Maandag 26/09/2022
Alicja Gescinska. Beeld dm
Alicja Gescinska.Beeld dm

GedachtegangenAlicja Gescinska

Haast elke recreatieve bezigheid kent een eigen kinderkamp. Maar wie kan dat acht weken aan een stuk betalen?

Alicja Gescinska is schrijfster en filosofe verbonden aan de Universiteit van Buckingham. Ze is ook vicevoorzitter van PEN Vlaanderen en VUB Fellow. Haar column verschijnt tweewekelijks.

Alicja Gescinska

Investeren in de jeugd is investeren in de toekomst, zo wil het cliché. Maar als we op enkele recente nieuwsberichten mogen afgaan, nemen we het als samenleving niet zo nauw met die toekomst. Hoe stelt de ‘jeugd van tegenwoordig’ het?

De voorbije twee weken ging er haast geen dag voorbij of ik las in de krant een somber stemmend bericht over kinderen en jongeren. De taal- en rekenvaardigheid blijft maar dalen. Het risico op armoede stagneert, waardoor de strijd tegen kinderarmoede een processie van Echternach wordt. Wat wel stijgt: het aantal meldingen van depressieve gedachten, angsten en zelfverwonding.

In al deze tendensen is de invloed van de coronapandemie merkbaar. Dat stemt tot dringende, dwingende vragen. Hoe tegenwoordig is de jeugd in het politieke beleid? Hoe aanwezig is de jeugd op het maatschappelijke prioriteitenlijstje? Als je al die negatieve berichten laat inwerken, kun je niet anders dan een pessimistisch antwoord geven. Ofwel is de uitvoering van ons beleid heel slecht, ofwel is de jeugd geen beleidsprioriteit.

Er bestaat nauwelijks een groter onrecht dan kinderarmoede. Kinderarmoede is sociale ongelijkheid in haar meest verderfelijke vorm. Dat we er jaar na jaar in falen om daar werkelijk iets aan te doen, zegt veel over waar de belangen en bekommernissen van onze samenleving liggen, en die liggen niet bij kinderen. Al zeker niet bij de kansarme.

Is het dan toeval dat het debat over één maatregel en mogelijkheid om sociale ongelijkheid bij kinderen indirect aan te pakken stokt nog voor het echt op gang komt? Ik heb het over het inkorten van de zomervakantie. Aan het begin van de paasvakantie pleitten verschillende experts én politici daarvoor. Maar dat voorstel wordt nogal gemakkelijk weggemoffeld of genegeerd. We gaan toch niet aan onze heilige, twee maanden durende vakantie tornen?

Toch is dat zeker het overwegen waard. Vakantie is een mensenrecht. Maar in de praktijk is een goed bestede, zinvolle vakantie het voorrecht van de meer welgestelde burger. En op 1 september laten zich de gevolgen van deze discrepantie al meteen merken. De zomervakantie vergroot de leerachterstand van kinderen wier ouders niet de middelen hebben om hun kinderen in de zomermaanden aan nieuwe prikkels en ervaringen bloot te stellen.

Het eerste argument dat je dan hoort om toch maar niet te knippen in onze zomervakantie is: kinderen hebben recht op ontspanning. Ongetwijfeld. Maar over welke vorm van ontspanning hebben we het? De welgestelde burger stuurt zijn kinderen op diverse zomerkampen. Als je het kunt bedenken, dan bestaat het: tenniskamp, scoutskamp, ponykamp, zeilkamp, et cetera. Haast elke recreatieve bezigheid kent een eigen kamp. En dat is goed. Recreatie is ook creatie; en juist in die recreatieve momenten groeien kinderen in hun creativiteit. Ontspanning die inspanning is. Maar wie kan dat acht weken aan een stuk betalen? En voor hoeveel mensen is één week al een financiële onmogelijkheid?

Daarop volgt snel een tweede argument: kinderen moeten toch niet elke week een activiteit doen, laat ze zich maar eens lekker vervelen. Daar worden ze ook creatief van. Dat geloof ik best. Maar wie meent dat verveling bevorderlijk is voor het welzijn en de ontwikkeling van kinderen getuigt van zijn eigen geprivilegieerde positie. Het is fijn om je te vervelen in een grote tuin, om dan met je broers een schuilplaats tussen de struiken te bouwen. Maar dat is een heel andere vorm van verveling dan deze die je als kind of jongere overvalt wanneer je in een appartementsblok op 50 vierkante meter woont, zonder geld voor kleurpotloden of stiften, en met honger in de buik. En dat acht weken lang. Die kinderen zijn er. En ze zijn met meer dan we denken. Het is voor die kinderen dat we onze lange zomer in vraag moeten stellen.

Tijdens de coronapandemie werd er meermaals over de jongeren van nu gesproken als een ‘verloren generatie’. Zo’n fatalistisch defaitisme ergert me. De jeugd heeft nog een hele toekomst voor zich, toch? Ja, maar enkel wanneer we in die jeugd ook werkelijk de toekomst zien. Als er zich een verloren generatie aandient, zal dat niet aan een virus liggen, maar aan onszelf. Aan de volwassenen van tegenwoordig.

Meer over

Nu belangrijker dan ooit: steun kwaliteitsjournalistiek.

Neem een abonnement op De Morgen


Op alle artikelen, foto's en video's op demorgen.be rust auteursrecht. Deeplinken kan, maar dan zonder dat onze content in een nieuw frame op uw website verschijnt. Graag enkel de titel van onze website en de titel van het artikel vermelden in de link. Indien u teksten, foto's of video's op een andere manier wenst over te nemen, mail dan naar info@demorgen.be.
DPG Media nv – Mediaplein 1, 2018 Antwerpen – RPR Antwerpen nr. 0432.306.234