Dinsdag 27/09/2022

Après le night-clubbing, le fooding

De hipste wijk is Oberkampf, tussen Bastille en République. Ooit geliefd om haar authenticiteit, is de straat nu het geliefkoosde trefpunt van toeristen

In Parijs gaat het ene trendy restaurant na het andere open. En straks volgen de hotels. De Lichtstad herleeft, stelt Jesse Brouns niet zonder verbazing vast.

Tot voor kort was uit eten gaan in Parijs niet veel meer dan dat: uit eten gaan. Of met andere woorden, je maag vullen. Lekker, dat wel, want de Franse keuken heeft haar reputatie nu eenmaal niet zo maar verworven. Maar vaak ook deprimerend, door het trieste decor (soms behoorlijk rijk, maar oh zo stoffig) en de manke service, die je er dikwijls nog bijnam, want die was toch zo typisch Parijs. De ommekeer werd, althans wat de vorm betreft, ingegeven door de waterbar van Colette en het door Antonio Citterio ingerichte restaurant van Habitat, tegenover grootwarenhuis La Samaritaine. Het was de stichter van diezelfde Britse winkelketen die van de Fransen foodies maakte (voorheen waren het gewoon gourmets). Nochtans was de culinaire pers unaniem: zéro points - of toch niet veel meer - voor L'Alcazar, het eerste Franse restaurant van Terence Conran, in een uithoek van Saint-Germain. Natuurlijk waren de Fransen vooringenomen, want het zat hen hoog dat een Brit hen de les kwam spellen. Bleek uiteindelijk dat Conran had besloten het spel voorzichtig te spelen. Geen vernieuwende keuken, zoals in de Londense gastrodomes, maar wel een behoorlijk traditionele Franse kaart. De prijzen waren wel Brits. Hoog dus. Het interieur, een oud cabaret, was ook al niet bijzonder. De kaart werd onlangs herzien. Maar intussen hadden de Fransen al weerwraak genomen. Nota bene met van Londen afgekeken restaurants. De meest in het oog springende kopie is Lô Sushi (8, rue de Berri, tel. 01/45.62.01.00), dat zowel zijn naam als concept heeft gespiekt van Yo Sushi, met twee adressen in Londen, een in Soho en een ander bij Harvey Nichols. Lô Sushi heeft als opvallendste gadget een lopende band waarop bordjes met sushi voorbij de neus van de klanten worden gestuurd. Die kiest zelf waar hij zin in heeft. De prijs wordt opgegeven in kleurcodes. Op televisieschermen is de huiszender te zien, met reclame voor en uittreksels uit en uurregelingen van de films op de avenue des Champs-Elysées om de hoek. Het restaurant, dat wordt uitgebaat door de mensen achter het hippe, maar wat ons betreft beter te vermijden Café du Trésor in de Marais, werd ingericht door de levende legende Andrée Putman, bekend van de Concorde en de nieuwe galerie van Karl Lagerfeld.

Minder Japans dan Lô Sushi, maar toch nog een beetje, is de Man Ray (34, rue Marbeuf, 01/56.88.36.36), een initiatief van Mick Hucknall, Sean Penn en Johnny Depp. De keuken mixt Frans en Aziatisch-Californisch, sushi en tapa's. Noem het een alternatief voor celebrities die zich te goed wanen voor Planet Hollywood in de buurt. Dat geldt ook voor de opvallend vaak in societyrubrieken vermelde Le Royal Mondetour (14, rue Mondétour, 01/42.36.85.50), de seventiesklassieker die onlangs werd overgenomen door een jetset-dj. Het restaurant is gespecialiseerd in World Food, zoals ze het in Frankrijk noemen, en catert voor nightclubbers met een goedgevulde portefeuille. Maar zo'n restaurant bestond natuurlijk al, op de eerste verdieping van de legendarische Club les Bains.

Neen, dan liever het nieuwe adres van Alain Ducasse, Spoon (14, rue de Marignan, 01/40.76.34.44), waar de foodie zelf zijn maaltijden samenstelt - tot op zekere hoogte dan toch. "Je voelt je er op een wolkje", schrijft de restaurantrecensent van Libération in het jongerenblad Nova. "Ongetwijfeld was er een grote, grote, grote chef nodig om ons uit te leggen en te bewijzen dat het beste world food niet alleen Frans kon zijn, maar dat ook moest zijn." We staan op de wachtlijst.

Hoewel je tegenwoordig zonder veel moeite op z'n yups kan eten, drank blijft een probleem. De zogeheten hipste wijk van dit fin de siècle - het Bastille van de nineties - is rue Oberkampf, de lange, smalle straat tussen Bastille, Ménilmontant en République. Hier zitten Café Charbon, Le Robinet Mélangeur, Favela Chic, La Mercerie, Le Mécano. De wijk, waarvan het stratenplan maanden geleden al werd ontleed door de Britse stijlbijbel The Face, was ooit geliefd om haar authenticiteit. Nu is die ver te zoeken. Oberkampf is tegenwoordig het geliefkoosde trefpunt van binnen- en buitenlandse toeristen, en van vaag alternatieve, noem hen gerust reactionaire jongelui. Cool, dat wel, maar cool is uit. Zoals het Franse blad Technikart enkele maanden geleden noteerde: "Rue Oberkampf, met zijn als authentiek bestempelde cafés, begint te lijken op een soort alternatief Parc Astérix, een Eurodisney van convivialiteit. Koppels wandelen er als op de Champs-Elysées, twijfelend tussen vier identieke cafés die allemaal dezelfde caïparinha aanbieden. Je waant je in Saint-Malo of in La Rochelle in het heetst van de zomer. Je wordt er bijna zeeziek van." En de situatie wordt er alleen maar erger op. De ketens rukken op, net als de Panini-verkooppunten. Huren zijn niet meer te betalen. "De buurtbewoners", stelt de journalist van Technikart, "wachten op de komst van de cailleras uit de banlieue, aangetrokken door het geld, vergezeld van hun pittbulls. Precies zoals enkele jaren geleden aan de Bastille. Het is tijd om te vluchten." De vraag is: waarheen?

