Zondag 03/07/2022

'Als je over vandaag schrijft, moet je bereid zijn

'Mensen die spugen op de kerk trouwen er wel in;

zelfs intellectuelen uit de Amsterdamse Grachtengordel. Wie zijn wij om allochtonen te verwijten dat hun

moderniseringsproces traag verloopt. Het onze

verloopt zo mogelijk nog trager'

> Schreef toen hij nog aan

de Utrechtse school voor

journalistiek studeerde al

zijn eerste stukken voor

het weekblad De Tijd.

> Groeide uit tot Nederlands beroemdste interviewer en werkt al 25 jaar voor zowel de geschreven als de gesproken pers.

> Bundelde zijn opmerkelijkste interviews in de boeken Tot op het bot en Laten we eerlijk zijn.

Frénk van der Linden schrijft uitdagend debuut over een onmogelijke liefde

geweldig op je muil te gaan'

'Het risico bestond dat ik dood zou gaan voor ik gestorven was', zegt hij. 'Als je wilt Leven, met een hoofdletter, moet je immers dingen doen waarvan je je afvraagt of je ze wel zou kunnen.' Frénk van der Linden is Nederlands beroemdste en beruchtste interviewer. Hij schrikt er niet voor terug een minister te vragen of ze soms een tanga draagt en wanneer ze over haar jarretellengordel begint te vertellen, krijgt hij haar zo ver dat ze bekent dat ze die best eens voor een van haar collega's zou willen aantrekken. Maar zelfs daar raak je als journalist ooit weleens op uitgekeken, en daarom schreef Van der Linden een roman.

door Marnix verplancke

'In de journalistiek zijn er 621 trucs en die heb ik onderhand wel allemaal viereneenhalve keer toegepast. Journalistiek is bij zonnig weer de gracht over, terwijl het schrijven van een kloeke roman meer iets is als met een jacht het Kanaal opgaan. De eerste vijftig kilometer denk je nog: doe-bie-doe-bie-doe, het gaat heel fijn zo, tot je voorbij Ierland op de volle oceaan komt, de golven over het dek slaan en het zeil begint te klapperen. Op dat moment besef je dat je nog een heel eind voor de boeg hebt en dat het wellicht nog een stuk erger zal worden. Haal ik de overkant wel, vraag je je af, maar als je iemand bent die zich wil ontwikkelen en die houdt van innerlijke groei kun je niet in je roeiboot blijven zitten. Nee, om echt voluit te kunnen gaan had ik een roman nodig."

De steniging heet die roman, het bewogen verhaal van Priscilla, de dochter van een gescheiden truckchauffeur die worstelt met haar traumatische jeugd. Wanneer ze de Marokkaanse, wereldse Karim in de Free Record Shop waar ze werkt tegen het lijf loopt, is het meteen prijs: een coup de foudre om u tegen te zeggen en een gelukkige toekomst wenkt, tot de jongen in kwestie op een ochtend languit op een achterafweg-getje wordt aangetroffen. Dood, afgemaakt met een baksteen, wat zijn vader ertoe brengt te weeklagen dat hij gestenigd is als een overspelige vrouw. Was het racisme, eerwraak of een criminele afrekening? Voor Pris doet het er niet echt toe. "De meeste mensen lijken wel obers", zou je haar levensmotto kunnen samenvatten, "ze zeggen 'Ik kom bij je', en vervolgens lopen ze weg."

