Woensdag 28/09/2022

Amerika wint zieltjes met haatdragend godsdienstfanatisme

Hier ligt niemand er wakker van, maar over de oceaan wordt het schrikbeeld van een fundamentalistisch-christelijke theocratie in Washington zeer ernstig genomen. Chris Hedges, zoon van een presbyteriaanse dominee en een van de belangrijkste oorlogsverslaggevers van de laatste kwarteeuw, lust de American Fascists rauw.

Door Jo Smets

V ijftien jaar lang werkte hij voor The New York Times, berichtte hij vanuit oorlogszones in de Perzische Golf, El Salvador, Guatemala, Nicaragua, Colombia, de Westelijke Jordaanover en Gaza, Soedan, Jemen, Algerije, de Punjab, Bosnië en Kosovo. Hij maakte deel uit van het team dat in 2002 The New York Times de Pulitzer Prize bezorgde voor zijn verslaggeving over global terrorism. In datzelfde jaar ontving hij de Amnesty International Global Award for Human Rights Journalism en verscheen zijn bestseller War is a Force that Gives Us Meaning, een erg geëngageerd, somber werk over "het krachtigste verdovend middel ooit door de mens uitgevonden". Engagement werd hem in 2003 als journalist een beetje fataal, toen hij tijdens een lezing aan het Rockford College stelde dat de "de oorlog die de VS voeren in Irak wel degelijk een bevrijdingsoorlog is, met name een die door de Irakezen wordt gevoerd tegen de Amerikaanse bezetting". Hij werd bijna gelyncht, kreeg van zijn krant een publieke blaam en nam op staande voet ontslag. Even was het stil, maar in november 2004 was hij terug. Deze keer had Chris Hedges echter zijn zinnen niet op buitenlandse oorlogen gezet, maar op een strijd die binnen de VS moest worden gevoerd.

Twee weken na George W. Bush' overwinning op John Kerry schreef Hedges een stuk met als titel 'The Christian Right and the Rise of American Fascism', waarin hij de natie waarschuwde voor een theocratisch autoritarisme dat vanuit extreem rechtse christelijke kringen op de loer lag. Aanvankelijk wou niemand zich verbranden aan de withete oorlogstaal (uiteindelijk werd het stuk toch opgepikt door theocracywatch.org): "Elke dialoog met christelijk rechts is zinloos. Het weigert elk debat. Het heeft lak aan redelijkheid. Christelijk rechts haat ons en de liberal, verlichte wereld, vormgegeven door de grondwet. Onze meningen doen er niet toe."

Vandaag, iets meer dan twee jaar later, wordt Hedges' woede meer dan ernstig genomen door links zowel als rechts. Zijn boek American Fascists: The Christian Right and the War on America is het belangrijkste van begin 2007 en zelfs de gewraakte tekst uit 2004 wordt her en der gepubliceerd. Hedges schildert een Amerika in de greep van haatdragend, irrationeel godsdienstfanatisme, dat zich pervers bedient van de Bijbel en van een demoniserend patriottisme om zoveel mogelijk zielen te winnen voor een racistische, seksistische, fundamentalistisch-christelijke politieke agenda: de stichting van een christelijke natie waarin kerk en staat weer één worden, de Bijbel de wet dicteert en waarin liberal, Joods, homo, pro keuze en zelfs katholiek taboe worden. De harde kern van de zogenaamde evangelische wedergeboren christenen, die zich laat leiden door enkele politics of fear spuwende predikanten, tegenover wie zelfs Jerry Falwell en Pat Robertson koorknapen lijken, is een minderheid. Maar, zo laat Hedges zien, ze beschikt over een indrukwekkende tv- en radiomacht en opereert met grote gastvrijheid onder de vredelievende mantel van christelijke kerken, conventies, meetings en honderdduizenden little houses on the prairie.

De ontkerkelijking in de VS biedt alvast geen geruststelling. In de laatste dertien jaar is het aantal Amerikanen dat niet meer geregeld de kerk binnenwandelt met 92 procent gestegen, van 39 tot 75 miljoen. Iets minder dan de helft daarvan beschouwt Jezus Christus echter nog als fundamenteel in zijn leven. Bovendien valt er een recente forse stijging te noteren van binnenhuiskerken en van het aantal burgers dat actief de Bijbel leest. Dat zegt de niet onpartijdige, want christelijk geïnspireerde, maar wel consistente onderzoeksgroep rond George Barna (The Barna Group).

Ook Hedges hecht nauwelijks geloof aan een laïciseringsscenario voor de VS. Hij wijst op een breed religieus irrationalisme onder de Amerikanen. Vijfenveertig procent gelooft stellig dat 'Genesis', het eerste boek uit het Oude Testament waarin verhaald wordt hoe God de wereld schept in zeven dagen, een feitelijke gebeurtenis beschrijft. Zes op de tien volwassenen vinden dat creationisme (de christelijke 'tegenhanger' van de evolutieleer) moet worden onderwezen. En maar liefst 30 procent van de scholen die in de VS seksuele opvoeding geven onderricht uitsluitend de plicht van onthouding tot op het ogenblik van het huwelijk - een heilige koe van christelijk rechts, die met de hulp van 1 miljard dollar van de regering-Bush aan de al fel belaagde Amerikaanse tieners wordt verkocht.

