Maandag 03/10/2022

Column

'De slimste mens' bewijst dat ironie bij onze noorderburen een andere betekenis heeft dan hier

null Beeld VIER
Beeld VIER

Marc Didden is schrijver en columnist bij De Morgen.

Marc Didden

"En wat vindt gij eigenlijk van 'De slimste mens ter wereld'?", vroeg een dommerik mij toen ik vorige week op een trein stond te wachten in het sympathieke station van Berchem, bij Antwerpen. Ik gromde wat terug en was allang blij dat de vraag niet luidde: "En wat doet gij hier eigenlijk?", zoals het gewoonlijk klinkt wanneer ik door de Scheldestad loop, iets wat mij toch wel een keer of vier per maand overkomt.

Laatst zat ik bijvoorbeeld op een bank aan het Mechelse Plein om er gewoon een boek te lezen, toen een cultuurtrut op wielen haar pedalen het bevel gaf vlak naast mij te stoppen. Ik deed aanvankelijk of ik haar niet zag en wachtte gelaten op de vraag die ik verwachtte en seconden daarop kwam die ook. Ze werd gesteld op de zeurderige toon die cultuurtrutten (m/v) blijkbaar van bij hun geboorte meegekregen hebben. Ze meldde dat ze het bijzonder vreemd vond mij daar zo te zien zitten. "Een man die een boek leest, is dat zo vreemd?" vroeg ik quasi diplomatisch. "Nee, nee", zei de zeur. "Ik vond dat vreemd omdat ik u toch eerder met de hoofdstad associeer."

Ik had zin om haar te zeggen dat ik net van Vladivostok kwam en op weg was naar Bilbao en dat ik me ook daar helemaal thuis voelde, net als in Gent, Oostende of Vilvoorde trouwens. Maar ik zei alleen dat ze een cultuurtrut was.

En zo werd het toch nog een mooie avond, temeer daar ik vijf minuten later de geweldige Jan Decleir tegenkwam en tevens zijn zus Reinhilde, die mij even later in de stemmige foyer van toneelgroep Tutti Fratelli een lekker glas rode wijn en een dito stuk Camembert aanbood.

null Beeld Karoly Effenberger
Beeld Karoly Effenberger

'De slimste mens ter wereld'

Niemand van de Fratelli of de Sorelli vond het vreemd dat ik in hun stad was of vroeg me wat ik daar kwam doen. Niemand wilde ook weten wat ik van 'De slimste mens' vond. Terwijl daar toch heel slimme mensen rondliepen.

Maar wat vind ik eigenlijk van 'De slimste mens ter wereld'? Dat weet ik in feite zelf niet. Toch niet in de hoedanigheid van de Onafhankelijke Mediawatcher die ik zelf weleens pretendeer te willen zijn. Ik mag de mensen die dat programma maken gewoon erg graag, en zoals velen onder u ervaar ik zo om het jaar wel weer het lichte verslavingseffect dat vastzit aan het overbekende vragenspel.

Jawel, de ene avond ga ik na 'De slimste mens' al wat vrolijker slapen dan de andere en dat heeft dan vooral te maken met de volgens mij al dan niet geslaagde mix van kandidaten of met of de aard van de flauwiteiten die de jury ten beste geeft. Soms zijn die van ver onder het niveau van de modale scheurkalender, maar even soms ook helemaal superieur en behoorlijk tongue in cheek. Zie Jeroom. Zie Herman Brusselmans. Zie Jonas Geirnaert. Zie Jelle De Beule. Zie Lieven Scheire.

Dat de blijkbaar perpetuele gastheer Erik Van Looy op sommige avonden bijna meer lacht dan praat, werkt sommige mensen op de zenuwen, hoor ik. Maar zelf kan ik hem dat in geen geval kwalijk nemen want Eriks altijd goed staande muts is tenslotte de ware lakmoestest voor het DNA van deze quiz, die het toch vooral moet hebben van het zeer oirbare levensmotto: 'hoe onnozeler, hoe beter'.

