Maandag 04/07/2022

InterviewBie Baert en Yves Chung

Twee ‘Stukken van mensen’-dealers geven tips voor wie zelf op jacht wil: ‘Soms zie ik het echt mislopen’

Bie Baert en Yves Chung Beeld Joris Casaer
Bie Baert en Yves ChungBeeld Joris Casaer

Waar koop je vandaag nog goede vintage of antiek? En in welke stukken is het verstandig investeren? Bie Baert en Yves Chung, dealers uit Stukken van mensen, weten raad. ‘Hou een prijs in je hoofd die je wilt uitgeven en laat je op het moment zelf niet meeslepen.’

Stijn De Wandeleer

Wie op de koffie mag in het kleurrijke universum dat antiquair Bie Baert haar woonkamer noemt, hoopt vooral dat de vrouw een goede brandverzekering heeft afgesloten. Een grens tussen haar eigen leven en dat universum dat ze hier uit antiek opbouwt, is er niet. Ze stockeert haar vondsten niet in een magazijn of showroom, maar leeft elke dag tussen alles wat ze koopt en verkoopt. De stoel waarop ik mag zitten? Te koop! De tafel waarop koffie en water worden uitgestald? Ook for sale. “Als je hier binnen een week zou terugkomen, zou het er al helemaal anders uitzien”, grijnst ze.

Ook Yves Chung, die als zaakvoerder van Pellegrini Design vooral vintage designklassiekers verkoopt, zit mee aan tafel. De twee proberen elkaar doorgaans de loef af te steken als concurrenten in het Play4-programma Stukken van mensen, maar vandaag is de sfeer vooral gemoedelijk. Baert en Chung hebben in het verleden al zaken met elkaar gedaan, leer ik meteen, en zullen ook tijdens ons gesprek geregeld afdwalen naar recente aankopen of verkochte stuks die ze maar niet kunnen loslaten.

Hoe gaan jullie te werk als jullie spullen aankopen? Houden jullie veel rekening met wat jullie klanten willen?

Yves Chung: “Ik koop eigenlijk alleen maar spullen die ik zelf mooi vind. Iets waarover ik zelf niet enthousiast ben, kan ik niet met evenveel animo verkopen. Ik hou dus zoveel mogelijk vast aan mijn persoonlijke smaak. Het maakt dan ook niet zoveel uit als het niet meteen verkocht raakt en ik er zelf wat langer op moet kijken. Meubels die ik écht mooi vind, zet ik zelfs eerst even in mijn eigen interieur voor ik ze te koop aanbied.” (lacht)

Bie Baert: “Daarin lijken Yves en ik heel hard op elkaar. Ik vertrek ook volledig vanuit mijn buikgevoel en probeer met de stukken die ik aankoop vooral een eigen wereld te creëren. In mijn selectie meng ik graag, een achttiende-­eeuwse commode kan hier naast Panton-stoelen staan. Mijn klanten zouden het trouwens meteen opmerken als ik iets aanbied dat niet binnen mijn stijl past, gewoon om er snel wat winst op te maken. Bij sommige collega’s is dat anders, die kopen alles wat ze met meerwaarde kunnen verkopen. Dat zijn de echte marchands, maar dan denk ik: dan kan je evengoed tomaten verhandelen.”

Chung: “Jij zet alles ook in je eigen huis hè, Bie. Dan moet het wel mooi zijn.”

Hebben jullie onlangs nog bijzondere vondsten gedaan?

Chung: “Recent werd ik gecontacteerd door mensen die vertelden dat ze enkele Eames-stoelen wegdeden, maar bij aankomst merkte ik meteen dat hun eettafel óók van Eames was. Dat wisten ze niet, het was dus wel een aangename verrassing. Zoiets tegenkomen, en dus met méér naar huis gaan dan datgene waarvoor je gekomen bent, dat zijn altijd bijzondere momenten.”

Baert: “In ons vak moet je je ogen dus wel de hele tijd openhouden. De jacht blijft voor mij het spannendste onderdeel van dit vak. Verkopen hoort er natuurlijk bij, anders blijft die machine niet draaien. Maar ik hou toch vooral van dat eeuwige op zoek zijn, of dat nu op het internet is of tijdens professioneel georganiseerde bijeenkomsten voor antiquairs van over de hele wereld. Daar kruipt veel tijd in, ja, maar dat is precies het leven dat ik altijd wilde. Ik zou willen sterven op een antiekmarkt, dat meen ik.”

