Dinsdag 26/10/2021

ReportageDe reis van mijn leven

Schrijver Jeroen Olyslaegers over zijn mythische reis naar Avalon: ‘Mijn geliefde veranderde in een grillige bosgeest’

Mijn geliefde en ik te midden van de stenen reuzen te Carnac.
 Beeld RV
Mijn geliefde en ik te midden van de stenen reuzen te Carnac.Beeld RV

In ‘De reis van mijn leven’ blikken De Morgen-pennen terug op een trip die onder hun vel kroop. Deze week neemt schrijver Jeroen Olyslaegers u mee op zijn droomtrip naar het mythische Avalon. Een mens kan fysiek hooguit de wereld rondreizen, maar in de verbeelding zijn grenzen onbestaand. ‘Wat me als puber heeft verveeld, zit nu in mijn hart.’

Het werd Bretagne. Vorig jaar ­gingen we, tijdens de eerste helft van oktober. Toen we terugkeerden begon de lockdown opnieuw. Daarom lijkt het nu gestolen tijd, vijf dagen die we wisten te ­ontvreemden van de realiteit van de pandemie. ‘Ge wilt eens iets anders kunnen zien dan uwen hof’, las ik onlangs op Facebook als commentaar op de uitspraken van iemand die op lyrische wijze de zegeningen van een thuisvakantie bezong. Op dezelfde tijdlijn zette iemand een onbedoelde woordgrap, gevonden op een ­krantenwebsite waar ‘vakantiebesmettingen’ stond in plaats van ‘vakantiebestemmingen’. Begint elke vakantiereis niet met een verdringing? Een mens gaat op vakantie om zijn dagelijkse realiteit in te wisselen voor een andere en vaak om te kunnen verzuchten op die andere plek ‘te kunnen blijven’. Meer dan ooit willen we weg, meer dan ooit zijn we besmet om bestemmingen op te zoeken die verder gaan dan ‘uwen hof’.

 Mijn geliefde Nikkie (m) op de droomplek: Fairy Glen, The Isle of Sky, Schotland. Beeld RV
Mijn geliefde Nikkie (m) op de droomplek: Fairy Glen, The Isle of Sky, Schotland.Beeld RV

Er zijn er die steeds wat anders willen en er zijn er die steeds hetzelfde verlangen wanneer ze hun koffers pakken. De een wil herkenning, de ander verwondering. Beide soorten begrijpen elkaar niet. De een vraagt zich af waarom de ander stress wil tijdens zijn vakantie, en de ander kan er niet bij dat voorspelbaarheid het doel lijkt bij de een. Ik denk dat ik steeds hetzelfde wil, maar dan ­telkens anders. Bij mij gaat het over het onbestaande land Avalon. Ik wil in contact komen met een magische realiteit die ik al eerder heb meegemaakt en die zich niet altijd prijsgeeft. En ja hoor, ook ik wil weg. Ik wil een en ander ­verdringen en mezelf opnieuw ­herkennen in een droom.

Oerreis

Laat mij u eerst vertellen over mijn ‘oerreis’. Ik was veertien en bezocht Engeland samen met mijn ouders en mijn broer. Wijlen mijn vader had deze trip tot in de puntjes voorbereid. Elke slaapplek had hij op voorhand laten regelen door het reisbureau. Hij had de kilometers per dag uitgerekend die hem zouden brengen naar de plekken die hij wilde bezoeken. Hij ­hamsterde de beschikbare tijd van veertien dagen en moest door zijn schema zuchtend plaatsen laten vallen die hij ook wenste te bezoeken in het zuiden van Engeland. Vanaf de lente zag ik hem over kaarten gebogen, met boeken over koning Arthur, de Kelten en steencirkels om zich heen. Tegen het einde van juni was het duidelijk dat hij deze reis al talloze keren in zijn hoofd had gemaakt. Het was een heel concrete obsessie geworden die wij samen met hem moesten ondergaan. Dus kregen we steencirkels, dolmens en ruïnes te zien. Mijn vader maakte van mijn moeder zijn navigator om ons naar al deze plekken te loodsen die vaak achter heggen en aan de andere kant van heuvels verscholen zaten en waar we, eenmaal aangekomen, vaak de enigen bleken.

