Vrijdag 19/08/2022

'Amerika is een angstige, eenzame democratie geworden'

Bush senior krijgt een ruime voldoende, Clinton een magere voldoende, Bush junior een dikke onvoldoende. In zijn boek Second Chance maakt Zbigniew Brzezinski, de voormalig veiligheidsadviseur van president Carter, brandhout van het beleid van de huidige Amerikaanse president. 'De VS hebben nog één kans om zich te herstellen, maar daarop moeten we wachten tot de volgende president.'

Door Jeroen Schuiten

De werkkamer van Zbigniew Brzezinski in het Center for Strategic and International Studies is een persoonlijk museum vol herinneringen. Een foto naast de deur toont de voormalig veiligheidsadviseur van president Carter grijnzend thuis aan zijn eettafel naast de Chinese leider Deng Xiaoping. "For once we are in step", is de handgeschreven boodschap van Jimmy Carter op een vergeelde prent waarop Brzezinski samen met de president door Jeruzalem jogt. In het oog springt een foto van Brzezinski in tennisoutfit achter Carters bureau in het Witte Huis. "Ain't that easy, is it?", grapt de president met een krabbel in de hoek. "Wij hadden een fantastische band", voegt de nu bijna tachtigjarige veteraan onnodig toe.

Tijdens de Koude Oorlog stond Brzezinski bekend als een van de schaarse 'realisten' in het Democratische kamp; het linkse antwoord op Henry Kissinger. Het was Brzezinski die de moedjahedien in Afghanistan bewapende in de hoop een Afghaanse val te zetten voor de Russen om zo de Sovjet-Unie op de knieën te krijgen. Uit zijn hoed kwam de desastreus verlopen operatie Eagle Claw, die de Amerikaanse gegijzelden in de ambassade in Teheran had moeten bevrijden in de dagen van Ayatollah Khomeini. Maar het was dezelfde Brzezinski die onbevreesd zijn raspende stem kritisch verhief tegen de ontluikende Amerikaanse War on Terror in de patriottische nadagen van 11 september. Aan de vooravond van de invasie in Irak waarschuwde hij krachtig voor een lonkende catastrofe: "Als deze oorlog onder valse voorwendselen begonnen is, wordt het een kostbaar avontuur." Met zijn coherente analyses is Brzezinski een van de spaarzame deskundigen die met zijn reputatie onaangetast uit het Irakdebat gekomen is.

In zijn laatste boek, Second Chance; Three President and the Crisis of American Superpower, neemt Brzezinski provocerend Amerika's laatste drie presidenten op de korrel. In strenge bewoordingen berispt hij George H.W. Bush, Bill Clinton en George W. Bush voor het verkwanselen van Amerika's macht sinds de val van de Berlijnse Muur. Vijftien jaar na de kroning als enig overgebleven wereldmacht zijn de Verenigde Staten in de ogen van Brzezinski een "angstige, eenzame democratie geworden in een politiek vijandige wereld".

De toon is die van een getergde patriarch wiens levenswerk door een nieuwe generatie verwoest wordt. Brzezinski is niet bevreesd om rapportcijfers uit te delen. De oude Bush krijgt een ruime voldoende, omdat onder zijn hoede de Sovjet-Unie vreedzaam uiteenviel, Duitsland herenigd en Saddam Hoessein uit Koeweit verjaagd werd. Bush I bleek echter niet in staat die overwinningen te vertalen in een toekomstvisie, noch een doorslaggevende koersverandering in het Midden-Oosten te forceren.

Clinton had het verblindende idee dat globalisering het antwoord op alle wereldproblemen zou bieden en faalde in het oplossen van het Israëlische-Palestijnse vraagstuk. Hij verdient een magere voldoende vanwege de uitbreiding van de NAVO en zijn interventie in de Balkanoorlog. Het hoofdstuk Catastrophic Leadership verraadt het rapportcijfer voor de huidige president Bush: een dikke onvoldoende. "Vanwege het intolerante eenzijdige Amerikaanse buitenlands beleid van George W. Bush is het symboliserende beeld van de Verenigde Staten veranderd van het vrijheidsbeeld in de gevangenis van Guantánamo", concludeert Brzezinski minachtend.

Kunt u de titel van uw boek,

Second change, uitleggen?

