Dinsdag 04/10/2022

OpiniePamela Paul

Een woord van dank aan de lezers van Salman Rushdie

Vorige week vrijdag werd Salman Rushdie (75), auteur van De duivelsverzen, neergestoken voor hij een lezing zou geven in de staat New York.  Beeld AFP
Vorige week vrijdag werd Salman Rushdie (75), auteur van De duivelsverzen, neergestoken voor hij een lezing zou geven in de staat New York.Beeld AFP

Pamela Paul is columniste bij The New York Times

Pamela Paul

In 1989 werkte ik in een boekhandel in een winkelcentrum in Long Island toen ayatollah Ruhollah Khomeini zijn fatwa tegen Salman Rushdie uitvaardigde. Ik was 17 jaar. Mijn baantje was al een droom voor een leesgierige tiener maar kreeg nu een nieuwe dimensie: die van een politiek ontwaken.

Zoals de meeste jonge mensen van mijn generatie wist ik over de islamitische revolutie van 1979 en de gijzelingscrisis die erop volgde, ook al was ik in die tijd nog te jong om het nieuws te lezen. Op een muur tegenover mijn lagere school had iemand in vette zwarte letters zijn obscene mening gespoten over wat er met de ayatollah zou moeten gebeuren. Ik zag dat elke dag en had een angstig, kinderlijk gevoel dat “iemand problemen zou kunnen krijgen”.

Pamela Paul is columniste bij The New York Times. Beeld Getty Images
Pamela Paul is columniste bij The New York Times.Beeld Getty Images

Onder de toonbank

Pas na de fatwa besefte ik: dit is het soort probleem waar je op moet reageren. De manager van onze winkel zei dat de keten had beslist om de Duivelsverzen, het boek dat de fatwa had uitgelokt, te blijven verkopen. Sommige van mijn collega’s vonden dat misschien geen goed idee. Per slot van rekening waren er al bomaanslagen geweest in boekwinkels in de VS. Maar zoals de meeste anderen was ik niet bang maar vastberaden en werkte ik zoveel uren als ik kon.

De winkel nam voorzorgen. Elke ochtend legde een manager ons de laatste veiligheidsprotocollen uit. Een keer werden alle exemplaren van het boek uit de schappen gehaald en in een achterkamer bewaard. Later hielden we ze onder een toonbank verstopt.

“Als iemand vraagt of we de Duivelsverzen in voorraad hebben, moet je goed nadenken voor je antwoordt”, kregen we te horen. “Bepaal je antwoord geval per geval.”

Vijfentwintig jaar later, ik redigeerde toen de boekenbijlage van The New York Times, ging ik iets drinken met Salman Rushdies literair agent, Andrew Wylie. Gabriel García Márquez was die dag overleden en Wylie stelde voor dat Rushdie een stuk over hem zou schrijven voor de boekenbijlage. Ik hapte natuurlijk toe. Rushdies essay, dat hij een dag later instuurde, had geen eindredactie nodig. We publiceerden het op onze voorpagina en de respons was overweldigend positief.

In dat essay vertelde Rushdie hoe hij zijn eigen leven in het werk van zijn collega herkende, ondanks hun verschillende geboortelanden en taal (voor hem India en het Engels, voor García Márquez Colombia en het Spaans). “Ik kende García Márquez’ kolonels en generaals, of toch hun Indiase en Pakistaanse tegenhangers; zijn marktstraten waren mijn bazaars.” En hij schreef ook: “Op beide plaatsen is de godsdienst erg belangrijk en leeft God en doen de godvruchtigen dat helaas ook.”

Buitenkans

We zijn er nooit in geslaagd Rushdie te overhalen om opnieuw voor onze boekenbijlage te schrijven, hoe vaak we het ook vroegen. Hij had altijd wel een beleefde uitvlucht: hij werkte aan een ander boek, hij was op reis. Maar die ene keer Rushdie mogen publiceren, blijft het hoogtepunt van de negen jaar dat ik voor de boekenbijlage heb gewerkt. Het was een enorme buitenkans.

Wat kun je nog zeggen na de vreselijke aanslag op Rushdie, vorige week in de Chautauqua Institution in New York, een plaats met weinig beveiliging omdat ze altijd zo veilig voelde? Wat kun je zeggen over het feit dat het schrijven van fictie na al die jaren met geweld is gestraft?

Ik denk terug aan mijn tijd bij de boekhandel, toen na de fatwa de klanten in drommen toestroomden. Sommige mensen kwamen met een bestseller van het moment naar de toonbank en zeiden: “Ik weet niet of het mijn soort boek is, maar ik wil ook graag die Duivelsverzen kopen”. Andere klanten stapten recht op de kassa af en vroegen of wij ‘Het Boek’ hadden. “We moeten hem steunen”, zeiden ze. Die klanten werden een ander soort inspiratie.

Want het is niet alleen essentieel dat auteurs boeken blijven schrijven die de gevoeligheden en misschien de schijnheiligheid van sommige mensen uitdagen en die kunnen kwetsen. Het is niet alleen essentieel dat uitgevers die auteurs blijven steunen, dat ze hen beschermen en promoten en dat ze trots op hen zijn, en dat vertalers hun woorden voor een internationaal publiek beschikbaar maken. Het is niet alleen essentieel dat de boekhandels die boeken blijven verkopen, zelfs als hun personeel het er niet mee eens is, of ze afkeurt of bang is dat leden van hun gemeenschap ertegen zullen protesteren.

Het is ook essentieel dat de lezers de werken blijven lezen waarvan deze auteurs bestaan. Uiteindelijk stelt de bereidheid van lezers om zich aan uitdagende boeken te wagen een cultuur in staat om open te blijven en te bloeien.

Uiteindelijk waren het Rushdies lezers die vorige week misschien letterlijk hebben geholpen om hem te redden. “Wij zijn erg dankbaar aan alle leden van het publiek die hem dapper verdedigen en eerste hulp toedienden, en ook aan de politiemensen en de artsen die hem verzorgden, en voor de stroom van liefde en steun uit heel de wereld”, zei Rushdies zoon Zafar in een verklaring na de aanslag. Het zijn de lezers die zijn boeken over vele jaren zullen blijven lezen die Salman Rushdies woorden altijd levend zullen houden.

© 2022 The New York Times Company

Nu belangrijker dan ooit: steun kwaliteitsjournalistiek.

Neem een abonnement op De Morgen


Op alle artikelen, foto's en video's op demorgen.be rust auteursrecht. Deeplinken kan, maar dan zonder dat onze content in een nieuw frame op uw website verschijnt. Graag enkel de titel van onze website en de titel van het artikel vermelden in de link. Indien u teksten, foto's of video's op een andere manier wenst over te nemen, mail dan naar info@demorgen.be.
DPG Media nv – Mediaplein 1, 2018 Antwerpen – RPR Antwerpen nr. 0432.306.234