Na een paar dagen en bij de zoveelste steencirkel had de vader dan toch door dat zijn oudste er wat sip bijliep. Ik verveelde me dood. Al de paperbacks die ik had meegesleurd waren allemaal uitgelezen. In een zeldzame toegeving beloofde mijn vader dra een stad te zullen opzoeken waar ik meer ­lectuur zou kunnen aanschaffen. Dat deed me enigszins uit mijn lethargie ontwaken, waardoor mijn vader zich aangemoedigd voelde om uit te leggen waarom we al deze verlaten plekken bezochten. “In feite zijn we aan het tijdreizen,” zo legde hij me uit, “we staan nu in een landschap van een paar ­millennia oud, exact op de plek die mensen ongeveer achtduizend jaar geleden wilden markeren met deze rechtopstaande stenen. En niks om ons heen, Jeroen, doet denken aan onze eigen tijd.”

Ik heb me vroeger afgevraagd waarom hij ons, zijn vrouw en zijn zonen, heeft meegenomen in deze persoonlijke obsessie. Beschouwde hij ons niet als extra bagage, als iets wat je nu eenmaal verplicht bent om mee te nemen omdat je echtgenoot en vader bent? Dat had ongetwijfeld te maken met de intensiteit die ik bij hem ervoer tijdens die reis. Ik herinner me een bezoek aan Glastonbury Tor, de mythische toren op een heuvel, waar hij ­helemaal in zichzelf keerde, onaanspreekbaar werd en ons als personages leek te beschouwen die hem verhinderden om helemaal diep in zijn eigen droomwereld te gaan. Met het verstrijken van de jaren heb ik dat een plaats kunnen geven. We waren geen last tijdens die reis. We vormden simpelweg zijn realiteit. De een of twee pogingen die hij had ondernomen om zonder ons of zonder zijn vrouw zijn queeste – want dat was het – te ondernemen, hadden emotioneel te veel van hem gevergd. Met ons erbij bleef het de schijn hebben van een vakantie met wat bezienswaardigheden die door het gezin kon worden gedeeld.

Zijn tijdreizen blijkt zich intussen in me genesteld te hebben. Ik noem het nu ‘Avalon’: het mythische eiland uit de Arthursaga dat ik gaandeweg een plek in mijn verbeelding zou geven die veel ruimer werd dan de lotgevallen rond de mythische koning. Het werd een andere realiteit. Wat me als puber heeft verveeld, zit nu in mijn hart.

Dieper dan ontroering

We gingen vorig jaar naar Bretagne omdat we het jaar ervoor in Schotland waren geweest. De twee zijn aan elkaar gelinkt en mijn vrouw en ik wisten dat. Zo simpel was het. Er was iets gebeurd ­tijdens de Schotland-reis. Bij Fairy Glen, op het eiland Skye, hadden Nikkie en ik gehuild. We deelden de schoonheid en de tranen liepen over onze wangen.

Maar het ging veel dieper dan ontroering. Omgeven door opgestapelde kleine keien in een zee van glooiend groen voelde ik dat we samen die zucht naar Avalon hadden. De reis naar Schotland was naar aanleiding van een ­huwelijksfeest aldaar, waarna we improviseerden en de dagen die overbleven telkens een andere bestemming gaven die samen een holderdebolder-tocht vormden. Dat was zeer plezant en verrassend, maar dat gingen we in Bretagne niet doen. We hadden immers maar vijf dagen ter beschikking en dus begon ik alles te plannen zoals mijn vader het zou hebben gedaan.

Hij meed graag steden. Ik niet. Rennes is de toegangspoort naar Bretagne. Tussen een bui en een zonnestraal zijn we er aangekomen. De universiteitsstad had niet veel van haar geheimen prijsgegeven. We deden alsof we citytrippers waren, met een aperitief hier en een shoppingtocht daar, maar het vooruitzicht Avalon te zien bleef me wel wat treiteren. Ik had tijdens mijn voorbereiding een gids gevonden in Jean Markale met zijn boek Histoires mystérieuses de Bretagne ou le Tombeau de Merlin. Markales kennis over esoterie en verborgen geschiedenissen ging tijdens zijn leven gepaard met de reputatie een charlatan te zijn die af en toe zijn verbeelding als waarheid heeft verkocht. Ik ben nogal verknocht aan zulke types. Zonder te mytholo­giseren geraakt een mens immers niet in Avalon.

