Maandag 16/05/2022

OpinieCaroline de Gruyter

Caroline de Gruyter: ‘Europa verkeert in gevaar. Zoals altijd’

Caroline De Gruyter. Beeld DM
Caroline De Gruyter.Beeld DM

Caroline de Gruyter is Europees correspondent en columnist voor de Nederlandse krant NRC. Deze bijdrage verscheen eerst in The New York Times.

Caroline de Gruyter

In juli 2020 werd ik samen met Europese ambtenaren en experts uitgenodigd om deel te nemen aan een denkoefening over het beleid. Een Duitse denktank vroeg ons om te voorspellen wat er zou gebeuren als Matteo Salvini of Marine Le Pen, de extreemrechtse leiders in Italië en Frankrijk, aan de macht zouden komen. Urenlang discussieerden we heftig over de mogelijke reacties van de Europese Unie. Onze conclusie was duidelijk: het zou een ramp zijn.

Geen van beide scenario’s heeft zich voltrokken. In Italië is Mario Draghi premier en daalt Salvini’s ster. In Frankrijk heeft Le Pen de presidentsverkiezing verloren. Op dezelfde dag leed trouwens ook de rechtse premier van Slovenië, een bewonderaar van Trump, een verkiezingsnederlaag. Het was een mooi moment voor Europa.

Lang heeft dat niet geduurd. In Brussel en andere Europese hoofdsteden is de opluchting snel in angst omgeslagen. De Franse parlementsverkiezingen in juni, die president Macron zijn meerderheid zouden kunnen kosten, zodat hij een pijnlijk compromis met extreemrechts of radicaal links zou moeten sluiten, zijn het nieuwe probleem. In Hongarije blijft premier Viktor Orban, die begin april werd herkozen, een stoorzender. En de oorlog van Rusland in Oekraïne sleept zich voort.

Dat soort angst is niet nieuw in Europa. Veel mensen lijken te denken dat de Europese Unie, die in haar verschillende vormen de Europeanen sinds de jaren 1950 welvaart en vrede heeft opgeleverd, altijd op de rand van de afgrond staat. In het voorbije decennium – met de schuldcrisis, de vluchtelingencrisis, brexit, de opkomst van extreemrechts en niet te vergeten de pandemie – hebben we om de haverklap alarmkreten over het nakende einde van de Unie gehoord. Maar toch houdt ze stand. In een wereld van oorlogen en rampen moet ze meer dan ooit eendrachtig zijn.

Verbondenheid is onmisbaar

De soliditeit van Europa is misschien zijn grootste kracht. Maar de stabiliteit van de instellingen volstaat niet. Europa is weer een gevaarlijke plaats. En zoals de voormalige Zweedse premier Carl Bildt zei: vroeger werd de Unie omgeven door vrienden, nu door vuur. Sommige buren trachten haar actief te ondermijnen en alles te vernietigen waar ze voor staat. De oorlog in Oekraïne is daar het laatste schrikwekkende voorbeeld van. In het licht van die gevaren, die het continent weer in barbaarsheid dreigen te storten, is verbondenheid onmisbaar.

Gelukkig hebben de Europeanen elkaar in het recente verleden beter leren kennen. Tijdens de schuldcrisis, tien jaar geleden, volgden mensen overal op het continent de verhitte debatten in het Griekse parlement. Het lot van het land, dat pijnlijke economische hervormingen moest doorvoeren, vond weerklank tot ver buiten zijn grenzen. De Europeanen hebben ook veel belangstelling voor Polen en Hongarije, twee landen die de onafhankelijkheid van hun rechtsspraak en pers aan banden leggen. Ze willen dat de lidstaten de rechtsorde eerbiedigen.

De brutale oorlog van Rusland in Oekraïne en de toenemende economische en politieke dwang van China hebben de Europeanen nog dichter bij elkaar gebracht. Ze beseffen dat ze deze stormen niet alleen kunnen doorstaan. Ze voelen dat hun manier van leven in gevaar is en zoeken in een reflex steun bij elkaar. Ze zijn misschien niet altijd gelukkig met de Unie – met de manier waarop ze werkt, met de compromissen die ze nodig maakt – maar ze zijn wel meer tevreden dan voorheen in de Unie.

Dat gemeenschappelijke gevoel hangt samen met de structuur van de Unie. De EU heeft een federale constructie die sterk genoeg hoort te zijn om in moeilijke geopolitieke situaties de gedeelde belangen van de Europeanen te verdedigen. Ze heeft een uitvoerende macht (de Commissie), een parlement dat de burgers vertegenwoordigt, een senaat als vertegenwoordiger van de staten (de Raad), een onafhankelijk gerechtshof en zelfs een gemeenschappelijke grenswacht. Die stevige federale architectuur vormt de basis van de Europese stabiliteit.

Europees Commissie-voorzitter Ursula von der Leyen op bezoek in Kiev bij Oekraïens president Zelensky.  Beeld Anadolu Agency via Getty Images
Europees Commissie-voorzitter Ursula von der Leyen op bezoek in Kiev bij Oekraïens president Zelensky.Beeld Anadolu Agency via Getty Images

Maar in de praktijk is dit geen federale structuur zoals in de Verenigde Staten of Duitsland. In Brussel, de feitelijke hoofdstad van de Unie, worden de meeste beslissingen door de lidstaten genomen. Wanneer de Europese staatshoofden en regeringsleiders samenkomen, doen ze dat als nationale leiders. Ze zijn verkozen om de belangen van hun eigen land te verdedigen, niet die van Europa. Ze onderhandelen op basis van hun nationale standpunten en het resultaat is altijd een compromis.