Stel: je hebt een zolder vol oude spullen. Hoe achterhaal je of daar waardevolle items tussen staan?

Chung: “Dat is niet makkelijk. Velen denken dat ze het gouden lot in handen hebben, omdat ze van een familielid of een goede vriend hoorden dat een zetel of vaas van grote waarde is. Wij moeten dan vaak het nieuws brengen dat het stuk in kwestie eigenlijk niet zo bijzonder is, of dat het stuk waarvan ze dachten dat het een oorspronkelijk ontwerp was eigenlijk namaak is. Dan is de teleurstelling natuurlijk groot.”

Baert: “Daarom is het een goed idee om eerst eens bij een veilinghuis langs te gaan. Daar krijg je sowieso een prijsschatting. Als je stuk helemaal niks waard is, zullen ze het je daar snel kunnen vertellen. Misschien niet leuk om te horen, maar dan weet je het tenminste. Ik krijg ook veel mails met foto’s van spullen. Dat is ook een goede zaak, want wij zien vaak meteen of iets waarde heeft of niet. Maar van de honderd mails die ik krijg, zijn er toch negenen­negentig waar ik niet echt iets mee kan.”

Chung: “Bij mij ligt dat aantal gelukkig wat hoger, maar dat is natuurlijk omdat mensen veel vertrouwder zijn met die klassieke designs. De meeste spullen dragen ook de signatuur van de ontwerper. Soms blijken het dan nog fakes te zijn. Een signatuur alleen is dus geen goede indicatie.”

Hoe kan je dan wel uitpluizen of een meubelstuk origineel of nep is?

Chung: “Dat leer je door er jaren mee bezig te zijn. Ik ken die vintage klassiekers ondertussen vanbinnen en vanbuiten, waardoor ik aan de hand van details vrij snel kan zien of iets echt is of niet. Als leek is dat bijna niet te doen, want het zit hem soms echt in kleinigheden. Een naad die in het zicht loopt terwijl die normaal netjes weggestoken zit, of het ontbreken van een lichte kromming in de rug van een Barcelona Chair, bijvoorbeeld. Mijn advies: als je niet zeker weet of een meubelstuk echt is of niet, dan koop je het beter niet. Zeker die vintage klassiekers worden al jaren gekopieerd, in Italië hebben ze zelfs heel goede kopieën gemaakt.”

Baert: “Door de komst van het internet is er online wel een pak meer informatie beschikbaar dan pakweg twintig jaar geleden. Maar zelfs dan denk ik dat het een goed idee is om te kopen bij iemand die je vertrouwt. Daar betaal je misschien iets meer voor, maar dan weet je wel dat je niet bedrogen zal uitkomen. Je kan natuurlijk een duur meubelstuk via Marktplaats of Instagram kopen, maar het kan zijn dat je in zee gaat met iemand die eigenlijk geen kennis van de branche heeft.”

Chung: “Soms zie ik het daar echt mislopen. Catawiki is bijvoorbeeld zo’n veilingsite waar verkopers van thuis uit hun stukken te koop kunnen aanbieden. Zij sturen hun foto’s naar dat platform, waar een expert dan oordeelt of het om een echt of een namaakmeubel gaat. Op die website zag ik onlangs enkele Corbusier-zetels passeren waarvan ik meteen zag dat ze niet origineel waren. Ik heb hen toen rechtstreeks gecontacteerd om dat te melden, maar daar is nooit iets mee gedaan. Die zetels zijn gewoon verkocht alsof ze wél oorspronkelijk waren, voor aanzienlijk meer geld dan ze waard waren.”

Bie Baert: ‘We zien vaak meteen of iets waarde heeft of niet. Maar van de honderd mails met foto’s van spullen zijn er negenennegentig waar ik niet echt iets mee kan.’ Beeld Joris Casaer
Bie Baert: ‘We zien vaak meteen of iets waarde heeft of niet. Maar van de honderd mails met foto’s van spullen zijn er negenennegentig waar ik niet echt iets mee kan.’Beeld Joris Casaer

Zijn er meubels die hun waarde goed behouden door­heen de tijd en die de moeite zijn om in te investeren?

