Zaterdag 02/07/2022

artistiek directeur Frie Leysen aan de vooravond van het kunstenfestivaldesarts

'We hebben niet geleerd om te gaan met het andere. Dat kunnen we alleen corrigeren door het andere, de ander hier permanent aanwezig te laten zijn, met zijn visie. Niet abstract maar lijfelijk'

'Een festival is een heuse moordmachine'

Vandaag opent de tiende editie van het Internationaal Kunstenfestivaldesarts. Een radicaal intercontinentaal festival, met liefst vijftien creaties op een totaal van 36 producten. Een gesprek met artistiek directeur Frie Leysen. 'Wat al op de scène staat, hoeven wij niet over te doen. Wij moeten de nieuwe generatie presenteren.'

Brussel

Eigen berichtgeving

Catherine Vuylsteke

Eén hoog in een voormalig industrieel pand aan de Brusselse Handelskaai. Uitzicht op groothandelaren in olijven, henna, couscous en specerijen. En binnen: een onalledaags bureau dat het universum kenmerkt waarin Frie Leysen zich beweegt. Chinese teksten, Japanse thee en een ganzenspel. Sigaretten uit Iran en China, van tal van merken en formaten. Een warm, speels interieur is het, zonder pretentie, urbaan en internationaal. Gegroeid in de loop van negen edities van het Kunstenfestivaldesarts en rond een artistiek directeur die twee derde van het jaar de wereld afschuimt.

De tiende editie start vandaag en is, net zoals de vorige, erg heterogeen, intercontinentaal en divers. "Ik hou niet van een thematische aanpak", legt Frie Leysen uit. "Het verplicht je die categorieën in te vullen en het beperkt je. Bovendien weten artiesten heus wel wat ze willen vertellen, daar hebben ze geen organisatoren voor nodig. Voor mij staan ook geen producties centraal, wel artistieke persoonlijkheden. Je kunt bekoord worden door een product - een voorstelling, film of object - en zeggen: dat pak ik, dat consumeer ik. Mij spreekt dat niet aan.

"Als ik geraakt word door een voorstelling, wil ik de makers ervan leren kennen, begrijpen in welke context ze werken, wat hun demarches zijn, hun visie op hun maatschappij en op de wereld. Dat betekent dat je die mensen vaak een hele tijd volgt, tot je denkt dat je het snapt, of tot je oordeelt dat hun visie voldoende gefundeerd is, af is. Soms, zoals bij het Argentijnse El Periférico de Objetos, duurt dat jaren, een andere keer heb je een coup de foudre, zoals bij de Zuid-Afrikaanse Brett Bailey.

"Een artistieke persoonlijkheid presenteren veeleer dan een productie heeft ook consequenties. Persoonlijkheden hebben verschillende facetten, je moet niet louter één werk van hen laten zien. Vaak laten we eerst het bestaande werk van een gezelschap zien, zoals bij het Iraanse Amir Reza Koohestani, dat we vorig jaar ook uitnodigden, en komen dan echt tot een coproductie met die mensen. Het resultaat daarvan is dit jaar in première te zien. Hetzelfde geldt voor het Braziliaanse Bruno Beltrão, of voor de Zuid-Indiase Padmini Chettur.

"Focussen op artistieke persoonlijkheden betekent ook dat je begaan bent met waar die mensen naartoe gaan, dat je je de vraag stelt hoe het festival hen kan helpen zich echt waar te maken. Het doet ons dan ook veel plezier dat de Zuid-Afrikaan William Kentridge, die er op de eerste editie in 1994 al bij was en daarna verscheidene keren terugkwam, nu De toverfluit regisseert in de Munt. Hij is hier door ons geïn-troduceerd en vervolgens in bredere kringen, door andere structuren opgepikt. Dit vind ik ontzettend belangrijk: is er voor die mensen ook leven na Brussel?"

Hoe komt het dat u sommige mensen jaren volgt alvorens ze uit te nodigen, terwijl dat met anderen heel snel gaat?

Frie Leysen: "Een festival is een niet te onderschatten moordmachine. Als mensen daar op hun bek gaan, doet het ook wel pijn. Daar moet je ze tegen beschermen door niet te snel te willen zijn."

Hoe kiest u de landen uit waar u aandacht wilt aan besteden op het festival?

"Dat verschilt. Neem Thailand, waaruit we dit jaar Apichatpong Weerasethakul, Pichet Klunchun en Bangkok, Bangkok programmeren. Eigenlijk is dat land de speeltuin van Europa. Iedereen is er geweest maar au fond weet haast geen mens wat er daar op artistiek, creatief of maatschappelijk vlak leeft. Tegelijk was er een vertrouwenspersoon. Tijdens de vorige festivaleditie kregen we een jonge Thaise curator op bezoek, een heel interessante man die enige maanden later liet weten dat hij een klein, driedaags festival voor hedendaagse dans organiseerde. Daar besloot ik naartoe te gaan, om vanuit die kring verder rond te snuffelen. Ik heb er heel interessante mensen leren kennen, wier visie me de moeite waard leek en die ik met het publiek in Brussel wou confronteren. Ik heb niet de pretentie te beweren dat de mensen en producties die ik uitnodig het belangrijkste of allerbeste zijn van wat er in Bangkok gebeurt. Een kunstenaar vertegenwoordigt geen land of cultuur; hij of zij staat alleen voor zichzelf.

