Woensdag 10/08/2022

Acteur Mathias Sercu, tussen toneel en tv

Waarom zou ik moeten kiezen?

Mathias Sercu is een artiest met veel registers. Te vinden voor tv-werk (nu Flikken) en film (Team Spirit, et cetera), verslaafd aan theater spelen en schrijven, uitdagend op het charmepodium (met typetje Staf Steegmans) en niet vies van reclamespots. Onlangs kwam daar het stemregister zelf bij, in Steracteur sterartiest. Sercu heeft een divers, zeg maar chaotisch cv. 'Ik weet niet of dit een keuze is. Veel overkomt me gewoon.'

Door Marijke Libert / Foto Stephan Vanfleteren

Zo ook dat 'zangcrochet' op Eén. Je ziet het in zijn houding. Hangende armen, schouderophalen af en toe, monkellachje. Het is geen onverschilligheid, geen pose, het is niet dat hij lagere verwachtingen koestert om niet bedrogen uit te komen. Je merkt het al na een kwartier gesprek met hem: Mathias Sercu is zo, ongedwongen, alles lijkt hem inderdaad te overkomen. Toch moet dat toch wentelen af en toe, dat hij hoger uitkomt dan hij gemikt had en van zichzelf staat te kijken? Dat hij wil winnen, gewoon?

Mathias Sercu: "Nee, echt waar, ik ben daar niet mee bezig. Winnen (lacht luid), wat is me dat, zeg. Ik sta er wel van te kijken hoe mijn deelname aan zo'n wedstrijd bij de buitenwereld verwachtingen schept. Ik krijg vragen als: welke plannen heb je met dat zingen? Ga je een cd opnemen? Wanneer begin je met optredens? Dan denk ik: moet ik daar nu over nadenken of zo?

"Ik ben eerder al gevraagd om aan Steracteur sterartiest mee te doen, maar ik had toen geen tijd, was bezig in het theater en kon niet zoveel vrijdagen op rij vrijhouden. Maar dit jaar was de situatie anders. Ik had even geen werk, nul vooruitzicht. De argumenten die ik vroeger gehanteerd had om niet mee te doen, begon ik om te draaien. En meteen werd twijfel mijn deel. Ik ben een eeuwige twijfelaar. Tot mijn theatercollega Eva Van der Gucht me zei: 'Ik was dit weekend bij ons moeder en ik heb het er met haar over gehad. Ze zei: 'Die jongen moet toch tegenover niemand verantwoording afleggen'' Ik dacht toen: komaan, ik leef maar één keer én ik steun er een goed werk mee dat me persoonlijk zeer dierbaar is. Vzw Het Anker. Een centrum voor mensen met autisme."

Hoezo dierbaar?

"Mijn broer zat daar ooit als kind, toen het nog Mariënhove heette. Mijn ouders hebben ruim vijftien jaar geleden mee de vzw autistem opgericht, voor jongeren en volwassenen met autisme. Mijn familie en ikzelf leven dus elke week weer met extra betrokkenheid naar die show toe. Het gaat over iets wat ons na aan het hart ligt. Het heeft minder met competitie te maken, wel met aandacht wekken en geld verzamelen voor dit thema, autisme. Ik had nooit gedacht dat ik het zo lang zou volhouden in de wedstrijd. Intussen is er wel iets van opportunisme in mij opgewekt. De tijden zijn veranderd, ik ben geen vaste acteur meer bij NTGent, er is meer onzekerheid. Ik heb een gezin, twee kinderen, de boel moet blijven draaien. Door mijn scherm- en naambekendheid kan ik met mijn vzw De Sprook, die theatervoorstellingen maakt, culturele centra misschien meer over de streep te trekken voor projecten."

Een autistisch jongetje in dat grote gezin van jullie, hoe gingen jullie daarmee om?

"We zijn thuis met zes jongens en één meisje, onder wie een twee-eiige tweeling die een jaar ouder is dan ik. Een 'helft' van die tweeling heeft Asperger. Toen die broer geboren werd, in 1969, was er maar weinig bekend over het voorkomen van Asperger. Mijn ouders werden willens nillens een beetje de pioniers in Vlaanderen inzake die vorm van autisme, na een lange en soms frustrerende zoektocht. Ze zijn tot bij oorartsen geweest omdat ze dachten dat mijn broer, die maar niet reageerde, doof was. Ik herinner me die zoektocht niet, voor mij was mijn broer een beetje anders en dus ging ik iets anders met hem om. Ik herinner me periodes dat we hem Vincent moesten noemen. Het leek hem handig dat we zijn echte naam niet meer gebruikten. Misschien maf, maar achteraf beschouwd is dat logisch. Als je doet alsof je geen lid bent van die familie, doet het ook minder pijn als je in een andere school gestopt wordt waar je broers niet zitten. Het was een soort veiligheid, hij wou zichzelf beschermen."

