Donderdag 29/09/2022

Ansichten van Gozo

Vervolg van pagina 33.

Overal waar je komt, staan heiligenbeelden, plakkaten op huizen vragen hun bescherming. Achteloos voorbij de kleine superette, om te zien of er naast oude nummers van Woman's Own en The Economist misschien een Britse krant te koop ligt, zij het dan die van gisteren.

De 340.000 inwoners van de Maltese archipel, zegt de folder, danken hun geloof aan het feit dat de apostel Paulus in het jaar 60 schipbreuk leed op Malta, hun taal aan de 220 jaar lange Arabische overheersing, hun cultuur aan de ridders van de Heilige Johannes die 268 jaar lang de eilanden regeerden, en hun gehechtheid aan de democratie aan hun 164 jaar lange verbintenis met de Britten. Malta werd onafhankelijk in 1964 en slechts heel langzaam verbleken de Britse invloeden in het openbare leven. Alle opschriften en officiële borden zijn in het Engels gesteld en je kunt iedereen in het Engels aanspreken. Maar vele Maltezers antwoorden met een zwaar accent en de omgangstaal klinkt voor een buitenstaander ronduit Arabisch. De wat hautaine Maltezers maken zich daarbij graag vrolijk over het 'dialect' dat men op Gozo spreekt.

's Avonds eten op het terras bij een gladde, spiegelende zee. Twee spelende vissen springen er om beurten acrobatisch uit op.

Waar ben ik mee bezig?

Ik lees honderd bladzijden Rogi Wieg. Hij citeert Nachoem Wijnberg in een gesprek: "Mijn dood is een even groot probleem voor mij als het doen van boodschappen. Het onthechten zal ik niet bereiken door met mijn dood bezig te zijn, maar door zo exact mogelijk het vage leven onder woorden te brengen."

Een busrit naar Victoria kost negen frank - als je eerder afstapt vier frank. Vanuit Victoria kun je voor weer negen frank naar elke andere bestemming. Voor minder dan twintig frank rijd je dus op minder dan een halfuur van de ene uithoek van het eiland naar de andere. Je moet niet eens geluk hebben om in een van de museumstukken van Leyland of Bedford terecht te komen die hier nog steeds de dienst uitmaken. Keurig onderhouden bussen uit de jaren zestig, met een expressief smoelwerk met veel chroom.

Naar onze normen is het leven hier spotgoedkoop. Een glas bier (een lager of een 'Hopleaf pale ale', gelukkig koeler geserveerd dan in Engeland, meer is er niet) kost overal 40 frank, een cappuccino 35, een slaatje nergens meer dan 200 - het telt gemakkelijk: de Maltese pond is ongeveer honderd frank waard.

Victoria heeft niet veel te bieden. Een kathedraal, een citadel - maar daarvoor zijn we niet gekomen. Een lagere school met een mooie binnenplaats, waar een aantrekkelijke bibliotheek tegen aanleunt. Op een terras in het stadscentrum slaan we de dagelijkse markt gade. Kleren en stoffen uit voor ons vervlogen tijden. Fraaie strooien hoeden in alle maten en modellen. Een visverkoper heeft zijn waar gefileerd, deels op een tafel, deels in een plastic bak. Terwijl een een praatje slaat, zwaait hij af en toe met zijn handdoek de vliegen ervan weg. Het is druk en stoffig in de binnenstad. Vele trottoirs liggen opgebroken, het steenpuin raakt niet opgeruimd. Alleen een klein nieuw winkelcentrum oogt modieus westers. Het is ingehuldigd door een zekere Attard, zegt een gedenksteen. Het ligt vlakbij de busterminus die aansluit op een aangenaam, volstrekt verlaten stadspark. Tropische boomsoorten in overvloed. Exclusief hier, want slechts door een systeem van individuele bevloeiing in leven te houden, zijn de rijen dahlia's. We drinken thee op een terrasje bij een kiosk. Op de radio een Engelse stem. Dit lijkt wel tropisch Brittannië.

Ik lees 150 bladzijden Connie Palmen. Het boek gaat over mensen die sterven.

