Woensdag 28/09/2022

AAN EEN ZIJDEN DRAADJE

Roger Gavaggio woont en werkt in het hart van de Lyonese buurt Croix- Rousse. In zijn atelier op Place Bertone nummer 4 beschildert hij diverse soorten zijde, satijn en mousseline met borstel, penseel of stukjes katoen. Naast foulards en kleine zijden snuisterijen - ter plekke te koop - prijken bij wijze van visitekaartje foto's van Parijse modedefilés.

Soieries Gavaggio levert exclusieve stoffen voor couturiers als Lacroix en Givenchy, en ook het Dior van John Galiano. Stoffen die het resultaat zijn van gespecialiseerde technieken zoals de beschildering van de zijdedraden voor ze geweven worden - wat bij het eindproduct een fascinerend flou artistique oplevert. Erg arbeidsintensief en dus peperduur. Gavaggio werkt daarvoor samen met Georges Mattelon, een krasse vijfentachtigplusser, die nog geregeld aan de slag gaat in zijn atelier dat uit 1878 dateert. Op zijn historische, beschermde weefgetouwen à méchanique Jacquard vervaardigt monsieur Georges soorten stoffen die moderne automatische machines nooit zonder foutjes kunnen produceren. Zoals kameleontafzijde, die van kleur verschiet naargelang de plooi en lichtinval. Exclusief voor film- en theaterkostuums, voor de haute couture, of voor de restauratie van Versailles en ander kasteelbezit van de Franse staat.

Terwijl Gavaggio op de hoek koffie haalt in het Café de la Soie (een andere naam ware ondenkbaar), vertelt de stagiaire dat er eigenlijk geen specifieke schoolse opleiding bestaat. Jarenlang hing het voortbestaan van de kleinschalige ateliers aan een zijden draadje. Tot de overheid besefte dat snel ingrijpen geboden was: de laatste ambachtelijke wevers waren hoogbejaard, of op zijn minst pensioengerechtigd. Kennis van onschatbare waarde dreigde voorgoed teloor te gaan. In de regelgeving die uiteindelijk uit de administratieve molen kwam, kregen vaklui als Mattelon de status van maître d'art. Emilie is nu halftijds bij hem in de leer. Ze leert de kneepjes van het vak, en inventariseert oude technieken om ze voor het nageslacht te bewaren.

"Ik genoot geen enkele opleiding in de haute soierie", benadrukt Gavaggio, die in de jaren na '68 aan de slag raakte in het alternatieve theatermilieu, her en der in Zuid-Europa woonde, en ook een jaar op de Canarische eilanden. "Oorspronkelijk schilderde ik op de meest uiteenlopende materialen. Gaandeweg meer en meer op stoffen, en ten slotte op de meest prestigieuze van alle: zijde."

Toen hij halfweg jaren tachtig in Lyon belandde, was Croix-Rousse nog een echte volksbuurt: "Op de hoek van mijn straat stond een oude verffabriek, waar zo'n walm rondhing dat de omwonenden zich 's winters aan de uitlaatdampen konden verwarmen. In de zomer piekte de temperatuur er tot een graad of vierenvijftig, maar ik moest tenminste niet ver lopen met mijn verfpotten (lacht). Ondertussen staat het goed om in Croix-Rousse te komen wonen. Het is zelfs de duurste buurt van Lyon geworden om een etage te kopen. De nieuwe bourgeois wil niet langer een belle-époqueappartement in de benedenstad, maar droomt van een loft op de hellingen van Croix-Rousse. Ondanks, of precies wegens, de strakke, Spartaans aandoende architectuur. Dit zijn woonkazernes avant la lettre: honderdvijftig jaar geleden huisden in deze buurt zo'n vijftienduizend weversgezinnen. Gemiddeld beschikte een wever over vier weefgetouwen, en het gezin woonde in een zijkamer van het atelier. Stel je het kabaal voor van zestigduizend ratelende weefgetouwen!

"Het leven was hard, maar de wevers waren er zeker niet slechter aan toe dan de mijnwerkers of de fabrieksarbeiders uit die dagen. Je moet er geen Zola van willen maken, laat dat duidelijk zijn. Want iedere betrokken partij heeft een beetje de neiging om haar eigen geschiedenis van de Lyonese zijde te schrijven. De vakbonden op kop wanneer die zich de fameuze weversopstand toe-eigenen als het begin van de georganiseerde arbeidersbeweging. Want dat levert een vertekend beeld op. Het ging hier om een revolte van kleine zelfstandigen die vonden dat de zijdehandelaars hun eerder gemaakte prijsafspraken niet nakwamen. Ook de mythe van de briljante uitvinder Jacquard raakte met de tijd doorprikt. Recent historisch onderzoek toonde aan dat zijn standbeeld op Place de la Croix-Rousse niet bepaald verdiend was. Joseph-Marie Jacquard was helemaal niet het genie dat het ponskaartensysteem uitvond dat later zijn naam zou dragen. Hooguit een gladde jongen die erin slaagde subsidies van het gemeentebestuur los te weken om een bestaande uitvinding onder eigen naam te perfectioneren. Wat hem zelfs niet lukte zonder de technische inbreng van een derde persoon."

