Vrijdag 07/10/2022

Achter de schermen van de CIA

Met zijn monumentale roman De machtsfabriek bewijst Robert Littell dat de liefhebbers van spionagethrillers niet bang hoeven te zijn: ook na het einde van de koude oorlog blijft het genre springlevend.

Robert Littell is bij ons niet zo erg bekend. Jammer, want sinds hij begin jaren zeventig zijn baan bij het tijdschrift Newsweek opgaf om spionageromans te schrijven, heeft hij een reeks parels afgeleverd. De machtsfabriek is daar geen uitzondering op. Ondanks zijn lengte, bijna duizend bladzijden, boeit dit epos van de koude oorlog van begin tot einde. Het boek, dat de periode van 1950 tot 1995 bestrijkt, beschrijft de niet altijd glorieuze geschiedenis van de CIA. Die dient als achtergrond voor een verhaal over de lotgevallen van een groepje geheime agenten en de jacht op een blijkbaar ongrijpbare dubbelspion. Een spannend verhaal, maar de echte kracht van deze indrukwekkende roman is de manier waarop Littell de avonturen van zijn fictieve personages verweeft met de geschiedenis van de koude oorlog en de loopbaan van presidenten, politici en authentieke spionnen als dubbelagent Kim Philby of James Angleton, het legendarische hoofd van de Amerikaanse contraspionage. Het resultaat is een echte krachttoer, het magnum opus van een man die zijn ervaring als journalist combineert met zijn talent als verteller.

De New York Times noemt u de Amerikaanse John le Carré. Bent u het daarmee eens?

"Les één: vertrouw de New York Times nooit (lacht). Er is natuurlijk maar één le Carré. Hij is de peetvader van ons allemaal, de eerste schrijver die de koude oorlog op een realistische manier heeft verkend, met verhalen die de waarheid vertelden achter de berichten in bijvoorbeeld de New York Times. Niemand kan hem evenaren.

"Le Carré interesseert zich voor de binnenkant van de spionage, voor de complexe intriges, de spinnenwebben waarin mensen verstrikt raken. Hij vertrekt van de spionage en gaat van daar naar de koude oorlog. Bij mij is het omgekeerd, ik vertrek van de koude oorlog en kom zo bij de spionage. De koude oorlog fascineert mij als een historisch gegeven, met al zijn absurditeiten. De rest is bijzaak. Een ander belangrijk verschil is dat le Carré jarenlang voor MI6 heeft gewerkt, terwijl ik nooit banden met de CIA heb gehad."

Moeten we dat echt geloven?

"Ik zal je een verhaal vertellen. Voor De machtsfabriek verscheen, had mijn uitgever proeven rondgestuurd naar allerlei mensen, onder wie gewezen leden van de CIA. Een van hen, een vrouw, stuurde een brief terug om te vragen wie die Robert Littell was. Ze had nog nooit van mij gehoord en was ervan overtuigd dat Littell een schuilnaam was. 'Het is duidelijk dat hij in de jaren zestig en zeventig voor het agentschap heeft gewerkt en James Angleton heel goed heeft gekend', schreef ze. In werkelijkheid heb ik Angleton nooit ontmoet, zodat ik die brief als een geweldig compliment beschouw."

U slaagt er inderdaad in om buitengewoon overtuigende portretten van echte personages neer te zetten.

"Dat hoop ik toch. Ik heb zoveel mogelijk onderzoek gedaan naar alle historische personages die ik in het boek opvoer: Alan Dulles, de eerste directeur van de CIA, zijn opvolgers als William Colby en Richard Helms, spionnen als Kim Philby, politici als John F. Kennedy en Ronald Reagan. Ik wilde al die mensen weergeven zoals ze waren, ik wilde hun echte stem laten klinken."

Een van de boeiendste figuren is James Angleton, die decennialang de afdeling contraspionage van de CIA leidde. Hij lijkt u te fascineren.

