Maandag 08/08/2022

'Aan de vruchten kent men de boom'

ISLAMDEBAT - De brief van filosoof Maarten Boudry aan de gematigde moslim ('Gebruik de Koran niet om de barbarij van IS af te wijzen', DM 13/9) en het retourbericht van Abou Jahjah ('Beste radicale atheïst', DM 15/9) lokken stevige reactie uit. Een selectie.

Boudry's bekeringsdrang

'Beste 'gematigde' moslim, gebruik de Koran niet om de barbarij van IS af te wijzen.' Met deze oproep richtte Maarten Boudry zich in een opiniestuk tot de 'gematigde moslim', wie dat ook moge zijn. Wie dacht met Etienne Vermeersch zowat het ergste te hebben gehad inzake fanatieke islamkritiek, moet helaas teleurgesteld worden.

Om te beginnen stelt Boudry een tevreden man te zijn, nu hij de Moslimexecutieve 'eindelijk' afstand zag nemen van IS en andere jihadistische groeperingen. Tot mijn spijt deel ik die vreugde niet. Want wie weigert zich te distantiëren - wat iets compleet anders is dan terechte en verontwaardigde afkeur - is niet per se extremistisch, en neemt al helemaal geen afvalligheidstheologie aan tegenover anderen die dat wel willen doen... met inbegrip van de Moslimexecutieve. Boudry heeft zelfs het lef om moslims die weigeren in te gaan op de oproep tot een schuldbekennende distantiëring, op gelijke voet te zetten met IS-aanhangers en andere extremisten.

Ik eis een genuanceerd debat, in het bijzonder over de veroordeling en afwijzing van IS én de islamofobe sfeer waarin politici als Bart De Wever een schuldbekentenis beginnen te eisen.

Vervolgens zet Boudry een rem op het veroordelen van IS vanuit de Koran. Zo ontneemt hij moslims het recht om de Koran als inspiratiebron te gebruiken tégen zijn misbruikers! Dit is uiteraard nonsens, want net zoals onze democratie weerbaar moet zijn tegen haar misbruikers, zo ook moet de islam dat zijn. De grondwet is immers geen vodje papier, en dat geldt in mijn ogen - en die van bijna twee miljard medegelovigen - eveneens voor de Koran.

Terloops strooide Boudry, zoals het een islamo-niet-loog (term ontleend aan Sulayman Van Ael) betaamt, ook met een aantal Koranverzen om zijn retorische trucjes de vrije loop te laten. "Gelooft u dat mensen als ik voor eeuwig moeten branden in de hel?", klonk het ietwat bevreesd. Echter zou 'de hel' voor een overtuigd atheïst als Boudry het minste van zijn zorgen moeten zijn. ("Human beings in a mob. What's a mob to a King? What's a King to a God? What's a God to a non-believer, who don't believe in anything?", Frank Ocean, No Church in the Wild)

Het vreedzame karakter van de islam valt bovendien niet te betwisten, maar dat is voer voor een uitgebreider debat. Hij is altijd welkom... Voor het overige juich ik de oproep tot een kritische en tekstuele analyse van de Koran alleen maar toe. Bij deze nodig ik Maarten Boudry uit om zich te verdiepen in onze exegetische traditie van meer dan 1.400 jaar.

In die exegese zal Boudry zichzelf moeiteloos terugvinden, meer bepaald in soera 17 vers 73, waarin ironisch genoeg nét gewaarschuwd wordt voor figuren die het debat op een intellectueel oneerlijke wijze voeren. "En bijna hadden ze jou afgeleid van hetgeen Wij jou hebben geopenbaard, zodat jij over Ons iets anders zou verzinnen. En dan zouden zij jou tot vriend hebben genomen."

Nee, Maarten Boudry, ik denk niet dat we vrienden gaan worden als je deze weg blijft bewandelen.

