Maandag 24/01/2022

OpinieLuc Huyse

De ontsnapping van Marc Dutroux heeft de rangorde der dingen op haar kop gezet

Dehaene ontvangt de families van vermiste kinderen en slachtoffers van Dutroux. Hij ontmoet de families van Julie Lejeune en Melissa Russo, die van An Marchal en Eefje Lambrechs en die van Loubna Benaïssa. Beeld Photo News
Dehaene ontvangt de families van vermiste kinderen en slachtoffers van Dutroux. Hij ontmoet de families van Julie Lejeune en Melissa Russo, die van An Marchal en Eefje Lambrechs en die van Loubna Benaïssa.Beeld Photo News

Luc Huyse is socioloog en emeritus hoogleraar aan de KU Leuven. Dit artikel is een verkorte weergave van een essay dat te lezen is op luchuyse.be.

Luc Huyse

De arrestatie van seriemoordenaar Marc Dutroux op 13 augustus 1996, vandaag 25 jaar geleden, was de start van tien weken verbijsterende gebeurtenissen. Twee door hem opgesloten meisjes zijn meteen bevrijd. Van vier andere zijn tussen 17 augustus en 3 september de lichamen opgegraven. Op 20 oktober verzamelden honderdduizenden bezorgde burgers voor de Witte Mars in Brussel. Toen kwam, zegt toenmalig premier Jean-Luc Dehaene in zijn memoires, het land in een ‘echt prerevolutionair klimaat’ terecht.

Deze episode is de geschiedenis ingegaan als de perfecte demonstratie van een aangekondigd drama. Die voorspellende kroniek begint in de vroege jaren ’70 en eindigt, zo wil het verhaal, met de mislukte ontsnapping van Dutroux op 23 april 1998. Toch is er iets mis met deze achteruitkijkspiegel. Al kort voor 1990 hebben politici en rechters niet langer op hem gewacht om van koers te veranderen. Het was wel te weinig en te laat.

Twintig jaar lang, van 1970 tot 1990 heeft het communautaire geschil de politieke agenda gekaapt. Jean-Luc Dehaene heeft met een sombere blik naar het begin van die periode gekeken. “Elke keer”, zegt hij in Memoires, “dat er een kwantumsprong moet worden gemaakt in de staatshervorming, is daar tijd voor nodig. De sprong van culturele autonomie naar federalisme domineerde de jaren 1970 en leidde op het einde van die jaren na het mislukken van het Egmont-pact zelfs tot een malgoverno van drie à vier jaar. Er was wel een regering, maar ze regeerde niet!”

Het is niet bij deze episode gebleven. In de jaren ’80 en in de vroege jaren ’90 zijn nog twee staatshervormingen met de verlostang geboren. Justitie is telkens zonder twijfel een van de meest getroffen departementen geweest. De uitspraak van Dehaene is tot op vandaag een krachtige waarschuwing: staatshervormingen maken vele slachtoffers.

Te weinig middelen

Ook budgettair liep het helemaal fout. Justitie was op dat vlak het weeskind van de Belgische politiek. Aanvankelijk ging gemiddeld een schrale twee procent van alles wat de overheid uitgaf naar justitie. Daarmee betaalde het departement de gevangenissen, de bedienaren van de erkende erediensten, het Staatsblad en de werking van de rechtbanken. Er was, zei een boutade, meer geld voor de postbedeling dan voor de rechtsbedeling. Toch legden de regeringen nog besparingen op. Op een bepaald moment, halverwege de jaren ’80, gingen er van elke 1.000 Belgische franken overheidsgeld nog slechts 10 naar justitie. En daarvan was de schamele helft bestemd voor de rechtspleging.

De magistratuur keek toe en zweeg. Zij heeft zichzelf, vanuit een blind geloof in het principe van de scheiding der machten, in quarantaine geplaatst. Interne dissidentie kon niet. Externe kritiek verdiende alleen hooghartige afwijzing. De politieke gevolgen van deze vlucht uit de samenleving waren groot. Rechters hebben mee geschreven aan de neergang van een onmisbare peiler in een democratie. Toen Marc Dutroux ontsnapte, zijn de ministers van Binnenlandse Zaken (Johan Vande Lanotte) en Justitie (Stefaan De Clerck) naar de uitgang geleid. De magistratuur bleef, ten onrechte, gespaard.

Wat te verwachten was gebeurde ook. De rechtsgang liep aanzienlijke vertragingen op. Rechtbanken waren gehuisvest in vaak bouwvallige panden. In de vroege jaren ’90 stamden 28 van de 32 gevangenissen uit de negentiende eeuw. Organisatorisch was er geregeld totale chaos. Tragischer waren de fatale vergissingen bij de vervroegde vrijlating van gevangenen. Zo is Dutroux, die in 1989 voor verkrachting van minderjarigen dertien jaar opsluiting had gekregen, al in 1992 vrijgelaten.

