Dinsdag 16/08/2022

Bart Peeters en Marcel Vanthilt zingen zoals ze gebekt zijn

Bart Peeters:

Bart Peeters: "Ook bij den Hugo, daarnet. Wij komen hier op maandag altijd samen om te 'peulengaleizen'. In principe spreken we dan nooit over wat ik op TV 1 doe. Leukste eeuw, pfff, Hugo kent dat niet eens. Sinds een paar weken is het echter veranderd. De eerste tien minuten van ons gesprek gaan enkel en alleen over Eurosong, want wat blijkt? De échte Hugo Matthysen heeft zitten kijken. Zijn avond wordt niet beter of minder goed door de muzikale kwaliteiten van de deelnemers. Nee, hij bekijkt alles gewoon goedgeluimd. Hij stelt vast hoe naast hem op de bank zijn dochter in een existentiële crisis verkeert omdat ze niet tussen Sergio en VandaVanda kan kiezen en ziet in welke verscheurdheid zij haar avond moet doorbrengen. Ik merk hetzelfde bij mijn klein gasten. Die bellen mij na het eerste deel op de gsm met de boodschap: 'Papa, we hebben vals gespeeld, we hebben én voor Yasmina én voor Sergio@de ladies én voor VandaVanda gestemd.'"

Wat heeft dat nu allemaal te betekenen?

Marcel Vanthilt: "Dat het spannend is, tiens, dat het programma een evenement is voor klein en groot, Canvas- of tv1-kijker. Je valt erin vanaf de eerste zin. Je ziet Bart staan en na drie seconden valt al een kwinkslag. Zoals de vorige keer, tijdens dat interview met die Spanjaard van de Eurojury. Als Bart over 'Aquas Tranquilas' begint, Stille Waters, dan kan de avond niet meer stuk."

Bart Peeters: "Numeriek is dit programma niet goed voor het tweede VRT-net. De Canvaskijker verschuift op zondag naar de één. Ja maar, lach niet, Canvasmanager Leo De Bock vindt het niet zo grappig dat de kijkers de vrolijke Eurodeuntjes verkiezen boven Spraakmakers. Dit was nochtans absoluut niet de bedoeling. De producer van Eurosong, Steve De Coninck De Boeck, is een zeer bevlogen mens, keihard met zijn ding bezig, maar het laatste waarvan men hem kan verdenken is dat hij met zijn product ook de 'meerwaardezoeker' wil bedienen. We leven in een rare wereld, misschien heeft het ook daarmee te maken. We zijn de voorbije tien jaar op het vlak van muziek allemaal verplicht om in niches te denken. Je kreeg zenders waarop je alleen Led Zeppelin hoort of alleen Antwerpse experimentele groepen. Tegelijk blijkt het mogelijk dat een ongelooflijk goede R&B-zangeres achter de schermen tegen Christoff zegt: hallo, en hoe gaat het er nog mee."

Marcel Vanthilt: "Dat klopt, al die genres komen daar samen. Achter de schermen heerst echt een goede sfeer, tot ik binnenkom natuurlijk. Dan ga ik maar op zoek naar de grootst mogelijke kamerplant. Ook ik zit natuurlijk in dat circus en heb er mijn plaats. De mensen willen gewoon dat ik zeg: 'Kijk, Jimmy, je had vroeger geen ballen en je hebt er nog geen.' Ik vond die reactie op Christoff ook een hele mooie. (debiteert) 'Dit is de laatste keer dat ik een lans gebroken heb voor de Vlaamse zanger. Ik wens geen lansen meer te breken. Dit was de laatste keer en ik zal die lans John Terragewijs bij Christoff inbrengen daar waar het zonlicht niet meer schijnt.' Dat heeft niets met die jongen te maken, maar alles met een fijne Nederlandse, op een pointe uitlopende zin."

Wie en wat is eigenlijk John Terra, zijn jullie daar intussen achter gekomen?

