Donderdag 30/06/2022

'Allemaal lekker rond de kerktoren, daar doen wij niet aan mee'

Op het einde van dit theaterseizoen spraken we met de drie artistiek leiders van de drie stadstheaters, de huizen die toch het leeuwendeel van de slinkende subsidiepot opstrijken. Deze week vroegen we Jan Goossens van de KVS naar zijn bevindingen, wensen en frustraties.

Je schrijft in jullie nieuwe brochure dat het ook je ambitie is om artistiek te overtuigen. Is dat het voorbije seizoen gelukt, vind je?

Jan Goossens: "Als je veel produceert, worden er onvermijdelijk ook af en toe brokken gemaakt. Maar ieder jaar opnieuw leveren we een grote verscheidenheid aan projecten af die het Vlaamse theaterlandschap mee bepalen. Ook dit seizoen stónd er, inhoudelijk en artistiek. Denk aan Gregoria, het stuk van Bart Meuleman dat geselecteerd werd voor het Theaterfestival. Of neem Vorst/Forest van Johan Heldenbergh en Titus De Voogdt, De gehangenen van Josse De Pauw, of Monkey Sandwich, een experiment van Wim Vandekeybus dat misschien wel op gemengde reacties is onthaald, maar ik ben blij dat we ook zulke projecten coproduceren. Eigenlijk is alleen Van Plato tot Nato niet geworden wat we ervan verwacht hadden."

Toch hebben wij het gevoel dat dit een zwakker seizoen was. Nogal wat voorstellingen werden op gemengde reacties onthaald. En je noemt bijvoorbeeld Gregoria als terechte hit, maar Bart Meuleman is wel een Toneelhuismaker.

"Mogen de meningen over voorstellingen als Barakstad en Dieven nog uiteenlopen? Veel mensen vonden dat met mij zeer de moeite. Het was misschien niet ons beste seizoen ooit, maar het was zeker goed zonder meer.

"En wat Bart Meuleman betreft: dat mag je zo niet bekijken. Wij claimen makers niet op dezelfde manier als het Toneelhuis, maar dat wil niet zeggen dat onze band met Bart minder intens zou zijn. Hij is de voorbije jaren minstens evenveel bij ons in dienst geweest als bij onze collega's. Zij pakken met hem uit, zoals ze dat doen met Benjamin Verdonck, een artiest die evengoed door ons ondersteund wordt. Wij leggen bewust andere accenten."

Ergert het je dat de anderen met de credits gaan lopen?

"Nee. Wij zijn toch geselecteerd voor het Theaterfestival? Ik vind het goed dat de drie theaters andere modellen hanteren. Elk huis heeft een duidelijke smoel, het onze draait niet exclusief rond makers of regisseurs, wij zijn in de eerste plaats een Brussels stadstheater.

"Jammer dat wij vaak maar op een relatief kleine spie van ons werk beoordeeld worden, namelijk op de producties van Vlaamse makers. Dat was dertig jaar geleden misschien interessant, vandaag is onze corebusiness veel diverser: we kiezen in alle opzichten voor deze stad, we werken samen met anderstalige regisseurs en spelers, we zijn internationaal heel actief, we zoeken naar nieuwe publieken.

"Het voorbije seizoen coproduceerden we bijvoorbeeld het zeer Brusselse Rue du croissant, een geweldige voorstelling die we samen met Théâtre Les Tanneurs gemaakt hebben. We pakten ook uit met een groots armoedeproject, maar ook nog tal van andere evenementen. De Congolese artiest Faustin Linyekula was uitgebreid te gast. Dat deel wordt te weinig opgemerkt."

Wordt het te weinig opgemerkt, of wordt het niet genoeg geapprecieerd? Misschien staat jouw keuze voor een Brussels kosmopolitisch huis haaks op het verwachtingspatroon van mensen in de media en de politiek, die de KVS bovenal zien als de etalage van de Vlaamse cultuur in Brussel?

