Zaterdag 25/06/2022

AchtergrondThuis bevallen

Steeds meer vrouwen bevallen thuis: ‘Ik was geen persoon meer in het hospitaal, enkel een patiënt’

null Beeld Vijselaar & Sixma
Beeld Vijselaar & Sixma

In het ziekenhuis, op de rug, met epidurale verdoving : dat is hoe we in Vlaanderen veelal bevallen. Maar steeds meer zwangere vrouwen willen en doen het anders, zoals thuis, met een vroedvrouw. ‘Ik was geen persoon meer in het hospitaal, louter patiënt.’

Lotte Beckers en Jorn Lelong

‘Ik wilde de controle behouden en voelen wat mijn lichaam aan het doen was. Dat vond ik veel belangrijker dan de pijn onderdrukken.” Twee jaar geleden is schrijfster en radiopresentatrice Heleen Debruyne (33) in haar woonkamer en op haar knieën bevallen van een zoon. Niet omdat de baby meer haast had dan verwacht, maar omdat Debruyne geen zin had om zich tijdens zo’n ingrijpende gebeurtenis over te geven aan wat zij het medische systeem noemt.

“Ik was geen risicopatiënt, de baby zat goed en ik woon vlak bij een ziekenhuis, dus voor mij persoonlijk was thuis bevallen de beste beslissing. Ziekenhuizen maken mij zenuwachtig: ik wist dat ik daar makkelijker de controle zou verliezen, of dat de kans bestond dat de vroedvrouwen net van shift zouden wisselen. Stress en angst verstoren de voortgang van de arbeid en maken het opvangen van de weeën zwaarder. Dat klinkt zweverig, maar dat is een goed bestudeerd hormonaal proces.”

Zweverig en antiwetenschap

Debruyne zocht een vroedvrouw en huisarts die haar thuis wilden begeleiden. Ze verdiepte zich in het geboorteproces, bereidde zich mentaal voor op de pijn en de mogelijkheid dat ze misschien toch naar het ziekenhuis zou moeten. Een fluitje van een cent was het niet: de baby hield zijn handje tegen zijn hoofd. “Maar uiteindelijk was het een mooie ervaring. Natuurlijk waren er mensen die het onverantwoord vonden dat ik thuis wilde bevallen, ze denken dat je zweverig of antiwetenschap bent. Maar mijn keuze was wetenschappelijk onderbouwd en er waren ook veel vrouwen geïnteresseerd: er zijn immers genoeg horrorverhalen over dokters die te pas en onpas komen binnenwaaien en je ongevraagd toucheren.”

Thuis bevallen blijft een weinig courante keuze: in 2020 zijn 631 vrouwen thuis bevallen, ongeveer 1,65 procent van alle bevallingen in België, terwijl het in Nederland om zo’n 15 procent gaat. Maar een groeiende groep vrouwen is wel op zoek naar een andere geboorte-ervaring: ze laten zich begeleiden door een doula voor mentale steun, of kiezen voor een bevalling met een vroedvrouw, thuis, in een geboortehuis of in het ziekenhuis. Ze gaan op zoek naar alternatieven voor de ruggenprik of stellen een geboorteplan op, waarin ze noteren hoe ze wel en niet willen bevallen.

“Ik heb de indruk dat vrouwen proberen om tijdens de bevalling wat autonomie terug te nemen”, zegt Debruyne. “De focus ligt vandaag op het welzijn van het kind, de perinatale sterftecijfers zijn dan ook uitstekend. Maar de nevenschade – de beleving van de moeder – is moeilijker te meten. Voor sommigen is het niet meer dan een vervelende herinnering, bij anderen heeft een slechte bevalling een impact op de band met hun baby.”

