Zaterdag 25/06/2022

Bali

Bali met wallen: eerlijk relaas van een eerste verre reis als gezin

null Beeld Eva Keustermans
Beeld Eva Keustermans

Je gaat niet over één nacht ijs voor je eerste verre reis als gezin. Bali, paradijselijk voor de ene, verguisd wegens té toeristisch door de ander, heeft op dat vlak straffe troeven in huis. Al beklaagde onze eindredactrice zich héél af en toe dat ze niet voor dat huisje in Frankrijk was gegaan... Eerlijk verslag van twee intense weken.

Eva Keustermans

Doorgewinterde backpackers zijn we niet. Backpackers tout court niet. En mijn vriend was nog nooit in Azië geweest. Maar het was wel mijn droom om onze dochter Ida vóór haar tweede verjaardag mee op reis te nemen. Een ‘echte’ reis dan wel, geen vakantie aan het zwembad. Tot twee jaar vliegen baby’s en peuters namelijk zo goed als gratis mee, en ook van schoolverplichtingen is in dit gezin nog lang geen sprake. Zouden wij zwichten voor het gemak van een vakantiehuisje op autoafstand, dan wilden we op zijn minst aan den lijve ondervonden hebben waarom de andere, avontuurlijkere optie minder aantrekkelijk was.

De bestemming werd wekenlang gewikt en gewogen, blogs genre ‘Travelmad Mum’ binnenstebuiten gelezen. Bali lijkt haast te schreeuwen: “Kom hier met die peuter!”. Maar anderzijds is er de vliegreis. Indonesië is ver, Australië is bijvoorbeeld niet gek veel verder. Een vlucht van dik zes uur en eentje meteen daarna van bijna tien uur, dat kruipt zonder kleine al niet in je koude kleren, wat dan mét een peuter zonder eigen stoel? En vooral: hoe zou zij zich voelen? Want ‘we zijn er bijna, nog even doorbijten!’ krijg ik al niet uitgelegd tijdens de autorit van de crèche naar huis, laat staan tijdens een reis die alles samen een etmaal zou duren...

En toch werd het Bali. En kwam het moment waarop we met drie in het vliegtuig stapten. De ‘please, niet in mijn buurt!’-blikken van andere passagiers hadden we tijdens eerdere (kortere) vluchten al leren negeren. Want vliegen met een baby of peuter, hoe flink ook, is zonder dat schuldgevoel al afmattend genoeg. Al je energie heb je nodig om haar bezig en tevreden te houden. Boeken, wasco’s, poppen, potjes, rozijnen: onze handbagage was er waanzinnig hard klaar voor.

This too shall pass

Toen Ida tijdens de tweede vlucht dan toch in slaap viel, op mijn schoot, durfde ik vijf uur aan een stuk haast niet te bewegen. Dan zit je daar wel mooi met je volle blaas, elk karretje met eten en alcohol te negeren. Ik zal niet gauw vergeten hoe ik, tussen het zelf indommelen door, zat te staren naar Cars 2, zonder geluid, on repeat op het scherm voor voor mijn neus. Bliksem McQueen hing telkens opnieuw de held uit en het zinnetje ‘This too shall pass’ spookte als een mantra door mijn brein.

Plastic in alle kleurtjes

En dan komt dus dat moment waarop je, dronken van opluchting en vermoeidheid, effectief arriveert op je bestemming. Een deken van warme, wat klamme lucht viel over ons heen. Ik had de rit naar het eerste hotel alvast op voorhand geregeld, zodat iemand ons stond op te wachten met een naambordje. Heb je een kind, dan ervaar je zo’n extra’s als oneindig luxueus.

Onze eerste indrukken van Bali: warm, vriendelijk, rustig. Dat laatste bleek maar schijn, want onze rit vond plaats om middernacht. Balinezen gaan met de kippen op stok, want de zon gaat het hele jaar door onder rond zes uur en na tien uur valt er geen holletje meer te beleven op de plaatsen waar wij verbleven. Maar overdag is het eiland, vooral in het toeristische zuiden, druk. Het wegennet kreeg al decennialang geen stevige update meer. Pas je niet op, dan sta je in de file (en pas je wel op, ook) – net een van de redenen waarom je een halve planeet ver vluchtte.

null Beeld Eva Keustermans
Beeld Eva Keustermans

Ik bereidde me goed voor, probeerde de drukste zones te vermijden en ging voor de meest kindvriendelijke plekken. Als eerste: Sanur, ooit dé toeristische trekpleister, maar nu wat blijven steken, wat wij prima vonden: de marktjes waren net rustig genoeg, de locals leken niet opgejaagd door de massale stroom van blanke toeristen. En nog een voordeel: de zee is er rustig en ondiep, ideaal om te pootjebaden. Alleen jammer van het afval, dat te land en ter zee een knoert van een probleem vormt. Afvalophaling hebben wij in die twee weken Bali niet kunnen bespeuren, haast elke scheet natuur wordt ontsierd door plastic in alle kleurtjes, soms zelfs volledige vuilniszakken. Het afval waart ook rond in de branding en belandt op het strand, waar het bij de resorts weliswaar elke ochtend wordt opgeruimd, maar het blijft natuurlijk toch opduiken. Hartverscheurend.

