Vrijdag 01/07/2022

OpinieDaan Delespaul

Poetin spreekt geen ‘Westers’ meer

Vladimir Poetin. Beeld AP
Vladimir Poetin.Beeld AP

Daan Delespaul schreef zijn masterthesis voor de opleiding European Studies over legitimatiediscoursen in Rusland. Hij is doctoraatsstudent in de politieke sociologie (KU Leuven).

Daan Delespaul

‘Oekraïne heeft geen bestaansrecht zonder Rusland’: dat is het riedeltje dat Vladimir Poetin nu al jaren herhaalt om de niet-aflatende Russische druk op Kiev te verantwoorden. Los van een geveinsde genocide en een verwijt van ‘nazificatie’ is het huidige offensief vooral gebaseerd op de premisse dat de Oekraïners niet geheel capabel zijn een eigen staat te leiden zonder dat Rusland over de schouder meekijkt. Poetins woordenboek blijkt rijk aan allerlei termen die die speciale band met de Oekraïners verklaren, maar ‘soevereiniteit’ staat er duidelijk niet in.

Waarover Poetin liever spreekt is een Oekraïens ‘broedervolk’, een term die ook in tsaristische en later Sovjet-tijden gehanteerd werd om Kiev in het gareel te houden. Oekraïne werd daarin door zijn associatie met het Kievse Rijk als bakermat van de Russische cultuur aanzien. Tegelijk werden de Oekraïners archetypisch omschreven als een ruraal, onbeschaafd en inferieur volk van ‘kleine Russen’ of ‘Malorusskiy’. Binnen de familie van Slavische volkeren zijn de Russen tot op vandaag dan ook de ‘oudste broer’, die bij gebrek aan ouderlijke macht de gehele Euraziatische familie moet leiden.

De Oekraïense ambitie om zich uit de Russische tang te wringen werd in Poetins koloniale discours daarom steevast geïnterpreteerd als een vorm van diep verraad. Ook hier bouwt de Russische president voort op de woorden van zijn bolsjewistische voorgangers, die Oekraïense nationalisten steevast hebben weggezet als saboteurs en ‘fascisten’, gezien de geschiedenis van collaboratie tijdens de Tweede Wereldoorlog. Het hoeft niet te verwonderen dat ook Poetin steeds naar de Maidanrevolutie verwijst als een ‘fascistische’, ‘neonazistische’ of ‘antisemitische’ coup die werd uitgevoerd door ‘de ideologische erfgenamen’ van Hitler – ook al speelt extreemrechts in Oekraïne vandaag de dag een eerder marginale rol. Russische diplomaten gebruiken wel vaker de term fascisme om anti-Russische acties te veroordelen. Het framet het huidige indambeleid meteen in eenzelfde strijd als die van ‘Grote Patriottische Oorlog’.

Het leidt ons naar een volgende term uit Poetins woordenboek: de ‘russkiy mir’ of ‘Russische leefwereld’, een culturele, etnische of religieuze unie van volkeren wier eenheid van buitenaf belegerd wordt door militair gevaar en culturele permissiviteit. Het buitenlands beleid van Moskou is er de laatste jaren op gericht die unie zoveel mogelijk in stand te houden door zijn compatriotten (‘sootechestvenniki’) te beschermen.

Wie of wat concreet zo’n compatriot uitmaakt is voor discussie vatbaar. In Rusland bestaan twee identiteitsbegrippen. ‘Rossiyskiy’ heeft een imperiale connotatie naar Franse traditie en aanvaardt elke staatsburger als Rus ongeacht zijn achtergrond. Intern hanteert de Russische Federatie (‘Rossiyskaya Federatsiya’) die term om haar multi-etnische staat identitaire slagkracht te geven. Wanneer het de ‘russkiy mir’ betreft, gaat het echter om de term ‘russkiy’, die elk volk met etnische, culturele, historische of taalkundige banden met Rusland tot Rus verheft.

Een kritische lezer zal merken dat daaronder de hele voormalige Sovjet-Unie valt. Poetin slaagt er op die manier al jaren in zich flexibel binnen elk conflict in de achtertuin te mengen, zonder enige aandacht voor het internationale acquis. Ook de bevolking in (Oost-)Oekraïne is ‘russkiy’, en geniet daardoor van veel voordeligere naturalisatieregels vergeleken met ‘reguliere’ vluchtelingen.

En hoewel Poetins identitaire legitimatiediscours altruïstisch en humanitair aandoet, verhult het een ambitie om de multilaterale en liberale Westerse status quo uit te dagen. Met principes als ‘vredestroepen’ en ‘humanitaire interventies’ houdt hij de schijn hoog wel de taal van het internationaal recht te spreken, maar daarachter schuilt een fundamenteel verschil van interpretatie, waarin identiteit en geschiedenis eenzelfde relatieve gewicht krijgen als het positieve internationale recht.

Het hoeft niet de verbazen dat Poetin voor de annexatie (of ‘reünificatie’ in de Russische terminologie) van de Krim niet zozeer naar termen als ‘zelfbeschikkingsrecht’ teruggreep, maar louter benadrukte dat het schiereiland altijd Russisch is geweest. Rusland kan zich het schiereiland toe-eigenen ‘om de wond te genezen die ons volk is toegebracht als gevolg van de dramatische splitsing van de 20ste eeuw’. Met een gelijkaardige redenering verklaarde Poetin vorige week dat Oekraïne historisch Russisch grondgebied is, dat – zonder toestemming van haar bevolking – artificieel werd gecreëerd door de Sovjet-Unie.

In Poetins nieuwe wereldorde wordt Oekraïne opnieuw gereduceerd tot ‘Malorossiya’, een vazalstaat naar het voorbeeld van Loekasjenko’s Wit-Rusland. Naast geopolitieke ambities gaat dit conflict over de taal van de toekomstige wereldorde. Daarin staat een Westers multilateralisme gebaseerd op regels en internationale praktijk tegenover een Oosters flexilateralisme dat geschiedenis en identitaire banden constructief vervormt voor politiek gewin. Wie welke taal zal spreken, valt nog te bezien.

Meer over

Nu belangrijker dan ooit: steun kwaliteitsjournalistiek.

Neem een abonnement op De Morgen


Op alle artikelen, foto's en video's op demorgen.be rust auteursrecht. Deeplinken kan, maar dan zonder dat onze content in een nieuw frame op uw website verschijnt. Graag enkel de titel van onze website en de titel van het artikel vermelden in de link. Indien u teksten, foto's of video's op een andere manier wenst over te nemen, mail dan naar info@demorgen.be.
DPG Media nv – Mediaplein 1, 2018 Antwerpen – RPR Antwerpen nr. 0432.306.234