“In onze praktijk komen vooral hogeropgeleide vrouwen die elkaar wat aansteken: we zien veel zussen, nichten of vriendinnen van eerdere cliënten”, vertelt Tom Van den Broeck van de Antwerpse vroedvrouwenpraktijk La Madrugada. “Maar stilaan is die groep aan het verbreden en er komen ook steeds meer vroedvrouwenpraktijken bij, want er is werk genoeg.”

De vrouwen die bij hem aankloppen, zijn vooral op zoek naar een-op-eenbegeleiding tijdens de arbeid en bevalling. “Ze willen een vertrouwenspersoon die hen van begin tot einde bijstaat. Ik heb zelf lang gewerkt in het verloskwartier: als je vier bevallingen tegelijk moet opvolgen, kun je iemand die bijvoorbeeld moeite heeft om haar ademhaling onder controle te krijgen niet bijstaan zoals je zou willen. Wat onze cliënten vooral willen, is de regie in eigen handen nemen, in plaats van dat medische beslissingen boven hun hoofd worden genomen. Want wie met weeën aankomt in de materniteit, die stapt de facto in het systeem dat in dat ziekenhuis gangbaar is.”

Territoriumconflict

Uwe Porters, die als vroedvrouw bijna 14.000 Instagramvolgers heeft, zegt het zo: “Ik werk in Essen. Hier onder de kerktoren kiezen de meeste vrouwen voor het klassieke traject. Maar via mijn boeken (‘Verlos ons’ en ‘Verlost, en nu?’, red.) en sociale media bereik ik een grote groep vrouwen die zich afvragen of het anders kan. Het laatste jaar zie ik ook in Essen een kentering: er zijn steeds meer vrouwen die, zij het wat stiekem, mij om raad vragen.”

Thuis bevallen, omgeven door andere vrouwen, is altijd de norm geweest, tot de jaren 1950, toen verloskunde een door mannelijke artsen gedomineerde specialisatie werd met veel aandacht voor pathologieën, problemen en afwijkingen. “Vroedvrouwen en bakers, de toenmalige doula’s, zeg maar, moesten vanaf dan de artsen assisteren. In de verloskunde heeft het territoriumconflict – wie mag wat doen – altijd gespeeld, ook nu”, vertelt historica Noëmi Willemen, die aan UCLouvain onderzoek doet naar de geschiedenis van bevallen.

Zo zijn we beland in een zeer gemedicaliseerde bevallingscultuur, waarbij we zwangerschappen en bevallingen bekijken als een proces dat continu medisch gemonitord moet worden. Willemen: “Het standaardtraject is: je ontdekt dat je zwanger bent, gaat op controle bij de gynaecoloog en bevalt in zijn of haar ziekenhuis. Veelal doe je dat op je rug en met een epidurale verdoving. Dat is ook wat veel mensen willen.

“In het ziekenhuis heerst een strakke hiërarchie, met de gynaecoloog bovenaan. Als zwangere of bevallende vrouw bengel je onderaan die ladder: je wordt beschouwd als iemand zonder expertise en door de barensnood ben je zogezegd ook niet geheel aanspreekbaar.”

Het speelt wellicht ook dat we de bevalling nog steeds als een pijnlijke, nare en onvoorspelbare gebeurtenis beschouwen. Op televisie staat baren steevast gelijk aan helse pijnen en paniek, en zo praten vrouwen er ook nog vaak over. Op het internet vallen inmiddels ook andere geluiden te rapen – YouTube staat vol ‘positive birthstories’, geboortevideo’s waarin het proces als weliswaar pijnlijk maar ook als draaglijk, mooi en emanciperend wordt voorgesteld – maar je moet er wel zelf naar op zoek.

Voor alle duidelijkheid: het is fantastisch dat er tegenwoordig heel wat medische ondersteuning mogelijk is, benadrukt Willemen. “De kinder- en moedersterfte is bij ons zeer laag. Maar het nadeel van onze aanpak is dat je als bevallende vrouw alleen bent in een omgeving waar iedereen meer lijkt te weten dan jij. Volgens Nederlands onderzoek ervaart 10 tot 30 procent van de vrouwen hun verlossing als traumatiserend. Daarmee is het de grootste complicatie die we kennen.”