Hoe leg jij verbinding met hem, hoe praten jullie?

"Op onze manier en dat is heel natuurlijk, want er zo ingegroeid. Mijn broer is een zeer intelligente man met een eigenschap. Voor mij was dat nooit lastig of moeilijk. Als je een broer hebt die blind is, wordt dat na een tijdje ook een vanzelfsprekendheid, je beseft als peuter al dat je niet moet zwaaien naar hem om zijn aandacht te krijgen, want dat ziet hij niet; je moet een andere vorm van communicatie vinden. Het grote verschil met ons is dat mijn broer geen eigen keuzes kan maken zoals alleen gaan wonen, of een gezin stichten. Daar worstelt hij soms mee en dat lijkt me heel terecht. Anderzijds vindt hij het heel oké thuis bij mijn ouders en daarom hebben zij die vzw opgericht. Vanuit het besef: ooit komt er een dag dat wij er niet meer zijn en dan is het beter een omgeving te hebben waar onze zoon veilig is. Mijn moeder is er intussen al 73, moet je weten."

Welk gevoel geeft het, opgroeien in een groot nest?

"Een gevoel van dankbaarheid. Dankbaar wegens het goed overeenkomen met elkaar en dankbaar voor het 'leven' in huis, leven op z'n West-Vlaams dan, wat 'gezellige drukte' betekent. Ik wou ooit zelf veel kinderen, de praktijk heeft me echter ingehaald."

Je moet dat allemaal eten geven.

"Bijvoorbeeld. We leven ook anders dan vroeger én mijn beroep houdt bepaalde beperkingen in. Trouwens, de rest van het nest heeft de procreatie op zich genomen. Mijn oudste broer kreeg vier kinderen, mijn zus vijf. Het gevoel van 'de grote bende' zit er nog in. Op kerstdag dient een zaaltje gehuurd om er die dertig man, onder wie zeventien kleinkinderen, in te krijgen.

"Het feit dat we met velen waren thuis heeft ons nooit ingeperkt. We konden perfect onze keuzes maken en wat we droomden verwezenlijken. Mijn vader heeft meermaals gezegd: ik ben blij dat jullie allemaal uitvoeren wat jullie graag doen. Hij heeft ooit de zaak van zijn vader overgenomen. Wij hadden die druk of die voorbestemming niet. We zijn de generatie die mocht kiezen, maar alle zijn we in de brede sociaal-culturele sector terechtgekomen. Een maatschappelijk werker, twee verpleegkundigen, een acteur, een met diploma Lemmensinstituut, orgel en slagwerk, en de jongste deed Lemmens, afdeling Woord. Een broer speelt bovenop contrabas, gitaar, piano, niet professioneel, maar omdat het bruist en het eruit moet. Als wij samenkomen, gaat het ook altijd over muziek."

Het kan ook met uw biotoop te maken hebben: Ardooie, bakermat van het levenslied.

"Ik hoor je al komen, de geboortegrond van Laura Lynn."

Lynn is niet bepaald Ardoois qua naam.

"Ze heet Sabrina Tack en zat in de klas bij mijn jongste broer. Ik heb haar zelf niet echt gekend. Ik woon al zeventien jaar in Gent en ben Ardooie lichtjes ontgroeid. Mijn tijd in Ardooie is iets om liefdevol op terug te kijken. Ik heb de meest zorgeloze jeugd gehad. Op woensdag en zaterdag de fiets op en recht naar boer Van Berge, om er te spelen én te helpen. Stel je voor: je bent twaalf en mag met de tractor rijden, in eerste vitesse het land op tussen de spruitenplukkers. Dat tékent een mens. (lacht luid)"

Van Boer Van Berge naar Brussel, het conservatorium, was ook wel een stap.