Zwartepietenland

Dat is meteen ook de reden waarom de Nederlandse variant van dit vragenspel niet werkt. Alleen al door het stukje 'ter wereld' van die naam af te hakken, bewijzen ze in dat zwartepietenland ten noorden van het onze dat ironie daar een andere betekenis heeft dan bij ons.

Het blijft voorts vooral merkwaardig hoe de werkmieren van Woestijnvis na al die jaren zo'n zorg blijven besteden aan de kwaliteit van de bindteksten, aan de originele formulering van de vragen en aan de grote spitsvondigheid die nog steeds aan de dag gelegd wordt bij het vervaardigen van de geestige filmpjes en het kiezen van beeldfragmenten die soms, wellicht tot hun eigen grote verwondering, na het toevoegen van een vreemde kronkel of twee, curieuze quizvragen zijn geworden.

Wat curieuze quizvragen betreft, wil ik ten slotte nog graag van u weten wat de naam John Symon Asher Bruce u zoal zegt? Vijf woorden mogen volstaan als antwoord. En die zijn bijvoorbeeld: Schot, basgitarist, Cream, zanger-componist, 'Sunshine Of Your Love'.

Sinds ik afgelopen week eerder laattijdig vernomen heb dat ook Jack Bruce de weg naar de onvermijdelijke uitgang gevonden heeft, ben ik Creams psychedelische meesterwerk 'Disraeli Gears' weer uit het platenrek gaan halen, alsook de duivelse dubbelaar 'Wheels Of Fire' en zelfs de door de geschiedenis toch wat onderschatte afscheidselpee 'Goodbye'. Echte mijlpalen van de rock-'n-roll zijn dat, die Jack Bruce daar samen met zijn maten Eric Clapton, Ginger Baker en tekstschrijver Pete Brown aan de verbaasde wereld schonk.

Ik ben na herbeluistering van die zwarte schijven zoals gewoonlijk weer wat door mijn stad gaan struinen, terwijl de fabuleuze intro's van zowel 'White Room', 'I Feel Free' als het reeds genoemde 'Sunshine Of Your Love' in mijn omvangrijke hoofd een parkeerplek zochten.

Ik ben ook écht kwaad op mezelf omdat ik Bruce' volgens vele kenners onmisbare eerste soloplaat 'Songs For A Tailor', die al uit 1969 stamt, tot vandaag de dag nog nooit gehoord heb.

Maar ik ben er ook wel trots op dat Jack Bruce' allermooiste song, 'Sonny Boy Williamson', al sinds 1966 in mijn persoonlijke top vijf staat van mooiste B-kanten aller tijden. De song stond destijds wat verloren op de rug van 'I've Been a Bad, Bad Boy', een hitsingle van co-auteur en vocaliste extraordinaire Paul Jones.

En misschien, denk ik nu, was Jack Bruce ook wel een bad, bad boy. Al wil ik daar aan twijfelen. Iemand die zijn allerbeste been voorgezet heeft in het briljante gezelschap van Eric Clapton, John Mayall, Manfred Mann, Alexis Korner, George Harrison of Ringo Starr (en ik laat nu wegens acuut plaatsgebrek nog vele tientallen klinkende namen achterwege) kan alleen maar een goed mens geweest zijn. 'Sunshine Of Your Love', weet u wel! Of zoals het in dat prachtige 'Sonny Boy Williamson' klinkt: 'He is gone, he is gone, the greatest one is gone. He made you feel good when he felt good, and bad when he felt bad'.

Is dat laatste trouwens geen werkbare definitie van wat een kunstenaar hoort te doen?

Ik dacht van wel. Al wil dat nu ook niet zeggen dat ik daarover ga corresponderen.

Meer over

Nu belangrijker dan ooit: steun kwaliteitsjournalistiek.

Neem een abonnement op De Morgen


Op alle artikelen, foto's en video's op demorgen.be rust auteursrecht. Deeplinken kan, maar dan zonder dat onze content in een nieuw frame op uw website verschijnt. Graag enkel de titel van onze website en de titel van het artikel vermelden in de link. Indien u teksten, foto's of video's op een andere manier wenst over te nemen, mail dan naar info@demorgen.be.
DPG Media nv – Mediaplein 1, 2018 Antwerpen – RPR Antwerpen nr. 0432.306.234