Zondag 22/05/2022

ColumnLize Spit

De ontreddering wanneer iemand met bril en mondkapje een etablissement binnenstapt: het is het beeld van deze pandemie

null Beeld Damon De Backer
Beeld Damon De Backer

Auteur Lize Spit (Het smelt, Ik ben er niet) schrijft over haar leven.

Lize Spit

Wanneer ik later terugkijken zal op deze pandemie, zal van alle onmacht één beeld me nog het helderste bijstaan, omdat ik dat het vaakst heb mogen observeren: de korte ontreddering wanneer iemand met een bril en mondkapje op een etablissement binnenstapt.

Vóór de pandemie was het al een uitdaging om vanuit de – soms stevig koude – buitenlucht een weldadig druk café te betreden. Je duwt de deur open, je bereikt je bestemming, de queeste van ergens naartoe onderweg te zijn geweest wordt opgelost, maar het antwoord kantelt meteen in een reeks nieuwe vragen: is het hier niet te druk, en zo nee, welk vrij tafeltje ga je uitkiezen, wil je aan het raam zitten naast de in stilte studerende tieners, of achterin op de wankelende krukjes of ga je voor de grote vierkante tafel vlak bij de toiletdeur; keuzes, keuzes, en dat terwijl de overgang van buiten naar binnen een aanslag pleegt op al je zintuigen, want de temperatuur verandert, de sfeer is overweldigend, de geur is kleffer, het geluid klinkt scheller, het getoeter van auto’s wordt nu overstemt door geroezemoes en muziek, er hangen jassen en tassen in de smalle doorgangen waarlangs je je een weg moet banen zonder ledematen te breken, zonder kopjes en vaasjes en menukaarten van oppervlaktes af te duwen, terwijl je toch nog twijfelt of dit de optimale plaats is voor een kopje koffie, nu. Dat moeten mensen die een mondkapje én bril dragen, nu ook nog eens allemaal blind en op de tast doen.

Ik merk het aan R., hoe groot de impact is van zijn beslagen brilglazen op zijn oriëntatiegevoel, dat zijn gemoed meteen kapseist, van beslist naar kwetsbaar; van ondernemend naar ontstemd, alsof iemand hem bij zijn nek heeft gepakt en een fikse zwier aan hem geeft, als was hij een tol - hij draait in de rondte en weet tijdelijk niet meer wat zijn boven- en wat zijn onderkant is.

De ontregeling uit zich in ergernis. Hoeveel mensen (met bril) heb ik hun partner (zonder bril) al zien toesnauwen bij het betreden van een eetgelegenheid, wanneer die tweede (QR-code al netjes gescand) in de daaropvolgende seconden met allerlei vragen komt (‘het is hier wel echt onveilig druk hé, vind je niet poepie?’ of ‘wil je dát of dát tafeltje, schat?’), terwijl die eerste nog stug rondtolt, in een aangedampt vacuüm, en op de tast zijn of haar covid-safe-ticket probeert te presenteren.

Ik ben zelf die irritante partner zonder bril, die deel wordt van wat de ander overweldigt. Die aan de tijdelijk blinde vraagt welk tafeltje er volgens hem goed uitziet.

‘Wat zég je?’, antwoordt R. dan geërgerd.

Die ergernis duurt nooit lang. Wanneer hij op zijn stoel zit, zijn kapje heeft laten zakken en met een brillendoekje de condens van zijn afgenomen bril wegpoetst, lacht hij er alweer om. ‘Als ik slecht zie, word ik kennelijk ook meteen doof.’ En dat dat alvast wat belooft voor op zijn oude dag.

Meer over

Nu belangrijker dan ooit: steun kwaliteitsjournalistiek.

Neem een abonnement op De Morgen


Op alle artikelen, foto's en video's op demorgen.be rust auteursrecht. Deeplinken kan, maar dan zonder dat onze content in een nieuw frame op uw website verschijnt. Graag enkel de titel van onze website en de titel van het artikel vermelden in de link. Indien u teksten, foto's of video's op een andere manier wenst over te nemen, mail dan naar info@demorgen.be.
DPG Media nv – Mediaplein 1, 2018 Antwerpen – RPR Antwerpen nr. 0432.306.234