Woensdag 05/10/2022

'Alleen wat nutteloos is, is mooi'

Het is niet eenvoudig de grand siècle, de tijd van absolute vorsten en onbeperkte praal, te doen herleven. De Grote Carrousel van de Zavel, een van de grote evenementen van Brussel 2000, bewijst dat het mogelijk is iets van die grote, vreemde tijd te suggereren maar toont ook aan welke risico's dat inhoudt.

Brussel

Van onze medewerker

Stephan Moens

De site van de vroegere Albertkazerne, naast het Egmontpaleis, is op zijn minst eigenaardig. De Dubreucq-vleugel, die als decor dient voor de Carrousel, is al altijd de stille getuige geweest van militaire oefeningen. Nu hij vervallen is, symboliseert hij nog meer de verschrikkingen van de oorlog. In die ruïne neemt (na een kinderachtige, het nobele wezen van de carrousel onwaardige 'ontvangst van de toeschouwers' en een proloog) het hof plaats om toeschouwer en scheidsrechter te zijn bij de opeenvolgende ruiterspelen. De proloog geeft het onderwerp aan: gezeten op een stier komt Europa aangereden met een pastoraal gevolg. Herders en herderinnetjes dansen, maar een troep ganzen steelt de show. Het verdere verloop van de avond staat in het teken van de mythe van Europa: na de eigenlijke carrousel, een paardenballet, volgen de entrees van de ridders, die strijden om haar gunst. Hun gevolg beeldt telkens een van de andere geliefden van Jupiter uit: Danaë, Io, Leda en Ganymedes.

Dat geheel had inderdaad ook het onderwerp kunnen zijn van een barokke carrousel. Is het van belang te weten of die er zo zou uitgezien hebben als deze? De makers hebben geen moeite gespaard om ons die illusie te geven: prachtlievende, kleurrijke kostuums voor de personages en tuig voor de paarden, praalwagens voor Danaë en Leda... Toch is veel in de voorstelling een anachronisme. Dat gaat van het ontbreken van trompetters en paukenisten te paard over de keuze van de muziek (grotendeels stukken uit opera's en balletten van Rameau) tot voor de hand liggende compromissen zoals de (nochtans voortreffelijk geregisseerde) belichting en de geluidsversterking voor zangers en orkest.

Dat is allemaal niet erg en waarschijnlijk zelfs noodzakelijk. Toch zorgt het al voor enkele reserves: zo wordt door de luidsprekers elke ontoereikendheid van de, veeleer middelmatige, musici en zangers uitvergroot. De stemmen zijn nogal klein en niet gewend in de microfoon te zingen en de violen van het Ricercar Consort (strak maar met weinig fantasie geleid door Philippe Pierlot) nogal iel. De muziekkeuze verraadt wel al iets van de redenen voor het eigenlijke compromis. Geen openluchtmuziek maar opera-aria's, vaak met een erg subtiele begeleiding: daarmee wordt het spektakel ingepast in een raamvertelling die ook op ons sentiment wil werken. Met het personage van de dichter, die naar het einde toe als 'prins op het witte paard' alle aanbidders van Europa verslaat, komt dat verhaal echter al dichter bij de negentiende dan de achttiende eeuw en uiteindelijk bij de kitsch terecht. Zodra je dat fundamentele anachronisme hebt gezien, ontdek je er nog vele verschijningsvormen van, die allemaal neerkomen op het feit dat hier mensen van de twintigste eeuw spelen en kijken en geen edellieden aan het Franse hof. Al te pathetische gebaren, al te realistische muzikale expressievormen, een weinig nobele houding van een ruiter of een figurant: dat alles brengt de avond vaak dichter bij de show dan bij het barokke feest.

Wat overeind blijft, is vooral al wat met het ruiterspel te maken heeft: de hogeschoolfiguren op barokke dansen in het eigenlijke paardenballet, de quadrilles, maar ook het stuntwerk te paard in de entree van de Prins uit het Oosten en de grote ensembleparades van de uitdagers. Bevreemdend is dan weer de symboliek van de finale: na de Pyrrusoverwinning van de dichter op zijn witte paard doet de Zwarte Ridder (de Arend, dus Ganymedes, die tevoren eigenaardig genoeg was opgetreden op de tonen van geestelijke muziek uit het Te Deum van Lalande) een oorlog ontbranden, waarna de dichter plots als deus ex machina Apollo weer voor een happy end zorgt. Als we dit als allegorie van de vrede door het verenigde Europa moeten duiden, is het erg naïef; evengoed zou je het, de achttiende eeuw indachtig, als de verschrikkingen van de Franse Revolutie en de uiteindelijke triomf van de restauratie kunnen zien, en dan is het ronduit reactionair.

Tegen de achtergrond van de Dubreucq-vleugel stel je je dan de vraag naar het eigenlijke devies van deze show (deviezen waren erg belangrijk in toernooien). 'Sic transit gloria mundi' zou er een kunnen zijn, maar ook: 'Alleen wat nutteloos is, is mooi.' De barok zou daaraan toegevoegd hebben: nutteloos maar ook in een hogere zin betekenisvol. Met dat soort zingevingen heeft de voorstelling moeilijkheden, maar de nutteloze aspecten ervan zijn best mooi.

De Grote Carrousel van de Zavel loopt in het kader van Brussel 2000 en is nog te zien op 3, 6, 7, 8 en 9/6 om 21.30 uur in de Albertkazerne, Karmelietenstraat (boven de Kleine Zavel). Reserveren 070 / 222.007. Info www.idearts.com/carrousel.

Veel in deze voorstelling is, haast onvermijdelijk, een anachronisme

Meer over

Nu belangrijker dan ooit: steun kwaliteitsjournalistiek.

Neem een abonnement op De Morgen


Op alle artikelen, foto's en video's op demorgen.be rust auteursrecht. Deeplinken kan, maar dan zonder dat onze content in een nieuw frame op uw website verschijnt. Graag enkel de titel van onze website en de titel van het artikel vermelden in de link. Indien u teksten, foto's of video's op een andere manier wenst over te nemen, mail dan naar info@demorgen.be.
DPG Media nv – Mediaplein 1, 2018 Antwerpen – RPR Antwerpen nr. 0432.306.234