Vanaf het begin van de vorige eeuw leidt de voortschrijdende automatisering uiteindelijk tot de leegloop van Croix-Rousse. Industriële weverijen vestigen zich in toenemende mate op het platteland, waar ze volgzame werkkrachten ronselen. Van de meer dan honderd Lyonese zijdehuizen overleeft er uiteindelijk niet meer dan een twintigtal. Fabrikanten met klinkende namen als Brochier Soieries, Bianchini-Ferrier, Tassinari & Chatel, en Prelle - gesticht in 1752 - zijn verre nazaten van historische bankiersfamilies. Tussen haakjes: zijdefabrikanten fabriceren eigenlijk helemaal níét. Wat ze verhandelen, is afkomstig uit wevers- en schildersateliers. Of uit grote fabrieken.

Gavaggio: "Prelle is de laatste echte onafhankelijke. Zowat alle andere werden onlangs opgekocht door het Parijse huis Hermès. De laatste jaren is de concentratie enorm. Vroeger had je, ook in de zijdebranche, een middenklasse met degelijk gemaakte producten tegen een correcte prijs. Vandaag heb je de massaproductie, én een kleine niche voor artisanale topkwaliteit. Ook daar bots je op financiële beperkingen: onlangs vroeg een architect me om voor een interieurrestauratie vuurbestendige zijden wandbekleding te leveren. Technisch gezien geen probleem: natuurzijde met een ingeweven hightechkunststofdraad, bestaat. Alleen start de firma in kwestie de machines niet, tenzij voor een productie van een paar duizend meter. Daar sta ik dan met mijn bestelling voor drie meter. Trouwens, zelfs grote couturiers kijken weleens op van de prijsoffertes voor sommige artisanale bewerkingen.

"Yves Saint Laurent? Ooit solliciteerde ik bij zijn Parijse assistente: zij was overtuigd van de kwaliteit van het getoonde werk. Ook de prijs was geen punt, en of ik kon leveren in één week tijd? Mijn leveringstermijn was drie maanden, en dus was het gesprek beëindigd. Ik herinner me dat ene zinnetje: 'nous ne pouvons nous permettre de décevoir la clientèle.' Voor sommige klanten is alles betaalbaar. Alles behalve tijd: die is té kostbaar. Zelfs Saint Laurent moest daar rekening mee houden, en bijgevolg fabriekszijde gebruiken. De hele haute couture is natuurlijk een levenswijze die niet meer van deze tijd is. Had je dertig jaar geleden nog tienduizend klanten - wereldwijd - die haute couture kochten, dan heb je er nu misschien twee- of driehonderd. Laatst had ik een discussie met een groepje jongeren. Ze wilden weten of ik aan grote namen in de modewereld leverde. Ik noemde Christian Lacroix en Nina Ricci, Givenchy en Dior. 'Maar geen heel grote', drongen ze aan. 'Geen Nike.'"

"De wereld verandert. We moeten het gewoon onder ogen zien. Lyon anno 2002 is níét het mondiale centrum van een bloeiende zijde-industrie. Je hebt natuurlijk wel firma's die hoogtechnologische stoffen leveren, zelfs aan de Nasa. Maar een handvol artisanale ateliers maken nog geen industrie. Ik ben geen defaitist, toch maak ik me geen illusies meer over het voortbestaan van de haute couture. Ik ga het atelier heroriënteren in de richting van interieurbekleding. Zolang er kastelen langs de Loire staan, en zolang Versailles restauratie behoeft, blijft dat een markt voor de eeuwigheid (lacht). Bovendien treedt er een verschuiving op in het bestedingspatroon van kapitaalkrachtige klanten. Ook rijke vrouwelijke klanten gaan relatief minder geld besteden aan kleren, en meer aan de stoffering van het interieur. Decoratieve objecten krijgen ook meer aandacht.

"Als ambachtslui gaan we nu meer in pool werken, kleinschalige samenwerkingsverbanden tussen pakweg een wever, een zijdeschilder, een designer en een architect. Eigenlijk nemen we nu zelf de rol van de fabrikanten over. Het internet biedt nieuwe perspectieven, ook qua directe verkoop aan klanten. Er komt stilaan toch weer een nieuwe dynamiek op gang. Een goed voorbeeld daarvan is de Université de la Mode, een universitaire opleiding voor kandidaten met uiteenlopende achtergrond die zich tot de mode aangetrokken voelen. Je studeert er niet voor ontwerper maar voor mode-pr, inkoper, journalist enzovoort. Alles op kaderniveau."

* Atelier Gavaggio

4, Place Bertone, 69004 Lyon, tel. 0033-4.783.050.18

* Association Université de la Mode

34 rue de la Charité, 69002 Lyon, tel. 0033-4.724.00.981

Foto's Medard Janssens en RV

Meer over

Nu belangrijker dan ooit: steun kwaliteitsjournalistiek.

Neem een abonnement op De Morgen


Op alle artikelen, foto's en video's op demorgen.be rust auteursrecht. Deeplinken kan, maar dan zonder dat onze content in een nieuw frame op uw website verschijnt. Graag enkel de titel van onze website en de titel van het artikel vermelden in de link. Indien u teksten, foto's of video's op een andere manier wenst over te nemen, mail dan naar info@demorgen.be.
DPG Media nv – Mediaplein 1, 2018 Antwerpen – RPR Antwerpen nr. 0432.306.234