"Angleton was een geval apart. Je moet een beetje paranoïde zijn als je aan contraspionage doet, maar bij hem liep het uit de hand. Hij werd knettergek en toen ze hem eindelijk durfden te ontslaan, vertelde hij de waanzinnigste dingen. Alles wat ik over hem vertel, berust op feiten. Hij beweerde dat de breuk tussen de Sovjet-Unie en China het werk van de KGB was, om de Amerikanen om de tuin te leiden. Toen Tito en later Ceausescu zich losmaakten van het sovjetblok, geloofde hij daar evenmin iets van. Hij was ervan overtuigd dat Henry Kissinger, de Britse premier Harold Wilson en Nelson Rockefeller agenten van de KGB waren.

"Een van de vragen die ik probeer te beantwoorden, is wat hem deed doorslaan. Volgens mij was dat de zaak-Philby. Kim Philby, een topman van de Britse geheime diensten, was tijdens de Tweede Wereldoorlog in Londen Angletons leermeester geweest. Angleton had er geen idee van dat zijn vriend al sinds de jaren dertig voor de KGB werkte. Na de oorlog werd Philby in Washington de verbindingsman tussen MI6 en de Amerikaanse inlichtingendiensten. Angleton, die hem blindelings vertrouwde, vertelde hem alles over de clandestiene operaties van de CIA. Toen in 1951 de Britse dubbelspionnen Donald Maclean en Guy Burgess werden ontmaskerd en naar Moskou vluchtten, wees alles erop dat ook Philby voor de Russen werkte. Angleton weigerde om dat te geloven. Philby wist dat hij verdacht werd, maar had geen zin om te vluchten. Hij ging ervan uit dat er geen bewijzen waren, zodat niemand hem iets kon maken. MI6 riep hem terug naar Londen, waar hij maandenlang op de rooster werd gelegd. Toen hij zijn onschuld bleef volhouden, moesten ze hem laten gaan. Pas in 1963 had MI6 onomstotelijke bewijzen tegen hem, en toen gebeurde er iets vreemds. De Britten confronteerden Philby met de bewijzen, zodat hij niet langer kon ontkennen. Ze hadden hem gemakkelijk kunnen oppakken, maar dat deden ze niet: eerst gingen ze met die bekentenis naar James Angleton. Toen MI6 een paar dagen besloot om Philby toch te arresteren, zat hij al in Moskou. Waarom hebben ze hem laten wegglippen? Volgens mij wilde Angleton in geen geval dat Philby voor de rechter zou komen en vertellen hoe hij jarenlang elke vrijdag met het hoofd van de Amerikaanse contraspionage had geluncht en de kostbaarste geheimen van de CIA op een presenteerblaadje had gekregen. Maar je kunt ook speculeren dat Philby in ruil voor zijn vrijheid beloofde om in Moskou voor MI6 te spioneren. Als je het achteraf bekijkt, zijn het allemaal surrealistische toestanden."

Zelfs een boek met de omvang van De machtsfabriek kan geen veertig jaar geschiedenis van de koude oorlog behandelen. Hoe hebt u uw episodes gekozen?

"Ik heb de momenten gekozen waarvan ik denk dat ze ons leven hebben veranderd. Dit is een westers georiënteerd boek: het bekijkt de wereld uit een Amerikaans-Europees perspectief. En het gaat over gebeurtenissen die ik goed genoeg ken om erover te schrijven. Het Berlijn van de vroege jaren vijftig heeft mij altijd geboeid. We zijn vergeten hoe gevaarlijk die tijd was. Als er een oorlog uitbrak, kon het Rode Leger in zes weken door heel West-Europa trekken en aan het Kanaal staan. De CIA-agenten in Berlijn hadden brandbommen op hun safes klaarliggen: als de poppen aan het dansen gingen, hadden ze een kwartier om hun codes te verbranden en de benen te nemen. Voor een schrijver is dat een prachtige periode.