Bart Peeters: "John Terra is een rustige vakman die zowel liedjes voor Vanessa Chinitor, Kim Kay als Christoff kan verzinnen. Van een haarscherp profiel valt die man misschien niet te verdenken, maar dat hij zoveel genres kan bespelen, heeft alles te maken met het feit dat we in een klein land leven waar je tegelijk rayonchef van de Unic als van de Delhaize kunt zijn."

Hij kan zo'n beetje overal binnenwippeeuuh... Zoals die gebroeders Paelinck, die voor een vierde van de deelnemers een song hebben 'afgescheiden'.

Marcel Vanthilt: "Bestaan die echt?"

Bart Peeters: "Eigenlijk zijn dat Bert De Graeve en Christina von Wackerbarth."

Marcel Vanthilt: "Ik verwacht dat Bart en Hugo binnenkort in Het Peulengaleis zullen opstaan en zeggen: beste burgers, voilà, wij zijn eigenlijk de gebroeders Paelinck en wel hierom."

Is dat een aparte planeet waarop je ontwaakt, bij de Christoffs en Jimmy's?

Marcel Vanthilt: "Ik heb een tijdje voor VTM gewerkt en een van de eerste dingen die me opvielen was dat die zogenaamde klieren uiteindelijk best oké zijn. Een Jo Vally bijvoorbeeld, komt misschien niet het scherpst uit de hoek, maar evenmin is hij alleen maar een gladjanus met vreemd geföhnd haar. Al kunnen die sterren ook tegenvallen."

Zoals die marketinggroepjes waartegen je vorige zondag fel tekeerging, de VandaVanda's van dit land.

Marcel Vanthilt: "Inderdaad, dan heb ik meer respect voor Christoff, die ondanks alles, tegen weer en wind al tien jaar bezig is en hele balzalen doet vollopen. Dat is niet gemakkelijk in deze periode van laagconjunctuur voor het Vlaamse lied."

Bart Peeters: "Ik kom nooit op party's, mij zie je bij de filmpremière van Alias niet in de rij opduiken, maar ik lees wel de boekskes. Ik kende dus ook het wonder VandaVanda. Het was live, op scène, een echt psychedelisch fenomeen. Die gezichten bleken in elkaar over te vloeien, waardoor ik spontaan ook de namen dooreenhaspelde. En toch... tja, toch kan ik er redelijk van onder de indruk raken, zoals ik ook redelijk onder de indruk was van Tania Dexters toen ze naast mij stond. Ook die Jimmy ontmoeten... ik vind het een belevenis. (Vanthilt giert het uit)

"En ik kan tegen mijn kinderen zeggen: ik heb de echte Samson gezien. Dat gebeurde tijdens die uitzending met de bommelding. Danny Verbiest, mijnheer Samson dus, een van de bazen ook van Studio 100, was aanwezig toen mannen in ruimtepak tussen de stoelen naar bommen zochten. Terwijl iedereen behoorlijk wat paniek voelde, stond hij er, armen gekruist, de onbeweeglijke kapitein te zijn die als het moest samen met zijn schip zou worden opgeblazen. En, wat me nog meer intrigeerde: mijnheer Samson had niet langer een geruit hemd maar een Armanipak aan. Je maakt wat mee."

Misschien even terug naar de liedjes zelf. Naar welke sound zijn we op zoek en met welke parameters. Moet het lied fout zijn, of goed of goed fout?

Marcel Vanthilt: "Als lied, vocalisten en presentatie in een goede combinatie klikken, heb je het lied vast. Of die keuze dan valt te rijmen met mijn persoonlijke smaak, is van een totaal andere orde. Ik kan van de 28 liedjes die ik intussen hoorde, zeggen dat ruim een vierde meer dan goed was, maar of ik die platen ook zou kopen, is iets anders. Neem Wuyts en Schepens, dat is absoluut niet mijn muziek maar die twee gasten staan er en doen iets met hun stemmen. Mystery was dan weer zo cliché seventies disco van het slag YMCA, maar met zoveel overtuiging gebracht en zo goed fout dat ik het ook prima vond."