Met de bus naar Marsalforn, de grootste toeristische badplaats aan de noordkant van het eiland, ook bedoeld als sightseeing tour. Onderweg passeren we een 'Service station Attard'. Alles heeft hier met hoogte te maken, de plantengroei, de bewoning. Huizen staan hoog op de kale hellingen, slechts begroeid door wilde venkel en wat schrale struiken. In het wild groeien grote trossen cactussen met platte ronde bladen en bossen oleander in volle bloei. Plantengroei en landbouw heb je alleen in de valleien. Velden waar frêle plantjes gekoesterd en bevloeid worden, hier en daar een tros bananenbomen. Wil je Gozo in het groen zien, dan moet je ten laatste in de vroege lente komen. Dan zijn er zowaar rivieren.

Marsalforn is voor de middag zo goed als verlaten. We slenteren langs wat lege terrassen, hangen over de leuning op de korte dijk, zitten op een uitstekende rots over de baai te staren, vergelijken series ansichten ('A view of Gozo by Ted Attard') met de werkelijkheid, eten een 'Gozo cheese salad' (met hartig gekruide geitenkaas) op een terras op de kade. De tijd gaat almaar trager. In België kom ik overal te laat, omdat wachttijd verloren tijd is waarin ik alweer iets anders had kunnen doen. Hier heb ik tijd om te wachten, op de bus, op de aansluiting in Victoria, waar de chauffeur nog wat ligt te slapen op de stenen zitbank. Als ergens een klok het uur slaat, staat hij op, stapt als laatste op de bus en vertrekt. Betalen doe je wel als je afstapt, en een ticket, dat heb je dan niet meer nodig.

Ik lees 160 bladzijden Connie Palmen. Na de plotselinge dood van Ischa Meijer wordt ze bestormd door beelden. "De enige gedachte die er aan de beelden kan kleven is dat het herinneringen zijn (...), dat er vanaf nu geen herinneringen meer aangemaakt worden en dat ik verder ook niks meer heb dan dat, herinneringen."

We hebben ons door een van de broers Angelo, Louis en George Attard laten overhalen om een boottocht rond Gozo en het kleine rotseiland Comino te maken. Het is de enige toeristisch wat geforceerde onderneming die we aangeboden krijgen. Dag aan dag loopt wel een van de broers met zijn folders en wervende praatjes heen en weer langs de baai om voldoende kandidaten te monsteren. Een dag op het water in een prachtig jacht met een veertigtal mensen, eten aan boord, drie keer aanleggen om te zwemmen en te snorkelen. Ik laat het mij aanleunen. Vanop het dek, terwijl het jacht tegen de sterke stroming in zwoegt, slaan we het allemaal gade: aan de zuid- en oostkant rijst Gozo met een meer dan honderd meter hoge rotswand verticaal op uit de zee. Elders passeren we langs rustige inhammen en diep uitgesleten grotten, de plaatselijke natuurfenomenen die de bewoners van platte landen met enig ontzag bekijken. Het indrukwekkendst is 'the azure window', een honderd meter hoge, spectaculair geërodeerde doorgang in een rotswand. In de Crystal Lagoon spring ik zowaar mee van de boot in het spiegelheldere water. Moe maar tevreden, de aanvankelijke reserve volledig opgeborgen, stappen we in de late middag van boord.

Zie mij.

Ik lees 120 bladzijden Paul de Wispelaere. Over een man met een grote gehechtheid aan zijn natuurlijke omgeving, die te horen krijgt dat hij nog maar kort te leven heeft. Alles wat hij nog eens doet en terugziet, beleeft hij voor de laatste keer, beseft hij.

