Woensdag 17/08/2022

ReizenZuid-Frankrijk

Zuid-Frankrijk door een roze bril

De zoutvlaktes van Aigues-Mortes. Een alg die goed gedijt in zout water doet het water roze kleuren. Beeld Katleen Gils
De zoutvlaktes van Aigues-Mortes. Een alg die goed gedijt in zout water doet het water roze kleuren.Beeld Katleen Gils

Flamingo’s en zout. Veel meer valt er niet te zien in en rond het Zuid-Franse stadje Aigues-Mortes. En precies dat maakt deze plek zo fantastisch.

Ann-Marie Cordia

Het roze water is betoverend mooi. Alsof je in een van de droomlandschappen van de Italiaanse fotograaf Paolo Pettigiani, bekend om zijn infraroodfotografie, bent beland. Maar dan wat desolater, in deze dorre hitte, zelfs als het nog maar mei is. Vanuit het afgelegen huisje waar we logeren, midden in de zoutvlaktes, heb je overal uitzicht op de zoutbekkens rondom, variërend van donkerblauwgroen aan de ene kant tot lichtrood aan de andere kant. Als je in deze uitgestrekte weidsheid niet tot rust kunt komen, dan nergens. De tijd lijkt hier stil te staan, of zoals de slagzin van dit stadje luidt: ‘Ici, nous avons le temps.’ Zo voelt het echt. De omwalling van Aigues-Mortes, wat ‘dode wateren’ betekent, figureert op de achtergrond.

Het was de Franse koning Lodewijk IX die het stadje in de middeleeuwen als uitvalsbasis voor een reeks kruistochten liet bouwen. De robuuste vestingmuren dateren van 1300, van na zijn dood. Ook honderden jaren later kan je Aigues-Mortes enkel via een van de grote poorten betreden. Wie wil, kan de hele omwalling bewandelen. Vandaar heb je een uitzicht over de hele omgeving.

Het stadje Aigues-Mortes werd gesticht door koning Lodewijk IX, de omwalling kwam er na zijn dood. Beeld Katleen Gils
Het stadje Aigues-Mortes werd gesticht door koning Lodewijk IX, de omwalling kwam er na zijn dood.Beeld Katleen Gils

In het gotische kerkje Notre-Dame-­des-Sablons d’Aigues-Mortes staat een doosje met, letterlijk, een stukje van Saint Louis IX in bewaard – na zijn dood werd hij heilig verklaard. Ook de buste aan de ingang is ter ere van hem, hoewel ze vooral aan Jezus herinnert. Het is een werk van beeldhouwer Josep Maria Subirarchs, die ook de lijdensfaçade heeft gemaakt aan de buitenkant van de Sagrada Familia in Barcelona. Maar het opvallendst zijn de abstracte glas-in-loodramen van de Franse kunstenaar Claude Viallat, bedoeld om in de jaren negentig jongere kerkgangers aan te trekken. Tevergeefs, gokken we, want de diaken die ons maar net voor sluitingstijd binnenlaat, is ook al van een zekere leeftijd.

Anno 2022 telt het stadje zo’n 8.500 inwoners en zo’n tachtig restaurants. Voor veel mensen is Aigues-­Mortes een stop op weg naar nog zuidelijkere oorden, maar wij komen voor het zout – en de vogels in de wijde omtrek. Rond de stad vliegen zwaluwen af en aan. Ze broeden in de gaten van de eeuwenoude stads­muren.

Zee, zon en wind

Ons vertrekpunt voor een ­fietstocht over de zoutvlaktes is Le Salin d’Aigues-­Mortes van de Groupe Salins, bij ons bekend van het zoutmerk La Baleine. De gids is de 62-jarige Luc Vernhes, een voormalige zoutwerker die de job zo’n 35 jaar uitoefende. “Ik ben op mijn achttiende begonnen, omdat ik op school niet bepaald uitblonk.” Hij stopte er enkele jaren geleden mee, maar blijft de bekendste saunier van de streek.