Bart Peeters: "Den Hugo was behoorlijk onder de indruk, de dag na Mystery. Die maandag tijdens de brainstorming hier, zei hij ootmoedig: 'Bart, dat proberen wij nu al zoveel jaren bij Het Peulengaleis en De Vliegende Doos, die Vlaamse taverno-sfeer. Wij maakten liedjes à la 'Ik blijf alleen maar bij je voor de seks' of 'Blonde stier, kom eens hier'. Tegen Mystery kunnen wij gewoon niet op.' Intussen is die groep gewoon de top. Op studentenfuiven, in de disco, is het een hit. Ze hebben nog niet eens een plaat, ze draaien dan maar die VRT-video. In Leuven, overal, iedereen gaat uit z'n dak voor die 'Hollywood star, hang jij aan de bar', je kunt het toch zelf niet verzinnen?"

Maar tijdens een festival van de edelkitsch, wat Eurosong heet te zijn, komen ze er niet aan te pas.

Bart Peeters: "Het hoeft op Eurosong geen edelkitsch te zijn. Dit is ook een opportunistisch programma. De opdracht luidt: beste kijkers, zoek het zelf maar uit. En dat dan Yasmina als winnaar wordt aangeduid door het hele land, is gewoon straf. Want wat bleek? Dat was gewoon écht goed. Maak dat mee."

Toch is het globale aanbod geen dwarsdoorsnede van waar men in Vlaanderen mee bezig is op de podia.

Bart Peeters: "Ik denk dat dit het verregaand overstijgt. Zo'n Sergio, met alle respect, die gast heeft alleen al dat fenomeen Sergio torenhoog overstegen. Dat was beheerst, ronduit klasse."

Marcel Vanthilt: "Sergio heeft de guts van een Robbie Williams. Die stond op Pink Pop een paar jaar geleden nummers van Blur te spelen. Hij zei gewoon: fuck you, ik vind dat een leuk nummer. Die kan doen wat hij wil en Sergio kan dat ook. Zet Sergio morgen met een crooner-orkest op een podium en het lukt; doe hem voor carnaval 'hoempahoempatuiterij' zingen en je gaat weer door het dak."

Wat doen we dan met onze zogenaamde persoonlijke smaak?

Marcel Vanthilt: "Thuis beluisteren we wat we willen."

Bart Peeters: "Niemand zal mij verbieden om nog naar Tom Waits te luisteren."

Toch zijn de commentatoren in de war, neem de cultuurredacteur van De Standaard, die het over de laagste gemene deler van onze smaak heeft, in een krant die week na week ernstig blijft berichten over Eurosong.

Marcel Vanthilt: "Globaal gaat het hier om een onbehagen waar je jezelf overheen moet zetten. Misschien zijn vele mensen maar één mens, nu, ik ben niet één mens. Ik kan op één en dezelfde dag én naar Klara én naar Donna luisteren en als ik 's avonds naar Schelle rij, richting Eurosong laat ik de hardrocksong 'Party till You Puke' knallen in de wagen. Ik ben het al jaren kwijtgespeeld, die drang naar afgelijnde genres waarbij hardrock gemengd met hiphop en dan Nirwana-achtige zachte stukjes tussendoor de referentie is. Hoe meer je hoort, hoe meer je in alles iets hoort."

In De Morgen werd in een essay over goed, fout, edel, camp, de Franse cultuurfilosoof Pierre Bourdieu erbijgehaald volgens wie de legitieme cultuur...

Bart Peeters: "Jullie mogen er essays over schrijven, al wat je wilt, wat ik wil zeggen is: waar zijn we naar op zoek? Heel simpel: waar we allemaal naar op zoek zijn, en het resultaat is een optelling van smaken. Het is ooit anders geweest. Vroeger hebben de chefs cultuur en de essayisten ooit de vakjury van Eurosong uitgemaakt, chique rock-'n-rollmensen waren het met de juiste smaak. Herinner je die avond dat Luc Appermont moest bekendmaken dat onze elitaire jury 'Rendez-vous' van Pas de Deux had uitgekozen. Het hele land ging overstag en de juryleden reageerden kwaad. Dat vond ik een beetje vreemd. De mensen mochten alleen maar meekijken en als ze boos werden was er bij die jury iets van 'bemoei jullie niet'. Wat heeft dat publiek dan maar gedaan, de halve studio afgebroken. Letterlijk, ik herinner me die beelden nog. Nu is het veel pluralistischer, met een vakjury en die volksjury uit alle windstreken. De cultuurmensen mogen verder zoeken, duiden, Bourdieu of geen Bourdieu. Moet ik die mens kennen overigens?"