Zbigniew Brzezinski: "Het boek beoordeelt de prestaties van de Verenigde Staten als enig overgebleven supermacht sinds het winnen van de Koude Oorlog. Mijn conclusie is dat de verdiensten zijn niet al te best zijn. 's Werelds eerste echte wereldleiders, Bush I, Clinton en Bush nummer 2, hebben teleurgesteld, maar de Verenigde Staten hebben nog steeds een tweede kans om zich te revancheren. Grijpen de Verenigde Staten die kans niet, dan zullen ze zeker geen derde kans krijgen. De wereld zal dan met een situatie geconfronteerd worden die potentieel gevaarlijk is voor alle betrokkenen."

Wat moet er gebeuren voor deze tweede kans?

"De Verenigde Staten moeten allereerst drie dilemma's in het Midden-Oosten succesvol aanpakken; de onfortuinlijke en onnodige oorlog in Irak, het falende leiderschap in de vredesonderhandelingen tussen Israël en de Palestijnen en de noodzaak tot serieuze onderhandelingen met Iran. Gebeurt dat niet dan zullen de Verenigde Staten geen derde kans krijgen."

Mocht Washington die tweede kans laten schieten, wat staat ons dan te wachten?

"De Verenigde Staten zullen waarschijnlijk jarenlang verstrikt raken in conflicten, die zich kunnen uitstrekken van Suez tot aan China's westerse grens. De rest van de wereld zal individuele vredesafspraken maken in een klimaat waarin geen enkel land genoeg macht heeft om als stabiliserende factor op te treden. Het is de voorbode van een chaotische situatie, vol onzekerheid, instabiliteit, verergerende conflicten en mogelijkerwijs serieuze catastrofes."

Is president Bush in staat deze 'tweede kans' te grijpen?

"We moeten waarschijnlijk op de volgende president wachten. Er is echter kans op een politiek ontwaken binnen de Republikeinse partij. Er zal niets veranderen zolang de Republikeinen niet rebelleren tegen het beleid waarmee Bush, Cheney, Rice en Rumsfeld het land opgezadeld hebben. Dat beleid is fundamenteel fout, is zeer schadelijk gebleken, heeft de geloofwaardigheid van de Verenigde Staten vernietigd, heeft Amerika's legitimiteit ondermijnd en het respect voor de macht van de Verenigde Staten verzwakt. Opgeteld heeft dat geleid tot een atmosfeer gedomineerd door angst en islamofobische retoriek. Dat vormt niet de basis voor wereldwijd leiderschap."

De toon in uw boek verandert drastisch, zodra u het rapport voor de huidige president opstelt. Minacht u president Bush?

"Ik zou het karakteriseren als moreel verontwaardigd en politiek afkerig. Zijn twee voorgangers, Bush senior en Clinton, verwijt ik dat ze geen gebruik hebben gemaakt van de historische kansen die de Verenigde Staten tijdens hun presidentschappen geboden werden. De huidige president is schuldig aan het maken van fundamentele inschattingsfouten en acties die de zojuist genoemde consequenties tot gevolg hebben."

U omschrijft president Bush in twee woorden, 'Manichaeans paranoïde'.

"Manichaean betekent dat de realiteit in essentie teruggebracht wordt tot een conflict tussen goed en kwaad. Paranoïde is iemand die werkelijke gevaren overdrijft. Bush vertegenwoordigt beiden. Volgens deze president is de wereld verzeild geraakt in een conflict tussen goed en kwaad, waarbij hij de macht van het kwaad schromelijk overdrijft. Hij vergelijkt het met stalinisme, dan weer hitlerisme, waarschuwt voor islamfascisme en spreekt over Al Qaida alsof die terroristen zich kunnen meten met de nucleaire macht van de voormalige Sovjet-Unie of de Panzerkracht van nazi-Duitsland. Het is volslagen idioot."

In uw boek haalt u historicus Arnold Toynbee aan, die de val van vele wereldrijken toeschrijft aan 'suicidal statecraft' van de betrokken leiders. Denkt u dat Bush politieke zelfmoordneigingen heeft?

"Alles wat ik tot nu toe gezegd heb suggereert dat. Het vormt de kern van de analyse die ik van zijn beleid maak."

Benjamin Franklin schreef in 1759: 'Diegene die bereid zijn essentiële vrijheden op te geven voor tijdelijke veiligheid verdienen geen vrijheid noch veiligheid.' Het Amerikaanse publiek lijkt na 11 september de lichte tirannie van president Bush te accepteren uit zelfbescherming.