Khalid El Jafoufi, chef politiek bij de opiniërende website 'De Andere Mening'

Islamcriticus, staak uw wild geraas

Beste islamcriticus,

Ik richt me tot mensen zoals u, die een gewelddadige en haatdragende interpretatie van de islam aanhouden als enige ware, zuivere vorm van islam. U ziet zichzelf als tegenstander van islamitisch radicalisme. U deelt echter het uitgangspunt van hen die u bestrijdt. De werkelijkheid is dat u radicalisering en extremisme eerder in de hand werkt, dan dat u dat tegengaat.

Wie de Koran als het letterlijke woord van God opvat, wacht op het schaakmat van de jihadisten, stelt u. De ironie van een dergelijk statement lijkt u geheel te ontgaan. Het is namelijk de islamcriticus zelf die de Koran letterlijk neemt. U probeert ons ervan te overtuigen dat de verzen over jihad, over haat en geweld richting ongelovigen, zonder enige historische context gelezen kunnen worden. U vertelt ons dat het beroep op de Koran van radicale randgroeperingen als Al Qaida, de taliban en IS, in wezen geheel gelegitimeerd is. Sterker nog, dat is volgens u het ware gezicht van de islam.

De prozaïsche werkelijkheid is dat de Koran niet letterlijk gelezen kan worden. De tekst heeft een abstract retorisch karakter en staat vol met bedekte verwijzingen naar historische thema's, gebeurtenissen en verhalen. Deze historische context wordt ons niet uitgelegd in de tekst zelf. Daarom lezen moslims de Koran vaak in samenspel met de geschiedenis van het leven van Mohammed: om zo te begrijpen waar de tekst toch op doelt. Bijkomend probleem is dat de verschillende religieuze teksten elkaar vaak tegenspreken.

Een interessante illustratie betreft de eetbaarheid van zeedieren. De profeet Mohammed zou hebben gezegd dat behalve de kikker alle zeedieren gegeten kunnen worden. De eerste kalief, Abu Bakr, vond dat ook kikkers toelaatbaar waren. Abu Hanifa, de oprichter van een van de islamitische rechtsscholen, stelde weer dat enkel vis geoorloofd is. Al deze uitspraken zijn onderdeel van de islamitische jurisprudentie, waaruit de verschillende stromingen binnen de islam hun eigen prioriteiten stellen en keuzes maken. Dat is onmogelijk zonder interpretatie.

Deze pluriformiteit wordt echter ontkend door zowel moslimfundamentalisten als islamcritici. U stelt beiden dat er zoiets bestaat als een pure en ware islam, een onveranderlijk en tijdloos gedachtegoed, terug te voeren op de mythische fundering in de tijd van de profeet Mohammed. U ziet beiden enkel de Koran en de Hadith als de uitdrukking van deze ware aard van de islam en negeert het gevarieerde corpus aan religieuze opinies, praktijken en tradities dat zich sinds die tijd ontwikkeld heeft. U gaat beiden uit van een letterlijke lezing en geeft geen ruimte aan afwijkende interpretaties. U negeert beiden de religieuze denkbeelden en praktijken uit de Ottomaanse periode - met een zekere scheiding van religie en staat, een meer gelijkwaardige positie van vrouwen en een opener interpretatie van heilige teksten - die fundamentalisten zien als onislamitisch en gecorrumpeerd door Griekse filosofie. U portretteert beiden de islam als een ideologie, een alomvattende maatschappijordening. U bent er beiden van overtuigd dat de ware moslim noodzakelijkerwijs een voorstander is van strijd tegen ongelovigen. Dat de meeste moslims hier allerminst van overtuigd zijn, wordt door u geweten aan het feit dat zij niet goed op de hoogte zijn van hun geloof. U houdt er beiden in het kort, een essentialistische visie van het islamitisch geloof op na, die politiek gezien zeer explosief is en niet zonder strategisch nut. Voor de fundamentalisten verleent het autoriteit aan hun religieuze strijd. Voor islamcritici als uzelf verschaft het een vijandsbeeld, een fel contrast waartegen de eigen verlichte, moderne, westerse cultuur mooi uitgelicht kan worden.