De discussie over de al dan niet legitieme cultuur werd gevoerd naar aanleiding van het nieuwe VRT-journaal dat precies op die fijne grens zou balanceren tussen verbreding en verlaging.

Marcel Vanthilt: "Ik vind het een heel vreemde, oude discussie. Laten we even teruggaan naar de jaren zeventig. Het aanbod kranten en tijdschriften is intussen gewoon vervijftienvoudigd. De Morgen is er intussen ontzettend op vooruitgegaan en De Standaard doet zijn best, er is dus heus geen gebrek aan degelijke berichtgeving. Die discussie over verbreding wordt steeds gevoerd alsof dit ten nadele is van kwaliteit. Nu, ik krijg het ruime aanbod niet gekocht of gelezen. Ik denk soms: er is te veel kwaliteit. En ook te veel wansmaak wellicht, en er zijn te veel lelijke dingen. Maar ik kan een keuze maken."

Bart Peeters (schudt het hoofd): "Cultuur komt voort uit een collectief bewustzijn. Historisch is dat (schakelt over op het Cas Goossens-register) 'iet aat het aastaadperk'. De oermens had qua aanbod alleen de keuze uit slapen, eten en over elkaar gaan. Op een dag heeft een pipo kralen gemaakt en beslist: dat is fundamenteel voor niets nodig, maar het is een verfraaiing van het leven. Dan is er een met twee stenen tegen elkaar beginnen te kloppen, dat was dan het ritme, en hij heeft gezegd: dat heb je niet nodig voor fretten, poepen, maffen maar... het is oké. Zo zaten we op een dag met de term cultuur opgescheept. Nu heb je programma's zoals reality tv, die teruggaan tot de primaire behoeften. Bon, dat is 'aastaadperk' en dus geen cultuur, maar met eurosong hebben we het over een soort muziek die heel versatiel is en wat blijkt, af en toe blijkt er iets fucking tussen te zitten. En dan raken we in de war."

Zou Marc Reynebeau naar jullie programma kijken?

Marcel Vanthilt: "Ik denk het wel, ja. Ik verdenk er hem zelfs van dat hij een plaatje van Willy Sommers kan smaken op een goed moment, niet met de vrienden erbij natuurlijk, maar in een soort peeskamertje tussen de groten der Russische literatuur. Komaan zeg, het moet nu eens gedaan zijn met dat sektarische denken. Je merkt dat ook bij Studio Brussel. Dat is zo politiek correct, met een regelgeving, zo arbitrair. Maar als de mannen van discobar Galaxy 'Yes Sir, I Can Boogy' van Baccara draaien, blijkt het plotseling wel oké, want dan is het ironie. Terwijl het gewoon een goed nummer is."

Wat wel grondig veranderd is: vroeger gebeurde het luisteren stiekem maar de goede commentaren bleven uit.

Bart Peeters: "Alles is veranderd. De kroonprins citeert Kant en de echte intellectuelen blijken 'Dallas is ook niet allas' van Willy Sommers helemaal uit het hoofd te kennen. (begint te zingen) 'Sue Ellen is nu aan 't bellen... Dallas, Dallas, is ook niet allas.'"

Marcel Vanthilt: "En de volgende stap, lijkt me de groep Mystery die een stuk van Kant zingt, in het Italiaans, begeleid door Zita Swoon, met als orkestleider Rocco Granata."

Bart Peeters: "Echte grote muziekmakers in ons land dragen geen oogkleppen. Zita Swoon heeft, was het op Dranouter of Pukkelpop, ik weet het niet meer, met Urbanus 'Hittentit' gespeeld. Dat was keigoed. Ik heb Tom Barman van dEUS met Wannes van de Velde 'Ik wil deze nacht in de straten verdwalen' horen zingen. En hoe!"