Van der Linden heeft met zijn debuut een intrigerende en filosofisch uitdagende roman geschreven die vragen oproept over het verschil tussen rechtvaardigheid en wat het recht vereist, en laat zien dat wij au fond allemaal in staat zijn tot het begaan van een gruwelijke misdaad. Opvallend is ook hoe sterk hij het verhaal van Pris en Karim in een politieke context heeft geplaatst. 9/11 en de moord op Pim Fortuyn worden bijvoorbeeld meerdere malen genoemd. "Ja", verduidelijkt Van der Linden, "maar wel met een knipoog. De Nederlandse Priscilla is bijvoorbeeld white trash, terwijl de Marokkaan gestudeerd heeft. Ik hoop dat lezers zich afvragen waar ze hun vastgeroeste ideeën over autochtoon en allochtoon vandaan halen. Zit het niet ingewikkelder? Literatuur roept naar mijn idee vragen op terwijl journalistiek antwoorden geeft, of toch pogingen tot antwoorden. Literatuur laat mensen met nieuwe ogen naar de wereld kijken. Voor mij is het vandaag belangrijk dat we opnieuw gaan kijken naar het multi-etnische Nederland dat erbij ligt als een open wond. Het is toch tragisch hoe we vandaag de dag elkaar terugbrengen tot karikaturen? Ik vind dat het ergste wat je met mensen kunt doen, want dan ontmenselijk je hen. De termen die gebruikt worden wanneer we het over de islam hebben, zijn stuitend door hun generaliserende aard. 'De islam', god weet wat dat is, die tref je van Indonesië tot deep down in Africa en daar zit 12.000 kilometer tussen. Ik ken geen islamitisch Theresienstadt of Bergen-Belsen waar mensen georganiseerd de gasovens in zijn gedreven, maar dat is wel in onze 'superieure' judeo-christelijke cultuur gebeurd. Oké, de Ottomanen kenden er wat van, zie onder meer de genocide onder de Armeniërs, maar ik kan me geen vergaderingen herinneren waarop de Ottomanen met elkaar afspraken hoeveel prikkeldraad er rond een bepaald concentratiekamp moest worden gespannen, van welk metaal dat moest worden gemaakt, wie dat precies zou bewaken, hoe de gasovens zouden functioneren en welke mensen er naartoe zouden worden gestuurd om te experimenteren met de testikels van mannen en de oorlellen van vrouwen. Als wij zo met elkaar blijven praten - of beter gezegd over elkaar blijven praten - wordt het dus nooit wat. Is het niet opvallend dat de Nederlandse literatuur de allochtonenproblematiek angstvallig uit de weg lijkt te gaan? De drama's liggen voor het oprapen, maar veel Nederlandstalige romans worden geschreven met de ogen in de rug. We kijken naar het verleden, naar de Tweede Wereldoorlog en de jaren zestig, en hebben niet door dat er om ons heen heel veel verhaalstof te vinden is. Ik ben het met Tom Wolfe eens toen hij zei dat de literatuur van de eenentwintigste eeuw niet over de vorm gaat, maar wel over de inhoud, de poging de polsslag van het mensenbeest te registreren."

Maar Nederland heeft toch ook heel wat allochtone schrijvers?

"Inderdaad, als er al geschreven wordt over hedendaagse vraagstukken, is het negen op tien keer door allochtone auteurs zoals Hans Sahar, Abdelkader Benali en Hafid Bouazza. Kijk nu eens wat de Nederlandse schrijvers daar tegenover zetten. Afgezien van Robert Ankers Hajar en Daan, waarin een Nederlandse leraar op zijn Marokkaanse leerlinge verliefd wordt, is het heel stil aan dat front. Misschien zijn die schrijvers wel bang om zich aan de huidige tijdgeest te verbranden. En toegegeven, het is niet makkelijk om een roman te schrijven die in het hier en nu speelt. Ik begon aan De steniging in 1999. Het boek zou verschijnen in 2003 en ik had het plan opgevat om het ook te laten spelen in dat jaar. Ik heb een jaar of twee research gedaan en toen ik eindelijk begon te schrijven, vlogen er twee vliegtuigen de Twin Towers binnen. Resultaat: een half jaar terug de tijd in, want je kunt natuurlijk geen roman over een multiculturele romance schrijven die in 2003 speelt zonder dat 9/11 erin voorkomt. Ik was daar amper mee klaar toen in mei 2002 Pim Fortuyn doodgeknald werd. Oké dacht ik, daar gaan we weer. Op een bepaald moment realiseerde ik me dat ik 2003 niet ging halen, maar ik dacht er niet aan de plot van het boek op te schuiven in de tijd. Ik was juist heel blij dat die ophield eind 2002, begin 2003. Alles wat daarna kwam, hoefde er daardoor niet meer in. Ik voelde me natuurlijk net zo gepakt als ieder ander door de moord op Theo van Gogh, maar ik had ook iets van: oef, daar moet ik het niet meer over hebben. Over vandaag schrijven is dus moeilijk. Je schiet immers op een bewegend doel. Enerzijds zou ik het iedere schrijver van harte aanraden, maar tezelfdertijd zou ik eraan toevoegen dat hij bereid moet zijn een paar keer geweldig op zijn muil te gaan, want dat is onvermijdelijk."

In zijn nieuwe roman De terrorist gaat zelfs een ouwe rot als John Updike compleet 'op zijn muil' wanneer hij in de huid van een jonge islamiet probeert te kruipen. Hoe moeilijk was het om Karim te zijn?

"Ik ben het met Stefan Enter eens die onlangs in NRC zei dat een personage beter wordt opgebouwd aan de hand van kleine details die kenmerkend voor hem zijn dan door zijn ideeëngoed of zijn gedragingen. Een detail als dat iemand neuspeutert en alleen de harde stukjes opeet terwijl hij de zachte aan de achterkant van zijn broek afveegt, zegt iets over die persoon. Kristien Hemmerechts opende ooit een roman met een alinea waarin een vrouw voortdurend aan haar vingers ruikt omdat ze zichzelf zo vaak bevredigt. Dat zijn - er bestaan trouwens ook smaakvollere details - zaken die een personage neerzetten. Om Karim geloofwaardig te maken ben ik gaan praten met een aantal Marokkanen uit de dunne toplaag: hoe denken ze? Hoe leven ze? Hoe richten ze hun woning in? In dat opzicht is mijn journalistieke talent me natuurlijk zeer van pas gekomen."