In uw onvermoeibare zendingsactiviteiten als islamcriticus richt u zich graag tot de gematigde moslim. Die term alleen al toont uw radicalisme. De journalist Joris Luyendijk heeft eens schertsend gevraagd of we ook spreken over gematigde Duitsers wanneer we Duitsers bedoelen die geen nazi's zijn. De term gematigde moslim gaat ervan uit dat er een matiging plaatsvindt van de kwaliteit 'moslim'. Een pure, zuivere, ongeremde, echte, authentieke moslim, dat is volgens u een gewelddadige fundamentalist. Uw islamkritiek werkt zo radicalisering in de hand. U bent gevaarlijk en onverantwoord bezig. U stelt de minderheid van fundamentalisten in het gelijk en bevestigt het fundamentalistische idee dat er een beschavingsconflict gaande is tussen het Westen en de islam.

Het idee van de gematigde moslim moeten we afwijzen als het product van een radicale visie. De gematigde islamcriticus daarentegen zou zeer welkom zijn. Beste islamcriticus, matig uw toon, staak uw wild geraas. En lees eens wat bij over de islam.

Merijn Oudenampsen, socioloog en politicoloog verbonden aan de Universiteit van Tilburg

Jahjah & Boudry

Als het debat tussen Maarten Boudry en Dyab Abou Jahjah in één zin moet worden samengevat, zou ik schrijven: "Aan de vruchten kent men de boom."

Dick Wursten, Antwerpen

Meer verzoeners, minder exegeten

De reactie van Abou Jahjah op het vriendelijke voorstel van Maarten Boudry aan de gematigde moslims (om bij debatten over IS niet uit de Koran te citeren), verbaast mij. Jahjah discrediteert Boudry als 'radicale atheïst' en gooit olie op het vuur door het ene Koran- na het andere Bijbelvers in de strijd te gooien. Ik denk niet dat we het debat over fundamentalisme en islam 2.0 op deze manier moeten voeren. Want Boudry heeft een punt. Als je te veel autoriteit verleent aan de Koran, dan speelt dat recht in de kaart van de fundamentalisten en vereng je het niveau van het debat tot een rondje spierballengerol over wie nu eigenlijk de juiste interpretatie van een historisch hoogst discutabele tekst geeft. Dat is voer voor absurd theater.

Het is mijn overtuiging dat er dagelijks ontelbare moslims, christenen, vrijzinnige humanisten en nog veel meer andere tisten zonder netjes gelabelde levensbeschouwing in de weer zijn om zich op een praktische, medemenselijke manier aan te passen aan het gegeven van de superdiverse samenleving. Zij hebben geen behoefte aan provocaties. Zij hebben behoefte aan onderwijs, gezondheidszorg en zinvol werk. Georganiseerd binnen een pluralistisch kader dat cultuursensitief is, maar dat ook de grenzen van het haalbare en van het seculiere karakter van de samenleving respecteert. Om die oefening te maken, hebben we nood aan meer verzoeners en minder exegeten.

Björn Siffer, woordvoerder HVV (Humanistisch-Vrijzinnige Vereniging)

Meer over

Nu belangrijker dan ooit: steun kwaliteitsjournalistiek.

Neem een abonnement op De Morgen


Op alle artikelen, foto's en video's op demorgen.be rust auteursrecht. Deeplinken kan, maar dan zonder dat onze content in een nieuw frame op uw website verschijnt. Graag enkel de titel van onze website en de titel van het artikel vermelden in de link. Indien u teksten, foto's of video's op een andere manier wenst over te nemen, mail dan naar info@demorgen.be.
DPG Media nv – Mediaplein 1, 2018 Antwerpen – RPR Antwerpen nr. 0432.306.234