Totale aberratie

Het hangt er bovendien maar vanaf in welk ziekenhuis je terechtkomt. In Vlaanderen wordt bij 29 procent van alle bevallingen geknipt, in het Brussels Gewest is dat slechts 16 procent, aldus het jaarrapport van het Studiecentrum voor Perinatale Epidemiologie uit 2020. De inductiegraad in kraamklinieken varieert van 11 tot 39 procent, het aandeel keizersneden van 16 tot 32 procent en het aantal bevallingen waarbij instrumenten als een vacuümpomp aan te pas komen, schommelt tussen 3,5 tot 23 procent. Conclusie: ga naar een ziekenhuis twee dorpen verder, en er wacht u mogelijk een heel andere bevalling.

Vanwaar die verschillen? “Simpel: veel meer dan pure wetenschap speelt in de verloskunde the physicians factor”, stelt Hendrik Cammu, emeritus-professor gynaecologie aan UZ Brussel. “De ene arts vindt snel dat er sprake is van foetale nood, de andere is meer afwachtend. De ene denkt aan hoeveel personeel er die dag is, de ander is bang voor rechtszaken.”

Die angst is reëel, vertellen zorgverleners. Gynaecologen horen bij de specialisten met de duurste verzekeringspremies. “Kind- of moedersterfte hoorde er vroeger bij”, zegt Willemen. “Vandaag hebben we hoge verwachtingen van de wetenschap: als het misloopt, beschouwen we dat als een totale abberatie. Dat is begrijpelijk, maar soms loopt het wel mis. En door de juridische druk is de positie van de gynaecoloog met eindverantwoordelijkheid vaak niet benijdenswaardig.”

null Beeld Vijselaar & Sixma
Beeld Vijselaar & Sixma

Cammu: “Als je als arts ooit een probleem had met een baby in stuitligging die je toch vaginaal wilde laten komen, ga je dat nooit meer doen.” Anders gesteld: beter een keizersnede te veel dan te weinig.

Dat het aantal epidurale verdovingen de laatste decennia de hoogte is ingeschoten – van ongeveer 30 procent in de jaren negentig tot 71 procent vandaag (65 procent bij vaginale bevallingen) wijt Cammu dan weer aan personeelstekort. “Met een epidurale verdoving is een bevallende vrouw een paar uur rustig en hebben de vroedvrouwen even de handen vrij. Ik ben niet tegen de ruggenprik, maar wereldwijd zijn we een van de landen met de hoogste cijfers. Een goede bevalling kost tijd en personeel.”

Uit het recente jaarrapport van de Vlaamse Beroepsorganisatie van Vroedvrouwen blijkt dat drie kwart van de bevallingen die in 2020 autonoom door een vroedvrouw werd geleid (waarbij dus geen gynaecoloog aan te pas kwam), om een tweede of derde (of meer) zwangerschap ging. Dat doet vermoeden dat vrouwen veelal pas na hun eerste bevalling nadenken over alternatieven.

Vervuild vruchtwater

Toen Laura Vanderhulst (32) puffend naar het ziekenhuis trok om te bevallen van haar eerste kind, hoopte ze haar dochter zonder epidurale verdoving op de wereld te brengen. “Maar na een paar uur probeerde de arts mijn vliezen te breken en kreeg ik toch een verdoving toegediend. Nog wat later was er onvoldoende ontsluiting. Toen is de vroedvrouw op mijn buik beginnen te duwen en probeerden ze met een zuignap mijn dochter eruit te trekken. Omdat het langs geen kanten lukte, zijn ze dan maar overgegaan op een spoedkeizersnede. Toen bleek ook nog dat mijn dochtertje vervuild vruchtwater op haar longen had, waardoor ze overgeplaatst werd naar een ander ziekenhuis en ik haar de eerste 36 uur niet kon zien.”