Huelgoat, ogend als een filmset. Beeld RV
Huelgoat, ogend als een filmset.Beeld RV

In zijn boek sluit Markale zijn ogen niet voor de realiteit. Hij heeft het in zijn inleiding over wat Bretagne vandaag ook is en wat er is verloren gegaan door de ­vooruitgang en de vervuiling, door onachtzaamheid en gebrek aan bewustzijn. In zekere zin, zo geeft hij aan, is ook deze streek in Europa eenduidig geworden. Maar er blijft ook veel over van de meerduidige werkelijkheid, de droom en het verlangen. ‘Car Bretagne est à la fois une et multiple,’ laat hij de lezer weten. Zowel het een als het ander. Dat vind ik een troostende gedachte. Het is dankzij hem dat ik zeker wist dat we naar het bos van Brocéliande moesten als eerste te bezoeken plek van het Avalon uit onze (collectieve) verbeelding.

Nauwelijks een uur verder van Rennes stonden we in Paimpont aan de rand van dat van oudsher betoverde bos. De mythologische link tussen Schotland en Bretagne heeft in de verborgen leer te maken met Jozef van Arimathea die de Heilige Graal naar Schotland zou hebben gebracht en daar in Glasgow een klooster zou hebben opgericht en vervolgens een tijd in Bretagne te hebben doorgebracht. In de graalliteratuur wordt de link tussen Groot-Brittannië en Bretagne verder uitgewerkt door Robert de Boron tijdens de twaalfde eeuw. Daar ook zien we Avalon of Aval opduiken wat in de mythe een eiland is aan de kust van Bretagne waar de vooralsnog ­eeuwig slapende koning Arthur door feeën naartoe werd gebracht om uiteindelijk daar te kunnen ontwaken. Merlijn duikt evenzeer in Bretagne op. Niet enkel was hij een magiër, maar in een paar verhalen ook een krijgsheer die zowel in Schotland als in Bretagne aan veldslagen zou hebben deelgenomen.

Arthur als propaganda

Wie meent daarin nostalgie te bespeuren naar lang vervlogen ­tijden heeft volkomen gelijk. Heel de Arthurmythe werd al van in de elfde eeuw gebruikt door plaatselijke adel om hun huis kracht bij te zetten door een verwantschap met die legendarische koning uit lang vervlogen tijden voor te wenden. Propaganda en perceptiemanagement is van alle tijden. Feiten en mythen zijn niet van elkaar te onderscheiden.

Deze schrijver tracht Merlijn aan te roepen aan zijn graf in het woud van Brocéliande.
 Beeld RV
Deze schrijver tracht Merlijn aan te roepen aan zijn graf in het woud van Brocéliande.Beeld RV

Dat schoot ook door me heen terwijl ik samen met Nikkie aan het zogenaamde ‘graf van Merlijn’ stond in het betoverde woud van Brocéliande. De kleine steen die het graf markeert was omgeven door wat bloemen en vruchten als offergaven. We stonden er alleen, maar niet echt. Hier komen nog steeds pelgrims die Avalon zoeken. Tot in het midden van de negentiende eeuw waren er processies, geleid door een priester, waarbij de plaatselijke bevolking aan het graf kwam bidden voor een goede oogst of vruchtbare regen. Ik legde mijn hand op de steen. We wandelden verder naar de Fontein of Bron van de Jeugd. Op deze plek ontmoette Merlijn, kind van een demon en een maagd, Viviane, die hem uiteindelijk in een eeuwigdurende slaap zou brengen. We dronken van de bron. Schuin daartegenover zagen we een plek achter hoog opgeschoten bramen en struiken waar we een enorme verzameling opgestapelde keien aantroffen, telkens niet meer dan een halve meter hoog. Onmiddellijk waren we terug op de feeënplek van het eiland Skye waar we dezelfde verzameling stenen bewonderden. Op twee plaatsen tegelijk kunnen zijn, is wat Avalon kenmerkt. Het is een droomrealiteit die zoveel eeuwen eerder bewust werd opgeroepen en die nog steeds krachtig blijft voor wie het wil zien.

Het stadje Vannes is aan de west- en zuidkant nog steeds omwald. Het is een plek waar aardig wat toerisme aanwezig is, waar de terrassen vol zitten rond de jachthaven en waar shoppers ­worden verwelkomd in de kleine straten. Ik genoot van de plotse drukte. Naar mensen kijken was een perfect tegengewicht voor de stilte van het betoverde bos. We aten choucroute met vis bij een kok die zijn geboortestreek Elzas niet kon vergeten en besloot om zijn lokale gerechten met die van Bretagne te combineren. Het was verrassend lekker.

“Morgen wil ik de zee zien”, zei mijn geliefde. Ik had van alles op voorhand uitgestippeld, zoals ik al eerder aangaf, maar liet in die planning aardig wat gaten. Ik wilde niet gulzig zijn, niet zoveel ­mogelijk zien, om de ervaring van Avalon juist meer tijd te geven.