Ooit was zout goud waard, letter­lijk. Omdat het zo zeldzaam was, was het over de hele wereld een kostbaar goed, onder meer om vlees te bewaren. In Afrika verruilde het oude koninkrijk in Ghana goud voor zout met Berbers uit Noord-Marokko en de Romeinen gebruikten zout als betaalmiddel – het woord ‘salaris’ komt van het Latijnse ‘sal’ of zout. De zoutproductie in Aigues-Mortes gaat terug tot in de Oudheid.

Veel heb je blijkbaar niet nodig om zout te maken: zeewater, zon en wind. In maart begint de ‘productie’. Dan laten de sauniers water uit de ­Middellandse Zee in de bekkens lopen, waarna het van zoutpan naar zoutpan gaat. In totaal legt het zeewater in enkele maanden tijd zo’n 40 kilometer af. Onderweg verdampt het meeste water. Je begint met 29 gram zout per liter water en eindigt met tien keer zoveel.

“Regen is onze grootste vijand”, vertelt Vernhes. “Hoe minder, hoe liever. Maar wat goed is voor het zout, is niet altijd goed voor de natuur.” Hij demonstreert hoe je bij regenval een poortje met de hand opendraait om het teveel aan water van de zoutpan naar een brede gracht te laten over­lopen. En dat moet snel gaan, als er buien losbarsten. Ziehier de grootste taak van een saunier: op tijd de poorten openzetten. “Dat was vroeger, voor de komst van een gsm, veel lastiger. Nu kan je veel sneller iedereen verwittigen om te komen helpen.” Net als boeren zijn zoutwerkers overgeleverd aan het weer. “De bazen vroegen me elk jaar weer: wanneer kan de oogst beginnen? Ik zie het als het zover is, maar ik kan er nooit een precieze datum op plakken. Meestal is het rond 10 juli.”

De oogst van de fleur de sel, jaarlijks 500 ton, is het hoogtepunt van het jaar. Op een gegeven moment ontstaan er dankzij de befaamde mistralwind een soort drijvende bloemen van gekristal­liseerd zout aan het wateroppervlak. Deze hoopjes scheppen seizoensarbeiders met de hand van het water, vandaar de meerprijs. Ze verzetten in die weken zo’n 20 ton per dag. “Zware arbeid”, ­beaamt Vernhes. “En je moet hard kunnen werken, maar het belangrijkste is dat je je goede humeur erbij bewaart. Ik heb nooit iemand aangenomen met wie ik het niet goed kon vinden.”

Na de oogst van de fleur de sel, eind augustus of begin september, blijft er op de bodem enkel nog een soort zout­cake over. Die grand sel wordt machinaal opgeschept en meermaals gespoeld en gedroogd om onzuiverheden eruit te halen. Maar tussendoor ligt het hier, gewoon buiten. Het zijn immense heuvels van zout, die kamelen worden genoemd en die we te voet beklimmen. Langs de buitenkant vormt zich een harde korst. De kleur en structuur lijken wat op harde, bijeengeperste sneeuw: van ver zien ze eruit als oogverblindende gletsjers. Van deze zoutheuvels wordt al het andere zout – ruw of fijngemalen – gemaakt. Die opbrengst is goed voor zo’n 150.000 tot 200.000 ton per jaar.

Wie vroeg wakker wordt op de zoutpannen, krijgt een prachtige zonsopgang cadeau. Beeld Katleen Gils
Wie vroeg wakker wordt op de zoutpannen, krijgt een prachtige zonsopgang cadeau.Beeld Katleen Gils

We fietsen verder en zien zoutpannen voor zover het oog reikt. Het is een enorm gebied van zo’n 8.000 hectare, zowat de grootte van Parijs. Niet dat we lange afstanden afleggen, want overal zijn wel Instagram-­waardige ­foto’s te maken, zeker op al de plekken waar het water roze kleurt.