Zeven jaar geleden is dat inmiddels, en Vanderhulst herinnert zich hoe ze in eerste instantie de arts dankbaar was. “Pas later drong tot me door dat heel wat van die handelingen misschien overbodig waren geweest als alles niet zo gehaast moest verlopen. Ik had me wellicht beter moeten informeren over wat ik zelf kon beslissen of aangeven. Maar tijdens het hele proces voelde ik me eerder patiënt dan persoon; er werd compleet aan mij voorbijgegaan.”

Het duurde een hele tijd voor ze over haar bevalling zelf durfde te spreken. “De meesten zeiden: niemand heeft er iets aan overgehouden, je mag blij zijn. Maar toen ik in het kinderdagverblijf waar ik werk gelijkaardige verhalen hoorde, realiseerde ik me dat er echt iets misloopt met de manier waarop veel bevallingen verlopen.” Het trauma van die eerste bevalling weerhield haar om voor een tweede kind te gaan. Ze richtte een steungroep op voor (aanstaande) moeders waarin ze ervaringen delen en elkaar informeren over de hele zwangerschap. Met wat ze nu weet, zegt Vanderhulst, zou ze voor een thuisbevalling kiezen.

Tom Van den Broeck: “Dat zien we heel vaak, vrouwen die pas na hun eerste bevalling beseffen welke impact zo’n ervaring heeft, en daar niet zo blij mee zijn.” Het gros van de privéconsultaties bij Uwe Porters zijn vrouwen die met een professional willen praten over wat ze hebben meegemaakt in het verloskwartier. “Ze denken aan een tweede kind, maar zitten met vragen. ‘Die inleiding, was die echt nodig? En ja, de baby is gezond, maar hebben we niet de kans gemist om het anders te doen?’ Ze willen weten dat ze niet lastig of moeilijk zijn omdat ze met vragen zitten.”

De tegenbeweging is op zich niet nieuw: samen met de medicalisering van het baren ontstond een stroming die pleitte voor het geloof in de natuurlijke fysiologische processen. Vandaag wordt de mondigheid aangewakkerd door het internet en sociale media, waar die zogenaamde positive birthstories circuleren, verhalen die de geboorte uit de beslotenheid van de verloskamer halen. Nieuwe hypes zoals hypnobirthing, waarbij vrouwen zichzelf tijdens de arbeid kalmeren middels bepaalde ademhalingstechnieken, vinden er makkelijk een publiek.

“Een bevalling wordt steeds meer gezien als een beleving, een ervaring waarvan vrouwen willen dat ze betekenisvol is”, zegt Willemen. En aangedreven door #MeToo is er nu ook aandacht voor obstetrisch geweld: ongevraagde of ongewenste ingrepen, zoals zorgverleners die zonder aankondiging of overleg vingers in de vagina duwen om de ontsluiting te meten of een knip te zetten.

De oerbevalling

Tegelijk blijken we nog bitter weinig te weten over wat er in ons lichaam gebeurt tijdens een bevalling en wat de mogelijkheden zijn. “Vorige week zat hier een jong koppel dat via een vriendin bij ons was beland. Die mensen vielen van de ene verbazing in de andere, dat was eigenlijk aandoenlijk”, vertelt Van den Broeck. “Ze dachten dat ze naar het ziekenhuis moesten en doen wat de dokters hun vertelden. Ik heb hun gezegd dat het juist andersom is: de bevallende vrouw moet ons vertellen wat ze nodig heeft.”