"Ik wou eigenlijk onderwijzer worden. Ik zat op de humaniora in Tielt. Die hadden ook een normaalschool. Het was de logica dat ik daar zou doorleren. Tot ik meedeed aan een toneelstuk in het zesde middelbaar, Erik of het kleine insectenboek. Geregisseerd door de nog jonge en zeer vurige Kurt Defrancq, die me ineens zei: 'Zou jij geen toelatingsexamen doen in Brussel'. Ik viel uit de lucht, ik wist niet dat je voor acteren kon leren. Ik deed dat examen en ik was er nog door ook. Bon, dacht ik, dan zal ik die studie maar doen, zeker. Veel besef had ik niet. Mijn eerste jaar heb ik om die reden opnieuw moeten doen van Senne Rouffaer. Om te rijpen en alleen al het besef te kweken van wat ik deed. En effectief, pas in dat jaar begon het mij te dagen: 'Hela, maar dit is mijn ding, verdorie'. Ik kan me nu écht niet voorstellen dat ik iets anders zou kunnen doen dan dit. Vooral toneelspelen, op de scène staan, is me dierbaar. De luxe aan mijn job op dit moment is dat ik zoveel verschillende dingen doe. Ik lees radiospotjes in, ik zing, doe af en toe iets op tv, heb in films kunnen spelen, allemaal plezant."

Maar wel een zeer onsamenhangend cv. Ben je een veelvraat die kiest voor alles, of maak je gewoon geen pertinente keuzes?

"Moeilijk hoor, wat je daar opmerkt. Het is de vraag die ik me vaak stel. Soms ben ik echt jaloers op mensen die gaan voor één ding. Volgens mij zijn dat échte kunstenaars. De schilder die kiest om te schilderen, de beeldhouwer die kiest om met één bepaald materiaal te werken, de zanger die zich in één genre verwerkelijkt. Dat zit niet echt in mij."

Zit het in die tweedeling: kunstenaar versus uitvoerder?

"Nee, ik voel me het ene noch het andere. Ik ben meer een zoeker. Ik heb ooit in een groepje gezeten met Marc Tijsmans en Jan Bijvoet (van Zuidpool Theater, acteur JB in Van vlees en bloed / ML). Ik besloot toen dat ik de perfecte middenmoot was tussen die twee. Marc gaat veel commerciëler dan ik en Jan doet niets commercieels. Ik vraag me weleens af: ben ik dan misschien een uitvoerend kunstenaar, of schrijver van stukken, maar dan speel ik ineens die rol in Flikken (Staf De Motte/ML) en blijk ik met tv bezig te zijn. (zucht) Ach, ik weet geen antwoord te verzinnen op jouw vraag en ik vraag me af of dat hoeft. Het is één groot pallet en hoewel ik mezelf af en toe bestraffend toespreek met 'Sercu, kies nu ne keer', pareer ik dat meteen met 'waarom zou ik en voor wie?'. Het ene daagt me uit om het andere te doen. Iets te lang op tv en ik blijk op mijn honger te zitten, want dan geraak ik die emotionele gulp niet kwijt. Anderzijds, als ik alleen maar emotionele gulpen loslaat, mag je me na een tijdje bijeen rakelen. Die grote emoties kunnen je op den duur verteren."

Als ge maar gelukkig zijt, zei mijn grootmoeder.

"Ik ervaar het ook niet als een probleem. Toch leef ik van dag op dag, maak ik af en toe de som van wat gedaan werd en bevraag ik dat. En geluk is inderdaad wat overblijft. Voor mijn vrouw en mijn kinderen is die variatie in mijn werk niet altijd vanzelfsprekend. Er is zelden regelmaat. Er zijn momenten dat ik een maand thuis ben en in volle overgave kook, de kinderen van school afhaal, naar de Colruyt ga, huisman ben. En dan ineens verdwijn ik, zit ik weken in Nederland en ziet mijn omgeving me amper. Dat is toch om zot van te worden?"

Leef je op impulsen?

"Nee, maar ik geloof ook niet in blitzcarrières, in ellebogenwerk of het stellen van de grote ultieme doelen. Iets of iemand maakt iets in mij wakker en dan stap ik mee, of niet. Kurt Defrancq ontdekte iets, waar ik dan mee doorging. En later was er Senne en nog later Jean-Pierre De Decker, die me vroeg het NTG-gezelschap te vervoegen. Of Wim Van Severen van de VRT, die me tegenkwam en zei: 'Kom eens auditie doen voor Buiten de zone. De impulsen kwamen van buitenaf. Intussen is er keuze en pik ik eruit wat me zint. Weet je dat ik veel meer dingen niet doe dan wel? Ik ben eigenlijk nogal lui, eerlijk gezegd."