"Wie uitgesproken keuzes maakt, krijgt altijd tegenstand. Het hangt er maar van af bij wie je je appreciatie gaat zoeken. Het zijn niet alleen de Vlaamse producties die onze zalen doen vollopen, maar projecten als Rue du croissant, A l'attente du livre d'or, een productie die Johan Dehollander met Congolese en Belgische acteurs maakte, en Bezette stad van Ruud Gielens met Brusselse rappers. Dat zijn voorstellingen die hier drie, vier weken spelen, en waar een ongelooflijk divers publiek op af komt. Ze zijn van alle leeftijden, hebben uiteenlopende achtergronden en spreken verschillende talen.

"Maar ook als je alleen kijkt naar onze Vlaamse missie doen we absoluut ons werk. Als je ziet welke Vlamingen volgend seizoen allemaal op de affiche staan: Vandekeybus, Lanoye, Verdonck, Van Reybrouck en Dehollander, De Pauw en Verhulst, Vanden Broecke en Helsen, Bellinck... Dat is toch een mooie selectie. Maar wij doen meer dan alleen maar een Vlaams publiek bedienen met Vlaamse producties. Wij richten ons ook op anderstaligen in Brussel en de rest van Europa. Artiesten als Bruno Vanden Broecke, Josse De Pauw en David Van Reybrouck hebben mede dankzij ons ware doorbraken geforceerd naar het Franstalige publiek. Dat is bijzonder."

Jullie hadden drie jonge makers in jullie stal, ze zijn allemaal opgestapt. Doet het zeer als Raven Ruëll bij zijn vertrek beweert dat de KVS-krant interessanter is dan de producties, en dat hij jullie een overdaad aan political correctness verwijt?

"In alle lange huwelijken wordt er weleens ruzie gemaakt. Het gaat mij om het traject dat ze bij ons hebben afgelegd. Raven heeft tien jaar in de KVS gewerkt. Hij liep al lang rond met het verlangen om een klein ensemble rond zich te vormen. Ik heb hem vaak gezegd: als je dat wilt, moet je daar misschien voor gaan. Ruud Gielens was vijf jaar aan de KVS verbonden, en hij heeft gedaan wat ik hem al jaren adviseerde: kies voor Union Suspecte. David Strosberg kreeg na zeven jaar bij ons de kans om directeur te worden van Les Tanneurs. Het was voor hen alledrie gezond om die stappen te zetten. Ik ben trots op hun parcoursen, we maken met alledrie plannen voor de toekomst, en ik denk dat het getuigt van vitaliteit dat mensen komen en gaan."

Je klinkt zo onthecht. Het is moeilijk om voor te stellen dat het niet kwetst als een artiest die je tien jaar onderdak hebt gegeven zo vertrekt.

"Moet ik dan boos worden? Ik heb misschien een dikker vel gekregen in die tien jaar. Dit is niet het eerste incident met artiesten. En natuurlijk dacht ik toen ik Ravens reactie las: domme kloot. Maar ik ben er echt niet bij blijven stilstaan. Hij en ik hebben te veel meegemaakt, en ik draag hem te zeer in mijn hart om niet opnieuw met hem rond de tafel te gaan zitten.

"Ik denk dat we de voorbije jaren te veel jonge makers vast aan het huis verbonden hebben. Dat is noch voor ons noch voor hen een goeie zaak. In de toekomst willen we bijvoorbeeld Thomas Bellinck ondersteunen, maar hij zegt zelf: ik wil niet vast in dienst, ik wil me niet mee verantwoordelijk voelen voor het geheel."

Toch, als je er drie kwijtraakt, hoor je overal: de KVS is een huis in crisis, want iedereen wil daar weg.

"Moet ik daar nu echt op blijven reageren? Als ik op elke commentaar in de sector zou moeten inspelen, dan kwam ik niet meer aan mijn werk toe. Maar nee, de KVS is geen huis in crisis. In het Toneelhuis zijn er ook makers gekomen en gegaan. In Gent werken ze niet langer samen met Ivo van Hove, so what? Er zijn altijd mensen die je willen treffen. En het is in de grote huizen ook nooit goed: als er artiesten opstappen is er crisis, als ze te lang blijven, lijdt het huis aan verstarring."

