Zaterdag 13/08/2022

OpinieLudo De Witte

‘België moet niet alleen de resten van Lumumba teruggeven, maar zich ook excuseren’

Koning Filip en koningin Mathilde werden vorige week feestelijk verwelkomd in Lubumbashi, in Congo. Beeld Photo News
Koning Filip en koningin Mathilde werden vorige week feestelijk verwelkomd in Lubumbashi, in Congo.Beeld Photo News

Ludo De Witte is socioloog en auteur van De moord op Lumumba.

Ludo De Witte

Op 20 juni overhandigt premier De Croo de resten van Patrice Lumumba aan zijn nabestaanden, in aanwezigheid van Congolese gezagsdragers. Het betreft één tand uit het in zwavelzuur opgeloste lichaam van de Congolese eerste minister. Hij werd begin 1961, minder dan zeven maanden na de onafhankelijkheid, in Katanga vermoord. De Belgische politiecommissaris Gerard Soete, die het lichaam had vernietigd, bewaarde tot aan zijn dood enkele resten, om ermee uit te pakken bij zijn entourage als een jachttrofee. Pas veel later werd die tand uit zijn nalatenschap bij zijn dochter in beslag genomen.

De vraag rijst of België van het momentum zal gebruikmaken om dit onwaarschijnlijk macabere verleden passend te verwerken en in navenante maatregelen om te zetten. Het kleine reliek symboliseert immers hoe onze elites de prille Congolese democratie de nek omdraaiden en zes decennia lang wegkeken van hun verantwoordelijkheid ter zake, ondanks het corpus delicti dat onder hun neus lag. Wat zal premier De Croo bij die gelegenheid zeggen over de rol van België in de moord en de stuitende straffeloosheid in deze?

Ter herinnering, enkele markante feiten. De parlementaire onderzoekscommissie die in 2000 en 2001 de rol van België in de misdaad heeft onderzocht, erkende slechts ‘een morele verantwoordelijkheid’ van Belgische gezagsdragers voor de moord. Feiten die een rol van Belgische gezanten en ministers aantonen, zijn door dat nietszeggende besluit als het ware weggevaagd. De regering-Verhofstadt wou zo elke concrete verantwoordelijkheid voor een misdaad met desastreuze gevolgen voor Congo en Centraal-Afrika afwenden.

Verantwoordelijkheid

Als de Belgische autoriteiten geloofwaardig willen spreken over hun gehechtheid aan waarden als democratie, mensenrechten en vrede, dan moeten zij naar aanleiding van de restitutie hun verantwoordelijkheden erkennen. Belgische ministers, diplomaten en officieren speelden namelijk een beslissende rol in de omverwerping van de democratisch verkozen Congolese regering en de liquidatie van de premier.

Bovendien heeft Gerard Soete vier decennia lang, tot aan zijn dood in 2000, de resten van de Congolese leider getoond aan zijn entourage en aan minstens aan één journalist. Zelfs toen Soete in de pers ermee uitpakte, heeft de onderzoekscommissie-Lumumba, die alle bevoegdheden van een onderzoeksrechter had, hem niet lastiggevallen.

In 2011 diende de familie Lumumba een klacht in tegen twaalf Belgen voor hun betrokkenheid bij de moord. De klacht is ontvankelijk verklaard. Verjaring is niet mogelijk, want het betreft een oorlogsmisdaad waarbij Belgen zijn betrokken. Justitie heeft evenwel nooit een onderzoek ingesteld om de resten bij de nabestaanden van Soete te vinden. Pas in 2016 verrichtte het gerecht een huiszoeking bij zijn dochter. Die actie was het gevolg van speurwerk van journalist Jan Antonissen en een klacht wegens heling van stoffelijke resten door mezelf.

Ook mocht je verwachten dat de verbeelding van de dekolonisatie van Congo, Rwanda en Burundi (1958-1965) in het vernieuwde AfricaMuseum (geopend in 2018) veel aandacht zou krijgen. In die periode werden de kolonies omgebouwd tot neokoloniale regimes, met als ijkpunten de liquidatie van de regering-Lumumba, de ‘Hutu-revolutie’ in Rwanda en de moord op de Burundese premier Rwagasore. Het resultaat is evenwel ontgoochelend. Op een zuil is een collage van tijdschriftcovers geplakt die slechts onbegrijpelijke chaos oproept. Geen duiding of analyse. Op een aanraakscherm leest de bezoeker dat de staatsgreep van Mobutu (1965) ‘een heilzame ingreep’ was.

Ondertussen sleept het gerechtelijke onderzoek aan. De federale procureur zei in 2020 – negen jaar na de start van het onderzoek – dat de verslagen van de geheime zittingen van de Lumumba-commissie nog steeds niet waren opgevraagd wegens personeelsgebrek. Pas dit jaar stapten enquêteurs bij het parlement af. Voorlopig weigert de parlementsvoorzitter de documenten te overhandigen, hoewel een wijziging van het interne reglement die overhandiging mogelijk zou maken. Ondertussen zijn al tien van de twaalf personen op de lijst overleden. Wil men het onderzoek laten aanslepen tot wanneer alle aangeklaagden zijn overleden, om het dossier zonder gevolg te kunnen klasseren?