De kleur is te danken aan een welbepaalde alg, de Dunaliella salina, die veel bètacaroteen bevat en goed gedijt in zout water. Hoe meer van deze alg het water bevat, hoe rozer het is. ­Wanneer pekelkreeftjes deze alg opeten, kleuren ze oranje, waarna flamingo’s hen oppeuzelen en zelf roze worden. Babyflamingo’s zijn in hun eerste levensjaren wit en grijs. Terwijl het zeewater van bassin naar bassin loopt en de concentratie zout oploopt, wordt het op een gegeven moment te zout voor de rivierkreeftjes, waardoor de alg niet meer opgegeten wordt en vrij spel krijgt. Vandaar de vele schakeringen aan roze die we tegenkomen – en waaraan we zo moeilijk kunnen weerstaan.

Ik begin te snappen waarom Luc zijn job altijd met zoveel passie deed. “Je rijdt wat. Je observeert. Je zit in de natuur. Je bent buiten. Je komt meer dieren tegen dan mensen.”

Nu je het zegt. Où sont les flamants? Flamants, dat zijn flamingo’s in het Frans. “Elk jaar in april keren deze vogels terug uit Afrika”, vertelt Laura Mansiet. Ze is natuurgids en ornitholoog in opleiding en begeleidt ons op de rest van de fietstocht. “Sommige flamingo’s vliegen trouwens nog verder door naar het noorden. Maar er zijn hier het hele jaar door flamingo’s, want ze overwinteren niet allemaal in Marokko en andere delen van Noord-Afrika. Vooral de oudere vogels vliegen naar het zuiden. Dat doen ze veelal uit gewoonte, niet omdat het nodig is. De jongere vogels blijven vaker hier, een gevolg van de klimaatverandering.”

Van de activiteit van de zoutbekkens lijken de vogels weinig last te hebben. In 2007 berichtte de BBC nog over een kolonie flamingo’s die de Camargue juist had verlaten vanwege een staking van de zoutwerkers. Doordat ze hadden nagelaten het zeewater in de zoutbassins te pompen, bleef de lagune in kwestie droog en verkasten de flamingo’s naar Sardinië. “Een flamingo legt doorgaans maar één ei per keer, dus het is een kwestie van alles of niks. Mannetjes en vrouwtjes gaan om beurten op het ei zitten en voor de kleintjes zijn er flamingocrèches. Ze worden allemaal op één plek gezet, waarna de ouders telkens eten gaan halen voor hun kind.”

Een beetje valsspelen

Aigues-Mortes is een van de grootste broedplekken voor de flamingo’s, ook dankzij inspanningen van de Groupe Salins. Ze creëren ­eilandjes en beheren het water zo dat de flamingo’s zich in optimale omstandigheden kunnen voortplanten. Ook hebben ze natuurlijke vijanden zoals vossen en everzwijnen weggehaald van de zoutpannen. In coronajaar 2020 werd in Aigues-Mortes een recordaantal flamingo’s geteld: zo’n 40.000 volwassen vogels en zo’n 12.500 kleintjes. Minder vliegtuigen en helikopters vlogen over het gebied en dat had een positief effect op de populatie.

“Vroeger werden flamingo’s nog opgegeten”, gaat Laura verder. “Ik heb ze nooit geproefd, maar van de oudere generatie zullen sommigen het zich nog herinneren. Er werd op ze gejaagd, maar sinds 1976 zijn ze beschermd.” De tong beschouwden de Romeinen als een delicatesse.

Flamingo’s zien is één ding, ze foto­graferen is een ander paar mouwen. Ze zien ons telkens van ver aankomen en als we stoppen, stappen ze weg. Op hun dooie gemak, met hun lange nek en bij elke stap dat knikje. Als we ze – en andere vogels – van dichtbij willen fotograferen, moeten we naar een verder gelegen vogelpark, zegt Laura. Ze toont haar iPhone, en inderdaad, daar kruipen ze bijna bij je op de schoot. Ze worden er niet gevangen­gehouden, wel bijgevoederd. Dat vinden we toch een beetje valsspelen, dus blijven we braaf op onze route langs de zoutmoerassen. Want je hebt dieren in het wild, en in het wild-wild.