Wie uit België komt kan eigenlijk alleen maar vaststellen dat de Parijse cafécultuur te wensen overlaat. Bars zijn klein, donker en oncomfortabel. Als je één brasserie hebt gezien, dan heb je ze allemaal gezien. Wat hier geldt als een hip café (zoals Le Trésor of La Chaise au Plafond, beide in rue du Trésor) gunnen we in Antwerpen of Brussel nog geen oogopslag. Dieptepunt van de voorbije week: een café in rue du Pont Louis-Philippe, waar we geen thee, choco of koffie konden krijgen, want er waren geen kopjes meer. Toen een van onze tafelgenoten warme melk vroeg, moest hij zijn keuze tot tweemaal toe herhalen, waarna hij uiteindelijk een onsmakelijk uitziende 'crème', koffie met melk, voorgeschoteld kreeg. Eigenlijk kies je beter voor een modezaak met ingebouwde bar, zoals de vestiging van Barbara Bui in de rue Etienne Marcel, Emporio Armani op de hoek van de rue de Rennes en boulevard Saint-Germain of Café Blanc van Courrèges, in de rue François Premier. Of je kan gaan dansen. Sinds Daft Punk, Air en recenter Cassius wereldwijd de hitparades bestormden, zit Parijs in de lift als uitgaansstad. De klassiekers van enkele jaren geleden hebben veel van hun glans verloren en de essentiële soirée is al een dik jaar Scream (Elysée Montmartre, een keer per maand). Het nachtleven is in essentie homoseksueel en de jongerenpers is tegenwoordig bijna volledig gewijd aan het thema: worden we niet beter allemaal gay? (met titels als 'Six bonnes raisons de devenir homo' in Technikart of 'Hetero, problème douloureux' in Nova). Uitzondering, de Soirées Respect, elke woensdag in Le Queen, notabene een homoseksuele discotheek, maar wel zonder glans. Check Radio Nova (101.5 FM) of Radio FG (98.2 FM) voor precieze data en adressen.

Als we niet tafelen of op de dansvloer staan, dan schuimen we tentoonstellingen af. Tenzij we aan shopping doen: voor een lijst met onze favoriete adressen verwijzen we u graag naar een eerdere editie van Het Vrije Leven. Parijs werd tot in de jaren vijftig wereldwijd beschouwd als de hoofdstad van de kunst. Die rol werd later overgenomen door New York, terwijl het aanbod van de Parijse galeries alsmaar belegener werd. Nu wordt aan een inhaalbeweging gewerkt. Door de grote instituten, zoals het Musée d'art moderne de la Ville de Paris, in het zestiende arrondissement, of het Centre national de la photographie, in het achtste arrondissement. Voor jonge hedendaagse kunst, van Mariko Mori tot Terry Richardson, gaat het richting rue Louise Weiss, in de schaduw van de nieuwe Bibliothèque Nationale: een handvol jonge galeriehouders verhuisde twee jaar geleden gezamenlijk van het centrum van Parijs, de Marais veelal, naar het verlaten, doodse treizième. De bibliotheek zelf, van architect Dominique Perrault, is ook een bezoek waard. Net als de Batofar die sinds kort voor de Seinekaaien ligt aangemeerd. Nog redelijk nieuw, en de moeite: het Maison de la Culture du Japon, aan de quai Branly, vlakbij de Eiffeltoren. En we zijn ook fans van het Institut de l'architecture, rue de Tournon vlakbij Luxembourg, dat vaak over het hoofd wordt gezien. Galerie 213 (213, boulevard Raspail) is gespecialiseerd in modefotografie, met in het recente verleden tentoonstellingen van Mario Sorrenti en Paolo Roversi.

Nu is het alleen nog wachten op een behoorlijk hotel. Hotel Costes, in de rue Saint-Honoré, mag dan wel bekend staan als de absolute place to be - voor ons blijft het een passéistisch paleisje voor handtekeningenjagers. Nu maar hopen dat Ian Schrager, de uitbater van The Mondrian in Los Angeles en The Royalton in New York, inderdaad een project voor Parijs heeft. Kunnen we met een gerust hart ons huurcontract opzeggen.

Meer over

Nu belangrijker dan ooit: steun kwaliteitsjournalistiek.

Neem een abonnement op De Morgen


Op alle artikelen, foto's en video's op demorgen.be rust auteursrecht. Deeplinken kan, maar dan zonder dat onze content in een nieuw frame op uw website verschijnt. Graag enkel de titel van onze website en de titel van het artikel vermelden in de link. Indien u teksten, foto's of video's op een andere manier wenst over te nemen, mail dan naar info@demorgen.be.
DPG Media nv – Mediaplein 1, 2018 Antwerpen – RPR Antwerpen nr. 0432.306.234