Tekenend voor een bepaalde mentaliteit was de mededeling van het Brusselse gerecht, medio 2020, dat de nabestaanden van Lumumba zijn resten bij de griffie van de rechtbank mochten komen ophalen. Alsof het om een verloren portefeuille ging…

Afgezien van een Lumumba-pleintje, enkele vierkante meters groot, tussen een parking voor taxi’s en de kleine Brusselse ring, is tot vandaag geen enkele betekenisvolle plaats in de hoofdstad naar de Congolese premier genoemd. Is het niet veelzeggend dat die bescheiden overwinning er pas kwam dankzij jarenlange inzet van enkele Belgisch-Congolese verenigingen? Terwijl standbeelden van Leopold II en straatnamen genoemd naar de man wiens schrikbewind miljoenen mensenlevens kostte, alsook monumenten die de kolonisatie in het algemeen verheerlijken, nog steeds zonder duiding de publieke ruimte blijven kleuren?

Taboe

Sinds een tiental jaren is er steeds meer systeemkritiek op het kolonialisme. Maar een analyse van de dekolonisatie en de omslag naar neokoloniale regimes in de vroegere kolonies als een voortzetting van het imperialisme met andere middelen is nog steeds een taboe.

Zoals het kolonialisme waarborgt het neokolonialisme de continue stroom van grond- en bodemstoffen naar de wereldmarkt, maar ditmaal met behulp van gedweeë Afrikaanse leiders als tussenpersonen. Men spreekt van ‘de vloek van de natuurlijke rijkdommen’: sommige landen zijn te rijk opdat imperiale machten hun soevereiniteit zouden respecteren. De transfer van rijkdommen heeft onder het neokolonialisme nog een veel hogere vlucht genomen dan ten tijde van het kolonialisme.

Wat dat betekent voor Congo, blijkt uit confidenties van Albert Yuma, voorzitter van de Gécamines (ex-Union Minière). Enkele jaren geleden onthulde hij in een interview dat de afdrachten van het bedrijf omstreeks de onafhankelijkheid goed waren voor 70 procent van de Congolese staatskas, maar vandaag, hoewel de koperproductie sindsdien is verdubbeld, die afdrachten nog amper 17 procent van het staatsbudget vertegenwoordigen. En dat van een staat die nog slechts een schim is van die van zestig jaar geleden. De opbrengsten verdwijnen in de zakken van het westerse en Chinese grootbedrijf, tussenhandelaren en corrupte leiders. (‘Entretien: qui détient le cobalt de RDC?’, 19/4/2021, YouTube)

Een ander voorbeeld, de landroof. Leopold II nam kolossale gemeenschapseigendommen in Congo in beslag. Vandaag gebeurt dat op wereldschaal. De agro-industrie, investeringsfondsen en landen als de Golfstaten en China leasen of kopen in het Zuiden uitgestrekte gebieden vruchtbare landbouwgrond. Volgens de Wereldbank werd in 2008, 2009 en 2010 alleen al ongeveer 60 miljoen hectare landbouwgrond onder buitenlandse controle gebracht, goed voor 18 keer de oppervlakte van België. In 2015 stond de totale teller van land grabbing op 822 miljoen hectare, of 270 keer de oppervlakte van België.

Nog niet opgeven

Een analyse van de dekolonisatiejaren – van de genese van het neokolonialisme – is dus essentieel. De politieke elites lijken evenwel niet bereid de kolonialismekritiek tot het einde door te voeren. Teken aan de wand is het recente interview in De Standaard met premier De Croo waarin hij de reflectie over het koloniale verleden wil afsluiten met de spijtbetuiging van koning Filip over de kolonisatie: “Persoonlijk zie ik absoluut niet in wat een discussie over excuses nog kan bijbrengen, hoe dat de Congolezen vooruit kan helpen. (…) Soms moeten we gewoon tevreden zijn met de stap die is gezet.”

Spijt roept het idee op van onmacht en passiviteit – alsof het koloniale regime niet doelbewust is gevestigd en gehandhaafd met behulp van geweld, lijfstraffen, apartheid en racisme. Alsof die misdaden niet om gerechtigheid schreeuwen.

De balans van zestig jaar dekolonisatie is ontstellend negatief. Moeten we nog maar eens tien of twintig jaar wachten vooraleer het evidente zich opdringt? Een correcte kijk op het verleden is essentieel, want die lessen zijn het kompas waarmee Belgen en Congolezen vandaag moeten handelen. Het officiële België moet zijn verantwoordelijkheden opnemen.

Op een ogenblik dat een parlementscommissie het koloniale verleden onderzoekt en de VN België aansporen om werk te maken van de verwerking van dat verleden, zou het onbegrijpelijk zijn dat de Belgische regering met een betekenisloos discours de resten van Patrice Lumumba aan zijn familie, Congo en Afrika zou teruggeven. Bij die gelegenheid horen verontschuldigingen en concrete financiële en politieke gevolgen. Waarom zou dit land, om maar een suggestie te formuleren, niet een monument of instituut oprichten over het ontstaan van het neokolonialisme in die donkere dekolonisatiejaren?

Meer over

Nu belangrijker dan ooit: steun kwaliteitsjournalistiek.

Neem een abonnement op De Morgen


Op alle artikelen, foto's en video's op demorgen.be rust auteursrecht. Deeplinken kan, maar dan zonder dat onze content in een nieuw frame op uw website verschijnt. Graag enkel de titel van onze website en de titel van het artikel vermelden in de link. Indien u teksten, foto's of video's op een andere manier wenst over te nemen, mail dan naar info@demorgen.be.
DPG Media nv – Mediaplein 1, 2018 Antwerpen – RPR Antwerpen nr. 0432.306.234