Donderdag 02/12/2021

OpinieGuy Verhofstadt

Alles loopt verkeerd af bij Willem Frederik Hermans, en dat is oké

De onthulling van een gedenksteen voor Willem Frederik Hermans (1921-1995) in de Amsterdamse Nieuwe Kerk ter ere van de schrijver en zijn oeuvre. Hermans zou op 1 september honderd jaar zijn geworden. Beeld ANP
De onthulling van een gedenksteen voor Willem Frederik Hermans (1921-1995) in de Amsterdamse Nieuwe Kerk ter ere van de schrijver en zijn oeuvre. Hermans zou op 1 september honderd jaar zijn geworden.Beeld ANP

Guy Verhofstadt (Open Vld) is Europees Parlementslid en oud-premier. Dit is een ingekorte versie van de toespraak die hij dinsdag hield in de Nieuwe Kerk in Amsterdam, naar aanleiding van de honderdste geboortedag van de Nederlandse schrijver Willem Frederik Hermans.

Er is iets aan het werk van Willem Frederik Hermans dat aan onze ribben blijft plakken, dat beklijft, dat onder onze huid kruipt, vandaag evenzeer als toen het werd geschreven. Maar wat? Het heeft, denk ik, met zijn unieke, persoonlijke kijk op de mens en de wereld te maken, waarvan de hoofdpersonages van zijn boeken en verhalen doordrongen zijn. Een mens- en wereldbeeld waarvan ook wij vandaag in hoge mate doordrongen zijn.

Als Multatuli, volgens WF Hermans, een man was die eerder tot de achttiende eeuw behoorde dan tot de zijne, dan zou je in die zin Hermans zelf kunnen catalogeren als iemand die eerder tot de eenentwintigste, tot deze eeuw behoort dan tot de zijne.

Moedwil en misverstand

Hermans zei ooit: “Niemand zal mij missen in 2021. Misschien mijn boeken, die liggen hopelijk nog in de boekenwinkel, maar de man zelf, van vlees en been, zal niemand meer missen.” Ik veroorloof het mij op dit punt met Hermans fundamenteel van mening te verschillen. De aanhoudende aantrekkingskracht van zijn werk heeft juist alles met ‘de mens zelf’ te maken, met het mensbeeld dat hij optekende en dat ook nu nog, ‘vlees en been’, helemaal herkenbaar blijft. Ik zou zelfs zeggen, meer herkenbaar nu dan toen, in de periode dat het werd neergeschreven. Die periode, die tweede helft van de twintigste eeuw, was groots, gedreven, abstract, ambitieus. Met andere woorden zowat het diametraal tegenovergestelde van wat de verhalen en personages van Hermans uitstralen.

Die lopen omgeven door wetenschap en mechaniek verdwaald rond in een wereld vol van “moedwil en van misverstand”. In een onbestemd tijdsgewricht dat wonderbaarlijk aan het onze doet denken, aan de waanzinnige aanvang van onze eigenste eenentwintigste eeuw.

Een tijd waarin miljardairs de wedloop op Mars hebben ingezet en ruimtereisjes organiseren gefinancierd door hun klanten, nota bene diezelfde klanten die maandenlang de capsule van hun eigen huis niet hebben mogen verlaten, en zo soms alle zin voor tijd en ruimte lijken te hebben verloren.

Voor Guy Verhofstadt is Willem Frederik Hermans ‘iemand die eerder tot de eenentwintigste, tot deze eeuw behoort dan tot de zijne'. Beeld Ed van der Elsken / Nederlands Fotomuseum
Voor Guy Verhofstadt is Willem Frederik Hermans ‘iemand die eerder tot de eenentwintigste, tot deze eeuw behoort dan tot de zijne'.Beeld Ed van der Elsken / Nederlands Fotomuseum

Een tijd van spectaculaire wetenschappelijke doorbraken, waarin zwaartekrachtgolven en zwarte gaten zichtbaar worden gemaakt, terwijl er tegelijkertijd lustig gekoketteerd wordt met stupide onwetendheid en allerlei vormen van onwetenschappelijk doemdenken – alhoewel ik beter ‘domdenken’ zou zeggen.

Deze tijd ook waarin overheidsinstanties “onverklaarbare luchtfenomenen”, vroeger ufo’s genaamd, plots ernstig gaan nemen en zo decennia-oude samenzweringstheorieën nieuw leven inblazen, alsof er dagelijks nog niet genoeg complottheorieën door het internet worden uitgebraakt.

De tijd, deze tijd, waarin Nieuw-Zeeland als eerste land het roken illegaal verklaart, terwijl de hele wereld net, zoals in De laatste roker voorspeld werd (een verhaal dat zich trouwens in het jaar 2021 afspeelt) met stofmaskers rondloopt om andere doodsoorzaken ervan te weerhouden ons lichaam binnen te dringen...

Dat alles doet wat met een mens. In een tijd waarin verwarring overheerst, waarin openlijk aan de democratie getwijfeld wordt, en het publieke forum steeds nadrukkelijker “door gevaarlijke gekken omringd” wordt. Een tijd waarin we massaal op zoek gaan naar zingeving en authenticiteit, hoewel met elk uur schermtijd blijkt hoe zinloos en illusoir die pose wel is. Een tijd waarin boven dat alles oorverdovend de “stille maar dodelijke dreiging” van een ontregelde klimaathuishouding tikt die, zoals de diabolische klok uit Een heilige van de horlogerie, het hele gebouw onderuit dreigt te halen.

