Donderdag 07/07/2022

Beter LevenWonen

Zo helpt de overheid een handje bij renovaties: ‘Niet alleen premies, maar ook last van schouders eigenaars nemen’

Franky Thienpondt (rechts) krijgt advies van renovatie-adviseur Tom Keppens (Energent).  Beeld Wouter Maeckelberghe
Franky Thienpondt (rechts) krijgt advies van renovatie-adviseur Tom Keppens (Energent).Beeld Wouter Maeckelberghe

Een onafhankelijke partij die u adviseert, aannemers regelt en de werken opvolgt. Het verlaagt de drempel om te renoveren en is volgens experts broodnodig om het aantal renovaties op te krikken. ‘Wat ik nodig had, was een schop onder de kont én iemand die mijn handje vasthoudt.’

Dieter De Cleene

“Ik ben al langer heel bewust met ons energieverbruik bezig, en nog meer nu de prijzen de pan uit swingen”, zegt Franky Thienpondt. “De energiefactuur is toch een serieuze hap uit het gezinsbudget.” Hier en daar verraadt een klein pluisje glaswol op het terras dat Thienpondt recent de spouwmuur van zijn woning in Lochristi liet isoleren. Dat deed hij via een groepsaankoop georganiseerd door Energiehuis Veneco en Energent, een burgercoöperatie voor hernieuwbare energie. Vandaag komt renovatie-adviseur Tom Keppens van Energent langs om te zien of alles naar wens is verlopen, en of er nog verbeteringen aan de woning mogelijk zijn.

De spouwmuurisolatie die Thienpondt liet uitvoeren maakt deel uit van een pakket van dertien renovatie-ingrepen waar burgers uit 21 gemeenten rond Gent sinds deze maand op kunnen intekenen. Van keldervloerisolatie, over raamvervangingen en de installatie van een warmtepomp, tot dakisolatie. Wie zich inschrijft voor een relatief eenvoudige ingreep, zoals een spouwmuurisolatie, krijgt een een door Energent geselecteerde aannemer over de vloer die een offerte opmaakt. Energent controleert of die aan de gemaakte prijsafspraken voldoet. Voor ingrijpendere werken, zoals een dakisolatie, komt een renovatie-adviseur vooraf samen met de aannemer langs, en controleert die ook de uitvoering van de werken. “Het idee daarachter is om de eigenaar zoveel mogelijk te ontzorgen en de drempels om te renoveren weg te nemen”, zegt Keppens. “Daarnaast zijn wij een onafhankelijke partij, die zelf niets te verkopen heeft. Als het goed is, zeggen wij dat ook. En door onze uitgebreide ervaring met aannemers kunnen we garanderen dat onze partners kwaliteit tegen een goede prijs leveren.”

Thienpondt zag daar wel de voordelen van in. “Je zit toch met veel vragen. Wat zijn nuttige ingrepen? Zullen de werken goed worden uitgevoerd? Daar kennen we niets van.” Het gezin kreeg via Energent een analyse van de terugverdientijd van hun investering in spouwmuurisolatie. “Doorgaans is dat 3 à 4 jaar”, weet Keppens. “Wie over een niet opgevulde spouwmuur beschikt, moet eigenlijk niet twijfelen.” Het staat deelnemers vrij om zelf nog andere offertes op te vragen, en Thienpondt deed dat ook. “Maar die bleken toch zo’n 20 procent duurder.” De Energent-adviseurs bekijken die offertes ook. “Blijkt een andere aannemer systematisch een betere prijs-kwaliteit te bieden, dan zoeken we een nieuwe partner”, zegt Keppens. “Voor sommige ingrepen werken we met twee vaste aannemers, die we geregeld evalueren. Laat de ene steken vallen, dan gaat meer werk naar de andere. Zo houden we onze aannemers scherp.”

Maar ook voor de aannemers biedt de aanpak voordelen. “Door onze tussenkomst is de kans dat ze werken ook effectief zullen mogen uitvoeren veel groter”, zegt Keppens. Dat betekent minder nutteloze bezoeken en offertes, wat hen dan weer toelaat om betere prijzen te vragen. Iedereen wint.”