Ouder dan de piramiden

Het is overigens fabuleus hoe zee en bossen zo elkaar afwisselen in Bretagne. De afwisseling van landschappen houdt elke reiziger daar alert. Aan een kleine zee-inham hadden we het zitten. “Zouden we hier…” zo sprak mijn vrouw. Ik knikte en dacht even na. “Ja, maar tijdelijk. Weken zou ik hier kunnen doorbrengen, misschien maanden. Maar niet voor altijd.”

Men moet spaarzaam omgaan met Avalon, en nooit volledig trachten op te gaan in de droom, er niet in trachten te wonen, zoals Merlijn. Het wordt nooit helemaal duidelijk of hij zijn eeuwigdurende slaap zelf heeft gekozen, of hij deze bevroren tijd onderging uit liefde voor Viviane, of dat hij door haar in de val werd gelokt. Nee, we moesten verder en aan de droom van de eeuwige slaap weerstaan. We moesten doen of we toeristen bleven.

Er bestaan geen woorden voor Carnac. Allicht volstaan kreten, zuchten en blikken naar elkander. Dat laatste is misschien nog het belangrijkst van al. Ik verlangde al een paar decennia om naar daar te gaan. Ooit heb ik deze trip voorgesteld aan de vrouw bij wie ik toen was als een laatste redmiddel ­midden in een relatiecrisis die uiteindelijk slecht is afgelopen. Misschien, want zo’n arrogante cinefiel was ik toen, had ik me laten inspireren door de verpletterende film Journey to Italy (1954) van Roberto Rossellini, waarin Ingrid Bergman en George Sanders een getrouwd koppel spelen dat ­geconfronteerd wordt met de vervreemding jegens elkaar tijdens een bezoek aan Italië. Hoeveel koppels zijn er niet die hun problemen ­tijdens een vakantie verdringen en zichzelf gedurende die periode ­heruitvinden of herbronnen? Godzijdank kreeg ik het deksel op mijn neus en was misprijzen mijn deel.

Wij samen met achter ons de wild kolkende rivier L'Argent: Huelgoat, Bretagne. Beeld RV
Wij samen met achter ons de wild kolkende rivier L'Argent: Huelgoat, Bretagne.Beeld RV

Pas twintig jaar later kon ik Carnac bezoeken zonder het te beschouwen als een laatste kans, zonder de plek al op voorhand te gebruiken ten behoeve van een relationele agenda. Pas twintig jaar later kon ik het echt delen met iemand die ik graag zie.

Carnac noemt men een ‘monument’ uit het neolithische tijdperk en het wordt omschreven als een verzameling megalieten en graf­monumen­ten. Foto’s tonen enorme stenen die in rijen in een licht glooiend landschap staan opgesteld. Maar Carnac vormt een ervaring die door geen enkele foto of omschrijving kan worden gevat. Dagenlang was het stormachtig geweest. Toen we uiteindelijk naar het kustdorp reden, kleurde de hemel helemaal blauw. De schaal van de verzameling opgerichte ­stenen kwam langzaam binnen terwijl we van de parking naar de site wandelden, omgeven door de harsgeur van de naaldbomen.

Tot in de jaren vijftig dacht men dat de Kelten dit enorme complex van stenen, de grootste verzameling megalieten in Europa, hadden gebouwd, zo’n vijfhonderd jaar voor Christus. Maar na koolstof­datering weet men dat deze ­verzameling van oorspronkelijk drieduizend stenen uit het neo­lithicum stamt, zo’n 3.500 tot 4.500 jaar voor Christus, ouder dan de huidige datering van de piramiden. Mijn mond viel letterlijk open. De kracht van deze plek (of plekken, gezien het geen geheel meer vormt) masseerde mijn rationeel denken tot er slechts alleen maar vragen overbleven. Wat voor een bijzonder geavanceerde cultuur heeft dit voortgebracht? Ik vermoed dat deze mensen perfect aanvoelden wat magnetisme was, waar de krachtlijnen liepen, hoe het boven met het onder te verbinden. Het voelde allemaal zo precies aan zonder echt te weten waarom. Maar allicht was het ook een sterk georganiseerde gemeenschap met een hiërarchische structuur? We weten niks. Ons rest het voelen. We bleven wandelen en stenen aan­raken. Ook dat is voor mij Avalon: het niet weten, omsingeld te ­worden door vragen.

