Vrijdag 22/10/2021
null Beeld DM
Beeld DM

ColumnHilde Van Mieghem

Het is een ongeneeslijke ziekte, het moederschap

Hilde Van Mieghem neemt de tijd voor een gloedvolle kijk achter de schermen van haar leven.

Je mag niet binnen staan wachten in de aankomsthal van Brussels Airport – zo noemt Waze Zaventem. Voor mij heet onze nationale vlieghaven al zolang ik weet Zaventem. Daar waar de vlissevlassers aankomen en vertrekken. Vlissevlasser, zo noemde mijn vader dan weer een vliegtuig. Ik zeg het vaak nog zo.

De voorbije nacht stond ik te wachten op mijn dochter, schoonzoon en kleindochter wier vlissevlasser om 00:25 uur zou landen. Wat ie ook deed. Sterker nog, om 00:19 uur kreeg ik al een berichtje van mijn dochter: “Geland, maar we rijden nog.”

Ik was nog onderweg en meteen gestrest. Help, volgens Waze arriveer ik pas om 00:30 uur! Dan staan ze daar aan een godverlaten uitgang moederziel alleen te wachten met een slapend kindje in de armen, rillend van de kou na een week in een land waar het 35 graden is.

Zou dat soort stress – met bijbehorende onzin­gedachten – bij het eerste zwangerschapshormoon als een body­snatcher je lichaam binnengedrongen zijn om nooit meer te verdwijnen en je volledige persoonlijkheid naar zijn hand te zetten? Ik vrees ervoor.

Het is een ongeneeslijke ziekte, het ­moederschap. Dat zwangerschapshormoon zorgt ervoor dat je geen nieuwe eicellen aanmaakt – Bingo! Er is een eitje bevrucht, maak plaats, maak plaats, maak plaats – en dat dat uitverkoren eitje zich behaaglijk kan innestelen in de baarmoederwand. Dat, samen met alle zorgen en gepieker waar je nooit meer vanaf komt.

Weinig kan je zo in de greep houden. Tenzij een goeie minnaar, die als een prins de 100-jarige moeder­doornen­struiken omhakt en de slapende vrouw in je wakker zoent. Ik geef toe, hij slaagt er als een van de weinigen in je alles te doen vergeten, al is het maar tijdelijk. Maar halleluja, dat is al heel wat!

Maar prinsen slash goeie minnaars zijn dun gezaaid. Waar blijft mijn zeekapitein ter lange omvaart? Scusa, Ik dwaal af.

Ik rekende snel uit dat voordat de ­vlissevlasser uitgebold zou zijn, passagiers uitgestapt en de bagage opgehaald, er nog minstens twintig minuten zouden passeren. Geen stress dus.

Ik zou vast nog de tijd hebben om een decaatje te drinken bij de bar in de aankomsthal en de krant te lezen die ik uit voorzorg meegenomen had.

Maar niets was minder waar. Uit de ­kluiten gewassen politiemannen versperden de ingang. Je moest braaf buiten wachten. Ik was duidelijk niet de enige die leed aan ‘Moederschap’, er stonden heel wat mensen, vrouwen én mannen – ook zij kunnen last hebben van die aandoening –, te wachten op hun kroost.

Daar stonden we dan met zijn allen op die bevreemdende plek, oranje noodverlichting als na een nucleaire aanval, stinkend naar uitlaatgassen, verstikkend, smerig en geen enkele mogelijkheid om te zitten. Je moet je lot staande ondergaan en maken dat je op tijd wegspringt voor geërgerde taxichauffeurs die je met gierende banden van je sokken dreigen te rijden of je een gescheurd trommelvlies bezorgen met hun getoeter. Het galmde en het echode erop los.

Een uur heb ik er gestaan, om 01:25 uur kwam de bron van mijn leven de deur uit. Viel me in de armen en riep: “Sorry, mama, dat je zo lang moest wachten!”

Meer over

Nu belangrijker dan ooit: steun kwaliteitsjournalistiek.

Neem een abonnement op De Morgen


Op alle artikelen, foto's en video's op demorgen.be rust auteursrecht. Deeplinken kan, maar dan zonder dat onze content in een nieuw frame op uw website verschijnt. Graag enkel de titel van onze website en de titel van het artikel vermelden in de link. Indien u teksten, foto's of video's op een andere manier wenst over te nemen, mail dan naar info@demorgen.be.
DPG Media nv – Mediaplein 1, 2018 Antwerpen – RPR Antwerpen nr. 0432.306.234