Zoals elke ochtend spelen de vrouwen met gespannen verwachtingen bingo. Om de hoek van de esplanade worden de nummers ook in het Engels afgeroepen, aan de andere, meer volkse kant van de baai blijft de vertaling achterwege. Buiten de bevoorrading van het paar winkels, hotels en restaurants is van enige bedrijvigheid weinig te merken. Overdag geven de toeristen grotendeels de toon aan op Gozo, maar 's avonds, als de beweging afneemt, komen de lokale bewoners bij in het beeld. Ze vinden elkaar op een trottoir met uitzicht of op een bank bij de aanlegsteiger, hun gesprekken voegen zich bij het geroezemoes dat opstijgt van de drie, vier terrassen waar mensen zitten te eten. Nergens muziek of obligate folklore. Een kleine gemeenschap in groepjes rond een stille zee, vooraan verlicht door de straatlantaarns, verderop duister, voorbij de rotsen niet meer te onderscheiden van de zwarte nacht. Daar lijkt de wereld opgehouden te hebben. Ik kijk uit over de baai en zeg: hoe kun je dit zicht, deze stemmigheid bewaren? Een foto zou er maar een fractie van vastleggen. Door ernaar te blijven staren, misschien.

We wandelen een laatste keer de baai langs. Luigi Attard loopt nog klanten te zoeken. Er is vandaag een nieuwe lichting toeristen toegekomen en die wil hij zo spoedig mogelijk aanspreken. Want volgende week wacht de bank weer op de afbetaling van hun jacht. Heeft het toerisme hun oorspronkelijke leven niet erg verstoord? Niet echt. Op een uitzondering na wil iedereen de (tot hiertoe relatieve) nadelen van het toerisme wel door de vingers zien omdat men er hoe dan ook wel een centje van meepikt. Vroeger was hier niets, helemaal niets, zegt Louis. Nu krijgt men toch wat meer verkocht van de plaatselijke nijverheid. De plaatselijke nijverheid, dat is wat kant en breiwerk. In de onveranderlijk hete zomer hangen de winkels met lokale producten vol met dikke wollen truien.

Ik lees 110 bladzijden Paul de Wispelaere. "De hardnekkige gedachte dat ik oplos als een kluit aarde die in een rivier wordt gegooid."

Het is nog donker als de hotelreceptionist de chauffeur van het minibusje wakker maakt. Hij is een paar uur eerder toegekomen van een andere opdracht, en heeft nog wat slaap ingehaald op de dubbele zitbank achterin, met de portieren en de laadklep wijdopen. Niets laat vermoeden dat hij mistevreden is of zich beklaagt over dit soort toestanden. Hij heeft werk. Aan boord van de ferry zijn de plaatselijke yups in de meerderheid. Lichte pantalon, open hemd met korte mouwen, aktetas. Vast onderweg naar een kantoor in Valletta, de hoofdstad van Malta. Ze lezen een Maltese krant of praten gestileerd met elkaar. Ze zien er goed uit, ze hebben hun eigenheid, een baan, een toekomst. Dagelijkse routine. Nog voordat de ferry van de kade wegglijdt, werkt een van zwaar oranje druipende zon zich op een paar minuten tijd boven de klippen buitengaats uit. De vochtige lucht plakt op de huid. Het is nog geen acht uur als we op de singel rond Valletta in de file staan. De smog hangt in vlokken zwart waas boven de stad. Het paradijs is een gecadreerde voorstelling, het bestaat alleen op de ansichten van Ted Attard, gefotografeerd vanuit voordelige camerastanden. Iets meer naar links, een beetje meer naar rechts, en het beeld wordt verstoord. En dan nog, op alles weegt het besef dat je er maar heel tijdelijk kunt uithangen.

De boeken:

Rogi Wieg, Liefde is een zwaar beroep, De Arbeiderspers. Connie Palmen, I.M., Prometheus.

Paul de Wispelaere, En de liefste dingen nog verder, Atlas.

Meer over

Nu belangrijker dan ooit: steun kwaliteitsjournalistiek.

Neem een abonnement op De Morgen


Op alle artikelen, foto's en video's op demorgen.be rust auteursrecht. Deeplinken kan, maar dan zonder dat onze content in een nieuw frame op uw website verschijnt. Graag enkel de titel van onze website en de titel van het artikel vermelden in de link. Indien u teksten, foto's of video's op een andere manier wenst over te nemen, mail dan naar info@demorgen.be.
DPG Media nv – Mediaplein 1, 2018 Antwerpen – RPR Antwerpen nr. 0432.306.234