? Als je echt tijd kan maken om je te verbinden en af te stemmen op hun plezier, dan word je daar automatisch in meegezogen. Maar dat is moeilijk als je in overlevingsmodus zit, en nog naar de winkel moet en de was uithalen en koken.”

Toch kan wat meer speelsheid ook moeilijke momenten met kinderen ontmijnen, schrijft u.

“Als je peuter ‘s ochtends zijn tanden niet wil poetsen ­terwijl jullie echt moeten vertrekken, werkt het niet om hem op te jagen. De kans dat hij gaat krijsen en helemaal niet meer meewerkt, is dan heel groot. De allerbeste aanpak is je realiseren dat je kind twee jaar oud is, geen besef van tijd heeft en de eis die jij nu stelt heel lastig vindt. Door dat speels op te vangen — jezelf verplaatsen in zijn wereld en hem het gevoel geven dat je hem respecteert — dan geef je hem een beetje controle terug. Vraag je kind of hij wil helpen met de tanden van de knuffels te poetsen, terwijl jij de zijne poetst. Laat een kind dat niet wil gaan slapen op een fijne, speelse manier afscheid nemen van de dag, zodat bedtijd voor hem draaglijker wordt.”

Moeder, waarom spelen wij (zo weinig) door Ilse Van Loy is uitgegeven bij Borgerhoff & Lamberigts, 198 p’s, 24,99 euro.

Meer over

Nu belangrijker dan ooit: steun kwaliteitsjournalistiek.

Neem een abonnement op De Morgen


Op alle artikelen, foto's en video's op demorgen.be rust auteursrecht. Deeplinken kan, maar dan zonder dat onze content in een nieuw frame op uw website verschijnt. Graag enkel de titel van onze website en de titel van het artikel vermelden in de link. Indien u teksten, foto's of video's op een andere manier wenst over te nemen, mail dan naar info@demorgen.be.
DPG Media nv – Mediaplein 1, 2018 Antwerpen – RPR Antwerpen nr. 0432.306.234