Chung: “De klassiekers zijn bijna allemaal heel waardevast. Qua kostprijs moet je voor een vintage klassieker op ongeveer de helft van de nieuwprijs rekenen, al hangt dat natuurlijk af van de staat waarin je meubel zich bevindt. Omdat die nieuwprijs elk jaar omhooggaat, stijgt ook de waarde van je designmeubel. Als je na vijftien jaar je Egg Chairs wegdoet, ben je vrij zeker dat je meer geld terugkrijgt dan wat je er oorspronkelijk voor betaald hebt. Én je hebt er jarenlang genot van gehad.”

Baert: “Van zo’n klassieke designzetel weet je inderdaad dat het een investering is. Bij veel andere stukken ben je minder zeker of die geld gaan opleveren. Maar ik vind niet dat dat de enige afweging mag zijn. Als je een meubelstuk of een kunstwerk koopt waarvan je elke dag blij wordt, dan kan je daar geen waarde op kleven. Je huis moet een veilige haven zijn, een plek waar je je goed voelt. Als je dan omringd wordt door items die je gelukkig maken, dan heb je in mijn ogen een goede investering gedaan.”

Waar kunnen geïnteresseerde kopers vandaag zelf nog mooie spullen op de kop tikken?

Baert: “Het is altijd een goed idee om zoveel mogelijk rommel- of antiekmarkten af te schuimen. Maar je moet er wel van houden. Op zulke markten staat altijd veel bijeen en door elkaar, waardoor je ook door alle échte rommel heen moet kunnen kijken. Dat is niet voor iedereen weggelegd, al geloof ik wel dat je een oog kan trainen. Dat is dan vooral een kwestie van er veel mee bezig te zijn. Wie zoveel mogelijk naar antiekbuurten, -bijeenkomsten of rommelmarkten gaat, zal op den duur dingen beginnen te herkennen.”

Chung: “Mijn spullen kom je op rommelmarkten niet zo snel tegen. Er is een tijd geweest dat je in de kringwinkel al eens vintage design tegenkwam, maar dat is echt verleden tijd. Iedereen kent die iconische designs ondertussen en die stuks worden er snel uitgeplukt.”

Zo’n oud meubelstuk koop je vaak toch met wat gebruikssporen. Wanneer wordt die patine een meer­waarde en wanneer is het gewoon gebruiksschade?

Chung: “Die grens is heel dun. Ik zie ook graag meubels met een mooie patine, maar niet iedereen denkt er zo over. Voor de ene is een stoel met wat gebruikssporen karaktervol, voor de ander is hij versleten. Mijn mening is dat je hem wel dagelijks moet kunnen gebruiken. Vrees je dat het leder zal scheuren zodra je erin plaatsneemt, dan zou ik hem laten staan. Pas op, er zijn mensen die alles laten wijken om toch maar een originele stoel te hebben, en voor hen maakt dat poreus leder geen verschil. Maar zoiets is enkel weggelegd voor de liefhebber die er een spotje op wil richten en er niet elke ochtend zijn krant in wil lezen.”

Baert: “Ik merk dat sommigen zich bij de aankoop van vintage of antiek wel wat kunnen verliezen in het ­esthetische aspect en daardoor het comfort van een zetel of stoel uit het oog verliezen. Ik raad aan om daar toch ook aandacht aan te schenken. In zo’n Ari Chair kan je geen krant lezen, hè. Dat kan je wel in een Eames Chair. Maar ja, ieder zijn smaak, zeker?”

Wat als je vlekken maakt op je oude meubelstuk? Is het dan een goed idee om daar zelf wat op te schrobben of laat je dat toch beter over aan een expert?

Baert: (lacht) “Zelf schrobben zou ik niet doen. Als je net zoveel geld hebt uitgegeven aan een kwalitatief stuk, dan zou ik het zekere voor het onzekere nemen en het overlaten aan een professional. Voor je het weet heb je de schade een pak erger gemaakt.”

Chung: “En als je stoelen of een zetel koopt die in een niet zo opperbeste staat zijn, hou er dan rekening mee dat ze opnieuw laten stofferen ook behoorlijk prijzig kan zijn.”