Heilige baby's

De schoonheid van de zee, rijstvelden en jungle, en vooral: de onuitputtelijke warmte van de Balinezen doet je gelukkig veel vergeven. De locals die ik ontmoette, leken mij heel godsdienstige hippies. Altijd met een grote glimlach, vredelievend en op het eerste gezicht kon ik geen greintje slechtheid of opportunisme in hen bespeuren. Meer dan 90 procent van de Balinezen hangt een variant van het hindoeïsme aan, een soort eigen mishmash van invloeden die het leven van A tot Z overheerst. Bali kent meer tempels dan verkeersborden. Elke dag zagen we wel iemand rijstbolletjes in bananenbladeren of ander lekkers offeren bij het huisaltaar. In één tuin telde ik wel een stuk of zeven van die ‘minitempels’.

Ook de welkome houding ten opzichte van kleine kinderen heeft deels met religie te maken. Hoe jonger, hoe dichter bij God namelijk. Een baby die jonger is dan drie maanden wordt zelfs beschouwd als heilig, en in de 105 eerste dagen van je leven raken je voeten de grond niet.

Heerlijk is het om je, als ouders van een klein kind, welkom te voelen overal waar je komt. Om in elk restaurant een grote glimlach te zien verschijnen op de obers hun gezichten als je peuter binnenwandelt. Het gebeurde geregeld dat onze dochter, terwijl we zaten te eten, kortstondig geadopteerd werd door een dienster die met haar speelde – soms werd de aandacht zelfs wat te véél, en wilde ze liever genegeerd worden door al die onbekende aanbidders.

Zeeziek

Volgende halte was het eilandje Nusa Lembongan, met de speedboot een dik half­uur varen vanaf Sanur. Al leek dat halfuur in ons geval een stuk langer te duren, met een peuter die witter en witter wegtrok en halfweg de tocht zo zeeziek als een krab bleek – wat het nog erger maakte, waren Ida’s ogen vol onbegrip, want probeer maar eens uit te leggen aan een anderhalfjarige wat ‘zeeziek’ is. En zo kwamen we dus aan land, met een schuldgevoel, ondergebraakte knuffelbeesten en een kind zo slap als een schotelvod. Gelukkig kunnen volwassenen nog iets leren van de veerkracht van kleintjes, en na een uurtje leek de ergste ellende vergeten.

De vibe op Nusa Lembongan is net iets meer laidback dan die op Bali, al boomt het toerisme hier ook in die mate dat het ongezond is voor de omgeving – overal werven, rommel en hier ook de eerste grote resorts die, amper afgewerkt, al de deuren geopend hebben. Dat zagen we dus allemaal terwijl we door elkaar geschud werden in de roestige laadbak van de pick-uptruck die ons naar onze slaapplaats bracht. Na een time-out in ons kleinschalige hotel, waar we ons eigen hutje met rieten dak hadden en een badkamer in openlucht, begonnen we de dingen toch anders te zien. Zeker toen bleek dat het zwembad nét binnen babyfoonafstand was. Een tip, beste hotels: pak met dit soort kostbare informatie zwaar uit op je website.

null Beeld Eva Keustermans
Beeld Eva Keustermans

De volgende dag huurden we een golfkarretje in het hotel: geknipte manier om je te verplaatsen met medereizigers die nog te klein zijn voor een scooter. Bleek dat de reisgidsen, die schreven dat de Nusa’s (want je hebt eigenlijk drie eilanden) zo fantastisch zijn, toch een punt hebben: we kwamen op een paar stranden haast te mooi om waar te zijn, met wit, zacht zand, een azuurblauwe zee en dromerige namen als ‘sunset beach’ en ‘dream beach’. We voeren met een kano door een mangrove waar kleurige krabbetjes angstig wegschoten, we voelden onszelf nietig terwijl we zagen hoe de zee zichzelf aan diggelen sloeg op Devil’s Tear, een gigantische rotsformatie pal in de branding. En we kruisten tientallen en tientallen suffe straathonden, kippen en katten: dat was voor Ida dan weer het hoogtepunt.

De tocht terug naar Bali was gelukkig rustiger, en zonder onze kleur te verliezen konden we ons naar onze volgende stop begeven: Tirtagangga, een heel eind omhoog langs de oostkust van het eiland. Enter Weebie, de fantastische chauffeur die ons drie dagen zou vergezellen tijdens deze reis. Zelf een auto huren, leek ons immers waanzin. Niet alleen rijden de Balinezen links, zonder gewaagde inhaalmanoeuvres kom je niet vooruit. Bovendien betaal je je lang niet blauw aan een auto mét chauffeur. Hoewel het misschien wat blasé klinkt, is het daar de gewoonste zaak ter wereld.

