Vrijdag 01/07/2022

OpinieHenri Heimans

Toen mijn vader de poort van Auschwitz betrad, dacht hij: erger dan Breendonk kan het niet meer worden

Het Fort van Breendonk. Beeld David Legreve
Het Fort van Breendonk.Beeld David Legreve

Henri Heimans is magistraat op rust en kind van verzetsstrijders.

Henri Heimans

Heel terecht pleitte een groot aantal historici en archivarissen voor het recht op informatie, meer bepaald voor een vlottere toegang tot de archieven van de jaren veertig, voor kinderen van ouders en grootouders die betrokken waren in de collaboratie (De Standaard 17/5). Ook kinderen van het verzet en kinderen van de Holocaust, en eigenlijk elke burger, zouden toegang moeten krijgen tot de oorlogsarchieven. Onze samenleving moet met kennis van zaken kunnen omgaan met haar verleden. Dat extreemrechtse haatzaaiers en nazisympathisanten blijven woekeren in Vlaanderen (DM 20/5, onderzoek Jürgen Conings) staat niet los van deze geschiedenis.

Als bevoorrechte getuige en deelnemer aan de Canvas-reeks Kinderen van het verzet kreeg ik wel toegang tot indrukwekkende naoorlogse strafdossiers. Mijn zoektocht om het oorlogsverleden van mijn ouders te reconstrueren, ten behoeve van mijn kinderen en kleinkinderen, bracht me naar talrijke binnen- en buitenlandse archieven. Het ontrafelen van de zeer talrijke originele bronnen is steeds verhelderend, weliswaar bij momenten erg emotioneel.

Zo verbleef ik weken in het Rijksarchief in Brussel, depot Cuvelier, nadat ik van het College van procureurs-generaal de toelating had gekregen om twee lijvige strafdossiers te raadplegen. Het ene was ten laste van de Duitse kampcommandant Schmitt van het Fort van Breendonk, het andere was tegen onder meer de Vlaamse SS-beulen Wijss en De Bodt, die na de oorlog allen ter dood werden veroordeeld door de respectievelijke krijgsraden van Antwerpen en Mechelen.

Ik wilde het eigen manuscript van mijn vader, waarin hij op hoogbejaarde leeftijd zijn authentieke getuigenis had neergepend omtrent de gruwelijke mishandelingen die hij had ondergaan als Joods-politieke gevangene van het Fort van Breendonk, toetsen aan de strafdossiers zelf.

In tegenstelling tot wat soms beweerd wordt over de oppervlakkigheid van de naoorlogse repressiedossiers ontdekte ik in tientallen kartons van duizenden bladzijden minutieus samengestelde strafdossiers met honderden opgetekende getuigenissen van slachtoffers en van derden (bijvoorbeeld toeleveranciers van het kamp) en omvangrijke verklaringen, bekentenissen of manifeste ontkenningen van verdachten. Alles was nauwgezet opgetekend door diverse politiediensten tijdens het vooronderzoek en door griffiers ter zitting van de processen.

De dossiers bevatten ook tal van andere bewijzen en overtuigingsstukken, bijvoorbeeld de zweep met lederen striemen met eraan gehecht loden kogels, waarmee de gevangenenen soms tot de dood werden geslagen en gemarteld. Ook mijn vader beschreef hoe hij met dat tuig tot bloedens toe werd aangepakt.

Leerrijk zijn niet alleen de menigvuldige getuigenissen van slachtoffers die de hel hebben overleefd, maar ook de minutieus opgestelde ‘Uiteenzetting van de feiten’. Dat is een 53 bladzijden tellende akte van beschuldiging van de hand van de toenmalige krijgsauditeur, waarin gedetailleerd uit de doeken wordt gedaan in welke omstandigheden het kamp werd gesticht en beheerd, hoeveel personeel en gevangenen er verbleven, wat de sterftecijfers waren, aan welk regime de gevangenen werden onderworpen qua voeding, gezondheid en tucht, welke zinloze straffen er werden uitgedeeld (collectief en individueel), op welke gruwelijke wijze de gevangenen werden mishandeld, gefolterd en terecht gesteld…

De wreedheden die mijn vader had beschreven in zijn manuscripten omtrent zijn opsluiting van zes maanden in Breendonk in het jaar 1943, alvorens afgevoerd te worden naar Auschwitz, bleken in de werkelijkheid nog veel erger te zijn: de voortdurende zware sadistische mishandeling van gevangenen tot ze bezweken was schering en inslag.

Van de gruwel van het nazisme en de concentratiekampen is wat zich afspeelde in het Fort van Breendonk een ontroerend en hallucinant bewijs. De stukken uit beide strafdossiers tonen aan hoe het kamp erop gericht was om de morele ruggengraat van de gevangenen te kraken. Alle middelen waren hiervoor goed. Permanente honger en ondervoeding behoorden tot die vernietigingsstrategie, alsook georganiseerde slavenarbeid en onophoudelijke mishandeling. De gevangenen werden eerst bewaakt door soldaten van de Wehrmacht en daarna door SS-mannen, onder wie een twintigtal Vlaamse SS’ers. Onder hen bevond zich een stel psychopaten en sadisten die ongestraft hun lusten botvierden op de gevangenen.

Toen mijn vader onder de leuze ‘Arbeit macht frei’ de poort van Auschwitz betrad, een dode Joodse man op de rug dragend, dacht hij: erger dan Breendonk kan het niet meer worden.

Meer over

Nu belangrijker dan ooit: steun kwaliteitsjournalistiek.

Neem een abonnement op De Morgen


Op alle artikelen, foto's en video's op demorgen.be rust auteursrecht. Deeplinken kan, maar dan zonder dat onze content in een nieuw frame op uw website verschijnt. Graag enkel de titel van onze website en de titel van het artikel vermelden in de link. Indien u teksten, foto's of video's op een andere manier wenst over te nemen, mail dan naar info@demorgen.be.
DPG Media nv – Mediaplein 1, 2018 Antwerpen – RPR Antwerpen nr. 0432.306.234