Zo is het weinig bekend dat een epidurale verdoving, hoewel soms nodig en zinvol, veelal betekent dat een vrouw haar benen niet langer kan bewegen en dus de rest van de bevalling aan bed gekluisterd is. Soms hebben ze een blaassonde nodig, hun bloeddruk kan dalen en is de kans reëel dat de weeën verzwakken, waardoor ze extra hormoonstimulatie nodig hebben. “De ene interventie wakkert vaak de andere aan”, vertelt gynaecoloog Tinneke De Souter van het Antwerpse Sint-Vincentius-ziekenhuis. “Soms voelen vrouwen die verdoofd zijn minder goed hoe ze moeten persen, waardoor de kans op een instrumentele verlossing toeneemt.”

null Beeld Getty
Beeld Getty

“Hoeveel vrouwen weten dat het veel beter is om te bewegen tijdens de arbeid en dat staand of gehurkt persen veel makkelijker is dan op de rug?”, zegt Porters. “Ik predik zeker niet dat vrouwen per se die bevalpijn moeten voelen, maar als ik ze vertel hoe ons lichaam die pijn kan opvangen, zijn ze veel minder geneigd om zich te laten verdoven. Maar het is niet gek dat ze veel informatie mislopen: gynaecologen combineren wachtdiensten, consultaties en bevallingen. Ze hebben weinig tijd tijdens de controle-afspraken en lopen pas op het einde de verloskamer binnen. Dat wringt soms.”

Maar hoe kan het dan wel?

Twee jaar geleden was er in Nederland wat te doen rond de zogenaamde oerbevalling: thuis, bij voorkeur in bad en met een doula erbij. Influencers als Rens Kroes getuigden op Instagram over de weldaden van de himalayalampjes, etherische oliën, mantra’s en een goed brandende houtkachel. Voormalig K3-lid Josje Huisman vertelde in haar boek Goed bevallen? over orgasmic births, bevallingsrituelen en haar placenta, die ze liet drogen en in poedervorm capsuleren.

“Deze kleine groep wordt vaak weggezet als naïef of gevaarlijk, maar ik denk dat het zinvoller is om naar hun kritiek te luisteren: in wezen vragen ze zelfbeschikking. Tegelijk zijn het wel veelal hogeropgeleide vrouwen met tijd en kapitaal die de oplossingen voorschrijven: ga terug naar de natuur, huur een doula, wapen je met kennis. Daar ben ik het niet mee eens: dat is vrouwen op een zeer kwetsbaar moment de leeuwenkooi insturen en verwachten dat ze het medisch team behandelen als vijandig”, zegt Willemen.

“Het ‘natuurlijke’ discours kan ook dogmatisch en normerend zijn: het stelt de bevalling voor als een wonderlijke ervaring, en als dat niet lukt, is dat je eigen schuld. Je had maar wat beter moeten ademen. Maar je hebt niet gefaald als je toch om pijnstilling vraagt, net zoals medisch handelen geen synoniem is voor obstetrisch geweld.”

Een deel van de job bestaat erin om de droomscenario’s en rigide geboorteplannen bij te sturen, zegt Van den Broeck. “Een vrouw die er echt op gebrand is om zonder verdoving te bevallen kan zo gespannen raken waardoor ze juist het omgekeerde effect bekomt.”

Hij herinnert zich een vrouw die haar kind thuis ter wereld wilde brengen, maar uiteindelijk een keizersnede moest ondergaan. “Voor haar was dat een zeer grote sprong. Toen de arts de eerste keer opperde dat een keizersnede onvermijdelijk zou zijn, heb ik gevraagd om nog even te wachten, omdat ze er mentaal nog niet klaar voor was en de baby het goed stelde. Enkele uren later drong het tot de vrouw pas goed door dat het niet opschoot en dat een ingreep onvermijdelijk was. Achteraf heeft ze me bedankt om rekening te houden met haar eigen proces. Ook al was de bevalling helemaal anders uitgedraaid dan ze wilde, alles is zo veel mogelijk gebeurd op haar tempo en met haar toestemming, waardoor ze toch tevreden kon terugblikken. Laat dat onze expertise zijn: soms wel 15 uren lang een vrouw in arbeid bijstaan en gewoon observeren. Wat gebeurt er dan met een vrouw, wat gaat er om in haar hoofd en hoe kunnen we helpen?”

