Dinsdag 25/01/2022

OpinieBenno Wauters

Vrouwensport is even aantrekkelijk als mannensport. Behalve in het wielrennen

null Beeld Photo News
Beeld Photo News

Benno Wauters is leerkracht en freelancejournalist. Hij is de auteur van het boek Belgische regenbogen.

Benno Wauters

Zaterdag is het zover: de allereerste Parijs-Roubaix voor vrouwelijke wielrenners. Rechtstreeks op onze nationale tv, nog net niet zo uitgebreid als de dag nadien bij de mannen, maar veel scheelt het niet, net zoals het vooroorlogse parcours dat ze voorgeschoteld krijgen. Gaan de dames wielrenners daar – de mannen achterna – ‘oorlog maken’ en de gensters uit de kinderkopjes slaan? Het mag, het moet, maar kan het ook?

Ja toch, zou je zeggen. Vrouwensport, mannensport – over genderdiffuse of transgendersporters heb ik het voor het gemak nu even niet – het maakt niet uit. Terwijl in het tennis de Belgische mannen slabakten, maakten Clijsters en Henin nog niet zo lang geleden er het mooie weer en piekten de kijkcijfers, net zoals bij Tia Hellebaut of Kim Gevaert tien jaar geleden, de Belgian Tornado’s in de atletiek nu, maar evengoed de Belgian Cats of de Yellow Tigers en ga zo maar door. Talent, training, wilskracht, professionalisme en enthousiasme – daar drijft sport op en daar veert het publiek van op. Vrouwensport is even aantrekkelijk als mannensport.

En toch lukt het in het wielrennen niet helemaal. Zelf heb ik in mijn boek Belgische regenbogen over de Belgische wereldkampioenen wielrennen onder het motto ‘First Lady’ zes van de in totaal 170 pagina’s in woord en beeld gewijd aan de exploten van Yvonne Reynders en twee andere landgenotes die wereldkampioen wielrennen zijn geworden. En al zag ik op Facebook onlangs een foto van de lachende en duidelijk trotse 80-plusser Yvonne Reynders, wijzend op het boek Belgische regenbogen en haar aanwezigheid tussen al die mannelijke wielerkampioenen, toch moet ik het toegeven: voor mij als auteur en wielerliefhebber was dat hoofdstukje ‘First Lady’ een al bij al snel afgehaspeld toemaatje, een appendix aan het corpus van het mannenwielrennen.

Over vrouwenwielrennen schrijven vooral uit politieke correctheid of ‘woke’ waakzaamheid, dat dwingt tot reflectie. Hoe is het zover gekomen? Of beter: waarom ben ik niet verder gekomen, waarom ben ik niet enthousiaster over het wielrennen bij de vrouwen? Hierbij een poging tot analyse: mogelijk heeft het te maken met de toegenomen, maar nog steeds beperkte media-aandacht voor het vrouwenwielrennen. We zien rensters in beeld, we horen ex-rensters commentaar en duiding geven, maar al bij al komen vrouwelijke coureurs nog te weinig tot leven. Daardoor worden ze nog niet genoeg personages in het narratief dat elke wielerliefhebber ervan maakt: helden of antihelden uit de verhalen waar we van smullen, en tegelijk mensen van vlees en bloed, met hun kwaliteiten en epitheta (puncher, kilometervreter, tractor, Manx-Express, Poeleke, Woutje...), met hun partners die hen achteraf opwachten, omhelzen of van de straat rapen, elke coureur een platgeslagen tekenfilmfiguurtje dat even later vervelt tot 3D-icoon op billboards en in reclamespots, ‘larger than life’ en tegelijk ‘boy next door’. Waar blijft de heldin, de ‘girl next door’ die met de deur in huis valt, of languit op het asfalt valt, kapot, gewonnen of verloren?