Voor elk probleem consensus vinden

Het systeem heeft zeker zijn voordelen. Het geeft de Europese besluitvorming tot op zekere hoogte een nationaal draagvlak: iedereen herkent zijn stempel op het uiteindelijke akkoord. Dat draagvlak verklaart waarom de Unie in de recente jaren zoveel crisissen heeft overleefd. De lidstaten hebben erin geïnvesteerd, zijn er afhankelijk van en willen dat ze overleeft. Maar het nadeel is dat de noodzaak om over zowat elk probleem een consensus te vinden, Europa slechts zo sterk maakt als zijn zwakste schakel. De leiders nemen vaak halfslachtige beslissingen omdat sommige landen hun grenzen stellen. De resultaten voldoen dan ook zelden aan de echte behoeften van Europa.

Voorbeelden zijn er in overvloed. Zo heeft Hongarije verscheidene beleidsverklaringen tegen Rusland of China geblokkeerd waar alle ander lidstaten het over eens waren. Polen heeft op eigen houtje de klimaatdoelstellingen van Europa afgezwakt. En in de aanloop naar de presidentsverkiezing in Frankrijk stelde de regering een beslissing over een Europees olie-embargo tegen Rusland uit, omdat hogere brandstofprijzen Marine Le Pen zou kunnen helpen in haar campagne tegen Emmanuel Macron. Europa is vaak de speelbal van lidstaten die alleen oog hebben voor hun eigen belangen. Macron, hoe pro-Europees ook, is geen uitzondering. Hij heeft op 9 mei, de dag van Europa, een mooie speech gehouden over een nieuwe Europese structuur. Daar zitten goede elementen in. Maar hét grote probleem in Europa - namelijk dat de lidstaten te dominant zijn in de Europese besluitvorming – pakt hij amper aan.

Daarom hebben verkiezingen in de lidstaten zo’n impact op de Europese politiek. De democratie is natuurlijk Europa’s kracht. Het is de kernwaarde, het kloppende hart, van de Unie. Maar de democratie is ook Europa’s zwakte. Dat komt omdat de Unie niet echt Europees is: ze is een geheel van 27 afzonderlijke nationale democratieën. Als een ervan een eurosceptische regering krijgt, kan dat het hele Europese project in het gedrang brengen. Telkens als ergens verkiezingen plaatsvinden, wordt de Unie feitelijk gegijzeld. Dat is geen erg duurzame manier van werken.

Europees ‘president’ Charles Michel met een aantal staatshoofden en regeringsleiders, onder wie Viktor Orban en Emmanuel Macron. 'In een onstabiele wereld moet Europa voor zichzelf zorgen. Het heeft daar de middelen voor', stelt De Gruyter.  Beeld EPA
Europees ‘president’ Charles Michel met een aantal staatshoofden en regeringsleiders, onder wie Viktor Orban en Emmanuel Macron. 'In een onstabiele wereld moet Europa voor zichzelf zorgen. Het heeft daar de middelen voor', stelt De Gruyter.Beeld EPA

Emmanuel Macron noemde de Franse verkiezingen ‘een referendum over Europa’. Dat is precies het probleem: elke verkiezing, overal op het continent, is een referendum over Europa. Het zou vreemd zijn als een verkiezing in de staat Montana of Mississippi de Verenigde Staten in gevaar zou brengen of hun buitenlands beleid zou doen ontsporen. In Europa is dat normaal. Wat voor een stuk verklaart waarom Europa, ondanks zijn economische succes en zijn stabiliteit, vaak vertrouwen mist en kwetsbaar lijkt.

Toch hoeft die paradox niet blijvend te zijn. In een onstabiele wereld met concurrerende grootmachten en stijgende prijzen moet Europa voor zichzelf zorgen. Het heeft daar de middelen voor. Een gefaseerd embargo op Russische olie, dat Hongarije nog altijd tegenhoudt, is pas een begin. We hebben ook een gemeenschappelijk defensiebeleid nodig, een energie-unie en misschien een fiscale unie die de grote investeringen coördineert die nodig zijn voor de versterking van de economische veerkracht. Onlangs heeft een groep Europese intellectuelen zelfs opgeroepen tot een Verenigde Staten van Europa.

Ik weet niet of Europa ooit zo ver zal geraken. Maar het zou leuk zijn als we dit jaar in Berlijn geen denkoefening over rampscenario’s zouden kunnen houden maar wel over een écht sterkere Unie met meer ambitie. Als we Europa de kans zouden geven om wat meer op eigen benen te staan, zou dat een wereld van verschil maken.

Caroline de Gruyter © 2022 The New York Times Company

Meer over

Nu belangrijker dan ooit: steun kwaliteitsjournalistiek.

Neem een abonnement op De Morgen


Op alle artikelen, foto's en video's op demorgen.be rust auteursrecht. Deeplinken kan, maar dan zonder dat onze content in een nieuw frame op uw website verschijnt. Graag enkel de titel van onze website en de titel van het artikel vermelden in de link. Indien u teksten, foto's of video's op een andere manier wenst over te nemen, mail dan naar info@demorgen.be.
DPG Media nv – Mediaplein 1, 2018 Antwerpen – RPR Antwerpen nr. 0432.306.234