Donderdag 30/06/2022

Al die vruchtbare dochters werden beschouwd als potentiële Eva’s

Dat ik in een klooster zou eindigen lag voor de hand”, schertst Sarah Dunant. “Ik had geen keuze. Mijn eerste historische roman speelde in de kunstwereld van Firenze, mijn tweede in die van de Venetiaanse courtisanes en voor mijn derde kon ik alleen maar het klooster in. Ook in die omgeving konden vrouwen immers niet rekenen op het respect dat ze verdienden. En er waren nochtans zoveel vrouwen die daar hun leven begonnen en eindigden. Op het einde van de zestiende eeuw zat de helft van de adellijke vrouwen in het klooster.” In ongenade speelt in het Ferrara van 1570, meer bepaald in het klooster van Santa Caterina, een vrij open instelling. Sarah Dunant begint haar verhaal op het moment dat de 15-jarige novice Serafina tegen haar zin dit klooster ingestuurd wordt. Zij had immers een passie opgevat voor de rondtrekkende zanger Jacopo, wat haar vader niet zag zitten. Maar Serafina is er niet het meisje naar dat zich zomaar bij de zaken neerlegt. Ze beraamt een plan om te ontsnappen tijdens het jaarlijkse carnaval, wanneer het volk het klooster binnenmag om te kijken naar de toneelstukken die de nonnen opvoeren en te luisteren naar de zelf gecomponeerde polyfone liederen die ze ten gehore brengen. Maar het plan mislukt, en Serafina gaat in hongerstaking.Wat Dunants roman zo intrigerend maakt, is de specifieke periode waarin hij geplaatst is, die van de reformatie en de contrareformatie, toen de protestanten het frivole leven binnen de abdijen en kloosters aanklaagden en Rome daarop meende te moeten reageren met een terugkeer naar orde en gezag binnen de eigen gelederen. Wat volgde, was een decennialange strijd tussen vrijheid en repressie die ook in Santa Caterina niet ongemerkt voorbijging.“Omdat alle geschiedenis een mengeling is van politiek, economie en cultuur”, antwoordt Dunant wanneer we haar vragen hoe al die adellijke dochters in het klooster verzeild raakten. “Als je eind zestiende eeuw een dochter wou uithuwen, diende je een bruidsschat te betalen. Door de economische explosie van die tijd, was die bruidsschat astronomisch hoog, waardoor het praktisch onmogelijk was om er voor al je dochters eentje op tafel te leggen. De seksualiteit van al die vruchtbare dochters diende echter aan banden gelegd te worden, want in de visie van die tijd waren dat allemaal potentiële Eva’s, die de mannen naar het verderf zouden leiden. In plaats van de mannen te gebieden hun materiaal in hun broek te houden, koos men dus voor het opsluiten van de jonge vrouwen. Zij trouwden met Jezus, en de moeders kregen zo een schoonzoon die hen geen kopzorgen bezorgde. Maar voor de meisjes betekende het wel dat ze niet in het klooster zaten omdat ze het wilden. Ze geloofden wel allemaal in God, maar met hem trouwen was natuurlijk nog iets anders. Voor een schrijver is dat echter een fantastisch gegeven, want in zo’n klooster zaten veel verschillende vrouwen, die de pokken hadden gehad en daardoor niet in aanmerking kwamen voor een huwelijk, die geboren waren met een handicap, die te dom waren of juist te slim en te rebels, of die de tweede of derde dochter van het gezin waren. Zo’n klooster was dus een kleine maatschappij, gerund door en voor vrouwen.”

Hun gevangenis garandeerde inderdaad hun vrijheid. Zo konden de nonnen zelf hun abdis kiezen.

“Stel je voor, vrouwen die stemden, in de zestiende eeuw, maar zo was het echt. Er werd natuurlijk gesjoemeld en er werden stemmen verkocht, maar dat was toen overal zo. Het kan misschien cru klinken, maar het alternatief voor het kloosterleven was echt niet zo schitterend. Je werd door je overspelige man besmet met een geslachtsziekte, baarde zijn vijftien kinderen en stierf uiteindelijk in het zestiende kraambed. Er was geen tijd of ruimte om jezelf te zijn. En die waren er wel in het klooster. Sommige vrouwen schreven toneelstukken die op feestdagen opgevoerd werden, andere componeerden muziek of hadden een mooie stem en mochten daarom zeven of acht keer per dag zingen, en ook al waren dat religieuze liederen, toch ervoeren ze daardoor een emotionele en lichamelijke blijdschap die heel werelds kon zijn.”