Pas op, of ik heb een titel!

"Ik ben lui, niet in de betekenis van geen zin om te werken, wel van: danig beheersen van het werk. Ik herinner me hoe ik jaren geleden - ik werkte toen bij het NTG - het aanbod kreeg om een vaste rol te spelen in Windkracht 10, de serie. Ik heb nee gezegd. Ik had geen zin om van set naar podium te huppen en intussen weinig thuis te zijn en mijn kinderen niet te zien opgroeien. Ik heb er nadien geen spijt van gehad. Ik weet dat de tijd die je hebt gemist met je kinderen niet valt te recupereren. In een mooie productie stappen kan later misschien wel nog. Dat laatste is niet dwingend, deel blijven van je gezin is dat wel."

Wat bleef plakken aan jou, genres, stukken, momenten waarvan je denkt: dit bouwde me mee op?

"Theater, altijd weer theater. Het is de steunpilaar waarrond al het andere hangt. Theater is uniek, een wereld naast de wereld. Het is pure vertelling. Dan moet ik meteen weer denken aan toen ik klein was en mijn moeder ons verhalen vertelde. Stel je dat voor, zeven kinderen rondom haar, altijd ruziënd over wie op de schoot mocht zitten. Dan kwam het moment waarop mijn moeder een boek openplooide of aan haar verhaal begon. Enig qua gevoel. Mijn vrouw en ik doen het nu nog altijd, terwijl onze dochter al twaalf is en onze zoon tien. Precies wegens de magische impact van de vertelling. Ik ervoer het later op het conservatorium bij Senne. Hij gaf eigenlijk geen les, hij zat de hele tijd te vertellen. Input, input, input. Dat is wat theater me meedeelt en televisie veel minder. Ik voel het ook als ik concerten zie van Bonnie Prince Billy of Tom McRae, gasten die in een soort eenvoud iets komen vertellen, met liedjes. In theater komt échte emotie boven. Je zoekt, loopt verloren, je komt jezelf tegen, je wordt ongelukkig en weer gelukkig en dat hele spectrum trekt maar voorbij. Tot je denkt: het is genoeg geweest, ik laat al die intense gevoelens even rusten en ga snookeren."

Toon jij je emoties vooral in je werk?

"Voor mensen die me écht kennen, ben ik nogal een open boek. Als ik slecht loop of in de put zit, zullen mijn vrienden en dierbaren het meteen weten."

Verstoppen kan ook moeilijk met een psychologe in je buurt.

"Mijn vrouw is psychologe geworden omdat ze zo empathisch is. Het is niet omdat ze psycholoog is dat ze empathisch werd. Het zat er allang diep in. Hoe dan ook, het klopt: voor Ilse kan ik niets verborgen houden. Er zijn ook veel raakvlakken tussen haar werk en dat van mij. Qua thematiek en onderwerpen. Het gaat over wat je teweeg kunt brengen bij mensen. Alleen, aan mijn beroep hangt dat publieke kantje vast. Het is eigenlijk een paradox. Je zou mijn werk moeten kunnen doen zonder dat iemand het ziet, wat nonsens is, want dan moet je nét geen acteur worden. Die paradox houdt me soms bezig en dan is het wel fijn om met de psychologie in contact te zijn, via mijn vrouw. Het levert mooie gesprekken op. Ilse en ik zijn met menselijk gedrag bezig, met drijfveren en hoe je ermee omgaat. Het grote verschil is: zij werkt in alle anonimiteit, binnen vier muren en ze krijgt er geen applaus voor. Hoe we in het leven staan, naar werk kijken, heeft ons zeker naar elkaar gedreven. Het had niets met mijn bekend zijn te maken, want daar knapt mijn vrouw compleet op af. (lacht) De menselijke aard afspeuren is voor haar veel belangrijker dan je op vorm en voorkomen fixeren. Ik kijk graag naar anderen, zuig situaties uit het leven op en geef het elders weer vorm, in een personage, een tekst. Ik kneed en gebruik kleine sensaties."

Zoals Tom Van Dyck, die een en ander verwerkte in Van vlees en bloed.

