Maandag 27/06/2022
Marnix Peeters. Beeld DM
Marnix Peeters.Beeld DM

ColumnMarnix Peeters

Niet zo heel veel mensen worden 90, zei hij trots. Maar één op de vijf mannen, zei mijn vrouw, die de vraag had gegoogeld

Op zijn berg in de Oostkantons schrijft Marnix Peeters over vrijheid, zijn vogels en zijn vrouw.

Marnix Peeters

Mijn vader was 90 geworden. Daar had hij al heel lang, misschien wel zijn hele leven, naar uitgekeken. Het leven heeft pas waarde als het lang duurt, is zijn devies. Het hoeft zelfs niet per se plezierig te zijn.

Ik bracht hem zijn 70ste verjaardag in herinnering. Toen kreeg hij een helikoptervlucht cadeau. Hij had nog nooit gevlogen. Samen met mijn ­moeder zat hij benepen naast de ­piloot in de glazen bol. Bij terugkeer was hij opgetogen, maar het was ook goed voor één keer.

Dat is al twintig jaar geleden, zei ik, bijna ongelovig.

Niet zo heel veel mensen worden 90, zei hij trots.

Maar één op de vijf mannen, zei mijn vrouw, die de vraag had gegoogeld. Tachtig procent van al je jaargenoten is al dood.

Ik vermoedde dat het hem trots en weemoedig tegelijk maakte. Over weemoed praten wij niet gemakkelijk, in onze familie.

Hij heeft een stokoude kat, die altijd in het waskot moet als wij langskomen. Boef heeft een hekel aan katten, ze triggeren zijn jachtinstinct, zijn gegil is dan oorverdovend.

Wij aten chocomoussetaart en dronken een whisky. Daarna vergezelden wij mijn vader op zijn dagelijkse wandeling door het Binnenveld. Hij loopt met een rollator, het gaat heel traag. Hij noemt hem ‘mijne moto’. Hij ziet haast niets meer, het is een wonder hoe hij elke dag die tocht krijgt ­afgelegd. Hij krijgt hulp van de buurtbewoners. ‘Hé Charel!’, roepen ze van in hun tuinen. ‘Niet te rap, hè.’ Of: ‘Zie dat ze u niet flitsen!’

Een tijd geleden begon het tijdens zijn wandeling ontzettend hard te regenen. Uit een van de huizen kwam een meisje met een paraplu. ‘Mijn moeder zei dat ik u die moest geven’, zei ze.

Wat ontzettend aardig, zei ik.

Het waren nochtans Turken, zei mijn vader. Hij heeft tot zijn vijftigste in de multiculturele smeltkroes van de steenkoolmijn van Beringen gewerkt, tussen Turken en Polen en Italianen, maar hij zegt nog altijd zulke dingen. Je neemt het hem niet kwalijk, hij denkt er niet over na, als je 90 bent mag je alles.

Hij gaf uitleg bij elk huis dat we passeerden. Hier wonen twee gezusters, zei hij, en daar die van Liberlo. Heel veel mensen waren dood, hun uitgeleefde huizen werden nu door nieuwkomers opgeknapt. De woningen van de onlangs aangekomen Turken waren Vlaamser dan de andere ­huizen. Er zaten popjes op de ­vensterbanken en er stonden perfect getrimde buxusbollen naast de ­voordeur, waar een bordje met twee hondjes en ‘Welkom!’ op hing. De ­terrassen waren met melkglas en ­geborsteld staal afgemaakt.

Nous y sommes!, riep mijn vader uit toen we weer thuiskwamen. Hij heeft destijds twee jaar Frans gevolgd, als mijnwerker kon je cursussen volgen waar je recupdagen voor kreeg.

Weet ge wat dat wil zeggen? vroeg hij. Nous y sommes.

Ik zei: we zijn ribbedebie, vader.

Nee! exclameerde hij. We zijn er! Dat gij dat niet weet! Kunt gij geen Frans?

Mijn vader is er heilig van overtuigd dat heel veel mensen heel weinig ­kunnen.

Wij namen afscheid.

Meer over

Nu belangrijker dan ooit: steun kwaliteitsjournalistiek.

Neem een abonnement op De Morgen


Op alle artikelen, foto's en video's op demorgen.be rust auteursrecht. Deeplinken kan, maar dan zonder dat onze content in een nieuw frame op uw website verschijnt. Graag enkel de titel van onze website en de titel van het artikel vermelden in de link. Indien u teksten, foto's of video's op een andere manier wenst over te nemen, mail dan naar info@demorgen.be.
DPG Media nv – Mediaplein 1, 2018 Antwerpen – RPR Antwerpen nr. 0432.306.234