Het blijkt ook uit je persoonlijke toptien in een tv-blad. Daarin staat zowel het lied van Wannes, als Tura's 'Linda' en een nummer van Marcels groep Arbeid Adelt.

Marcel Vanthilt: "Ah ja, Bart, welk dan?"

Bart Peeters: "'Lekker westers'."

Marcel Vanthilt: "Ik vind dat vreselijk."

Bart Peeters: "Marcel, je moet oppassen jong, dat jureren begint toch serieuze proporties aan te nemen, als je je eigen repertoire afvalt. Nee, wat ik gewoon wil zeggen is: je moet durven iets leuk te vinden, ook als het niet meteen zo hoort. Je hoeft het niet te motiveren met 'het is goed binnen zijn genre', dat is flauwekul. Dan ben je met een soort aardrijkskunde bezig, zo van Mechelen... meubelen, Duffel... papierindustrie. Nee, iets is gewoon goed, ook al kun je er qua genre gewoon niet bij. In Eurosong moet je daarbij nog rekening houden met de brede smaak. Iets wat wij goed vinden, moet ook bij wijze van spreken door duizenden hottentotten goed gevonden worden. Daarom vind ik die Eurojury zo'n belangrijke factor. Iedereen, Spanjaard of Roemeen, voelt aan of een artiest aan het stuur staat van z'n eigen ding dan wel of zeven mensen van hem een marionet maakten. Christoff staat aan het stuur van zijn eigen wereld, hij is de beste connaisseur van de Christoff-wereld, maar je hebt ook groepen die alle referentiepunten van hun managers, songwriters en producers gebruiken zonder ze te kennen, die niet weten wat een Rickenbacker-gitaar is, terwijl dat wel de basis vormt van hun sound. Dat laatste is erg en die onwetendheid hoort iedereen dwars door het lied heen."

Tot waar gaat jullie eigen herinnering aan Eurosong terug?

Marcel Vanthilt: "Naar die zaterdagavond in het zeteltje tussen de grote zetels van pa en ma, toen werd gezegd 'kijk, dat meisje met die blote voeten' en dat was dan Sandie Shaw."

Bart Peeters: "Bij mij was het 'All Kinds of Everything'. En dan het magische moment, het ze-hebben-alles-wat-je-moet-hebben-gevoel bij Abba. Toen de dirigent, verkleed als Napoleon, opkwam, zei onze pa: hou jullie vast, die gaan winnen. Toen kwam die eerste noot, jawadde, en sloeg die eerste zangeres aan het zingen, daarna het refrein... Meteen had je niet meer iets van 'die gaan winnen' maar 'die zullen van alle Eurosong-festivals tot in de volgende eeuw de fundamenteelste winnaars zijn'."

Bestaan er nog herinneringen aan de Belgen?

Marcel Vanthilt: "Jawel. Louis Neefs, die twee keer gegaan is, met 'Jennifer Jennings' en 'Oh oh ik heb zorgen'. Hij heeft zelfs een hoge score gehaald."

Bart Peeters: "Al begreep ik toen de discussie niet over die foute beweging die hij met zijn heupen had gemaakt."

Marcel Vanthilt: "Ach die schunnige hup. Elvis deed dat dertig jaar daarvoor al, dus Louis moet gedacht hebben, als Elvis dat mag..."

En nu op naar Estland.

Marcel Vanthilt: "We hebben behoorlijk wat talent ontdekt. Ik denk dat een paar figuren wel zullen doorbreken, maar over Estland kunnen wij ons nu echt niet uitspreken. Wachten tot zondag."

Bart Peeters: "In Estland zijn zeer foute zaken bezig, heb ik vernomen. Het hele cultuurbudget van het land schijnt op te gaan in de organisatie van het liedjesfestival, waarmee ik maar wil zeggen dat de Estlandse Anne-Teresa's de Keersmaeker en Toneelhuizen in 2002 geweldig mogen fluiten naar hun budgetten. Benieuwd welke show we daar mogen verwachten."

Marcel Vanthilt: "Ze zullen hun best mogen doen om zo leuk te zijn als de preselecties hier."

