Maandag 26/09/2022
Daan Heerma van Voss. Beeld Bob Van Mol
Daan Heerma van Voss.Beeld Bob Van Mol

Column

Mijn vader wilde vergeven worden. En om hem te vergeven, moest ik zijn misdaad erkennen

Daan Heerma van Voss is een Nederlandse schrijver.

Daan Heerma van Voss

Hij had nog niets gezegd of ik wist al wat hij wilde bespreken. Mijn vader en ik hadden afgesproken bij het Thaise restaurant waar ik voor mijn verhuizing wekelijks at. De serveerster herkende me, en vroeg waarom ik hen nooit meer bezocht, of mijn nieuwe buurt soms leuker was, en of het door slechte voeding kwam dat ik er mager uitzag. Onhandig schudde ik mijn hoofd.

Voor hij zich op de stoel liet vallen, hield mijn vader het tafeltje even vast. Daarna keek hij me ernstig aan. Ik kende die blik. Het zou een gesprek worden over spijt en schuld. Waar dertigers klagen over een teveel aan keuzes, veertigers over een gebrek aan tijd, vijftigers over gemiste kansen, zestigers over de voorwaarden van hun pensioen, klagen zeventigers over de gevolgen van hun keuzes op andermans leven, meestal, zo ook nu, op het leven van het kind. Vermoedelijk voelen ze dat het afscheidsrondje niet ver meer is; als ze over een jaar of tien nog aanspraak willen maken op vergeving, dan kunnen ze beter nu alvast het voorwerk verrichten.

Mijn vader had zich voorbereid: niet alleen had hij een theorie – dat hij een harde vader was / is geweest / is –, ook had hij een exemplarische anekdote.

Ondertussen bladerde ik door het menu, dat ik nauwelijks herkende. De serveerster: “We hebben nieuwe kleuren, maar dat zie je misschien niet, omdat je zo lang niet bent geweest.” Ik bladerde verder, op zoek naar mijn vaste gerecht. De serveerster: “Vroeger nam je altijd nummer 80 of weet je dat niet meer?” Ik koos een willekeurig ander nummer.

De anekdote: we waren in Bretagne, waar we altijd vakantie vierden. Mijn vader ging jeu-de-boulen met een vriend. Ik wilde verschrikkelijk graag meedoen. Mijn vader weigerde. Ik voelde me buitengesloten, panikeerde, en om die paniek te maskeren werd ik woedend. Mijn vader haalde zijn schouders op en wierp zijn eerste bal. Ik beende naar een sloep, door de vloed op de keien gelegd, en ging met mijn rug naar het spel zitten.

Ik was ervan overtuigd dat mijn vader van gedachten zou veranderen: hij zag mijn achterhoofd toch, hij zag me toch met keien gooien? Maar het was vrijwel donker toen ze hun ballen schoonveegden en in hun hoes lieten knallen. Hij keek niet op of om toen hij me passeerde. Kwaad en verward sjokte ik achter hem aan.

Ik herinnerde me het voorval. Het was een klotemiddag, maar waarom had mijn vader deze onschuldige anekdote uitgekozen om zijn theorie aan op te hangen?

Hij zei dat hij het anders had moeten doen, aardiger, begripvoller. Ik: “Je wilde gewoon met je vriend spelen. Het is oké.”

Hij: “Ik had het anders moeten doen.”

Ik: “Het is niet erg.”

Hij: “Het is wel erg.” Hij omklemde zijn vork krachtig, zijn vingertoppen waren bijna wit.

Ik: “Het is niet erg.”

Zijn blik werd alleen maar donkerder, en zijn kaken waren opeengeklemd. Hij wilde vergeven worden. En om hem te vergeven, moest ik zijn misdaad erkennen. Ik zei dat het een nare herinnering was, maar dat hij er nu over begon, maakte veel goed. Hij ademde diep in en uit.

“Heerlijk eten”, zei hij tevreden.

Meer over

Nu belangrijker dan ooit: steun kwaliteitsjournalistiek.

Neem een abonnement op De Morgen


Op alle artikelen, foto's en video's op demorgen.be rust auteursrecht. Deeplinken kan, maar dan zonder dat onze content in een nieuw frame op uw website verschijnt. Graag enkel de titel van onze website en de titel van het artikel vermelden in de link. Indien u teksten, foto's of video's op een andere manier wenst over te nemen, mail dan naar info@demorgen.be.
DPG Media nv – Mediaplein 1, 2018 Antwerpen – RPR Antwerpen nr. 0432.306.234