Maandag 16/05/2022
null Beeld DM
Beeld DM

Column

Ook Mr. Wilson zal ik binnen afzienbare tijd uitzwaaien

Hilde Van Mieghem neemt de tijd voor een gloedvolle kijk achter de schermen van haar leven.

Hilde Van Mieghem

Het eerste wat we doen als we op de ­wereld komen, is afscheid nemen. We scheiden van een veilige, warme plek en verlaten de moeder die ons negen maanden droeg. Van één worden we twee.

Het adieu wordt het adagio van ons ­leven en toch blijven we ons ertegen verzetten, willen we het bannen. We vinden dat het er niet bij hoort.

Hoe zou er leven kunnen zijn zonder dood?

Maar, halsstarrig blijven we volhouden dat het uitzonderlijk is, een groot ongeluk, tegenslag of dikke pech. Terwijl we er constant mee om de oren geslagen worden. Zodanig dat het me duizelt.

Komt het omdat ik al een week mijn geliefden niet kan zien vanwege een minuscuul ding dat de naam draagt van een letter uit het Griekse alfabet – ik krijg het niet meer over mijn lippen – dat ik ijsberend in huis de muren oploop en claustrofobisch word van het nieuws dat naar binnen sijpelt en van niets anders getuigt dan van moord en doodslag, misbruik en geweld, macht en onmacht? Van voortdurend afscheid nemen? Is het evenwicht tussen ellende en klein geluk zodanig verstoord dat droefgeestigheid, angst en achterdocht hoogtij vieren?

Het lijkt een eeuwigheid geleden dat ik nog eens een onbekommerde dag beleefde waarin lachen, knuffelen en gezelligheid de overhand hadden.

Het is armzalig, maar ik prijs me al gelukkig als ik ’s morgens wakker word en mijn hondje Mr. Wilson zich tegen mijn buik aanvlijt, iets wat hij nog maar sinds kort doet, en we even lepeltje-lepeltje liggen. Stil en onbeweeglijk – om hem niet te verstoren – laaf ik me aan zijn ­lichaamswarmte, aan het buikje dat op en neer gaat, aan zijn zachte honden­snurkjes voor ik de dag weer instap.

Ook hem zal ik binnen afzienbare tijd uitzwaaien. Hij vertoont alle tekenen van een naderend afscheid. Hoort slecht, ziet slecht, slaapt dubbel zoveel als vroeger en kan de trap steeds moeilijker op en af. Elke dag glimlach ik om zijn korte opflakkeringen van jeugdigheid en koester elk moment met hem. Zolang hij nog leeft.

Elkaar koesteren, warm en liefdevol omgaan met wat dierbaar en waardevol is, we zijn er niet goed in. Macht jagen we na, onsterfelijkheid, winst. We zijn beenhard en meedogenloos. Wie niet meekan, stampen we verder de dieperik in. Tant pis.

De levenden vallen bij bosjes dood neer.

De grootste klap was de dood van het vermoorde jongetje, ik weiger hem familiair bij zijn voornaam te noemen, uit respect voor het kind wiens naam op ­ieders lippen ligt, alsof ze hem gekend hebben. Terwijl hij pas dood bestond.

Elke keer als ik in het nieuws hoor zeggen dat het jongetje en zijn vermoedelijke moordenaar(s) goed opschoten met elkaar, krijg ik kippenvel. Rijst mijn haar me te berge en moet ik op mijn tanden bijten om het niet uit te schreeuwen van woede.

Heeft iemand al eens goed naar de foto gekeken die te pas en te onpas vertoond wordt? Het kind in de armen van zijn wrede noodlot. Van kop tot teen schreeuwt het lijfje om hulp. De opgerichte, bijna smekende armpjes, de vragende handen, het verkrampte gezichtje, de bange oogjes, het hele lichaam krijst van angst en roept: ik voel me niet veilig!

Iedereen kent hem, niemand zag hem.

Meer over

Nu belangrijker dan ooit: steun kwaliteitsjournalistiek.

Neem een abonnement op De Morgen


Op alle artikelen, foto's en video's op demorgen.be rust auteursrecht. Deeplinken kan, maar dan zonder dat onze content in een nieuw frame op uw website verschijnt. Graag enkel de titel van onze website en de titel van het artikel vermelden in de link. Indien u teksten, foto's of video's op een andere manier wenst over te nemen, mail dan naar info@demorgen.be.
DPG Media nv – Mediaplein 1, 2018 Antwerpen – RPR Antwerpen nr. 0432.306.234