En ze leefden ook nog eens in relatief materiële luxe. Kloosters waren toen grootgrondbezitters.

“Waarom denk je dat het celibaat ingevoerd werd? Dat staat nergens in de Bijbel hoor. Het werd pas van kracht in de vierde eeuw en dat precies om te voorkomen dat de rijkdom van de kerk naar de vrouwen en kinderen van de priesters zou gaan. Zo kreeg je dus een rijke kerk geleid door mannen die natuurlijk wel seks hadden, maar nooit trouwden met de vrouwen met wie ze die hadden. Wanneer in de jaren 1530 de protestanten de kop opsteken, is dat meteen het eerste waar Luther voor gaat. Kijk, zegt hij, naar jullie celibataire paus en al zijn maîtresses en kinderen. Dat kan toch niet? Aan de vrouwelijke kant had je de kloosters, die rijk en machtig waren omdat alle vrouwen erin van betere afkomst waren. De macht van de familie straalde af op de abdis die zij voortbracht. En wellicht was zij ook niet de enige van de familie die daar zat. Ook haar tantes, zussen en nichten waren daar, waardoor je politieke facties kreeg in het klooster. Na de contrareformatie wou de kerk daar korte metten mee maken omdat ze zelf de macht wou in de kloosters, en daarom werd het verboden dat zussen naar hetzelfde klooster gingen en werden er om de vier jaar abdisverkiezingen gehouden. Alleen legden die nonnen zich daar niet meteen bij neer. In de archieven kun je talloze brieven terugvinden, verstuurd over een periode van decennia, waarin bisschoppen klagen over de wereldse toneelstukken die opgevoerd worden in de kloosters, waarbij nonnen zich in mannen verkleden.”

Zaten de bisschoppen er niet mee dat die nonnen geen roeping hadden?

“Helemaal niet, die kloosters draaiden om sociale controle en de kerk bleek een veel grotere controle te kunnen uitvoeren dan de staat, en dan meer specifiek de controle op de vrouwelijke seksualiteit. En dat werkt ook vandaag nog door. De voorbije jaren werd ik weleens door mannen gevraagd waarmee ik bezig was en wanneer ik dan zei dat ik een roman schreef over een klooster en dat er alleen maar vrouwen in voorkwamen, kreeg ik steevast dezelfde reactie: ‘O, over stoute nonnen dus.’ Terwijl vrouwen daar helemaal anders op reageerden. Zij vonden een samenleving zonder mannen interessant en vroegen zich af waar die vrouwen zich mee inlieten, schrijven, of studeren? Die mannelijke reactie was toen niet anders. Dat de nonnen afgesloten zaten van de wereld, maakte hen seksueel aantrekkelijker. Wanneer in 1527 de vijandelijke legers Rome binnenvallen, is het eerste wat ze doen de nonnen verkrachten. Nonnen representeerden dus iets heel sterks. Voor vrouwen was het iets tussen gevangenschap en vrijheid, terwijl mannen er toch vooral massa’s onbereikbaar vrouwenvlees in zagen.”

En slechts een van hen mocht het klooster binnen, de biechtvader.

“Op een eiland in de buurt van Venetië was er eentje die van dit privilege gebruikmaakte om van het klooster zijn privébordeel te maken. Daar las ik over in een kerkarchief, net zoals over het incident met de parochiepriester die betrapt werd toen hij over de kloostermuur aan het klimmen was en het pijnlijke incident van de non die haar twee kinderen afgenomen zag worden door de autoriteiten. Aan sappige verhalen geen gebrek dus, al weten we dat de opgetekende verhalen wellicht nog geen tien procent uitmaken van hetgeen werkelijk gebeurde.”

Heel wat nonnen hadden ook een lekenzuster, die als hun dienstmeisje werkte.

