Zaterdag 22/01/2022

ColumnDe Schaal van Mulders

De laatste keer dat ik oog in oog met Jezus stond, had hij veel van zijn pluimen verloren

null Beeld ©Jonas Bendiksen / Magnum Photo
Beeld ©Jonas Bendiksen / Magnum Photo

Jean-Paul Mulders onderzoekt alles wat u bij de hersenkwabben kan grijpen.

Jean-Paul Mulders

In een uithoek van het internet lees ik dat pater Roger Lenaers is gestorven. Hij stelde schoolboeken samen die ontelbaar veel Vlaamse leerlingen wegwijs hebben gemaakt in klassieke talen: Elementa, Verba, Itinera en ­Stoicheia.

Die titels katapulteren mij terug naar het eerste middelbaar, waar we Latijn kregen van een kerel die Gerard heette. Wij noemden hem den Aap, wegens de treffende gelijkenis met het vierhandige zoogdier.

We waren twaalf en werden met negen uur Latijn per week opgezadeld. Dat heb ik als een soort misdaad tegen de menselijkheid ervaren. De bloemetjes bloeien, de bijtjes zoemen en je ­hormonen zeuren als een plaat van Julio Iglesias die doordraait. En dan wordt die kersverse, zinderende wereld ingesnoerd tot dingen als de ­ablatief en het gerundivum, waar een laag stof op ligt en eeuwenoude huidschilfers.

Dankzij de schoolboeken van pater Lenaers weet ik nu wel dat het woord tractor komt van trahere (traxi, ­tractus), wat ‘trekken’ betekent. De aha-erlebnis die je bij zoiets voelt!

Ze valt alleen te vergelijken met de voldoening toen ik ontdekte dat het West-Vlaamse pertank niet van een ­gevechtswagen op rupsbanden, maar gewoon van het Franse pourtant komt.

‘Leven is voor mij Jezus’, lees ik in het rouwbericht van pater Lenaers. Ik probeer mij voor te stellen hoe dat zou voelen. Ik heb Jezus altijd wel een boeiende kluiver gevonden. Hij had een complexe persoonlijkheid: de strijdbaarheid om farizeeërs uit de tempel te verjagen, maar tegelijk dat halfzachte van je andere wang aan te bieden als je een toek op de ene hebt gekregen. En dan die dingen zoals over water lopen. Dat kan ik alleen in het zwembad van Merelbeke, als tegen sluitingstijd de vloerplaat naar omhoog wordt getakeld.

De laatste keer dat ik oog in oog met Jezus stond, had hij wel veel van zijn pluimen verloren. Hij lag te zieltogen in een kruiwagen. Zijn armen en benen waren foetsie, wat misschien de gepijnigde uitdrukking op zijn gelaat verklaarde. Het was in de tuin van een voormalig klooster die nu tot ­zomerbar was omgeturnd. Je kunt je verkneukelen in de teloorgang van een instituut dat in zijn gloriedagen mensen de duvel heeft aangedaan. Ik dacht echter aan mijn grootvader, die in zijn laatste maanden veel troost vond bij die verhakkelde kerel in de kruiwagen. Hij had ook een zwak voor Maria, bekend als Onze-Lieve-Vrouw van Smarten. In de zomerbar stond zij smartelijk boven op de hut waar de drank werd geschonken. Luidruchtige, aangeschoten jongelui genoten van hun Dark and Stormy. Ik dacht: Heer, vergeef het hun, want zij weten niet wat ze doen.

Den Aap ben ik als volwassen mens nog één keer tegengekomen. Het was op een zonnig terras in de stad waar ik als tiener met negen uur Latijn per week werd gefolterd. Zijn belangstelling voor het gerundivum was ver te zoeken. Hij had een rode kop en loerde naar mijn vriendin alsof hij haar wilde bepotelen met alle vier zijn handen. Ik dacht aan de gevleugelde woorden: simia simia est, etiam si aurea ­gestet insignia.

‘Al draagt een aap een gouden ring, het is en blijft een lelijk ding.’ Het was de dichter Jacob Cats (1577-1660) die daar een tegelspreuk van maakte

Meer over

Nu belangrijker dan ooit: steun kwaliteitsjournalistiek.

Neem een abonnement op De Morgen


Op alle artikelen, foto's en video's op demorgen.be rust auteursrecht. Deeplinken kan, maar dan zonder dat onze content in een nieuw frame op uw website verschijnt. Graag enkel de titel van onze website en de titel van het artikel vermelden in de link. Indien u teksten, foto's of video's op een andere manier wenst over te nemen, mail dan naar info@demorgen.be.
DPG Media nv – Mediaplein 1, 2018 Antwerpen – RPR Antwerpen nr. 0432.306.234