Hebt u het boek ook niet geschreven als een soort zoektocht naar uzelf? Het bevat toch ontstellend veel autobiografische details?

"Meer dan details zelfs. Ik had inderdaad een stiefbroer die in een slagerij werkte en om de drie maanden een half varken op de brommer mee naar huis bracht om het in de huiskamer uit te benen. En hij zei vaak tegen mij: 'Lul zien'. De eerste keer dacht ik: lul zien, komaan zeg, maar hij voegde eraan toe: 'vijf gulden'. Ik was toen een jaar of veertien, vijftien en hij een jaar of drie ouder dan ik. Vijf gulden was toen best een hoop geld, dus dacht ik: als hij dat nu per se wil..., dus deed ik mijn broek naar beneden en had ik het vijfje beet. Zo'n gegeven gebruik je als schrijver, en dus heeft Priscilla een stiefbroer die tegen haar zegt: 'Kut zien'."

Heeft de drang om een roman te schrijven ook niet iets met leeftijd te maken? Als twintiger denk je niet na over jezelf.

"Toch wel, maar je doet het niet goed. Op je twintigste denk je te weten hoe de wereld in elkaar zit. Als je jong bent, heb je alle antwoorden, en het interessante is dat naarmate je ouder wordt, je begint in te zien dat je juist de vragen zou moeten hebben. Maar de leeftijd schenkt je ook wijsheid. Een jaar of vijftien geleden is mijn huwelijk spaak gelopen. Ik vroeg me toen niet alleen af wat zij fout had gedaan, maar vooral waar mijn schuld lag. Ik ben daar een jaar of anderhalf over aan de praat geweest met iemand - geen psychoanalyticus, want daar geloof ik niet in - maar ik heb mezelf wel een aantal harde vragen gesteld en op een gegeven moment kwam ik tot het inzicht dat ik te veel vanuit een narcistische attitude leefde. Er is een periode geweest dat ik meende dat ik god was. Dat gaf een hoop energie, maar het was een misverstandje en ik vond het rijkelijk laat dat ik daar pas op mijn vijfendertigste over begon na te denken. Vanaf dat moment heb ik geprobeerd mijn leven anders in te richten. Het punt met narcisme is dat je daar nooit volledig meer van afkomt. Het is een vreselijke karaktertrek, maar je kunt er wel mee leren omgaan. Ik geloof echt wel dat mensen zichzelf kunnen verbeteren en wijzer worden. De laatste drie, vier, vijf jaar voel ik me beter dan ooit. Nog nooit zo gelukkig geweest in de liefde. Mijn verhoudingen met redacties zijn ontzettend veel beter. Oké, ik zal nooit iemand worden die tijdens een feest in een klein hoekje van een kamer naar de plint zit te staren, maar het is ook niet meer zo dat ik dat feest met schaamte verlaat omdat ik driekwart van de avond naar mijn hand heb gezet. Wat me bezighoudt, is de vraag hoe een trauma werkt. Hoe komt het tot stand, hoe ontwikkelt het zich en kun je er je ooit nog van bevrijden? Priscilla heeft veel van mij. Ze is een verijsd iemand geworden, een iglo. Ze heeft heel wat narigheid meegemaakt en is zich tot haar eigen schrik gaan verschansen. Zelf heb ik ook heel wat naars meegemaakt: ouders uit elkaar en heel jonge mensen die doodgaan. Ik heb er het gevoel aan overgehouden dat ik niet bij mijn gevoel kan. Het gebeurt vaak dat ik met mijn verloofde iets moois meemaak - dat kan een fantastische vrijpartij zijn, maar ook een schitterende reis of een leuk gesprek - en ik tegen mezelf zeg: nu moet je je gelukkig voelen. Alleen komt het niet, alsof ik geen kern heb en hol ben. Een paar dagen later loop ik hier in Haarlem over de Grote Markt, zie ik een hond tegen een standbeeld plassen, doet het blonde haar van de eigenares van de hond me opeens aan mijn verloofde denken en dan stroomt dat gevoel van twee dagen eerder pas naar binnen. Priscilla is dus zeker een deel van mij en De steniging is zo beschouwd een gezonde manier om met mijn obsessies en demonen om te gaan. Kijk, Bret Easton Ellis moet helemaal niet doen alsof die figuur uit American Psycho helemaal niets met hem te maken heeft, en Elsschot was natuurlijk ook een beetje een doorknoperig ambtenaartje. Puur autobiografische literatuur is vreselijk, maar de ontkenning van de autobiografische inhoud van een boek is ook vreselijk. Iedere fantasie heeft haar wortels in de realiteit."