"Franklin deed een fraaie uitspraak maar het is een simplificatie. Het normale leven kan niet onder alle omstandigheden gewoon voortgaan alsof er niets gebeurd is. De oplossing, net als in het leven, is om niet van het ene uiterste in het andere te vallen. President Bush dikt de dreiging aan en heeft maatregelen in het leven geroepen die disproportioneel zijn. Hij heeft burgerlijke vrijheden uitgehold en de naam van de Verenigde Staten in de wereld aangetast, zoals blijkt uit alle opiniepeilingen.

"De schok van 11 september werd gemaximaliseerd door het visuele effect. Het was de eerste massamoord die live op televisie te zien was. Dat moet men niet verloochenen. Wat mij verbaast, is dat president Bush ervoor kiest het schokeffect uit te melken door zijn publiek constant te laten geloven dat het gevaar overal lonkt. Het drama wordt gehypet."

Op uw aanraden bewapende president Carter islamitische strijdkrachten in Afghanistan in de strijd tegen het communisme en de Sovjet-Unie. Uit de door u gesteunde moedjahedien ontstonden uiteindelijk de taliban en Al Qaida. Hebt u na 11 september weleens teruggedacht aan die beslissing?

"(nadrukkelijk) Nee! Het idee dat daar een direct verband bestaat, is ontstaan door een verknipt interview uit een Frans tijdschrift. Het beeld dat daar geschetst werd, deel ik niet (in een interview met Brzezinski uit 1998 onthulde het Franse Le Nouvel Observateur dat de CIA de moedjahedien had bewapend in de hoop een 'Afghaanse val' te zetten voor de Sovjet-Unie, die zou leiden tot een conflict à la Vietnam. Ondanks de problemen die daar later in Afghanistan direct uit waren voortgekomen, aldus het tijdschrift, was Brzezinski van mening dat de val van de Sovjet-Unie de kosten waard waren, JS).

"Dat interview gaf een vertekend beeld van een serie gebeurtenissen over een periode van 25 jaar. De taliban kwamen aan de macht nadat de Russen Afghanistan totaal hadden verwoest en het Westen de situatie negeerde. De taliban waren in die dagen een lokaal fenomeen zonder internationale terroristische connecties. Al Qaida ontstond in de jaren negentig als reactie op de eerste Golfoorlog en de aanwezigheid van Amerikaanse troepen in Saoedi-Arabië. Pas jaren later, toen de druk op Al Qaida werd opgevoerd en Bin Laden zijn heil zocht in Afghanistan, groeide een symbiose met de taliban. Dat was twintig jaar nadat wij de moedjahedien hadden bewapend. Ik heb geen spijt van mijn beslissing. Had de Sovjet-Unie vandaag nog bestaan, dan zou de wereld nog grotere problemen hebben. Nu hebben we duizenden Afghanen aan onze zijde die Amerika als hun vriend zien. De situatie in Afghanistan zou anders veel meer op die in Irak lijken."

Van de drie dilemma's die in uw ogen opgelost moeten worden, schrijft u met specifieke weerzin over de manier waarop president Bush het conflict tussen Israël en de Palestijnen aanpakt.

"Het is pure teleurstelling over een verspeelde kans en een gevoel van wrok en cynisme over het gevoerde beleid. In de loop der jaren hebben de Verenigde Staten voortgang gemaakt als intermediair tussen de Palestijnen en Israëli's. Onder president Bush is Washington een uitgesproken supporter geworden van een extreem Israëlisch beleid, dat vaak niet eens de steun heeft van een Israëlische meerderheid. Tegelijkertijd legt Bush op een hypocriete manier de nadruk op vrede en de drang naar verzoening, terwijl hij in werkelijkheid een beleid nastreeft dat veelal een negatieve invloed heeft op de relatie tussen Israël en Palestina."

U erkent dat de oorzaken van de huidige chaos in het Midden-Oosten al ver voor het aantreden van de afgelopen drie Amerikaanse presidenten lag. Hoe beoordeelt u uw eigen aanpak uit die dagen?

"De regering van president Carter was de enige die iets bereikt heeft in de regio. De vrede tussen Israël en Egypte was vooral het gevolg van de energieke betrokkenheid van Carter. De president stond erop noch een agent van Israël noch een van Egypte te zijn. Zijn houding was dat vrede niet alleen goed was voor de regio maar ook een Amerikaans belang diende. Daarom gebruikte hij al zijn invloed op alle partijen om vrede tot stand te brengen. Dat lijkt mij de juiste manier om de regio te benaderen."