"Hij maakte vanuit een eigen belevenis uitvergrotingen die beroeren en ontroeren. Alle gevoelens zijn gekristalliseerd. Het is om te lachen maar ook om te huilen. Het ontroerendste moment in Van vlees en bloed zat voor mij in de laatste aflevering: de eindsequens met buurman Herman. Herman zegt tegen de zoon-beenhouwer Rudy: 'Ha ha, ge zijt nu een koppel hé, een koppel', waarna Rudy hem op de schouder klopt en zegt: 'En nu gij nog hé'. Wow, hoe ineens dat kopje hing, die blik, dat sneed diep bij mij. Met mij kunde lachen, jawel, maar ik vond hem toen om mee te huilen. De tranen sprongen in mijn ogen. Het was één seconde mokerslag. Kortom: prachtig. En televisie, dus het kan blijkbaar via dat medium, soms."

Ik heb deze week een heel ontroerend stukje op je blog gelezen, over je dochter die deelnam aan een zwemwedstrijd. Je beschrijft hoe ze zwierig, secuur en gedreven haar zwemslagen deed en als laatste eindigde. Winnen bestond niet voor haar, wat telde was het feilloos afwerken van haar bewegingen. Mooi.

"Ik vind net dat het belangrijkste: dat je wat je graag doet op jouw manier uitvoert. Wat er naast jou ook gebeurt, hoe daar getrappeld en wedstrijd gevoerd wordt, maakt niets uit. Wat een raar idee ook om van alles een wedstrijd te maken. Ik zit er nu ook midden in en soms denk ik: geef eens al dat geld waar je dat programma mee maakt aan een goed doel, daar bereik je veel meer mee. Maar die redenering mag ik natuurlijk niet maken, want dan heb je geen tv, geen entertainment. Voor mij als deelnemer blijft het gelukkig plezant. Ik mocht 'Ring of Fire' van Johnny Cash zingen en 'In the Ghetto' van Elvis, of 'She' van Elvis Costello. Ik ervaar het als een cadeau.

"Toch gooit zo'n evenement je ook terug op de vraag: wat is in wezen een échte artiest? Mijn oudste broer is een stille, waarachtige kunstenaar. Hij speelt op grootse wijze piano, contrabas en gitaar maar doet daar niets mee. Hij speelt in zijn living, voor zijn madam en zijn kinderen. We hebben ooit met alle broers samen een nummer voorbereid voor een familiefeest ter ere van nonkel pater Frans Sercu, die even uit Japan overkwam. Nu, we repeteerden in de woonkamer en amuseerden ons te pletter. Maar vijf minuten voordat het échte feest begon, zei onze Sam: 'Ik goa nie spelen weh'. We hebben hem moeten pushen en hij heeft gespeeld, geweldig schoon, zij het wat verstopt, half met de rug naar het publiek. Weet je, daar sta ik van te kijken: wat hij verwezenlijkt zonder de nood te voelen dat te exposeren. Ik kan van alles een beetje en ik wil het direct tot uitvoering brengen. Het is misschien een boutade, maar ik vraag me af: 'Wat onderscheidt een mens van een ander, wat betekent het om echt goed te zijn in iets?' Misschien is het in sommige gevallen al oké als mensen wéten dat je iets kunt, dat je iets graag en goed doet. Misschien zijn de beste boeken nooit uitgegeven en hangen de mooiste schilderijen niet in de musea."

Ik weet dat de tijd die je hebt gemist met je kinderen niet valt te recupereren. In een mooie productie stappen kan later misschien nog. Dat laatste is niet dwingend, deel blijven van je gezin is dat wel

Ik kijk graag naar anderen, zuig situaties uit het leven op en geef het elders weer vorm, in een personage, een tekst. Ik kneed en gebruik kleine sensaties

Meer over

Nu belangrijker dan ooit: steun kwaliteitsjournalistiek.

Neem een abonnement op De Morgen


Op alle artikelen, foto's en video's op demorgen.be rust auteursrecht. Deeplinken kan, maar dan zonder dat onze content in een nieuw frame op uw website verschijnt. Graag enkel de titel van onze website en de titel van het artikel vermelden in de link. Indien u teksten, foto's of video's op een andere manier wenst over te nemen, mail dan naar info@demorgen.be.
DPG Media nv – Mediaplein 1, 2018 Antwerpen – RPR Antwerpen nr. 0432.306.234