Om in te zoomen op een ander aspect van de beeldvorming: is dit het meest politieke seizoen ooit van de KVS?

"Wij hebben van bij het begin gezegd: als kunst zich opsluit in de kunst, wordt ze voor ons oninteressant. Wij willen politiek maatschappelijke inhouden aan bod laten komen. Er wordt weleens beweerd dat wij zo de vrijheid van kunstenaars beknotten, maar dan onderschat je de betrokkenheid van artiesten als Guy Dermul, Thomas Bellinck of Josse De Pauw bij de wereld.

"Ook dit seizoen hebben we dat motto gehuldigd. In een voorstelling als Gregoria, bijvoorbeeld, werd met geen woord over politiek gerept, maar toch had ze wel degelijk een maatschappelijke dimensie, vond ik. Het legde de vinger op wat er fout loopt in het Vlaanderen dat we kennen. En zo zijn er nog voorbeelden. Maar dat speelde dit jaar niet sterker dan het vorige.

"De perceptie dat dit het meest politieke jaar zou zijn heeft alles te maken met die ene avond waarop wij gastheer waren voor 'Niet in onze naam'. Maar daar is elk woord er één te veel over."

Hoezo?

"Ik vind dat die ene avond te veel de perceptie van het hele seizoen is gaan bepalen. Bijna nergens werd de waarheid geschreven. De feiten waren: het ging om een zaalhuur waar geen euro subsidie in werd gestopt, goedgekeurd door de integrale raad van bestuur. Als tientallen grote artiesten komen vragen of ze op ons podium hun bezorgdheid over de stand van het land mogen komen uitdrukken, dan zou ik het niet kunnen verantwoorden om daar nee op te zeggen, niet tegenover mezelf en niet tegenover mijn ploeg. En natuurlijk wist ik dat er op zere tenen zou worden getrapt, natuurlijk was ik het zelf ook niet met alles eens, maar dat men er zo lang over zou blijven doorzeuren had ik niet verwacht."

Sindsdien wordt de KVS, samen met het op bakfietsen rijdende hippe volk uit Borgerhout, gezien als het prototype van de slechte Vlaming.

"Het is maar in welke kringen je je beweegt. Wat mij stoort is dat de overtrokken commentaar komt van mensen die in de media een en ander hebben opgevangen over die avond, zonder hier zelf een voet te hebben binnengezet. Maar goed, het zij zo. Ik zou het morgen opnieuw doen, als mijn raad van bestuur mee zou willen."

Zegt het ook iets over het algemene klimaat in dit land, dat het nu lastiger is om voor zulke projecten de deuren open te zetten dan tien jaar geleden?

"Conflicten zijn er ook vroeger geweest, maar het is inderdaad wel extremer geworden. De cultuur van woord en wederwoord wordt minder vanzelfsprekend, en men lijkt iedereen te willen opsluiten op zijn eigen kleine terrein."

Zou het gevolg zijn dat de culturele sector banger wordt? Toen het NTGent reageerde op 'Niet in onze naam' bevatte hun tekst meer vragen dan antwoorden.

"Ik voel die angst alvast niet. Wat ik welk merk, is dat men in de sector anticipeert op wat men vreest dat er zit aan te komen: drastische besparingen zoals in Nederland. Er ontstaat de neiging om zich te beperken tot de corebusiness, om ervoor te zorgen dat producties niet al te politiek kunnen worden gelezen, om het vooral niet te ver te gaan zoeken: Vlaanderen is toch al groot genoeg. Allemaal lekker rond de kerktoren. Daar doen wij niet aan mee. Wij werken ook met Franstalige makers uit de Maghreb, wij doen ook uitwisselingen met artiesten uit Congo, niet alleen om ons koloniale verleden, maar omdat Brussel ook een Congolese stad blijft."