U schetst een interessant beeld van de Britse rol in het Midden-Oosten. 'De meeste Amerikanen zijn zich niet bewust van oude Arabische grieven tegen Britse imperialistische overheersing... In de ogen van complotgevoelige Arabieren opereren de Verenigde Staten onder invloed van Downing Street en nemen ze de stok over van Britse imperialisten', schrijft u. De karakterisering van Tony Blair als de schoothond van president Bush deelt u niet?

"De relatie tussen beide mannen was zeker niet zodanig dat Tony Blair de manipulator was. Natuurlijk was het Blair die zich inschikkelijk toonde tegenover Bush. Die houding komt voort uit de Suezcrisis van 1956, waarna de Britse regering besloot nooit meer een scheiding toe te staan tussen de Verenigde Staten en het Verenigd Koninkrijk. Dat is hun manier om Britse belangen in de wereld te waarborgen. In het Midden-Oosten worden de Verenigde Staten echter vaak gezien als het vervolg op, en wellicht een verlenging van, de Britse imperialistische geschiedenis. Zo ervaart een groot aantal Arabieren de Amerikaanse aanwezigheid."

Dat voorspelt weinig goeds voor Tony Blair in zijn nieuwe rol als afgevaardigde voor het Midden-Oosten?

"Dat wordt zijn uitdaging. Blair is er zich waarschijnlijk terdege van bewust dat dit zijn laatste kans is om zijn plaats in de geschiedenis te herstellen. De enige overgebleven route naar een alomvattende vrede tussen Israël en Palestina is door grote druk op beide partijen uit te oefenen. De meeste Arabieren zullen Blair achterdochtig volgen, maar als hij bereid is die weg te kiezen kan het weleens een plezierige verassing worden, die zeer de moeite waard wordt."

Zowel de Britten als de Fransen hebben het Midden-Oosten de rug toegekeerd. In vele kringen in Washington is men van mening dat die luxeoptie deze keer ontbreekt. Irak zal in dat geval een thuishaven worden voor terroristen met mogelijke toegang tot nucleaire en biologische wapens, wat een directe bedreiging voor de Verenigde Staten vormt. Een probleem dat de Fransen en Britten niet hadden.

"Waar is de conclusie op gebaseerd dat Irak zonder Amerika's militaire aanwezigheid automatisch een basis wordt voor Al Qaida? Tachtig procent van de Irakezen wenst dat de Amerikanen het land verlaten. Dat betekent niet dat 80 procent fan is van Al Qaida."

In het Witte Huis lijken weinig twijfels te bestaan over dat angstscenario.

"Zij twijfelden ook niet over Iraks bezit van massavernietigingswapens. Vergeet dat niet. Er was geen enkele twijfel dat we als bevrijders begroet zouden worden. Herinner jij je dat nog? En nu zijn ze er zeker van dat Irak zal exploderen, zodra wij het land verlaten. Als iemand jou drie hypotheses voorlegt, ze presenteert als feiten, en twee blijken volkomen fout, moet je dan niet oprecht sceptisch zijn over de derde veronderstelling?

"Wat ik zeker weet, is dat de situatie steeds slechter wordt als onze militairen langer in Irak blijven. Alles wijst daarop. Dan komt de vraag; moeten we het land verlaten? Het antwoord daarop kan men niet baseren op een apocalyptisch, hypothetisch scenario, dat wellicht waar is maar misschien ook niet. Geen van Iraks buren heeft er baat bij als Irak explodeert. Daar ligt het aanknopingspunt om de situatie te stabiliseren. Wij kunnen die mogelijkheid niet grijpen zolang er Amerikaanse militairen in Irak rondlopen. Geen enkel buurland van Irak zal behulpzaam meewerken zolang wij het land bezet houden."

U schrijft dat de enige genadegift van de oorlog in Irak is 'dat het de begraafplaats werd van alle neoconservatieve dromen'. Moeten wij blij zijn dat de oorlog in Irak niet naar wens verloopt?

"Ik zeg dat we blij moeten zijn dat deze oorlog niet verloopt zoals de neoconservatieven hadden verwacht. Was dat niet het geval geweest, dan zaten we nu tot aan onze nek in een regiowijde oorlog met landen als Syrië en Iran."

Het lonkende slot van Amerika's optreden in Irak omschrijft u vaak als 'Blame and run'. Kunt u dat toelichten?