Gynaecologen zijn over het algemeen geen fan van thuisbevallingen, die vinden ze te risicovol. “Maar ik ben wel een voorstander van meer een-op-eenbegeleiding door vroedvrouwen: zij zijn de belangrijkste figuur in de verloskamer en voldoende beslagen om een ongecompliceerde zwangerschap en bevalling te begeleiden”, stelt Cammu. “Maar door personeelstekort lukt dat vaak niet.”

In het UZ Leuven is nu een speciale zone voor laagrisicobevallingen, met gezellige kamers en vroedvrouwen die de autonomie krijgen om zelfstandig de bevalling te leiden. Als er een probleem opduikt, is assistentie vlakbij.

Uitdovend systeem

In het Sint-Vincentiusziekenhuis worden dan weer beduidend minder ingrepen zoals epidurale verdovingen of inleidingen uitgevoerd dan gemiddeld in Vlaanderen. “We zijn wat meer afwachtend. Epidurale verdovingen zijn altijd beschikbaar als de patiënt dat wil, maar we zullen het niet zelf voorstellen, tenzij het echt nodig is. Wel gaan we op zoek naar alternatieven: zoals strippen (bij de baarmoedermond en baarmoederhals de vruchtvliezen wat losmaken, red.) in plaats van inleiden, of een warm bad voor pijnstilling”, vertelt De Souter. Er wordt ook ingezet op intense opvolging door vroedvrouwen, voor zover de personeelsbezetting dat toelaat. “De hulp van een doula of externe vroedvrouw kan heel voordelig zijn.”

Het ziekenhuis is een van de weinige plekken waar externe vroedvrouwen welkom zijn, maar om discussies over aansprakelijkheid te vermijden, heeft de directie recent beslist dat het systeem in juli uitdooft. Een beslissing die de gynaecologen betreuren en die volgens hen ingaat tegen een groeiende vraag. “De afspraak is dat de vroedvrouwen bij complicaties de bevalling doorgeven aan een gynaecoloog. Er zijn een aantal incidenten geweest waarbij dat ook gebeurd is, maar je zit vaak met een grijze zone, en wie is dan verantwoordelijk?”, zegt De Souter.

In essentie gaat het niet zozeer over de plek waar je bevalt, hoe of met wie, zegt Willemen. Vrouwen willen zich veilig voelen als ze hun kind op de wereld zetten. Wat dat precies betekent, dat is voor iedereen anders: de ene wil een himalayalamp, de ander zo snel mogelijk een epidurale verdoving.

Bij Porters, die als vroedvrouw een duidelijk beeld had van hoe ze wilde bevallen, bleek haar staartbeentje in de weg te zitten, waardoor haar oudste dochter het geboortekanaal niet uit raakte. “Met vier vroedvrouwen hebben ze moeten duwen op mijn buik, mijn gynaecoloog stond met één been op het bed om de baby eruit te trekken. Zonder ingrepen had mijn dochter de bevalling niet overleefd. Maar geen enkel moment heb ik gedacht: dit is niet oké. Juist omdat ze altijd respectvol met mij zijn omgegaan en ik vertrouwen had in hun professionaliteit.”

Nu belangrijker dan ooit: steun kwaliteitsjournalistiek.

Neem een abonnement op De Morgen


Op alle artikelen, foto's en video's op demorgen.be rust auteursrecht. Deeplinken kan, maar dan zonder dat onze content in een nieuw frame op uw website verschijnt. Graag enkel de titel van onze website en de titel van het artikel vermelden in de link. Indien u teksten, foto's of video's op een andere manier wenst over te nemen, mail dan naar info@demorgen.be.
DPG Media nv – Mediaplein 1, 2018 Antwerpen – RPR Antwerpen nr. 0432.306.234