"De Hongaarse revolutie van 1956 was dan weer een echt keerpunt, niet alleen voor de Hongaren zelf maar voor ons allemaal. Je kunt een rechtstreeks verband zien met de gebeurtenissen in Tsjechoslowakije in de jaren zestig en zelfs met Gorbatsjov en het einde van de Sovjet-Unie. Na Hongarije was het blazoen van de Sovjet-Unie voorgoed geschonden. De bewering dat de Sovjets de Oost-Europese landen niet bezetten maar hadden bevrijd, en dat die landen democratisch waren, was niet langer vol te houden. De mensen waren in opstand gekomen, ze wilden vrij zijn en ze werden door de sovjettanks verpletterd. Het was een schandelijke episode, ook omdat de VS de Hongaren hadden aangespoord om in opstand te komen maar niets deden om ze te helpen. Om strategische redenen natuurlijk, ze wilden geen derde wereldoorlog beginnen over Hongarije. Tot in 1956 wilden de Amerikanen het communisme niet indijken maar terugdringen. Na Hongarije is dat veranderd."

Was dat het beleid van de Amerikaanse regering of van de CIA?

"De CIA opereert nooit op eigen houtje. Het is een instrument van de Amerikaanse regering. De acties van de CIA pasten volledig in het Amerikaanse beleid. Agenten werden in de Oekraïne geparachuteerd om contact te maken met de vermeende Oekraïense ondergrondse en een guerrilla voor te bereiden. Mensen werden in Albanië aan land gezet om partijleider Enver Hoxha te vermoorden en een opstand te beginnen. Ze werden natuurlijk gepakt, want Kim Philby verklikte ze. Het is allemaal waanzinnig. Of neem de Varkensbaai, nog zo'n staaltje van stupiditeit. De Amerikanen waren zo ongelooflijk naïef dat ze de maffia aanspraken om Fidel Castro uit te schakelen. Hoe kun je zo stom zijn? De maffia hoefde het niet eens te proberen, het volstond dat ze het geld aannamen. Wat kon de CIA daarna doen, de maffia voor de rechter slepen wegens contractbreuk? Die mensen waren ontzettend naïef. Ze waren niet verdorven, maar werden zo geobsedeerd door het idee dat de Sovjet-Unie en haar satellietstaten overwonnen moesten worden, dat ze oogkleppen droegen."

Is het soort van spionage dat u beschrijft, met clandestiene operaties en geheime agenten, in de huidige context nog zinnig?

"Ongetwijfeld. Jammer genoeg is de CIA er na het einde van de koude oorlog mee gestopt. Men heeft overal ter wereld posten gesloten en mensen ontslagen. En men durft de bewindslieden in Washington niets meer te vertellen dat ze liever niet horen. De mensen van de CIA zitten nu veilig in hun kantoren satellietfoto's te bestuderen en transcripties van telefoongesprekken te bestuderen. Kijk naar wat er gebeurd is in Afghanistan: ze konden massa's berichten en telefoontjes van de Taliban onderscheppen, maar hadden niemand om ze te vertalen. En wat deden ze? Ze lieten de transcripties vertalen door de Pakistaanse inlichtingendiensten, die nota bene de Taliban zelf in het leven hadden geroepen. Dat is wat Amerika krijgt voor de 25 miljard dollar die het aan zijn inlichtingendiensten uitgeeft: informatie die niemand kan lezen. Het ultieme gevolg was 11 september, een ongelooflijke blunder van de Amerikaanse spionagediensten. Het ergste is nog dat niemand na dat fiasco zijn verantwoordelijkheid heeft genomen. Na de Varkensbaai is zowat de hele top van de CIA opgestapt en kwam er een onafhankelijk onderzoek om na te gaan welke fouten men had gemaakt. Na 11 september is dat niet gebeurd."