"Deze regering blijft maar roepen dat een eventuele Amerikaanse terugtrekking neerkomt op 'cut and run'. Die uitweg uit Irak staat daardoor voor het Witte Huis gelijk aan politieke zelfmoord. Vandaar dat men langzaam opschuift richting 'blame and run'. Presenteer de Iraakse regering ondoenlijke doelstellingen en stel ze vervolgens verantwoordelijk voor hun falende optreden. Niet Washington maar Bagdad schiet tekort. Vervolgens nemen we de benen.

"Persoonlijk steun ik een andere aanpak. Allereerst moeten wij serieuze onderhandelingen aangaan met alle Iraakse leiders en niet alleen met onze marionetten. Prik een datum voor het vertrek van onze militairen. Een jaar is meer dan genoeg. Gedurende dat proces zoeken we toenadering tot Iraks buurlanden en onderhandelen over hun rol om Irak te stabiliseren nadat wij zijn vertrokken. Nogmaals, de belangrijkste spelers in de regio zijn alleen bereid mee te werken als duidelijk is dat wij vertrekken en zij niets te doen krijgen met onze bezetting van Irak."

'Blame and run' heeft in uw boek de angstige bijkomstigheid dat het makkelijk kan escaleren in een oorlog met Iran.

"Het voortduren van deze oorlog kan omstandigheden creëren die tot een botsing met Iran leiden, geprovoceerd of onbedoeld. Wat als de door Iran gevangengenomen Britse soldaten Amerikanen waren geweest die zich niet na vijf minuten overgegeven hadden? Dat had al tot vijandelijkheden kunnen leiden. Onbedoeld kunnen de gevolgen van een conflict niet altijd geheel gecontroleerd worden."

Wapeninspecteurs zijn onderhand terug op Noord-Koreaanse bodem en de Verenigde Staten en Europa praten nog altijd met Iran. Waar ziet u beide conflicten eindigen?

"Deze regering mag zeer blij zijn dat ze met Chris Hill een zeer bekwame en semiautonome diplomaat heeft voor de onderhandelingen met Noord-Korea. Ik complimenteer het Witte Huis dat het Hill deze ruimte geeft. Het grote voordeel is dat we met China een vriend en bondgenoot aan de onderhandelingstafel hebben. Een vriend die werkelijk belangrijke druk kan uitoefenen ontbreekt in de onderhandelingen met Iran. Nog belangrijker is dat wij eigenlijk niet bereid zijn met Iran te praten. Iran krijgt het privilege met ons te onderhandelen maar alleen onder strikte voorwaarden. Teheran moet opgeven wat het onder internationaal recht eigenlijk mag doen, verrijken, waarna wij bereid zijn aan de onderhandelingstafel plaats te nemen. Dat is een eenzijdige voorwaarde. Als Bush serieus is, stuurt hij een onderhandelaar met de nodige bewegingsvrijheid. De Verenigde Staten moeten bereid zijn tegen Teheran te zeggen dat het bepaalde sancties tegen Iran zal opheffen als zij voor een bepaalde periode hun verrijkingsactiviteiten stopzetten. Dat creëert een noodzakelijk quid pro quo om de onderhandelingen te beginnen. Hoe kom je erachter dat Teheran het meent? Door te beginnen praten. Zolang Washington alleen bereid is onder strikte eenzijdige voorwaarden aan te schuiven, is het niet bereid tot onderhandelen."

Zbigniew Brzezinski, Second Chance; Three Presidents and the Crisis of American Superpower, Basic Books

9/11 was de eerste massamoord die live op tv te zien was. Wat mij verbaast, is dat president Bush ervoor kiest het schokeffect uit te melken door zijn publiek constant te laten geloven dat het gevaar overal lonkt. Het drama wordt gehypetWe moeten blij zijn dat deze oorlog niet verloopt zoals de neoconservatieven destijds hadden verwacht. Anders zaten we nu tot aan onze nek in een regiowijde oorlog met landen als Syrië en Iran

Meer over

Nu belangrijker dan ooit: steun kwaliteitsjournalistiek.

Neem een abonnement op De Morgen


Op alle artikelen, foto's en video's op demorgen.be rust auteursrecht. Deeplinken kan, maar dan zonder dat onze content in een nieuw frame op uw website verschijnt. Graag enkel de titel van onze website en de titel van het artikel vermelden in de link. Indien u teksten, foto's of video's op een andere manier wenst over te nemen, mail dan naar info@demorgen.be.
DPG Media nv – Mediaplein 1, 2018 Antwerpen – RPR Antwerpen nr. 0432.306.234