Thienpondt en zijn vrouw Ilse Van de Steen bouwden de woning in 1997. Ze isoleerden het dak en de zoldervloer destijds 12 centimeter dik. “Niet slecht, maar niet hoe we het vandaag zouden doen”, aldus Keppens. “Vandaag is 20 centimeter de norm.” Zo’n dertig procent van de warmte in een woning gaat verloren via een niet-geïsoleerd dak, weet de adviseur. Een dak of zoldervloer isoleren maakt dus een groot verschil. “Ook door extra te isoleren kan je nog winst boeken.”

De ramen bestaan uit dubbel glas. “Hoogrendementsglas isoleert drie keer beter”, zegt Keppens. Wanneer het schrijnwerk nog in goede staat is, zoals ten huize Thienpondt het geval lijkt, is het mogelijk om enkel het glas te vervangen. “Mensen weten vaak niet dat dat kan, en aannemers zullen er niet altijd op wijzen”, zegt Keppens. “Het is tot vier keer goedkoper dan een volledige vervanging. Je kan zo’n ingreep eventueel ook beperken tot de meest verwarmde leefruimtes.” Het is volgens Keppens nog een voordeel van de groepsaanpak. Probeer voor zo’n relatief klein klusje maar eens een aannemer over de vloer te krijgen. Die vloer is hier niet geïsoleerd, maar gezien de ingrijpende werken die ervoor nodig zijn, is dat een ingreep waarvoor de meeste mensen bedanken. Het vooruitzicht op opengebroken vloeren kan ook Thienpondt en zijn vrouw weinig enthousiasmeren. “Wanneer je de vloer via een kelder of kruipruimte langs onder kan isoleren, is dat wel een relatief eenvoudige ingreep die je snel terugverdient”, zegt Keppens.

Tom Keppens (link): ‘Het idee is om de eigenaar zoveel mogelijk te ontzorgen en de drempels om te renoveren weg te nemen.’ Beeld Wouter Maeckelberghe
Tom Keppens (link): ‘Het idee is om de eigenaar zoveel mogelijk te ontzorgen en de drempels om te renoveren weg te nemen.’Beeld Wouter Maeckelberghe

Een grote energieverslinder bij het gezin van vijf is de elektrische boiler. Die vervangen door een warmtepompboiler of zonneboiler zou een flinke besparing kunnen opleveren. Zeker wanneer het gezin, dat al zonnepanelen liet plaatsen, straks niet meer kan rekenen op een terugdraaiende elektriciteitsmeter. Thienpondt zal nog een verslagje in de mailbox krijgen met een prioriteitenlijsten en verdere vrijblijvende info. Keppens vertrekt naar een volgende doorlichting, want het zijn drukke tijden voor een renovatie-adviseur. “Het is zeker een job met toekomst”, lacht Keppens. “Iedereen wil nu advies.”

Schop onder je kont

In Gent kunnen mensen al langer een renovatie-adviseur laten langskomen, onder meer via het project Wijkwerf, dat zoveel mogelijk mensen in één buurt aan het renoveren wil krijgen. Karlo Goethals liet via de wijkwerf in de Bloemekeswijk zijn gevel isoleren. “Ik ben wel ecologisch bewust en had al langer oren naar het belang van renovatie”, zegt Goethals. “Ook omwille van de impact op de waarde van mijn woning en mijn energiefactuur. Waar ik geen zin in had, was de rompslomp, het gedoe met aannemers. Dit was voor mij een ideale oplossing: een combinatie van een schop onder je kont en iemand die je handje vasthoudt en kan garanderen dat het goed is.”

