Donderdag 02/12/2021
Paul De Grauwe. Beeld DM
Paul De Grauwe.Beeld DM

ColumnPaul De Grauwe

Wat hebben het WK wielrennen en de opwarming van de aarde gemeen?

Paul De Grauwe is professor aan de London School of Economics. Zijn column verschijnt tweewekelijks.

Wat hebben het wereldkampioenschap wielrennen en de opwarming van de aarde gemeen? Niets zou je denken.

Tijdens het bekijken van de tv-beelden van de explosieve demarrage van Julian Alaphilippe op de Sint-Antoniusberg in Leuven op 18 kilometer van de aankomst en de steeds verdere toename van zijn voorsprong viel mij iets op. Alaphilippe is een fantastisch coureur, met panache. Toch ben ik ervan overtuigd dat zijn rivalen, en er waren een aantal kleppers bij, hem hadden kunnen inhalen hadden ze samengewerkt om dat doel te bereiken. Ze namen, als verlamd, geen enkele poging om dat te doen. Elk van die rivalen alleen zou die dag waarschijnlijk niet in staat geweest zijn om de furie van Alaphilippe te counteren, maar samen hadden ze dat zeker kunnen doen. Ze deden het niet. Waarom niet?

Samenwerken is dikwijls moeilijk. Dat heeft alles te maken met het vrijbuitersprobleem (free-rider). Als wielrenners moeten samenwerken om een ontsnapte coureur te vatten, stelt zich dat probleem. De rivalen van Alaphilippe moesten vertrouwen hebben dat elk van hen zich 100 procent zou inzetten om de Fransman terug te halen. Maar elk van die coureurs had ook een incentive om zich niet 100 procent in te zetten, erop vertrouwend dat de anderen dat wel zouden doen. Zo kon die ‘vrijbuiter-coureur’ wat krachten sparen om, als de meet in zicht was, de anderen die zich wel volop hadden ingezet te kloppen. Dat is een welbekend probleem in de wielrennerij, en verklaart ook waarom soms (niet vorige zondag) een minderbegaafde renner kan ontsnappen en de koers winnen. Zondag won een fantastisch coureur, maar dat was slechts mogelijk omdat de anderen faalden om samen te werken.

Grensoverschrijdend

De opwarming van de aarde dan. De oplossing van dit existentiële probleem kan er slechts komen door samenwerking. De effecten van de uitstoot van CO2 zijn grensoverschrijdend en geen enkel land kan dit probleem alleen oplossen. Samenwerking is dus een must. Maar ook hier loert een vrijbuitersprobleem. Het ziet er als volgt uit.

Een internationaal akkoord om de uitstoot van CO2 gezamenlijk aan banden te leggen, is slechts mogelijk als er vertrouwen heerst dat elk land zich zal houden aan het akkoord om de uitstoot te verminderen. Maar elk land heeft ook een incentive om iets minder inspanning te leveren dan overeengekomen. Die incentive ontstaat omdat de vermindering van de uitstoot kosten teweegbrengt die de competitiviteit van een land (tenminste op korte termijn) kunnen schaden. Een land dat minder inspanningen levert dan de andere, creëert een competitiviteitsvoordeel op korte termijn en zal dus geneigd zijn om zich niet te houden aan het akkoord, erop speculerend dat als de andere landen het akkoord wel plichtsgetrouw naleven, het ook mee zal genieten van de verminderde CO2-uitstoot. De vrees dat er vrijbuitersgedrag zal zijn van vele landen maakt het moeilijk om tot een internationaal akkoord te komen.

Het probleem is in essentie hetzelfde als het probleem van de renners die bevreesd zijn dat de andere renners zich niet volledig zullen inzetten om zo een ‘competitiviteitsvoordeel’ te creëren.

Als elk land zich volop inzet om de CO2-uitstoot te verminderen ontstaat er overigens geen competitiviteitsprobleem. Alle landen hebben dan meer kosten, maar hun relatieve positie wordt er niet door aangetast. Er is dus een groot voordeel van samenwerking te rapen voor alle landen. Maar als er geen vertrouwen is, komt zo een samenwerking niet tot stand.

Er zijn nog veel andere voorbeelden te geven van dit falen om tot samenwerking te komen, zelfs als het in het belang is van iedereen om samen te werken. Dit is het geval in de economie, maar ook in de politiek.

Truc

Soms kan die samenwerking door een truc toch vergemakkelijkt worden. De Europese Commissie is van plan ‘groene invoerheffingen’ door te voeren. Met zo een heffing kunnen de Europese landen derde landen treffen die onvoldoende inspanningen leveren om de CO2-uitstoot te verminderen. De producten van die landen zouden dan, wanneer ze verkocht worden in de EU, de facto aan een CO2-belasting onderhevig zijn zoals ook de producten van EU-bedrijven dat zijn. Dit verandert de incentives van derde landen. Die worden dan geconfronteerd met het feit dat hun producten door de EU niet alleen aan een CO2-belasting worden onderworpen, maar ook dat de opbrengst van die belasting naar de EU-landen gaat. Het wordt dan aantrekkelijk voor die derde landen om de CO2-belasting zelf te heffen en de opbrengst te incasseren.

Of er ook zo’n truc bestaat in de wielrennerij om de renners ertoe aan te zetten samen te werken, weet ik niet. Ik weet ook niet of het de koers aantrekkelijker zou maken. Ik weet wel dat de opwarming van de aarde niet zal gestopt worden zonder internationale samenwerking.

Meer over

Nu belangrijker dan ooit: steun kwaliteitsjournalistiek.

Neem een abonnement op De Morgen


Op alle artikelen, foto's en video's op demorgen.be rust auteursrecht. Deeplinken kan, maar dan zonder dat onze content in een nieuw frame op uw website verschijnt. Graag enkel de titel van onze website en de titel van het artikel vermelden in de link. Indien u teksten, foto's of video's op een andere manier wenst over te nemen, mail dan naar info@demorgen.be.
DPG Media nv – Mediaplein 1, 2018 Antwerpen – RPR Antwerpen nr. 0432.306.234