Vrijdag 01/07/2022

OpinieRobbe Verellen

De prijs die ik betaal om in de stad vrijer te willen zijn, gaat gepaard met meer haat

Antwerp Pride. Beeld BELGA
Antwerp Pride.Beeld BELGA

Robbe Verellen is student journalistiek aan de KU Leuven Antwerpen en reporter bij StampMedia.

Robbe Verellen

“Hey homo”, “vuile janet”, “flikker”. Verwensingen die ik op de landelijke plek waar ik opgroeide nooit hoorde, waren in de grote stad wel aan de orde van de dag. De weg naar meer vrijheid lijkt gepaard te gaan met haat en onverdraagzaamheid, en doet je heimwee krijgen naar hoe het vroeger was.

Ik ben opgegroeid in Hoogstraten en had eerder een woelige kindertijd. Ontdekken dat je op jongens valt is al een hele opgave, laat staan jezelf kunnen accepteren. In mijn kindertijd bleef ik daardoor achter met vele vragen, want een lgbtq+-gemeenschap... die was er niet. Desondanks was de sfeer er best goed en ging ik naar van die typische plattelandsfuiven, kon ik een biertje gaan drinken in het stamcafé en had ik een leuke vriendengroep op school.

Mijn eerste coming-outjaar verliep dus redelijk goed, maar de drang om in de stad te studeren en me vrij te voelen, was groot. Ik had het allemaal al gepland: een nieuwe start op een nieuwe school, wat gaycafés uitproberen en misschien zelfs een lieve jongen ontmoeten. Ik had het gevoel dat ik eindelijk mijn eigen plekje ging vinden, een plaats waar ik me echt thuis zou voelen.

Grand prix homofobie

De stad blijkt een harde plek, weet ik sinds mijn verhuis in 2019. Waar ik snel ondervond hoeveel meer blikken de mijne kruisten, en hoe het niet lang duurde alvorens de eerste “Hey HOMOOOOW” door de Antwerpse straten galmde. Ik moet het nu wekelijks wel een paar keer aanhoren en ik zou willen zeggen dat het went, maar dat doet het niet. Nageroepen worden doet pijn. Op een bepaalde manier voel je je vernederd en ga je automatisch sneller wandelen. Zie ik er dan zo anders uit? Plakt er ergens een sticker met homo op mijn hoofd?

Hoe graag ik ook zou willen zeggen dat het daarbij bleef, is het nog maar het topje van de ijsberg. Een paar kleine voorbeelden van alledag. De anti-lgbtq+-stickers die her en der in het straatbeeld verschenen, zou ik nooit in mijn eigen stad hebben gezien. De prijs voor de origineelste homofobe reactie gaat naar het ontwijken van een regenboogzebrapad. Als je aan de Suikerrui zou oversteken, zal je vaak wel iemand spotten die ‘bewust’ niet over het gekleurde zebrapad zal wandelen. Of ze nu echt bang zijn om een of ander homovirus op te lopen, kan ik niet zeggen, maar hun punt hebben ze duidelijk gemaakt.

De rust van den buiten of het lawaai van de stad: het klassieke dilemma houdt me wakker. Ik vrees dat de prijs die ik betaal om in de stad vrijer te willen zijn, ook gepaard gaat met meer kritiek, haat en onverdraagzaamheid. Kan het anders?

Ik heb het altijd best moeilijk gehad om het woord ‘homo’ te gebruiken, en het leven in de stad heeft dat er dus niet gemakkelijker op gemaakt. Je wordt als scheldwoord gebruikt, als iets vies of ongewoons beschouwd en in dat opzicht maakt de stad je best hard. Iets wat ik vroeger nooit eerder heb moeten zijn. Want of ik nu hetero, homo, non-binair of wat dan ook zou zijn, ik had in Hoogstraten mijn weg wel gevonden.

Nu woon ik in de grote stad en ben ik nog steeds op zoek naar mijn eigen plekje, ergens waar ik me hopelijk ooit thuis kan voelen.

Nu belangrijker dan ooit: steun kwaliteitsjournalistiek.

Neem een abonnement op De Morgen


Op alle artikelen, foto's en video's op demorgen.be rust auteursrecht. Deeplinken kan, maar dan zonder dat onze content in een nieuw frame op uw website verschijnt. Graag enkel de titel van onze website en de titel van het artikel vermelden in de link. Indien u teksten, foto's of video's op een andere manier wenst over te nemen, mail dan naar info@demorgen.be.
DPG Media nv – Mediaplein 1, 2018 Antwerpen – RPR Antwerpen nr. 0432.306.234