Het heerlijke niets

De komende kilometers rijden we op ons gemak. Af en toe stopt Laura en wijst ze richting een van de vele ­meertjes. “Kijk, kluten.” Of naar een oever, langs de kant. Je hebt een ­geoefend oog nodig om ze op te merken. “Daar, een bijeneter!” Met zijn gele hals en felgroene borst is dit een van de kleurrijkste vogels van heel Europa. Hier in de Camargue zijn ze allesbehalve zeldzaam, maar telkens wanneer ze overvliegen, word je ogenblikkelijk blij. Bijeneters komen in april aan, om eind augustus, begin september weer richting Afrika te vertrekken om te overwinteren.

In de zoutwatermoerassen van Salin de Giraud en Aigues-Mortes zouden er meer dan tweehonderd verschillende vogelsoorten leven. Een verrekijker helpt om ze te observeren, zelfs als het er eentje van je kinderen is, maar foto’s maken probeer ik niet eens. Of hoe vogelspotten je leert genieten van het moment.

De flamingo’s leven op de zoutmoerassen rond de zoutpannen. Beeld Katleen Gils
De flamingo’s leven op de zoutmoerassen rond de zoutpannen.Beeld Katleen Gils

We weten het wel, pics or it didn’t happen en zo. En toch hebben we ze gezien. De flamingo’s en al die andere vogels. Overvliegende ganzen, mogelijk een kleine zilverreiger en een stel bosruiters. Ze waren overal, maar wensten hoegenaamd niet te poseren. We hopen op het strand een heel eind verderop nog een grote troep ­flamants tegen te komen. Maar helaas: vandaag zitten ze hier niet. Dan maar het water in. Want wat een luxe is dit. Op dit verlaten plekje aan de duinen heb je geen wc, hier heerst het heerlijke niets. Eten moet je zelf voorzien. We hebben deze hele plage – privé­domein maar toegankelijk mits betaling of als je een fietstocht doet – voor ons alleen. Na zo’n lange tocht in de hitte is het tijd voor een frisse duik. Voor Flamands is het water warm genoeg.

De volgende ochtend schreeuwen de meeuwen – toch het schorriemorrie onder de vogels – ons wakker. En maar goed ook, want deze zons­opgang hadden we niet willen missen. Het leven door een roze bril, alstublieft. De ene meeuw is de andere ook niet. Zijn dat nu zwartkopmeeuwen met baby’s op de eilandjes achter ons huisje? Ze maken in elk geval een hels lawaai en overstemmen het gekwetter in de bomen van, tja, wat waren het eigenlijk?

Bij ons vertrek worden we nog getrakteerd op een grote troep opvliegende flamingo’s. Ze nemen al lopend wat snelheid op het water en hop, daar gaan ze, de lucht in. Ons hart maakt nog een laatste sprongetje. Eén ding is zeker: Aigues-Mortes heeft de vogelaar in ons gewekt.

Een rondleiding (per fiets, te voet of met een treintje) kan je vastleggen via visitesalinsdecamargue.com

Een overnachting op de zoutvlakte boeken kan via nuitssalines.com

Meer over

Nu belangrijker dan ooit: steun kwaliteitsjournalistiek.

Neem een abonnement op De Morgen


Op alle artikelen, foto's en video's op demorgen.be rust auteursrecht. Deeplinken kan, maar dan zonder dat onze content in een nieuw frame op uw website verschijnt. Graag enkel de titel van onze website en de titel van het artikel vermelden in de link. Indien u teksten, foto's of video's op een andere manier wenst over te nemen, mail dan naar info@demorgen.be.
DPG Media nv – Mediaplein 1, 2018 Antwerpen – RPR Antwerpen nr. 0432.306.234