Woensdag 05/10/2022

OpiniePaul Demets

Ik denk dat we allemaal weer meer buitenmensen moeten worden

null Beeld Tim Dirven
Beeld Tim Dirven

Paul Demets is dichter, recensent en lesgever aan het KASK (HoGent).

Paul Demets

Tussen 2016 en 2019 was ik de plattelandsdichter van Oost-Vlaanderen. Ik ben toen door de provincie getrokken en heb heel wat tijd boven toile cirées aan keukentafels op boerderijen doorgebracht.

Het was heerlijk. Terwijl de vrouw des huizes nieuwe aardappelen waste en kookte in de schil, de mooiste biefstukken naar mij lagen te blozen, klaar om licht gebakken te worden, de tomaten glansden, praatte ik met de landbouwer. Vanachter het fornuis liet ook de dame zich niet onbetuigd. Want, zeiden man en vrouw in koor: “Het werd tijd dat je eens langskwam. Veel mensen begrijpen ons niet. Jij ook: je woont op het platteland, maar toch denk je anders dan wij.”

Daar moest ik even van slikken. Ik wuif vaak naar landbouwers in mijn omgeving wanneer ze aan het werk zijn op hun veld. Nu en dan sla ik een praatje, meestal over het weer of over de kinderen, zoals dat gaat.

Maar daar aan die tafels op de boerderijen gingen de gesprekken meer naar de diepte. Er vielen soms harde woorden. Er werd gevloekt. En dan vielen er stiltes. Of veegde iemand tranen aan haar mouw af.

Want veel landbouwersgezinnen zitten in nood. De bodem droogt uit door de klimaatverandering. Bij veel gezinnen ligt de bodem al lang bloot, maar dan op financieel vlak. En op mentaal gebied. Regelmatig kreeg ik pijnlijke verhalen te horen over werk onder de prijs. Wanhoopskreten.

Ik zag de glans uit ogen verdwijnen, zeker als het ging over het besef dat vader en moeder de laatsten op ‘het hof’ zouden zijn na enkele generaties. Velen gaven maar schoorvoetend toe hoe moeilijk ze het hadden. Want boeren hanteren het adagium ‘Zwijg en doe voort’.

Vleesfabrieken

Meerdere landbouwers zijn de voorbije jaren in een depressie beland. Sommigen zijn zelfs uit het leven gestapt. Verbaast dat ons? Sommige landbouwersgezinnen vertelden mij hoe ze al een hele tijd geleden hun bedrijf en dus ook hun ziel verkocht hebben.

Gedurende decennia zijn gemengde landbouwbedrijven de norm geweest in Vlaanderen. Maar op aanraden van de Boerenbond en veevoederfirma’s zijn veel landbouwbedrijven de voorbije dertig jaar exclusief op veeteelt overgestapt.

Vooral varkensboeren hebben, om aan geld te raken, hun grond verkocht. Ze zijn arbeiders in hun eigen bedrijf geworden, die onder de prijs moeten werken. Veel gezinnen worden op die manier gegijzeld.

Heel wat landbouwersgezinnen voelen zich misleid. Er zijn hun onrealistische dingen voorgespiegeld, door hen aan te sporen om hun boerenbedrijven tot een soort vleesfabrieken uit te bouwen, in de hoop winst te boeken. Het zou allemaal niet zo’n vaart lopen met de noodzakelijke maatregelen voor het klimaat.

Veel landbouwers vervreemdden van hun eigen bedrijf. En wij, consumenten, waren ons niet meer bewust van de oorsprong en al het werk dat verricht is om onze biefstukken, hamburgers of kippenfilets zo goedkoop mogelijk in de koelvakken van het warenhuis te doen belanden.

Herstellende landbouw

Ik denk dat we meer ‘buitenmensen’ moeten worden. Dat zijn plattelandsbewoners volgens het woordenboek. Zo letterlijk bedoel ik het niet. Het gaat eerder om een attitude. Het helpt natuurlijk als je de geur van de aarde na een regenbui of van de vacht van een koe kent, maar het gaat vooral over een bewuste manier van consumeren.

We moeten met zijn allen weer verbinding met het landschap zoeken, waar landbouwbedrijven absoluut hun plaats verdienen. Monocultuur moet teruggedrongen worden. Dat is essentieel, niet alleen om de landbouwersgezinnen te redden, maar ook het landschap.

We moeten naar een herstellende landbouw. Wij, als consumenten, zouden een rechtstreekse band met de voedselproductie moeten krijgen door in landbouwbedrijven te investeren en op die manier voor een deel mee het beleid binnen die bedrijven te kunnen bepalen.

De boeren beseffen het echt zelf wel: de toekomst voor de landbouw zit in haar vruchtbare bodem. Niet in het wederzijdse onbegrip tussen heel wat landbouwers die zich niet begrepen voelen en koppig in de boosheid volharden, zoals ik dat in het onderstaande gedicht uit mijn bundel De bijendans (De Bezige Bij, 2022) geschetst heb, en wij, die willen dat er drastische maatregelen getroffen worden om het klimaat te redden, zonder dat zich menselijke drama’s binnen de landbouwersgezinnen afspelen.

Beneem ons het uitzicht niet en we kunnen groeien. We nemen

veel ruimte in. Voor groenvoer is het hier wat klein.

Waar kunnen we nog hectaren halen? We zoemen rond.

De inkuilmachine en de opraapwagen wachten gretig.


In praten zijn we niet zo goed. We zitten liever

bij het raam achter een kop. Doorsijpelen gaat traag.


En we rekenen jaren. We moeten vriendelijk negeren,

we kunnen niet vrijblijvend negotiëren. We vinden


huid en handen en trekken ze aan over elkaar.

We graven nog liever onze eigen kuil, vader. Dat die


praatjesmakers eens tot hun enkels in de modder

komen staan. Ze liggen onder zeil, zullen perspulp worden


De adem afgesneden. Klaar. Zo deed jij dat toch?

Het is onze natuur. We maken er onze handen niet aan vuil.

Paul Demets

Meer over

Nu belangrijker dan ooit: steun kwaliteitsjournalistiek.

Neem een abonnement op De Morgen


Op alle artikelen, foto's en video's op demorgen.be rust auteursrecht. Deeplinken kan, maar dan zonder dat onze content in een nieuw frame op uw website verschijnt. Graag enkel de titel van onze website en de titel van het artikel vermelden in de link. Indien u teksten, foto's of video's op een andere manier wenst over te nemen, mail dan naar info@demorgen.be.
DPG Media nv – Mediaplein 1, 2018 Antwerpen – RPR Antwerpen nr. 0432.306.234