Zaterdag 27/11/2021

OpiniePinar Akbas

Waarom we een woordvoerder voor de zorgsector nodig hebben

Een arts maakt zich klaar voor de taak op de ic-afdeling voor covidpatiënten. Beeld Wannes Nimmegeers
Een arts maakt zich klaar voor de taak op de ic-afdeling voor covidpatiënten.Beeld Wannes Nimmegeers

Pinar Akbas is columniste en verpleegkundige. Ze was tot vorig jaar politiek actief.

De vierde golf, de vierde ronde. In deze absurde, vermoeiende coronatijden, waar iedereen wel een mening lijkt te hebben over het zorgpersoneel, laten mijn stembanden het afweten. Mijn lichaam is vermoeid, maar mijn geest is onherstelbaar gehavend door de rauwe maatschappelijke realiteit van dit virus. Mensen sterven niet alleen door het coronavirus, maar ook door uitgestelde zorg. Door de eenzaamheid die kanker met zich meebrengt. Door de gijzeling van de diepste gedachten en onbekende en onuitgesproken angsten van onze patiënten, want het is corona en keer op keer worden zij aan de kant geschoven. Door de uitzichtloosheid van een pandemie, beheerd door de verschillende regeringen in dit land van nog geen 12 miljoen inwoners.

Ik werk nog geen jaar opnieuw in de zorg. Na een passage van twee jaar op politieke kabinetten besloot ik dat de politiek niet volwassen genoeg is voor onze samenlevingsproblemen – of ‘uitdagingen’, om positief te klinken. Het is de ondraaglijke lichtheid van botsende ego’s die populisme verwarren met vrijheid van meningsuiting. Het is de zielloze ondergang van het opportunisme waarmee de blinde Thierry Baudet- en Joren Vermeersch-adepten zich willen profileren op de kap van mensen die geloven dat vrijheid enkel voor hen geldt. En wij, het zorgpersoneel, kijken met argusogen naar die bevolking, die zich laat opzwepen door de absurditeit van het populisme en gaat betogen in Brussel.

Waar ik géén geduld meer voor kan opbrengen, is het oeverloos gedram van buitenstaanders die menen dat de ic-capaciteit over heel Vlaanderen verhoogd kan worden door een snelcursusje ic voor verpleegkundigen, die nu al verzuipen in het werk en als een koorddanser balanceren op het randje van een burn-out.

Een werkdag in het ziekenhuis duurt zeven uur en zesendertig minuten, maar elke dag voelt als een marathon. Fysiek overbelastend de ene dag, mentaal de andere. Ik werk in een voltijds regime en krijg maandelijks een uurrooster. Maandelijks zijn we verplicht om twee weekenden te presteren in het ziekenhuis. Ochtenddiensten, middagdiensten, weekenddiensten worden door elkaar gepland. Maar dat is het probleem niet. Elke dag start met de vraag: ‘Wat zal het vandaag geven?’ Wij proberen nog altijd de uitgestelde zorg te beheren van de voorbije golven.

De solidariteit tussen collega’s die in dezelfde shit zitten is groot. Momenteel zijn er twee collega’s van mijn dienst opgeroepen om in de covidunits te gaan helpen. Hoe meer collega’s worden ingezet op die units, hoe meer werkdruk het voor ons geeft, het achterblijvend personeel. En dat wil dan zeggen dat we ofwel de dienst moeten sluiten ofwel moeten samenwerken met een andere dienst met een andere patiëntenpopulatie. Wij zijn verpleegkundigen, getraind om ons flexibel op te stellen. Maar een nieuwe patiëntenpopulatie brengt nieuwe ziektebeelden met zich mee, nieuwe medicatie, nieuwe behandelplannen, nieuwe onderzoeken en nieuwe artsen.

Een volledig geroutineerde verpleegkundige op een nieuwe dienst heeft minstens een jaar nodig om zich in te werken. Ik zeg altijd dat ik minstens vier jaar studie nodig zal hebben om te staan waar ik wil staan in de zorg. Tegen dat ik mijn doelstellingen heb behaald, zal ik acht jaar gestudeerd hebben, maar dan ben ik nog altijd geen ic-verpleegkundige. Want intensieve zorg vereist andere vaardigheden, andere inzichten, andere verpleegkundige technieken. En dan komen er wereldvreemde huisideologen, zoals Joren Vermeersch, die menen dat de zorgsector, die ondertussen kreunt onder de druk en de zorgbelasting, nog een tandje mag bijsteken. De ic-capaciteit moet verhoogd worden is de eis van Vermeersch. Maar hoe, dat zegt hij er niet bij. Was het niet zijn partij die 5,2 miljard wilde besparen in de gezondheidszorg en nu botst met de realiteit?

De zorgsector heeft op dit moment geen Joren Vermeersch nodig als woordvoerder. We hebben nood aan een vertegenwoordiging vanuit het werkveld die gaat spreken in de parlementen. Ik denk aan UZ Brussel-CEO Marc Noppen, maar ook aan dokter Jochen Nijs, de gastro-enteroloog uit Sint-Truiden die in de eerste golf halsoverkop covidarts werd en ook nog eens zijn collega-artsen inschakelde om mee te draaien op de verpleegafdelingen. Zieke mensen willen verzorgd worden in ziekenhuizen, niet nog meer blootgesteld worden aan de beleidsziektes van een sector die verzuipt onder een chronische zorgzwaarte. Want dat is het precies: de zorgzwaarte onderdrukt de zorgkracht. Wie is er bereid om onze zorgen op zijn of haar schouders te nemen?

Meer over

Nu belangrijker dan ooit: steun kwaliteitsjournalistiek.

Neem een abonnement op De Morgen


Op alle artikelen, foto's en video's op demorgen.be rust auteursrecht. Deeplinken kan, maar dan zonder dat onze content in een nieuw frame op uw website verschijnt. Graag enkel de titel van onze website en de titel van het artikel vermelden in de link. Indien u teksten, foto's of video's op een andere manier wenst over te nemen, mail dan naar info@demorgen.be.
DPG Media nv – Mediaplein 1, 2018 Antwerpen – RPR Antwerpen nr. 0432.306.234