Vrijdag 01/07/2022

Opinie

Voor niet alle sociale problemen moet de oplossing in de steden gezocht worden

null Beeld CC BY-SA3.0
Beeld CC BY-SA3.0

Bert De Munck is hoofddocent aan het Departement Geschiedenis van de Universiteit Antwerpen en coördinator van het Centrum voor Stadsgeschiedenis. Hij is coauteur van het boek 'Antwerpen. Biografie van een stad'.

Bert De Munck

Het is ooit anders geweest, maar steden krijgen een goede pers tegenwoordig. Terwijl Canvas de stad uitgebreid in de kijker plaatst in de reeks 'Studio de stad', belicht De Morgen de toename van stedelijke bevoegdheden onder een kop die bijna triomfantelijk de terugkeer van de stadstaat aankondigt.

Dit past in een trend waarbij, in het kielzog van Benjamin Barbers bestseller 'If Mayors Ruled the World', de oplossing voor de hedendaagse wereldproblemen steeds meer in de stad wordt gezocht. Zowel wetenschappers als politici stellen dit bovendien voor als een louter pragmatische operatie die weinig met ideologie te maken heeft. Vanuit een historisch perspectief kunnen daar echter ernstige vraagtekens bij worden geplaatst.

Op het eerste gezicht ligt het voor de hand op steden en verstedelijking te rekenen in de zoektocht naar antwoorden op sociale en ecologische problemen. Vanuit ecologisch oogpunt zou niet alleen de ecologische voetafdruk verkleinen naarmate we meer geconcentreerd wonen in de stad (niet in suburbs), het is ook in de stad dat er wordt geëxperimenteerd met alternatieve productie- en distributiemodellen zoals coöperatieven en urban farming.

Sociale problemen zouden door steden dan weer worden opgelost omdat ze zorgen voor economische innovatie en creativiteit. Volgens Harvard-econoom Edward Glaeser, in zijn bekende boek 'Triumph of the City', is het voor niet-Westerse regio's zelfs beter mensen naar slums te zien migreren dan te blijven hopen op ontwikkelingen op het platteland zelf.

In Vlaanderen wordt dit beeld versterkt door de historisch sterke positie van de katholieke en later christendemocratische partij op het platteland, die er mede voor heeft gezorgd dat Vlaanderen bijzonder inefficiënt met ruimte is omgesprongen. Eerder dan op de ontwikkeling van geconcentreerd wonen in steden is er ingezet op verspreid wonen op het platteland, waardoor Vlaanderen vandaag bijna één grote suburbane ruimte is geworden. Geheel terecht wordt dat vandaag op de korrel genomen en groeit het besef dat we zuiniger en efficiënter met ruimte moeten omspringen.

Nochtans wil dat niet noodzakelijk zeggen dat alle oplossingen per definitie in de stad moeten worden gezocht. Niet alleen zijn steden objectief gesproken nettogebruikers van grondstoffen en exporteurs van afval en vervuiling, steden zijn doorheen de geschiedenis ook economisch, politiek en ideologisch dominant geweest - zeker ook in onze contreien, hoe moeilijk dat vandaag ook voor te stellen is.

Bij Aristoteles had de stad (polis) een essentie en doelmatigheid (telos), namelijk het creëren van geluk en het gemene goed. De vervolmaking van de mens als rationeel en deugdzaam wezen kon voor de Griekse filosoof en zijn middeleeuwse navolgers enkel maar in een stedelijke context plaatsgrijpen.

Onder invloed van hun ideeën zagen ook de renaissancistische humanisten de Italiaanse stadstaten als superieur, maar politiek neutraal was dit allerminst. De economie op het platteland werd ofwel ten dienste gesteld van de stad, ofwel in de mate van het mogelijke uitgeschakeld. In onze contreien onderdrukten stedelijke producenten in de veertiende en vijftiende eeuw concurrenten op het platteland en in kleinere steden met niet alleen economische maar ook politieke en militaire middelen - inclusief militaire raids door stedelijke ambachtslieden waarin de productiecapaciteit op het platteland, in de vorm van weefgetouwen, werd vernield.

In de zeventiende en achttiende eeuw liep het zo'n vaart niet meer, maar bleven de stedelijke monopolies wel overeind dankzij politieke en juridische middelen.

In de achttiende en vooral negentiende eeuw verloren steden hun politieke dominantie aan de natiestaat, maar economisch bleef het zwaartepunt in steden of verstedelijkte districten liggen. Bovendien waren culturele en wetenschappelijke instellingen nagenoeg uitsluitend in de stad te vinden, en dat had verregaande gevolgen voor ons denken over de stad.

Terwijl de stedelijke autonomie verdween en de stadsmuren werden afgebroken, creëerden intellectuelen opnieuw een sterke tegenstelling tussen stad en platteland via conceptuele dichotomieën zoals 'Gemeinschaft versus Gesellschaft' (Ferdinand Tönnies) en 'mechanische solidariteit versus organische solidariteit' (Émile Durkheim). Via zulke concepten werd de traditionele dorpsgemeenschap tegenover de moderne stedelijke en industriële samenleving geplaatst.

Alle romantische en traditionalistische weerstand ten spijt werden steden opnieuw als superieur gezien, als de wieg van vooruitgang en moderniteit. Wie hippe producten begeerde of wilde participeren aan wetenschap en cultuur, diende in de stad te zijn, waar zich ook de politieke instellingen bevonden.

Dit bleef zo in de twintigste eeuw, net zoals het verband tussen stad en moderniteit in de sociale wetenschappen en de geschiedschrijving. Het is immers op de hoger geschetste moderniteitsparadigma's dat de stadssociologie en later ook de stadsgeschiedenis werden geënt. Deze paradigma's en visies werken tot op vandaag door in boeken zoals die van Glaeser en Barber, die - voor wie er nog aan mocht twijfelen - niet politiek neutraal zijn. Ze helpen integendeel de stedelijke dominantie verder te zetten in een tijdperk waarin de neoliberale globalisering zich op steden ent.

Laten we daarom vooral de voeten op de grond houden. Een aantal ecologische problemen kan inderdaad gedeeltelijk worden verholpen door meer geconcentreerd te wonen, maar een echte aanpak van sociale en ecologische problemen vergt meer dan een 'pragmatische' verschuiving van bevoegdheden naar het stedelijke niveau. Wie even uitzoomt - zowel geografisch als historisch - zal zien dat steden niet alleen parasiteren op het platteland, maar het platteland ook eigen mogelijkheden tot ontwikkeling ontzeggen.

Meer over

Nu belangrijker dan ooit: steun kwaliteitsjournalistiek.

Neem een abonnement op De Morgen


Op alle artikelen, foto's en video's op demorgen.be rust auteursrecht. Deeplinken kan, maar dan zonder dat onze content in een nieuw frame op uw website verschijnt. Graag enkel de titel van onze website en de titel van het artikel vermelden in de link. Indien u teksten, foto's of video's op een andere manier wenst over te nemen, mail dan naar info@demorgen.be.
DPG Media nv – Mediaplein 1, 2018 Antwerpen – RPR Antwerpen nr. 0432.306.234