Bart Peeters: "Ik merk hier vooral een groot verschil met een programma zoals De grote prijs, dat had het grote nadeel dat het te gezellig was. Het miste die harde 'make or break' van Eurosong, zo is de echte showbizz ook. Het is een thriller, met onbekend scenario."

Met aan het roer de verzoenende Peeters die het meevoelende hart heeft van een Bart Kaëll in de Soundmixshow.

Bart Peeters: "Mijn grootste droom is altijd geweest een soort kruising te worden tussen Luc Appermont en Dirk Tieleman. Ik moet gastheer blijven. Ik heb een band met die zangers. Dat ik ze bescherm tegen die ongezouten meningen, vind ik evident, maar tegelijk ben ik blij dat de commentaren niet suikerzoet zijn, daar zou ik pas een vies gevoel van krijgen."

Wie is jouw voorbeeld als jurylid, Marcel, het vroegere vuilbekje Jo Leemans in Canzonissima?

Marcel Vanthilt: "Nee, het is Johan Anthierens. Hij was een van de weinige mensen uit mijn tv-geheugen die verbaal interessant uit de hoek konden komen. Anthierens heeft me in een Wies Andersen Show ooit het woord 'aanmatigend' geleerd. Niemand wist toen wat dat wilde zeggen. Dat is mooi, die pretentie van een zichzelf overschattend persoon.

"Ik zal wel blij zijn als Eurosong voorbij is, want dan kan ik weer de vriendelijke gast zijn die ik in wezen toch ben. Ik merk wel aan reacties op straat en in de pers dat het werkt om duidelijk en scherp je oordeel te vellen. Ik hou ook wel van die sfeer, wanneer na het gebabbel van mijn collega's juryleden gezegd wordt: en nu gaan we naar Marcel Vanthilt. Ineens kun je een muis door de studio horen lopen. Die seconde. En na je interventie dat langgerekte ohhhhh. Dat is wel leuk, ja."

Bart Peeters: "Mijn taak is daarbij heel kalm te blijven en nooit over de schreef te gaan, al scheelt het soms bijna niets. Neem, daar is Christoff weer, die aankondiging waarin ik zeg: jij hebt met je zus Lindsey het beroemde duet 'We nemen elkaar zoals we zijn' opgenomen. Op dat moment pauzeer je een fractie na 'We nemen elkaar'. Nu, dan denk ik meteen: shit, dit mag niet, maar zulke dingen overkomen je dan toch. Dat is fout, want we waren objectief nietwaar. Waarmee ik alleen wil zeggen: het is een rol die niet altijd even goed lukt, je laat je toch meeslepen in beide richtingen. Het heeft met dat engeltje en duiveltje op je schouder te maken."

En wat vond Marcel er van zichzelf een beetje over?

Marcel Vanthilt: "In 1999 heb ik ooit iets gezegd over twee nichterige achtergronddansers bij een lied over 'love me' of zo: 'Dat liedje leek nergens op, maar ik denk dat die twee heren achterin het bijzonder goed met elkaar kunnen vinden.' Toen zag ik op het gezicht van die jongens een uitdrukking van 'o jee en ze wéten het nog niet thuis'."

Marcel luistert naar 'Party till You Puke' op weg naar Schelle, wat beluistert Bart Peeters?

Bart Peeters: "Nog erger, ik luister naar de cd van Vanthilt en Ad Cominotto, die de gedichten der wereldgeschiedenis op heavy beats hebben gezet. Ik voel daarin dat Vanthilt via de wereldliteratuur weer bij die echte Marcel terechtkwam. Toch zit er iets vreemds in. Marcel zegt dat het allemaal authentieke poëzie betreft, maar ik voel dat hij eraan gevezen heeft."

Marcel Vanthilt: "Nee, alles is echt, ik zweer het."

Bart Peeters: "Komaan Marcel, het nummer 'Duw mij om of ik ga zelf liggen', wat een zeer mooie observatie is, ik geloof niet dat dit bestaat."

Marcel Vanthilt: "Het komt echt uit die bundel die Gerrit Komrij samenstelde, het is een gedicht met achtenveertig coupletten van ergens uit de zestiende eeuw, gevonden in Tongeren."