Surrealist, realist en polemist

Een roman is als een andere bril waardoor je de werkelijkheid bekijkt, een nieuw perspectief om je eigen lot mee te overschouwen. Daarom trekken de romans van WF Hermans ons vandaag de dag zo aan: het perspectief klopt. Of tenminste: we zijn bang dat het weleens zou kunnen kloppen.

Zijn dubbele houding met technologie bijvoorbeeld: gefascineerde aanhankelijkheid, maar ook de vrees voor slaafse afhankelijkheid. Het gevoel bediend en bedrogen te worden, niet door een kompasnaald of een elektriseermachine, of de schrijf- en fototoestellen, klokken en horloges die telkens weer in Hermans’ werk opduiken, maar door belerende computers, meeluisterende luidsprekers, mensachtige robots, selectieve en zelfselecterende sociale media. We kunnen en weten alles, maar we begrijpen of vertrouwen niets. Alles is denkbaar maar tegelijk twijfelachtig. Alles is communicatie en tegelijk onbegrip. Hermans, de surrealist.

Maar ook Hermans de realist past bij ons, bij ons veralgemeend gevoel van ontnuchtering, bij de (westerse) mens die in zijn eeuwige, eenzelvige zoektocht telkens weer terug naar af moet, en zich zo de ‘eeuwig bedrogene van het universum’ weet. Weerloos, misschien wat wijzer geworden door de ervaring. Tot hij zich alsnog kan verzoenen met — de rode draad van Nooit meer slapen — “een soort specifiek gemiddelde van ellende”.

De charme van Hermans’ romans ligt, denk ik, in zijn talent als ‘desillusionist’. Alles loopt verkeerd af… en dat is oké. George Orwell beschreef die sensatie in Down and Out in Paris and London, het bittere maar nooit verbitterde relaas van zijn zwerversjaren op straat: “You have talked so often of going to the dogs — and well, here are the dogs, and you have reached them, and you can stand it. It takes off a lot of anxiety.” Het wegvallen van hoop en ambitie maakt plaats voor andere, meer tastbare geneugten: prachtige machines, gevonden prullaria, kunst en cultuur, vrienden en restaurants, desnoods sigaretten. Als niets ertoe doet, doet alles er een beetje toe.

Zelf merkte Willem Frederik Hermans dat “vertroostende effect” van literatuur op, en vooral van “juist die boeken, die níét pogen de lezer te troosten”. De eenentwintigste-eeuwse lezer kan wel wat vertroosting gebruiken en Hermans, aardig en gedienstig als hij was, blijft leveren.

Ten slotte blijft ook de derde Hermans, de polemist, relevant. Het is een kant van hem die ook vandaag nog gekoesterd wordt (waarbij de schrijver, zijn schrijfsels en zijn karakter als een eenheid gezien worden), maar die waarschijnlijk het lastigst is om nog te lezen. De tegenstanders van toen zijn grotendeels vergeten, de geschillen vervaagd, de mandarijnen met de loop der tijd opgelost in het zuur.

Maar de reden waarom hij telkens weer de polemiek aanging, is even belangrijk als destijds: schrijven om het denken scherp te stellen. Als manier om, botsend en beitelend, tot de essentie te komen — tot iets dichter bij de waarheid te komen dan voordien (in de mate waarin dat überhaupt mogelijk is).

Ooit zei Hermans over een kapotgeschreven slachtoffer: “Zoals een goeie kok van een koeienlijk een smakelijke biefstuk bakt, zo bak ik een biefstuk van die mevrouw.”

Vandaag hebben we het daar moeilijk mee: op internetfora maken we weliswaar gehakt van alles en iedereen, maar het echte debat is steeds meer aan banden gelegd en komt steeds minder tot de kern van de zaak. Gelijkhebberij en verbaal geweld heersen, maar de vakkundige botsing van ideeën wordt uit de weg gegaan. Een twistgesprek is nochtans óók een gesprek!

Honderd jaar na zijn geboorte zijn Hermans’ boeken, zoals hij had verhoopt, nog prominent aanwezig in de winkel. Ze staan nog steeds centraal in het literaire debat. Ze doen er nog steeds toe. Het getuigt van een enorm schrijftalent, taalgevoel en denkkracht. Een idee van hoe in het leven te staan. En dat is, een kwarteeuw na zijn dood, een prestatie die het gedenken waard is.

Meer over

Nu belangrijker dan ooit: steun kwaliteitsjournalistiek.

Neem een abonnement op De Morgen


Op alle artikelen, foto's en video's op demorgen.be rust auteursrecht. Deeplinken kan, maar dan zonder dat onze content in een nieuw frame op uw website verschijnt. Graag enkel de titel van onze website en de titel van het artikel vermelden in de link. Indien u teksten, foto's of video's op een andere manier wenst over te nemen, mail dan naar info@demorgen.be.
DPG Media nv – Mediaplein 1, 2018 Antwerpen – RPR Antwerpen nr. 0432.306.234