Bij Weebie in de auto hadden we nu en dan een mooi zicht over Mount Agung, een van de drie vulkanen die het uitzicht van Bali domineren. Mount Agung is nog actief: drie maanden na onze reis ontwaakte de berg uit zijn winterslaap. En de uitbarsting daarvoor, in 1963, herinnerde Weebie zich nog levendig. Als vijfjarige jongen had hij op de schouders van zijn vader moeten wegvluchten, voeten net niet in de lava. Net op tijd hadden ze een brug kunnen oversteken, richting veiligheid. Vlak na hun oversteek was de brug ingestort. Veel dorpen werden verwoest en 1.500 Balinezen lieten het leven.

Tirtagangga kozen we omwille van het water palace dat een radja hier eind jaren veertig liet bouwen: een complex van vijvers met waterlelies, waterspuwende beelden en tempels. Mooi, maar nu ook niet de hele omweg waard, bleek ter plaatse. Gelukkig behoren de rijstvelden in de omgeving tot de meest adembenemende van heel Bali, en had onze b&b een prachtige tuin, met zwembad, waar we een luie namiddag doorbrachten. Op een bestemming als deze durf je wel eens te vergeten dat je wat hoort uit te rusten, zeker met een kind erbij.

Te Dure Luxe

Ubud, voor veel reizigers hét hoogtepunt van een Bali-trip, bereikten we in de gietende regen. De stad in het zuidelijke binnenland, omringd door jungle en rijstvelden, bulkt van de musea, massage-adressen, boetieks, koffiehuisjes en juicebars die in New York niet uit de toon zouden vallen. Nu was het tijd voor mijn ‘Veel-Te-Dure-Luxehotel-Ervaring’. Ik was namelijk zwaar verliefd geworden op een Veel Te Duur Luxehotel dat een panoramisch zwembad op het dak heeft, met zicht op de jungle. Dat ook prachtige kamers heeft met hippe, betonnen muren, een houten ton als bad en veel Japans aandoende interieurspullen.

Maar wat ik je dus kan aanraden: boek geen boetiekhotel als je een peuter meeneemt. Het heeft geen zin. Want je verstopt alle mooie accessoires en kopjes toch bovenaan in de kleerkast, en terwijl je dat doet, trekt je kind sowieso de staande schemerlamp over zich heen, waarbij je dus niet weet of je eerst moet panikeren om je gillende dochter, of om de kapotte designlamp waar je sowieso voor zult moeten opdraaien... Het boetiekhotelleven waar je weken naar uitkeek, speelt zich af in een soort parallel universum waar jij geen deel van uitmaakt: je ziet in een ooghoek hoe koppels selfies nemen in het zwembad, massages boeken, boeken lezen en van een cocktail nippen, terwijl jij je alleen maar zorgen maakt om de trappen/verhoogjes/panoramische zwembad­randen/... waar je dochter vanaf kan donderen, en het uitgebreide ontbijt dat haar na zeven minuten de keel uithangt.

null Beeld Eva Keustermans
Beeld Eva Keustermans

Maar het hotel, dikke aanrader hoor! Ubud zelf ook, trouwens. Ga zeker eens langs het Sacred Monkey Forest, waar je langs tientallen makaken wandelt: iets waar een kindje wél massa’s pret aan beleeft.

All-in uitblazen

Kenners van de regio zullen ons nu afschrijven als ketters, want de laatste halte van onze reis was de regio van Nusa Dua, scheef bekeken omwille van alle omheinde all-inresorts met privéstrand. Twee nachten en één dag ultieme rust leek ons wel wat, en ja hoor: het was heerlijk om, na al dat rondreizen, een dagje met zijn drie aan het zwembad en op het strand door te brengen. Met een echt kinderbadje en ligstoelen errond, zonder driver die op ons moest wachten of een zonsondergang die we per se nog wilden zien.

Het is, zoals je wellicht merkte, niet mijn bedoeling om onze eerste verre reis als ouders té rooskleurig af te schilderen. Maar hoewel we hoogte- en dieptepunten beleefden, was het wel onvergetelijk. Al heb ik wel geleerd: hou het simpel. Onze volgende trip wordt wellicht minder ambitieus. Een spinnenweb in een vergeten hoek van een tuin is met een eenjarige een grotere belevenis dan een tempel in de bergen waar je uren voor in de auto zit. Een kind levert je namelijk één ontzettend voordeel op, een troef die cocktailnippende koppeltjes niet hebben: je mag meekijken door onbevangen ogen, je mag de hele wereld opnieuw ontdekken.

Maar boek dus geen boetiekhotel.

Meer over

Nu belangrijker dan ooit: steun kwaliteitsjournalistiek.

Neem een abonnement op De Morgen


Op alle artikelen, foto's en video's op demorgen.be rust auteursrecht. Deeplinken kan, maar dan zonder dat onze content in een nieuw frame op uw website verschijnt. Graag enkel de titel van onze website en de titel van het artikel vermelden in de link. Indien u teksten, foto's of video's op een andere manier wenst over te nemen, mail dan naar info@demorgen.be.
DPG Media nv – Mediaplein 1, 2018 Antwerpen – RPR Antwerpen nr. 0432.306.234