Bart Peeters: "Vandaar. En wat met 'een ongelooflijk lelijk bakkes maar als ik mijn pijl laat sidderen in uw gat...' Komaan."

Marcel Vanthilt: "Du Perron, ik zweer het, letterlijk."

Jullie gingen steeds eenzelfde richting uit, professioneel, maar echt samenwerken zat er nooit in, hoe kwam dat?

Bart Peeters: "We hebben ooit samen in een punkgroep gezeten."

Marcel Vanthilt: "Dat is maar één wilde zomer geweest, in 1986."

Bart Peeters: "Waarvan we iedereen de details besparen. We hebben een maxisingle opgenomen en er de hitlijst mee gehaald. Het begon allemaal met die Hermannen in Villa Tempo en later werden we een soort Ramones die keihard waawaawaa deden, tot we op een bepaald moment in het voorprogramma stonden van de echte Ramones."

Maar waarom bleven jullie niet samen?

Marcel Vanthilt: "Het verschil is: Bart heeft zijn grote bloedbroeder gevonden: Hugo Matthysen. Ik zou er maar als een vijfde wiel aan de wagen bijlopen. Ik ben wel een zware fan van de Clement Peerens Explosition. Ik vind het gewoon geniaal, Bart, wat jij en Hugo samen doen, daar kan ik poepjaloers op zijn. Dan zit ik snikkend thuis van dedju, wat zijn zij goed. Gelukkig raken we elkaar af en toe even zoals nu in Eurosong. Kortom, we organiseren die tv-programma's om elkaar tegen te komen."

Bart Peeters: "En zelfs daar komen we elkaar fundamenteel weinig tegen, want we zitten in een totaal andere rol."

Marcel Vanthilt: "Ik sta wel te kijken van de effecten ervan, van dat sterrendom, ik ken dat gedoe niet. Bart heeft hier en in Nederland veel succes gehad, met grote shows en ook met The Radio's. Hij heeft geproefd van het succes. Dat heb ik nooit gehad. Ik ben altijd goed bezig geweest, maar dat was toch altijd een beetje alternatief, een beetje aan de rand."

Bart Peeters: "Ik heb nooit problemen gehad met succes. Ik denk dat het publiek van mij denkt: die jongen zal het niet zo makkelijk hebben met zichzelf, laten we die maar met rust laten."

Marcel Vanthilt: "Hoe ouder ik word, hoe meer alleen ik ben en hoe blijer ook met dat alleen-zijn. Ik amuseer me inwendig bijzonder goed. Als ik binnenkort geen werk meer zou hebben, zou ik me nog amuseren. Dan zou ik naar vensterramen staren en dat echt een raar fenomeen kunnen vinden, zo van: het blijft hangen en je kijkt erdoorheen."

Bart Peeters: "Ach Marcel, wat denk je dat den Hugo en ik in dit café altijd zitten te doen. Veel vensterbanken hier."

Eurosong 2002, zondag 17 februari, TV 1, 20.15 uur

'Alles is veranderd. De kroonprins citeert Kant en de echte intellectuelen blijken 'Dallas is ook niet allas' van Willy Sommers helemaal uit het hoofd te kennen'

Marcel Vanthilt: 'Ik verwacht dat Bart en Hugo binnenkort in 'Het Peulengaleis' zullen opstaan en zeggen: beste burgers, voilà, wij zijn eigenlijk de gebroeders Paelinck'

Meer over

Nu belangrijker dan ooit: steun kwaliteitsjournalistiek.

Neem een abonnement op De Morgen


Op alle artikelen, foto's en video's op demorgen.be rust auteursrecht. Deeplinken kan, maar dan zonder dat onze content in een nieuw frame op uw website verschijnt. Graag enkel de titel van onze website en de titel van het artikel vermelden in de link. Indien u teksten, foto's of video's op een andere manier wenst over te nemen, mail dan naar info@demorgen.be.
DPG Media nv – Mediaplein 1, 2018 Antwerpen – RPR Antwerpen nr. 0432.306.234