Niet alleen in en rond Gent, maar ook in de regio’s Kortrijk en Mechelen lopen soortgelijke initiatieven. Ook in gemeenten in Vlaams-Brabant kunnen burgers via het Energiehuis een beroep doen op een renovatiebegeleider. Volgens Han Vandevyvere, expert duurzaam bouwen bij VITO/Energyville, is dat de te volgen weg, als we willen dat het een beetje opschiet met de renovatie van onze woningen. “Lokale overheden moeten in de renovatiegolf een regierol opnemen”, zegt Vandevyvere. “Er zijn interessante initiatieven, maar we moeten zoveel mogelijk evolueren in de richting van one-stop-shops: één aanspreekpunt dat het volledige renovatieproces op zich neemt, de financiering regelt én de uitvoering controleert.” Dat is niet alleen handig voor de huiseigenaars, alleen zo slagen we er volgens Vandevyvere in om tegen 2050 onze woningen aan de vooropgestelde energienormen te laten voldoen. “We renoveren nu ongeveer één procent van de gebouwen per jaar. Dat moet verdrievoudigen, wat voor Vlaanderen neerkomt op zo’n 80.000 gebouwen per jaar. Dat lukt niet door mensen alleen maar te verleiden met premies, maar alleen wanneer je hen zoveel mogelijk last van de schouders neemt.”

Weten op welke premies je recht hebt, is al een expertise op zich. “Veel mensen zien door de bomen het bos niet meer”, zegt Lore Vandamme, renovatie-adviseur in de regio Kortrijk. “Het is ook onze taak om mensen daar wegwijs in te maken.” Vandamme merkt dat advies van een onafhankelijke expert eigenlijk al nuttig zou zijn vóór mensen een woning kopen. “Het is frappant hoe slecht mensen soms kunnen inschatten wat er nodig is om de woning die ze net hebben gekocht energiezuinig te renoveren.” Om naar energieprestatieniveau A of B te gaan, is vaak gevelisolatie nodig. Dat zien mensen vaak over het hoofd, merkt Vandamme, en bij grote oppervlakken lopen de kosten daarvoor snel op.

Volgens een recente studie door experts van VITO en EnergyVille kost een gemiddelde renovatie tot energielabel A zo’n 36.000 euro. Maar de nodige investeringen variëren enorm: van 5.000 tot meer dan 70.000 euro. Een vrijstaande woning renoveren kost ongeveer het dubbele van een rijwoning uit dezelfde bouwperiode. Met afwerkings- en architectenkosten is in de studie nog geen rekening gehouden. “Na een rondgang moeten wij vaak slecht nieuws brengen,” zegt Vandamme.

Wie een woning koopt met energielabel E of F, en die binnen de vijf jaar minstens tot niveau C renoveert, kan daarvoor een renteloos renovatiekrediet aanvragen. “Maar dat moet je afsluiten op het moment dat je je hypothecaire lening afsluit”, zegt Vandamme. “Veel mensen weten dat niet, en ze weten op dat moment vaak ook nog niet goed welke kosten ze allemaal zullen moeten maken. Het is jammer dat mensen niet wat meer tijd hebben om goed uit te zoeken wat met het oog op de lange termijn de beste opties zijn.”

Een renovatie-expert houdt altijd die lange termijn voor ogen. Tegen 2050 moeten alle woningen energielabel A halen. Dat is momenteel voor minder dan 5 procent van de woningen het geval. Bij een renovatie is het niet alleen zaak de nuttigste dingen eerst te doen, maar te vermijden dat wat je vandaag doet latere ingrepen in de weg zit. “Wie zijn dak laat isoleren, houdt er best rekening mee dat er later misschien nog buitenisolatie tegen de gevel zal nodig zijn”, zegt Vandevyvere. “Zijn je dakranden daar niet op voorzien, dan kan je je halve dak weer aanpassen. De tussenkomst van een expert kan zo veel ellende besparen.”

null Beeld Wouter Maeckelberghe
Beeld Wouter Maeckelberghe

Doe de warmtepomptest

Mensen aanmoedigen om te renoveren is belangrijk, maar het zal niet volstaan. “De bouwsector zal moeten kunnen volgen”, zegt Vandevyvere. Hij verwijst naar Italië waar burgers renovatiekosten voor 110 procent als belastingvermindering kunnen inbrengen. “Daardoor nam de vraag naar renovaties sterk toe. Het aanbod kon niet voldoende volgen, waardoor de prijzen nog meer door het dak gingen dan bij ons, en er heel wat nieuwe bedrijven van bedenkelijke kwaliteit op de markt verschenen.”