In Stukken van mensen zien we jullie telkens stevig onderhandelen met de verkopers. Is het eigenlijk gangbaar dat potentiële kopers ook over júllie prijzen proberen te onderhandelen?

Chung: “Tegenwoordig wil iedereen het Stukken van mensen-­spel spelen en proberen ze van de prijs af te dingen. Maar in het echte leven probeer ik toch de prijzen aan te houden die op mijn website staan aangegeven. Tenzij ze bij mij een heel interieur kopen, dan kan er wel wat af. Maar het is niet zo dat er voor elk stuk een harde onder­handeling volgt, nee.”

Baert: “Ik hou ook heel erg vast aan mijn prijzen. Ook als ik zelf stukken aankoop: ik zal nooit meer geven dan wat ik in gedachten heb. Ik heb lang met heel weinig geld moeten rondkomen, en daardoor heb ik dat wel geleerd.”

Moet je niet vooral veel geld hebben om oude kwaliteitsmeubels te kunnen kopen?

Baert: “Nee, dat is een groot misverstand. Je kan in alle prijsklassen leuke dingen vinden. Als je een toffe lamp wilt uit de jaren zeventig, en je hebt daarvoor 500 euro te geef, dan kan je daar echt al iets mee doen. De vraag is vooral: willen jonge mensen vandaag nog 500 euro investeren in een meubelstuk, of willen ze liever naar een concert, of gaan skiën?”

Chung: “Ik heb toch ook veel jongere klanten hoor. En best wat designklassiekers zijn nog te betalen, zoals de polyester stoelen van Eames, die ook waardevast zijn. Maar ook de tafellampen van Joe Colombo vallen enorm mee qua prijs. Als je wat rondkijkt, koop je soms voor het bedrag dat je in Ikea zou uitgeven iets van een bekende ontwerper. Zeker nu de prijzen van materialen zo gestegen zijn, denk ik dat het in alle opzichten interessant is om vintage of oudere meubels te kopen. Die zijn van een ongeziene kwaliteit en gaan generaties lang mee.”

Baert: “En je geeft er een oud stuk een nieuw leven mee. In onze wegwerpmaatschappij is dat misschien geen slechte start.”

Hebben jullie nog laatste tips voor wie zelf vintage of antiek wil beginnen te kopen?

Baert: “Hou een prijs in je hoofd die je wilt uitgeven aan je meubels en laat je niet meeslepen op het moment zelf. Als je iets mooi vindt, maar het kost veel meer dan je eigenlijk voorzien had, dan kies je beter voor een ander meubelstuk. Ik denk dat je op die manier ook het meeste kan aankopen, omdat je je dan nooit vergaloppeert. En koop natuurlijk iets waar je blij van wordt. Dan vergeet je de prijs, hè.”

Chung: “En iets waarvan je weet dat het redelijk waardevast is, voor als je het binnen tien of vijftien jaar beu bent en wilt wegdoen.”

3 tips voor tijdens en na de jacht

“Koop kunst. Dat geeft karakter aan je woning en soms blijkt het bij verkoop plots een pak meer waard te zijn dan toen je het kocht. Dat is zeker het geval bij kunstenaars die weinig produceren.”

“Laat vlekken op je design­meubelstuk altijd door een professional herstellen en ga ze niet zelf repareren. Voor je het weet, heb je de schade veel erger gemaakt.”

“Ga vooral rommelmarkten en antiekbeurzen bezoeken als je meer wilt leren over de wereld van vintage en antiek. Al doende leer je het meeste.”

Alle seizoenen van Stukken van mensen zijn te herbekijken via GoPlay

Nu belangrijker dan ooit: steun kwaliteitsjournalistiek.

Neem een abonnement op De Morgen


Op alle artikelen, foto's en video's op demorgen.be rust auteursrecht. Deeplinken kan, maar dan zonder dat onze content in een nieuw frame op uw website verschijnt. Graag enkel de titel van onze website en de titel van het artikel vermelden in de link. Indien u teksten, foto's of video's op een andere manier wenst over te nemen, mail dan naar info@demorgen.be.
DPG Media nv – Mediaplein 1, 2018 Antwerpen – RPR Antwerpen nr. 0432.306.234