"Soms gaat het via een vertrouwenspersoon, soms, zoals in Zuid-Korea nu, voel je in de films die er de jongste jaren gemaakt worden en die we hier ook wel kunnen zien, goed aan dat er echt wat beweegt. Dan besluit ik te gaan kijken. Niet meteen op jacht naar een goed stuk, want zo werkt het niet. Je moet op langere termijn kijken, verkennen en dan opvolgen, teruggaan."

U doet nu al een dikke elf jaar aan dit soort cultureel ontdekkingsreizen. Twee derde van het jaar in het veelal onbekende buitenland. Doet u het nu anders dan in 1994?

"Ik denk dat je bescheidener wordt. In het begin had ik veelal het gevoel dat ik alles wel kon snappen, dat het gewoon een kwestie was van voldoende openheid en aandacht. Onderhand heb ik er mij bij neergelegd dat dat niet zo is. Hoe vaker ik in China kom, hoe meer ik besef dat er verschillen zijn die je moeilijk kunt overbruggen omdat je een heel andere achtergrond hebt. Maar dat is ook wat je moet valoriseren: geconfronteerd worden met het andere en dus met je eigen limieten. Ook voor een publiek is dat heel gezond. Alleen zo leer je omgaan met de complexiteit van de wereld en af te stappen van de koloniale, imperialistische kijk die Europa altijd heeft gehad op de rest van de wereld.

Vindt u dat er hier te weinig aandacht is voor internationale producties?

"Ik vind vooral dat wij vanuit een complementariteit moeten programmeren. Wat al op de scène staat, hoeven wij niet over te doen. Dat geldt overigens ook voor de Belgische projecten die we brengen. Wij moeten de nieuwe generatie presenteren, mensen zoals Kris Verdonck. Of bijzondere projecten, zoals het vierdelige Proust-project van Guy Cassiers. Of het laatste werk van Dito Dito, voor dat gezelschap versmelt tot het KVS-gezelschap.

"Wat mij verder erg bezighoudt, is het nationalisme, het racisme, de intolerantie ook, niet alleen hier, maar in heel Europa. We hebben niet geleerd om te gaan met het andere. Dat kunnen we alleen corrigeren door het andere, de ander hier permanent aanwezig te laten zijn, met zijn visie. Niet abstract maar lijfelijk. Gespeend van de folkloristische exotiek, maar integendeel urbaan en hedendaags, antwoorden formulerend op de grootstedelijkheid nu. En het spreekt voor zich dat mensen die een scherpe visie hebben op hun omgeving en op de wereld diezelfde kritische attitude hanteren tegenover het medium waarin ze werken."

Vindt u dat de beleidsmakers u voldoende steunen?

"Hmm. Ons budget is in 2005 30 procent lager dan in 1994. Maar we brengen die producties voor een publiek. Vorig jaar bijvoorbeeld hadden we een zaalbezetting van 85 tot 90 procent. Dat is veel voor een programma dat niet vol zit met grote namen maar juist veel nieuwe creaties brengt en in België onbekende mensen een forum biedt. Aangezien nagenoeg de helft van onze projecten creaties zijn, kunnen we ons publiek niet voorhouden dat deze of gene krant het stuk subliem vond. Ons enige argument is dat de makers van een voorstelling echt interessant zijn, dat ze een visie hebben. Het is dus een risico, maar tegelijk is het spannend. Het fantastische is dat we een publiek hebben opgebouwd dat bereid is de uitdaging aan te gaan, vandaag een werk te zien dat tegenvalt, en morgen toch terug te komen om naar iets anders te kijken. Daarom ook houden we de prijzen erg democratisch."

Wat vindt u het opmerkelijkste project van dit festival?

"De nieuwe operacyclus omtrent librettoschrijver Busenello. Het idee achter dit project is na te denken over opera als hedendaagse kunstvorm: buiten de grote huizen, met veel kleinere budgetten, en in een hedendaagse taal, met mensen die niet uit die wereld komen. Tegelijk moeten het producties zijn die kunnen reizen, die niet vijf maar zestig keer opgevoerd kunnen worden. Dat is voor mij de echte uitdaging."

Meer over

Nu belangrijker dan ooit: steun kwaliteitsjournalistiek.

Neem een abonnement op De Morgen


Op alle artikelen, foto's en video's op demorgen.be rust auteursrecht. Deeplinken kan, maar dan zonder dat onze content in een nieuw frame op uw website verschijnt. Graag enkel de titel van onze website en de titel van het artikel vermelden in de link. Indien u teksten, foto's of video's op een andere manier wenst over te nemen, mail dan naar info@demorgen.be.
DPG Media nv – Mediaplein 1, 2018 Antwerpen – RPR Antwerpen nr. 0432.306.234