De bouwsector zal volgens Vandevyvere een tandje moeten bijsteken. “De sector kampt met vergrijzing en een weinig aantrekkelijk imago van hard buitenwerk. Dat kan veranderen door meer in te zetten op de nieuwste technologieën, zoals het gebruik van prefab-bouwelementen. Zodat de sector meer jongeren aanspreekt, die mee zijn met de nieuwste inzichten.”

De overheid moet volgens Vandevyvere niet alleen renovatie stimuleren, maar die ook ontmoedigen wanneer dat geen goed idee is. “Sommige woningen zijn van te slechte kwaliteit, staan op een ‘onduurzame’ locatie, of een combinatie van beide”, zegt Vandevyvere. “Het is dan beter die af te breken en op een betere locatie iets nieuws te bouwen. Zo vermijd je dat mensen geld en moeite steken in iets dat zowel henzelf als de samenleving veel te duur te staan komt.” Het is volgens Vandevyvere het soort beleid dat nodig is om tegelijk de ruimtelijke verrommeling en de woon- en leefkwaliteit aan te pakken. In 2019 ontwikkelden Vandevyvere en zijn collega’s al een beslissingsboom om te bepalen welke gebouwen voor renovatie in aanmerking komen en welke niet. “Daar is tot dusver weinig mee gedaan.”

Daarnaast klagen energie-experts al langer aan dat het huidige beleid de energietransitie net tegenwerkt. Neem nu de warmtepomp. In een recente studie waarin experts van VITO en EnergyVille nagaan wat de meest kosteneffectieve manier is om onze woningen tot energieprestatieniveau A te renoveren, komt de warmtepomp als onrendabele investering uit de bus. Terwijl een warmtepomp veel milieuvriendelijker en efficiënter is dan een gasketel. Dat komt doordat elektriciteit zoveel duurder is dan aardgas. En dat terwijl een warmtepomp voor steeds meer woningen een te overwegen optie is. “Vroeger was een warmtepomp enkel geschikt voor een goed geïsoleerde woning”, zegt Vandevyvere. “Maar de technologie evolueert, en het aantal woningen dat ervoor in aanmerking komt evolueert mee.” Een goede indicatie is volgens Vandevyvere de 50 graden-test. Warmtepompen zijn namelijk enkel geschikt voor verwarming op lage temperatuur. “Laat de stooktemperatuur van je gasketel eens zakken tot 50 graden Celsius”, zegt Vandevyvere. “Krijg je dan je woning nog warm? Dan lukt het wellicht ook met een warmtepomp.”

En moet je dan je vloer niet opbreken om vloerverwarming te installeren? Ook daar bestaan alternatieven voor, zoals zogenoemde ventilo-convectoren, die warmte of koude kunnen afgeven met behulp van een ventilator. Dan is het enkel nog wachten tot de overheid iets doet aan de wanverhouding tussen de elektriciteits- en gasprijs. Geven de energie-experts van VITO/EnergyVille in hun modellen de Nederlandse prijzen in - die minder ver uit elkaar liggen - dan wordt de warmtepomp wél een goede investering. “Het is te gek voor woorden”, vindt Vandevyvere. “Het wordt tijd dat de overheid belast waar we van af moeten, niet wat we met het oog op de toekomst nodig hebben. De nood daaraan was nooit zo duidelijk.”

Nu belangrijker dan ooit: steun kwaliteitsjournalistiek.

Neem een abonnement op De Morgen


Op alle artikelen, foto's en video's op demorgen.be rust auteursrecht. Deeplinken kan, maar dan zonder dat onze content in een nieuw frame op uw website verschijnt. Graag enkel de titel van onze website en de titel van het artikel vermelden in de link. Indien u teksten, foto's of video's op een andere manier wenst over te nemen, mail dan naar info@demorgen.be.
DPG Media nv – Mediaplein 1, 2018 Antwerpen – RPR Antwerpen nr. 0432.306.234