Toen we terugkeerden naar de wagen om nog meer enorme ­stenen en grafheuvels wat verderop te bezichtigen, verbaasde mijn rationele kant zich over de wil van deze mensen om deze plek zo nauwgezet te markeren. Hoe ze het hebben gedaan, waarom ze het hebben gedaan… allemaal raadsels, allemaal vragen. Maar in feite blijft het strafste dát ze het hebben gedaan, dat hun collectieve wil zo zichtbaar is gebleven na duizenden jaren, dat hun wil dit landschap heeft omgeploegd zonder dat wij nog weten waarom, dat de wil naakt overblijft.

Die nacht droomde ik eerst van honden en in een andere droom, meer een wensdroom, voelde ik me een insect, tussen de heideplanten rond deze stenen reuzen.

Andere dimensie

Huelgoat was ons aangeraden door een vriendin. “Jullie gaan jullie daar meteen thuis voelen”, had ze bijna geroepen. “Ge moet gaan. Het is een trip!” Huelgoat maakt deel uit van het mythische oerbos waar ook Brocéliande toe behoort en dat ooit een groot stuk van Bretagne heeft bedekt. L’Argent, de mythische zilveren rivier die verhalen over feeën en godinnen heeft voortgebracht, zoekt kronkelend zijn weg en stort spectaculair naar beneden te midden van gigantische bemoste rotsblokken die ooit door de reus Gargantua op een hoop zouden zijn gegooid.

Het meest spectaculaire stuk bevindt zich aan de rand van een brede slingerende heuvelweg en kan bereikt worden via houten treden. Eenmaal beneden zit je in een andere dimensie. Het eerste wat ik wilde doen was dit fotograferen, wat normaal gezien niet mijn ­eerste reflex is. Misschien wilde ik mezelf overtuigen dat mijn ogen niet genoeg deugen om dit te geloven en dat een foto me tot de bezitter van deze magie zou maken. Uiteraard was dat laatste onmogelijk. Deze combinatie van wild water, rotsblokken die tegelijk chaos én een doordachte compositie oproepen, samen met het meest intense samenspel van licht en groen, kan echter niet gevat worden. En dat zorgt ervoor dat de hunkering naar deze plek bij mij ontstond in het hier en nu van de plek zelf. Het is een Keltisch ­fantasma waar ridders op een queeste, ongenadige dames, ­reuzen en draken hun rol spelen. Tegelijk lijkt het wel een filmset die werd achtergelaten door een ploeg die miljoenen in de production design heeft gestoken en vervolgens heel de boel heeft opgegeven wegens gebrek aan een deftig ­scenario. Hier zijn mensen verdwenen, gek geworden of hebben er hun ziel verloren. Maar elk mysterieus verhaal moet de duimen leggen voor de ervaring hier te zijn, elke talige poging dit nog meer magisch te maken wordt opgeslokt door de plek zelf.

Nikkie is zichzelf te midden van de pracht van Huelgoat. Beeld RV
Nikkie is zichzelf te midden van de pracht van Huelgoat.Beeld RV

Terwijl ik dit intik vraag ik me af of iedereen dit zo zou ervaren als Nikkie en ik. Ik beschrijf spektakels, o lezer, die u misschien wel zin doen krijgen dit ook mee te maken, maar ongetwijfeld kunnen teleurstellen. Avalon bestaat net zo goed uit innerlijke landschappen die resoneren met de plekken die ik heb proberen te beschrijven en vaak gaat het ene in het andere over.

Ben ik wel op reis gegaan? Het lijkt, net zoals die andere reizen naar Avalon, tegelijk waar en niet waar. Er zijn bewijzen, zeker. Er zijn wat foto’s die niet weergeven wat ik heb mogen ervaren.

Alhoewel… Op een ervan, in Huelgoat, wordt mijn geliefde zelf een grillige bosgeest, dansend in groen met haar armen in de lucht. Ze werd daar Avalon. En ik met de telefoon in mijn hand die haar ­fotografeerde werd de eeuwige reis naar haar.

Meer over

Nu belangrijker dan ooit: steun kwaliteitsjournalistiek.

Neem een abonnement op De Morgen


Op alle artikelen, foto's en video's op demorgen.be rust auteursrecht. Deeplinken kan, maar dan zonder dat onze content in een nieuw frame op uw website verschijnt. Graag enkel de titel van onze website en de titel van het artikel vermelden in de link. Indien u teksten, foto's of video's op een andere manier wenst over te nemen, mail dan naar info@demorgen.be.
DPG Media nv – Mediaplein 1, 2018 Antwerpen – RPR Antwerpen nr. 0432.306.234