Hedges' schets van een fundamentalistische radicalisering in de VS vindt trouwens een spiegel in de resultaten van de peiling die The Barna Group in 2006 deed, maar dan wel radicaal anders geïnterpreteerd. Volgens Barna laat de Amerikaanse bevolking zich inzake religie in vijf segmenten verdelen. Iets minder dan 10 procent is atheïst of agnost. Iets minder dan 10 procent behoort tot niet-christelijke religies (voornamelijk jodendom, boeddhisme en islam). Tot voor kort werd het grootste segment uitgemaakt door wat Barna 'notional' christenen noemt, de overwegend conservatief, maar gematigd christelijk denkende en vaak Democratischstemmende goegemeente. Die sinds 1991 traditioneel grootste groep is echter na 2004 zowat ineengestort. In 2006 maakte ze maar 36 procent meer uit van de burgerbevolking, terwijl ze in 2005 nog 39 procent en in 2004 nog 44 procent vertegenwoordigde.

De grootste religieuze groep, maar liefst 45 procent of circa 101 miljoen burgers, wordt vandaag gevormd door de wedergeboren christenen, die minimaal geloven dat zij na hun dood in de hemel zullen komen, omdat ze hun zonden hebben beleden en Jezus Christus als hun verlosser hebben aanvaard. Hun aantal steeg sinds 2004 met 7 procent en bereikt een recordhoogte sinds Barna in 1991 jaarlijks dezelfde peiling deed. Van die 45 procent is 9 procent 'evangelisch', goed voor 20 miljoen burgers. Het label veronderstelt het onderschrijven van zeven extra stellingen bovenop de overtuigingen van de wedergeboren christenen. Eén daarvan is geloven dat satan daadwerkelijk bestaat, een andere dat de Bijbel juist is in alles wat hij leert.

Barna juicht de huidige constellatie toe vanwege de diversiteit. Alles is in balans: 'niet-evangelische wedergeboren christenen' (36 procent) versus 'notional' christenen (eveneens 36 procent, die eigenlijk nauwelijks christelijk leeft); atheïsten en agnosten versus 'evangelicals'. Gods eigen natie is immers allang geen verenigde natie meer. De wetenschap dat de bijna 121 miljoen wedergeboren christenen politiek sterk gemotiveerd zijn (meer dan 85 procent van hen staat geregistreerd als kiezer en de grote meerderheid daarvan is conservatief), lijkt echter geen factor die in de vergelijking moet worden opgenomen.

De evangelische wedergeboren christenen vormen een minderheid, maar hun publieke aanwezigheid is ontzagwekkend. Net als de amorele manier waarop ze hun zending 'praktiseren'. In Florida woont Hedges een vijfdaags seminarie bij dat onder de titel 'Evangelism Explosion' tactieken aanleert om mensen te bekeren tot de christelijk rechtse versie van Christus. De bijeenkomst wordt geleid door D. James Kennedy, wiens The Coral Ridge Hour wekelijks te bekijken is op meer dan 600 televisiestations. Samen met zestig acolieten houdt Kennedy een verkoopspraatje over hoe je vriendschap kunt veinzen bij kandidaat-bekeerlingen of hoe je in functie van politieke macht moet leren te denken. Het doet er namelijk niet toe of je onkreukbaar bent of niet, want het paradijs bereik je enkel door de genade Gods. De dood hoef je evenmin te vrezen, en zeker niet de dood van je naasten en geliefden, een funeste bewering die het sneuvelen van jonge soldaten in Irak justificeert.

Voor Hedges, als christen getekend door de oorlogsgruwel, is dat denken aartsgevaarlijk en een gezworen vijand van wat hij met Karl Popper de 'open samenleving' noemt. Het 'dominionism' dat hij viseert en waarvoor hij zelfs geen tolerantie wil, is afgeleid van het Christian Reconstructionism, dat door wijlen Rousas John Rushdoony werd verkondigd. Rushdoony kwam recht uit het Oude Testament gelopen (lange, witte baard incluis) en eiste de doodstraf voor homo's, heiligschenners en onkuise vrouwen. Democratie vond hij ketterij en "de grote liefde van de mislukkelingen en lafaards".

Hedges deelt met zijn vijanden een lutheraans recht-voor-de-raapvertoog, dat gedrenkt is in Bijbelse beelden en niet vies is van grove analogieën. De grandeur van Amerika's tragedie wil echter dat de onheilsprofetie met vuur en furie wordt gebracht. Daarom is dit boek belangrijk. God verhoede voorts dat Hedges ooit een Cassandra wordt.

Chris Hedges

American Fascists: The Christian Right and the War on America

Free Press (VS) en Jonathan Cape (GB), 256 p.,25 dollar en 12,99 pond

Meer over

Nu belangrijker dan ooit: steun kwaliteitsjournalistiek.

Neem een abonnement op De Morgen


Op alle artikelen, foto's en video's op demorgen.be rust auteursrecht. Deeplinken kan, maar dan zonder dat onze content in een nieuw frame op uw website verschijnt. Graag enkel de titel van onze website en de titel van het artikel vermelden in de link. Indien u teksten, foto's of video's op een andere manier wenst over te nemen, mail dan naar info@demorgen.be.
DPG Media nv – Mediaplein 1, 2018 Antwerpen – RPR Antwerpen nr. 0432.306.234