Was u een andere of misschien wel helemaal geen journalist of schrijver geworden als u in een gelukkig gezin was opgevoed?

"Je kunt een sok uittrekken, maar niet jezelf. Was ik een ander mens, dan had ik een ander boek geschreven. Een mens wordt medebepaald door zijn kindertijd, maar er zijn ook andere zaken. We hebben het hier over het nature-nurturedebat. Toen ik net zei dat ik vandaag minder narcistisch ben dan vijftien jaar geleden, had ik mezelf eigenlijk moeten verbeteren. Ik denk namelijk dat ik me vandaag hooguit iets minder narcistisch gedraag dan vijftien jaar geleden. Geen illusies alsjeblief. Ik heb dat narcisme trouwens lang verklaard vanuit de jarenlange oorlog die mijn ouders tegen elkaar vochten, waardoor ze mij niet meer zagen staan. Vandaar die geldingsdrang: 'Hallo, ben ik in beeld?' Inmiddels vind ik dat een dom abc'tje. Ik zeg niet dat het geen rol heeft gespeeld, maar als ik naar mijn vader en moeder kijk, zie ik dat dat mensen zijn die onmiddellijk een ruimte vullen wanneer ze ergens binnenkomen. Ze beginnen te praten en te grappen en te grollen, en dat is reuzegezellig. Never a dull moment met ons. Redactievergaderingen? Altijd ruzie meneer, of heel erg lachen natuurlijk. Nature en nurture gaan hand in hand en houden de mens fundamenteel in bedwang. Je kunt niet van de ene op de andere dag zeggen dat je een slimme Marokkaan bent die niets met de islam van doen heeft. Dat zit in je bloed en tussen je oren. Karim is werelds opgevoed, maar hij komt wel uit een cultuur die intrinsiek religieus is, en daaraan kun je zelfs als rationeel mens niet ontsnappen. Zijn ouders eten zonder dat ze zich dat realiseren geen varkensvlees. Zijn vader drinkt wel eens een biertje, maar zijn moeder nooit, want alcohol en Marokkaanse vrouwen, dat is toch weer een stap te ver, zelfs in seculiere kring. Ze gaan niet naar de moskee, maar als er iemand begraven moet worden toch weer wel. De moderniserende generatie wordt daardoor geconfronteerd met een gespleten persoonlijkheid. Die modernisering is immers niet in tien of twintig jaar voorbij. Wij kunnen daar wel om schamperen, maar zijn wij dan verlost van het christendom? Ik dacht het niet. Het hele Nederlandse omroepstelsel is er nog steeds op gebaseerd, net zoals het onderwijs trouwens. Mensen die spugen op de kerk trouwen er wel in; ook intellectuelen uit de Amsterdamse Grachtengordel, meneer. Wie zijn wij om allochtonen te verwijten dat hun moderniseringsproces traag verloopt. Het onze verloopt zo mogelijk nog trager."

Frénk van der Linden

De steniging

Contact, Amsterdam, 304 p., 18,90 euro.

'Ik ben het met Tom Wolfe eens dat de literatuur van de eenentwintigste eeuw niet over de vorm gaat, maar wel over de inhoud, de poging de polsslag van het mensenbeest te registreren'

> Willem Frederik Hermans: Nooit meer slapen

> Robert Anker: Hajar en Daan

> J.M. Coetzee: Disgrace

> J.D. Salinger: The Catcher in the Rye

Romeo en Julia in hedendaags Nederland: white trash Priscilla en de intellectuele Marokkaan Karim worden verliefd op elkaar en ontdekken gaandeweg dat hun verleden weleens een al te diepe waterplas zou kunnen vormen, of om het in twee zinnen te zeggen: "We kunnen ons leven alleen achteromkijkend begrijpen. Het probleem is dat we het vooruitkijkend moeten leven."

Meer over

Nu belangrijker dan ooit: steun kwaliteitsjournalistiek.

Neem een abonnement op De Morgen


Op alle artikelen, foto's en video's op demorgen.be rust auteursrecht. Deeplinken kan, maar dan zonder dat onze content in een nieuw frame op uw website verschijnt. Graag enkel de titel van onze website en de titel van het artikel vermelden in de link. Indien u teksten, foto's of video's op een andere manier wenst over te nemen, mail dan naar info@demorgen.be.
DPG Media nv – Mediaplein 1, 2018 Antwerpen – RPR Antwerpen nr. 0432.306.234