Nu zeg je eigenlijk: wij doen het beter dan pakweg het NTGent en het Toneelhuis. Wij zijn minder bevreesd dan zij die zich naar de wensen van de politiek plooien. Maar gaat het niet gewoon om een verschil in discours?

"Dat bedoel ik niet. Het landschap is gelukkig groter dan de drie stadstheaters. Al ga ik niet onder stoelen of banken steken dat ik bedenkingen had bij die tekst van het NTGent. Daar stonden niet alleen meer vragen in dan antwoorden, ik heb hem drie keer gelezen, en ik weet nog niet wat hun standpunt is.

"Maar ik vind het positief dat we elk op onze manier een programma ontwikkelen voor ons theater. De contexten zijn ook totaal anders. Ik moet per jaar tussen de 100.000 en 150.000 mensen betrekken bij onze werking, in Brussel en daarbuiten. En in onze stad moet ik proberen zalen van 200 en 500 mensen te vullen, terwijl hier maar 10 procent Nederlandstaligen wonen. Wij maken er een punt van om nieuw publiek aan te spreken. Vijfendertig procent van onze toeschouwers is anderstalig, dat wil toch wel wat zeggen. Maar daar moet je in je artistieke keuzes ook rekening mee houden."

Op welke producties van de andere huizen was je jaloers?

"Ik moet bekennen dat ik er niet zoveel heb gezien, maar ik ben sowieso niet jaloers. Het Toneelhuis profiteert ervan dat ze een goeie regisseur in huis hebben, het NTGent profiteert van zijn sterke acteurs. Maar in Brussel heeft het geen zin om een groot ensemble te installeren, of om het huis in dienst te stellen van één regisseur. Wij mikken met verschillende producties op uiteenlopende soorten publiek, dat dringt zich zo op."

Ben je bang voor de volgende subsidieronde, of denk je: de grote drie zullen wel gespaard blijven?

"Ik maak mij vooral zorgen over het gebrek aan ambitie en aan visie op cultuur van de Vlaamse regering. Het is makkelijk om op de kop van de minister te kloppen, maar ze heeft te veel bevoegdheden om van cultuur haar prioriteit te maken. En dat zegt iets. Cultuur maakt noch deel uit van het grote actieplan 'Vlaanderen in actie', noch van welke beleidsbrief dan ook. En als er een overschot van 100 miljoen blijkt te zijn, wordt er overal geïnvesteerd, behalve in cultuur. Het zijn nochtans de artiesten die van Vlaanderen in vele buitenlanden een begrip hebben gemaakt. Het is een strategische fout om daar niet meer op in te zetten."

Er is beslist om 10 procent van het podiumbudget te besteden aan projectsubsidie, dat geld moet dus weg bij de structureel gesubsidieerde gezelschappen. Dat vind je niet zorgwekkend?

"Ik vind ook dat er 10 procent naar projectsubsidies moet gaan, maar we mogen ons nu nog niet neerleggen bij de louter politieke keuze dat er vanaf 2013 geen geld voor cultuur zou bijkomen. Als er overal bespaard moet worden, mogen wij niet uit het vizier blijven. Maar er zijn al inspanningen geleverd. De KVS wist drie maanden voor het seizoen begon dat er 8 procent, ofwel 200.000 euro, bespaard moest worden. Dat hebben we gedaan, zonder één krimp te geven. Dat scenario kan natuurlijk niet elk seizoen herhaald worden. Ofwel moeten we dan mensen ontslaan, ofwel moeten we het seizoen terugbrengen van tien naar zeven maanden. Dat zou vreselijk zijn. Laten we een constructieve dialoog voeren met de beleidsmakers, denk ik dan."

Je hebt ergens geschreven: het wordt tijd om de niet-levensvatbare bloemen te snoeien.