In een misschien ongewild grappige scène van De machtsfabriek beschrijft u hoe een bijna demente president Reagan wordt gemanipuleerd om Stinger-raketten aan de Afghaanse moedjahedien te leveren. Leed Ronald Reagan al tijdens zijn eerste ambtstermijn aan alzheimer?

"Die episode is echt niet komisch bedoeld. Ik heb veel over Reagan gelezen en mensen uit zijn omgeving zweren dat hij na de aanslag op zijn leven, in 1981, nooit meer dezelfde is geweest. Misschien kwam het door de schok van de moordpoging, misschien was het een eerste begin van alzheimer, misschien een combinatie van de twee, maar hoe dan ook was er iets mis. Hij herkende mensen niet meer, hij vergat alles. Net voor hij iemand moest ontmoeten, kreeg hij een fiche met de noodzakelijkste informatie toegestopt. Hij was niet meer in staat om zijn ambt uit te oefenen, maar zijn omgeving dekte hem."

De ziekte van Alzheimer heeft hem niet belet om de koude oorlog te winnen.

"Dat zie ik anders. Heeft hij de koude oorlog gewonnen of hebben de Russen hem verloren? Amerika heeft een ongelooflijk sterke economie en een politiek systeem dat ondanks al zijn fouten werkt. De Sovjet-Unie kon vanaf de jaren zeventig alleen op de been blijven door massaal olie uit te voeren. Toen Gorbatsjov aan de macht kwam en de echte statistieken zag, schrok hij zich rot. Hij wist dat hij het systeem moest veranderen. Het verbazende is dat de Sovjet-Unie zonder een oorlog is verdwenen, en dat hebben we aan Gorbatsjov te danken. Natuurlijk weet niemand op dit moment hoe het precies is gegaan. Hoopte hij dat hij het communisme nog kon redden, of wilde hij naar een democratisch systeem? Volgens mij zit daar een fantastisch verhaal."

Is dit boek een hoogtepunt in uw werk?

"In zekere zin wel. De machtsfabriek is een culminatie van alles wat ik heb geschreven. Voor dit boek heb ik nog meer research gedaan dan vroeger, ik ben naar Berlijn geweest, naar Boedapest, naar Moskou, naar Peshawar. Het interessantste was Hongarije, omdat ik het geluk had een paar mensen te vinden die de opstand van 1956 hadden meegemaakt. Ze namen me mee door de straten en vertelden wat waar was gebeurd. Fascinerende verhalen, zoals dat van de Russische tanks die hun kanonnen niet hoog genoeg konden draaien om de bovenverdiepingen van gebouwen te raken, zodat ze de benedenverdiepingen kapotschoten en hele straten deden instorten. Ik heb het balkon gezien waar Imre Nagy bij het begin van de opstand zijn toespraak hield. Stel je voor: op het plein stonden driehonderdduizend mensen. Hij verscheen op dat balkon en begon met: 'Kameraden!' De massa jouwde hem uit en hij herbegon: 'Burgers!' En toen kreeg hij applaus. Dat is toch prachtig? Dat is geschiedenis. Dat is wat mensen nooit vergeten."

Bart Holsters

Robert Littell

De machtsfabriek

Oorspronkelijke titel: The Company

Vertaald door Jacques Meerman

A.W. Bruna, 951 p., 34,95 euro

Le Carré is de peetvader van ons allemaal

Meer over

Nu belangrijker dan ooit: steun kwaliteitsjournalistiek.

Neem een abonnement op De Morgen


Op alle artikelen, foto's en video's op demorgen.be rust auteursrecht. Deeplinken kan, maar dan zonder dat onze content in een nieuw frame op uw website verschijnt. Graag enkel de titel van onze website en de titel van het artikel vermelden in de link. Indien u teksten, foto's of video's op een andere manier wenst over te nemen, mail dan naar info@demorgen.be.
DPG Media nv – Mediaplein 1, 2018 Antwerpen – RPR Antwerpen nr. 0432.306.234