Er is ook zijdelingse schade veroorzaakt. De aanslagen van de Bende van Nijvel zorgden in de jaren ’80 voor grote onrust bij de bevolking. In het onderzoek naar de daders stapelden politiediensten en magistraten de blunders op. Ook affaires van criminele aard waarin zij zelf betrokken waren geraakt, leken tergend lang op weg naar de doofpot. Geregeld ontsnapten topgangsters, waardoor ook het gevangeniswezen in de vuurlinie terechtkwam. Ongerustheid bij de burgers sloeg om in donker wantrouwen.

Opgelegde zwijgcultuur

Dat moest wel misgaan. In de wereld van justitie lag een of ander drama te wachten. En toch gebeurde, tegen de voorspelde gang van zaken in, het onverwachte. Vanaf het eind van de jaren tachtig hebben magistraten uit de subtop – de procureurs-generaal in de hoven van beroep – de aanval op de opgelegde zwijgcultuur ingezet. De derde macht mag niet het slachtoffer worden van haar discretieplicht, zei een van hen tijdens een plechtige openingszitting.

Een tweede doorbraak kwam van enkele beroepsverenigingen. Op de trappen van gerechtsgebouwen zegden zij met luide stem hun ‘stil en steriel individualisme’ vaarwel. Zittingen in de rechtbank zijn met hetzelfde doel kortstondig geschorst geweest. Dissidentie was niet langer tegen te houden.

Ook de politieke klasse is ontwaakt. In 1990 komt de laatste regering-Martens met het zogeheten ‘Pinksterplan’ over de hervorming van de politiediensten. Het parlement vroeg en kreeg meer aandacht voor justitie in het algemeen en de rechtbanken in het bijzonder. In de eerste regering-Dehaene (1991-1995) zijn meerdere justitievriendelijke werven opgestart. De praktische uitvoering ervan stond gedetailleerd aangekondigd in het regeerakkoord van zijn tweede ploeg (1995-1999). Het besprak de nood aan overleg met de actoren van justitie, de gerechtelijke achterstand, de responsabilisering van het gerecht, slachtofferhulp, de behoefte aan externe audits en de invoering van tijdelijke mandaten voor topmagistraten. Ook het budget groeide.

Proactief bestuur

Politici, journalisten en politicologen zouden deze episode best koesteren. Zij toont de omstandigheden waarin innoveren, alle voorspellingen ten spijt, toch mogelijk is. Zicht op het waarom en het hoe daarvan kan tot proactief bestuur leiden. Wat toen gebeurde, spreekt ook tegen dat in een democratie een explosieve crisis onontkoombaar grondige hervormingen voorafgaat.

Het werk was niet af, dat is zeker. De tijd was veel te kort. En de politieke agenda was grotendeels bezet door wat Dehaene in Memoires zijn obsessie heeft genoemd: het gevecht met de openbare schuld en de daarmee verbonden zoektocht naar de Maastricht-norm. Er was te weinig plaats voor een doorgedreven sanering van recht en rechtbanken, hoe dringend ook. De schuld ligt trouwens niet alleen bij parlement en regering. Wat de overheid had beslist moest door rechters, griffiers, politiemensen en vele anderen in praktijk gebracht worden. Blijkbaar lukte dat niet meteen.

De ontsnapping van Marc Dutroux heeft de rangorde der dingen op haar kop gezet. Gelukkig was al heel wat voorbereidend werk gedaan. Daardoor is snel ingrijpen vergemakkelijkt. Tussen zijn ontsnapping op 23 april 1998 en de geboorte van het Octopus-akkoord, de blauwdruk van een gewijzigd politie- en justitielandschap liggen slechts vijf weken. Zo is toen het prerevolutionaire klimaat tijdig bedwongen.

Meer over

Nu belangrijker dan ooit: steun kwaliteitsjournalistiek.

Neem een abonnement op De Morgen


Op alle artikelen, foto's en video's op demorgen.be rust auteursrecht. Deeplinken kan, maar dan zonder dat onze content in een nieuw frame op uw website verschijnt. Graag enkel de titel van onze website en de titel van het artikel vermelden in de link. Indien u teksten, foto's of video's op een andere manier wenst over te nemen, mail dan naar info@demorgen.be.
DPG Media nv – Mediaplein 1, 2018 Antwerpen – RPR Antwerpen nr. 0432.306.234