“Er waren gesloten kloosterordes waar de echt devote vrouwen heen gingen, en waar je heel andere taferelen kon zien, zoals meisjes die zich uit liefde voor Jezus doodhongerden en daardoor in extase geraakten. Over dat soort spiritualiteit wou ik niet veel schrijven omdat het zo moeilijk is om dat in onze postfreudiaanse tijden niet te deconstrueren tot door anorexie geïnduceerde hysterie. Als schrijver van historische romans moet je je lezers doen vergeten dat het concept van het onbewuste in de vijftiende eeuw nog helemaal niet bestond. Het was er wel, maar ze noemden het niet zo. Ons idee dat alles draait rond repressie van de kinderlijke lusten draagt niet bij tot het begrip van wat er toen aan de hand was. Kraft-Ebbing definieerde sadomasochisme pas in de negentiende eeuw. Als je vandaag over een monnik leest die zichzelf geselt, zoals dat in de Da Vinci Code gebeurt, denk je meteen aan onderdrukte seksualiteit. Dat idee bestond toen helemaal niet. Wat men in de zestiende eeuw zag was de onderdrukking van het lichaam om de geest er binnenin te kunnen bereiken. Het ging om meer dan een orgasme krijgen door zichzelf verrot te slaan. Daar ging een enorme passie van uit, zo enorm wellicht dat wij die vandaag niet meer kunnen halen, precies omdat we na Kraft-Ebbing en Freud leven. “Maar soit, in de meer wereldlijke kloosters ging je dus niet om je dood te laten hongeren. Daar zorgde je familie voor een lekenzuster die het vuile werk deed terwijl jij aan het bidden, lezen of zingen was. Maar er waren ook andere, de Arme Klaren bijvoorbeeld, die een armoedegelofte aflegden en het zelfs zo ver dreven dat ze de wonden van de zieken likten, wat voor heel wat onrust zorgde bij de machthebbers. Van zulk spiritueel gedrag ging immers een alternatieve macht uit, wat voor sommige vrouwen misschien net de reden was om non te worden. Neem bijvoorbeeld Catharina van Siena, die rond haar tweeëndertigste stierf, overduidelijk anorectisch was en correspondeerde met de paus over wat hij wel of niet zou moeten doen. Zij was een superster en na de contrareformatie zag de kerk zulke vrouwen liever gaan dan komen. Luther zei immers dat de mens geen priester nodig had om een relatie op te bouwen met god, en dat was wat die vrouwen perfect illustreerden. Als abdis wou je op dat moment zeker geen gekke non in je kudde. Je wou vooral onder het maaiveld blijven, want de protestanten hielden hun vlammende blik op de kloosters gericht. Als je hen mocht geloven waren dat alleen maar lustoorden waar monniken en nonnen de hele dag de vunzigste standjes uitprobeerden. En Luther kon het weten natuurlijk, want hij was oorspronkelijk een monnik en na zijn uittrede trouwde hij met een voormalige non. Als reactie riep Rome het Concilie van Trente samen om het katholicisme te zuiveren. Op de laatste dag stonden de kloosters op de agenda en er werd beslist die af te sluiten van de buitenwereld. In de rijkere steden als Venetië en Firenze werd er hevig geprotesteerd, maar over een periode van vijftig jaar werden vele ramen dichtgemetseld en kwamen er ijzeren stangen voor de weinige die open bleven. Polyfoon zingen werd verboden, net als de meeste instrumenten, met uitzondering van een prutsorgeltje. Geen carnaval meer, geen toneel en geen verfijnd voedsel. Alles weg, en dat moet heel erg geweest zijn voor de nonnen die ingetreden waren onder het vrije regime.”

Meer over

Nu belangrijker dan ooit: steun kwaliteitsjournalistiek.

Neem een abonnement op De Morgen


Op alle artikelen, foto's en video's op demorgen.be rust auteursrecht. Deeplinken kan, maar dan zonder dat onze content in een nieuw frame op uw website verschijnt. Graag enkel de titel van onze website en de titel van het artikel vermelden in de link. Indien u teksten, foto's of video's op een andere manier wenst over te nemen, mail dan naar info@demorgen.be.
DPG Media nv – Mediaplein 1, 2018 Antwerpen – RPR Antwerpen nr. 0432.306.234