null Beeld BELGA
Beeld BELGA

Dat is één mogelijke verklaring. Maar er is er nog een andere, en hierbij gooi ik de mannelijke knuppel in het hoenderhok. Maar maak toch de vergelijking tussen het WK in Leuven bij de vrouwen vorige zaterdag en dat van de mannen een dag later, op zo goed als hetzelfde parcours. Het WK van de mannen barstte al op 180 kilometer van de streep los, met de Fransen en Belgen strijdbaar voorop. Sterk gereden of juist dom gekoerst, dat doet er niet toe. Als we er maar een verhaal van kunnen maken. En bij de mannen lukte dat zeker wel. Een elitegroep gaf meer dan een uur voor de eigenlijke finish de rest van het peloton het nakijken op de Moskesstraat in Overijse, waarna Alaphilippe een demonstratie van zijn kunnen gaf op de Smeysberg en Van Aert zich weerde maar moest passen, waarna diezelfde Fransman zich op het Leuvense circuit losscheurde van de favorieten en zich tussen hangen en wurgen naar de finish wrong, terwijl de Belgen moedig maar amechtig naast de prijzen grepen, een dissonant in een verder sprankelende koers.

Vergelijk dat met de wedstrijd bij de vrouwen. Ik stond erbij en keer ernaar. Welwillend gaf het publiek zaterdagnamiddag applaus en trachtten tv- en andere commentatoren de ‘schwung’ erin te houden. Maar in wezen was het een flauwe koers, met een mak peloton waarin de vaak overduidelijk niet goed afgetrainde deelneemsters langzaam maar zeker de rol moesten lossen en vooraan niemand echt het verschil kon maken. Ik weet het: sommige mannenwedstrijden zijn ook saai of voorspelbaar, en in het vrouwenwielrennen zijn er onvergetelijke momenten en monumenten. Denk maar aan ‘La Course’ van 2018 en het zonder meer beklijvende duel tussen Van Vleuten en Van der Breggen, waarbij Annemiek in extremis won van Anna, met een fenomenale ommekeer in de laatste honderden meters.

Niettemin durf ik het te opperen: behoorlijk vaak bezit een wielerwedstrijd bij de vrouwen minder spankracht dan bij de mannen, terwijl dat in pakweg atletiek of basketbal niet het geval is. En dan mijn gedurfde hypothese om dat verschil te verklaren: het ligt aan de vrouwen zelf. Ze hebben nu eenmaal minder testosteron, minder explosieve kracht. En die heb je nodig om ‘koers te maken’, om een peloton aan stukken te scheuren, om een beslissende demarrage te plaatsen, om zoals zondag bij de mannen zelfs een Wout van Aert op de knieën te krijgen. En ja, dat geldt een stuk minder in een toch vergelijkbare sport als atletiek. Of beter gezegd: daar gelden die biologische wetten uiteraard evenzeer, maar ze spelen minder een doorslaggevende rol. En dat heeft dan weer te maken met de eigenheid van het wielrennen. Want in de wielersport kun je namelijk veel meer profiteren van het zog van de renners voor je. In de buik van het peloton, of zelfs met één enkel renner voor je spaar je al snel 10 tot wel 30 procent, terwijl dat met een ‘haas’ in een atletiekwedstrijd maar om enkele procenten winst zou gaan.

Mannen op de fiets profiteren natuurlijk evenzeer van het zog van de voorganger (Merci Evenepoel!, zei het Franse team), maar met zijn grotere explosieve vermogen kan de ware wereldkampioen zich daar net iets beter aan onttrekken. Terwijl de vrouwen eerder gevangen blijven in de buik van het peloton en meer meegaan in de slipstream van de voorganger en het daardoor ontstane zog. Het zog, grammaticaal onzijdig, maar in wezen vrouwelijk. Wie kan het de wielrensters of deze opiniemaker kwalijk nemen?

Het WK wielrennen voor vrouwen, vorige week in Leuven. Beeld Vertommen
Het WK wielrennen voor vrouwen, vorige week in Leuven.Beeld Vertommen
Meer over

Nu belangrijker dan ooit: steun kwaliteitsjournalistiek.

Neem een abonnement op De Morgen


Op alle artikelen, foto's en video's op demorgen.be rust auteursrecht. Deeplinken kan, maar dan zonder dat onze content in een nieuw frame op uw website verschijnt. Graag enkel de titel van onze website en de titel van het artikel vermelden in de link. Indien u teksten, foto's of video's op een andere manier wenst over te nemen, mail dan naar info@demorgen.be.
DPG Media nv – Mediaplein 1, 2018 Antwerpen – RPR Antwerpen nr. 0432.306.234