"Ik vind niet dat elk gezelschap dat één keer structurele subsidie krijgt de rest van zijn leven verzekerd moet zijn van dat geld. Voor een groot huis is dat enigszins anders: daar kun je een koerswijziging forceren door de directie te vervangen. Maar de kleine en middelgrote gezelschappen moeten durven nadenken over uitstapscenario's. We kunnen beter zelf voorstellen doen dan anderen voor ons te laten beslissen."

Je verwacht dat gezelschappen zelf gaan zeggen: oké, laat maar, wij hoeven geen subsidie meer?

"Ik ken toch alvast één gezelschap dat geen aanvraag meer indient omdat hun verhaal is uitverteld. Er zijn wel degelijk mensen die in de spiegel durven te kijken. Daarnaast moeten we ook blijven investeren. De podiumkunsten is een sector vol mensen die hard werken voor weinig geld en die aan de lopende band mooie resultaten boeken."

Wat zijn de belangrijkste dingen die je geleerd hebt in de jaren dat je op deze stoel zit?

"Je kunt misschien de wereld niet veranderen, maar vanuit een huis als het onze is het wél mogelijk om echt een verschil maken in een stad als Brussel. Dat stemt hoopvol. Tegelijk zal dit altijd een precaire sector blijven die niet vanzelfsprekend de nodige middelen krijgt. Dat doet me vragen stellen bij de toekomst, en ook bij mijn toekomst.

"Ik zit hier nu tien jaar, het is duidelijk dat ik niet nog tien jaar ga blijven. Op dit moment doe ik deze job nog altijd heel graag. We hebben zwaar geïnvesteerd en een totale transformatie teweeggebracht. Ik wil op dat elan doorgaan, en er nog een tijdje de vruchten van plukken. Maar daarna zou ik nog weleens graag de tanden zetten in een ander groot cultuurproject. Eerder in het buitenland. Bij voorkeur buiten Europa, op een plek waar mensen inzien dat een dynamische artistieke sector een onontkoombaar onderdeel is van een samenleving in volle expansie.

"In Europa knippen ze tegenwoordig systematisch de levenslijnen van artiesten door, dat baart toch zorgen. In de VS hebben topmensen gezegd dat ze niet zagen aankomen wat er in het Midden-Oosten op til was omdat ze te weinig contact hadden met artiesten. In Brazilië wil de privésector wel investeren in kunst omdat ze begrijpen hoe wezenlijk dat is. Ik vind dat het tijd is - in Brussel, in Vlaanderen en in Europa - om onze cultuurvisie opnieuw uit te vinden. Daarbij is elk contact met kunstenaars van buiten Europa zinvol. Voor mij is en blijft dat ook om die reden een wezenlijk ingrediënt van onze werking."

En heel concreet: van welk KVS-project gaan mensen volgend seizoen wild worden, en welke voorstelling moeten ze van jou absoluut komen bekijken?

"De gesprekken tussen Bruno Vanden Broecke en Wim Helsen over hun project Gij die mij niet ziet zijn nu al hilarisch, dus dat kan eigenlijk niet tegenvallen. En ik raad iedereen Keffiyeh / Made in China aan. We hebben de voorbije jaren een traject afgelegd met Palestina, maar nu wordt dat voor het eerst zichtbaar in een echte productie. Bart Danckaert en Joris Van den Brande werken samen met vijf artiesten uit Ramallah, met schrijfster Dalia Taha en met muzikanten uit Brussel. Daar ben ik alvast geweldig benieuwd naar."

Meer over

Nu belangrijker dan ooit: steun kwaliteitsjournalistiek.

Neem een abonnement op De Morgen


Op alle artikelen, foto's en video's op demorgen.be rust auteursrecht. Deeplinken kan, maar dan zonder dat onze content in een nieuw frame op uw website verschijnt. Graag enkel de titel van onze website en de titel van het artikel vermelden in de link. Indien u teksten, foto's of video's op een andere manier wenst over te nemen, mail dan naar info@demorgen.be.
DPG Media nv – Mediaplein 1, 2018 Antwerpen – RPR Antwerpen nr. 0432.306.234