Donderdag 29/09/2022
null Beeld dm
Beeld dm

ColumnAnton Jäger

In 1991 sprak Fukuyama over de ‘post-historie’. Beleven wij vandaag de ‘post-post-historie’?

Anton Jäger is historicus van het politieke denken aan het Leuvense Hoger Instituut voor Wijsbegeerte. Zijn column verschijnt tweewekelijks.

Anton Jäger

Een selfie met een kat. Een foto van een zelf geknutselde drone. Een stralend portret met twee kleinkinderen in een restaurant, samen met wat vergezichten in de bergen. Dat waren maar enkele van de kiekjes die Amerikaans filosoof Francis Fukuyama de laatste maanden op zijn Instagram-account plaatste, zowel korte verslagen van zijn pensioen alsook tekens van een geleidelijke terugtrekking uit het publieke leven. Sterker nog: behalve één foto die een nieuwe editie van zijn The End of History and the Last Man (1992) aankondigde, was er nauwelijks iets in de beeldengalerij dat wees op Fukuyama’s verleden als filosoof.

De online-persona geeft ook een verschuivend tijdsgewricht aan. In de vroege jaren 1990 verwierf Fukuyama faam met zijn these van ‘het einde van de geschiedenis’, die hij voor het eerst lanceerde in een stuk voor het blad Foreign Affairs. Dertig jaar later – schrijlings tussen nieuwe Koude Oorlog, Amerikaans-Chinese spanningen en economische crises – lijkt Fukuyama’s idee plots een stuk minder plausibel. Volgens bepaalde commentatoren maken we op heden zelfs het ‘einde van het einde van de geschiedenis’ mee, het verstrijken van de wapenstilstand die de denker aan het eind van de Koude Oorlog diagnosticeerde en die sinds de jaren 1990 onze politiek bestierde. Het communisme had afgedaan en de kapitalistische democratie was de eindhalte van de mensheid. Onder de zon van de globalisering zou iedereen op den duur liberaal democraat worden. In 1991 sprak Fukuyama over de zogenaamde ‘post-historie’ – beleven wij vandaag de ‘post-post-historie’?

Drie karaktertrekken scheiden ons alvast van Fukuyama’s posthistorische tijdperk. Kenmerkend voor het einde van de geschiedenis was dat er een scheiding werd aangebracht tussen politiek en beleid. Het eerste werd gedelegeerd aan een mediacircuit dat eeuwig verslaafd was aan nieuwigheid, terwijl het tweede het domein werd van niet-gekozen machthebbers als centrale banken. Anderzijds is de mengeling van schroom en apathie, die zo typerend was voor Fukuyama’s jaren negentig vandaag nauwelijks meer van toepassing. De Amerikaanse president Joe Biden werd verkozen na een recordopkomst; het brexitreferendum was de grootste stemming in de geschiedenis van Groot-Brittannië.

Begin jaren 2020 keerde in het Westen er ook een sentiment terug dat in de historische prullenmand beland was: patriottisme. Al in de jaren negentig verbaasden liberale intellectuelen als Michael Ignatieff en Timothy Garton Ash zich over de levendigheid van de nationalistische bewegingen in het voormalige Sovjetrijk. In de jaren tachtig beweerden Afghaanse moedjahedien dat hun strijd tegen de Russen betekende dat “de jihad ons de vrije wereld had gebracht”. Vandaag steekt die oorlogszucht ook in Europa de kop op. Nu leidt de Russische invasie tot een hernieuwde roep om defensiebudgetten in de Europese, en bovenal Duitse, politiek - op zich ondenkbaar voor een politieke cultuur die is gebaseerd op de facto pacifisme. Zoals Brits journalist Anatol Lieven in de late jaren 1990 opmerkte, was iedereen die beweerde dat “Duitsland onvermijdelijk zou terugkeren als een grote Europese militaire macht... nog nooit in een Duitse disco geweest”. Vandaag overwegen Duitse intellectuelen het herinvoeren van de dienstplicht.

Ten derde wordt de wereldeconomie nu geteisterd door een oud, omineus monster: inflatie. Fukuyama’s tijdperk werd geschraagd door een strikt beleid van prijsstabilisatie en loonmatiging. Het coronatijdperk bracht weer acute inflatie. Toch ziet ook hier het beeld er gevoelig anders uit dan vroeger. De meeste inflatoire momenten in de twintigste eeuw kenden ten minste een nevenoorzaak in hogere looneisen vanwege arbeiders. In deze laatste zin is inflatie niet zozeer een technisch gegeven voor economen als wel een politieke indicator: het moment waarop een productiefactor, arbeid, een echte politieke actor wordt. Als de klassenstrijd inderdaad de motor van de geschiedenis is, zou de aanwezigheid van inflatie een signaal moeten zijn dat de motor weer draait. Maar de cijfers bevestigen dit nauwelijks. Alleen al in 2021 heeft een recordaantal van 47 miljoen Amerikanen hun baan opgezegd. In dezelfde periode zijn de stakingsdagen echter niet toegenomen en is het aantal vakbondsleden nog verder gedaald. Zoals Fukuyama ook al aangaf, betekent het einde van het einde van de geschiedenis nog niet dat de geschiedenis opnieuw is begonnen. En ondertussen blijft er altijd de Instagram-account om te onderhouden.

Meer over

Nu belangrijker dan ooit: steun kwaliteitsjournalistiek.

Neem een abonnement op De Morgen


Op alle artikelen, foto's en video's op demorgen.be rust auteursrecht. Deeplinken kan, maar dan zonder dat onze content in een nieuw frame op uw website verschijnt. Graag enkel de titel van onze website en de titel van het artikel vermelden in de link. Indien u teksten, foto's of video's op een andere manier wenst over te nemen, mail dan naar info@demorgen.be.
DPG Media nv – Mediaplein 1, 2018 Antwerpen – RPR Antwerpen nr. 0432.306.234